Identiteit

Ik werd meer dan twintig keer gestoken met een mes en ik leef nog

Ik dacht: dit was het dan. Drie dagen later werd ik wakker op de intensive care, met een slang in mijn keel en duizend draadjes in mijn lijf.

door Prosper; zoals verteld aan Noor Spanjer; foto's door Raymond van Mil
25 oktober 2019, 9:00am

Prosper – foto door Raymond van Mil

Het gekke is dat ik helemaal niet heb meegekregen dat ik gestoken werd. Door de adrenaline heb ik het niet gevoeld. Toen ik in de ambulance werd getild, vroegen de broeders wat er was gebeurd. Ik had zo’n Nike-sportjasje aan en dat knipten ze meteen open. Ik zei dat ik gewoon had gevochten, dat dacht ik ook nog steeds. Ik voelde niks, maar het werd wel helemaal wit voor mijn ogen.

Ze zeiden: “Dit ziet er niet goed uit, je bent zwaar gestoken, is er iemand die we kunnen bellen?” Ik gaf het nummer van mijn moeder. We gingen naar het OLVG [ziekenhuis in Amsterdam, red.], maar toen we daar bijna waren zeiden ze: “Het ziet er zo slecht uit, we moeten door naar het VU-ziekenhuis.” Toen dacht ik wel: dit was het dan. Drie dagen later werd ik wakker op de intensive care, met een slang in mijn keel en duizend draadjes in mijn lijf. De artsen vertelden me dat als ik tien minuten later binnen was gekomen, ze niks meer voor me hadden kunnen doen.

Het gebeurde op 7 november 2008, wat ook de sterfdag van mijn vader is. Twee jaar daarvoor was ik met hem in Panama – hij dacht erover na om naar daar te emigreren. Hij was er die dag in zijn eentje op uit om wat dingen te regelen, en wilde op de weg terug naar het eilandje waar wij zaten nog wat wiet kopen. Toen is hij beroofd en door zijn hoofd geschoten. Die nacht werd ik gebeld – dat was echt een hel. Een paar dagen later vloog ik naar huis, zonder mijn vader.

In die jaren daarna was ik een beetje losgeslagen. Ik was best onbevreesd, voor niemand bang. Ik ging veel met foute gasten om en deed stomme dingen, en als we uitgingen ontstond er weleens ruzie. Dan belandden we met z’n allen in een vechtpartij. Maar tot dan toe ging het nooit echt fout.

Ik zat op kickboksen en wist dat ik mezelf kon verdedigen, maar dus ook dat ik kon aanvallen. Toch wist ik altijd mijn grens te vinden, en daar bleef ik dan bij. Dat was ook zo met drank en drugs, en wapens gebruikte ik niet. En ik ging niet zomaar iemand te lijf, alleen als er echt al ruzie was.

Die avond ging ik na mijn werk nog even de stad in om wat te drinken. Misschien dat ik onbewust wel aan mijn vader dacht, maar ik was er niet echt mee bezig. Het was al wat later op de avond toen mijn toenmalige vriendin belde: ze was in een club op Rembrandtplein [in Amsterdam, red.] en vroeg of ik naar haar toe kwam. Ik ging in mijn eentje die kant op met mijn scooter aan de hand. Toen kwam ik twee jongens tegen die ik kende van school. Met een van hen ging ik vroeger wel goed om: we rapten samen en maakten beats. Ik kwam weleens bij hem thuis, ik kende zijn moeder. Ik had hem al een jaar niet echt gezien. Het was altijd wel een beetje straatschoffie, ook iemand die met foute gasten omging. Maar in een andere hoek dan ik.

"Een van die gasten zei nog: 'Is dit wat je wou?' Toen zei ik: 'Hou je bek en bel een ambulance'."

Meteen toen ik ze tegenkwam werd het raar: hij zei iets over mijn vriendin, iets van “waar is die ho?” Ik dacht meteen: hier heb ik geen zin in, en liep weg. Maar het bleek dat een van hen een plastic zak met een fles Johnnie Walker Red Label op mijn scooter had laten staan. Toen ik wegliep had ik die fles dus nog. Ik wilde geld afhalen, maar alle automaten waren buiten gebruik. Ik werd steeds geïrriteerder en opgefokter, ook door wat hij over mijn vriendin had gezegd. Een van die jongens belde me opeens op en begon boos door de telefoon te praten: “Waar is mijn fles drank?” Ik wist wel dat die nog op mijn scooter stond, maar ik had schijt. Daarvoor had ik nooit ruzie gehad met deze gasten, maar op dat moment was ik al aan het doordraaien in mijn hoofd – ik wilde hem wat doen.

Ze kwamen naar me toe en ik zei meteen: loop even mee daarheen, ik moet met je praten. Achter het Rembrandtplein heb je een bruggetje bij een gracht. Toen we daar stonden gaf ik hem meteen een stomp op zijn neus. Toen ontstond er een gevecht tussen mij en hem – er kwamen nog wat andere gasten bij, maar die stonden er gewoon naast. Het was heel donker en we zaten allebei helemaal vol met adrenaline. Wat ik me kan herinneren is dat we midden in een soort van supergevecht zaten, volgens mij trapte ik ook tegen zijn hoofd. Maar op een gegeven moment stroomde het bloed langs mijn gezicht, en toen voelde ik dat het niet helemaal lekker ging. Ik zakte naar de grond en zat tegen een elektriciteitskastje aan geleund. Een van die gasten zei nog: “Is dit wat je wou?” Toen zei ik: “Hou je bek en bel een ambulance.”

Er kwamen wat andere mensen bij ons staan, en die gasten renden weg. Een van hen heeft wel gebeld, want binnen no time was er politie en een ambulance – die stond blijkbaar al klaar op Rembrandtplein.

Supervaag van de morfine werd ik drie dagen later wakker. Er zaten wat familieleden om me heen, en mijn vriendin van toen. Ik kon niet praten door die slang in mijn keel. Iedereen vroeg meteen wat er was gebeurd, dat was nog steeds onduidelijk voor ze. Maar voor mij ook.

"Ik heb in totaal twaalf liter bloed toegediend gekregen, terwijl je als mens maar iets van 6 liter bloed hebt. Ik was echt een vergiet."

Mijn familie had dagenlang in zware stress gezeten, de dokters dachten niet dat ik het zou overleven. Het bleek dat ik drie keer was geopereerd. Ik was twee keer in mijn lever geraakt, voor de rest waren het voornamelijk vleeswonden in mijn rug en armen. Ik heb een litteken van mijn navel tot achter op mijn rug, en ik had hechtingen op mijn hoofd en in mijn gezicht.

1571911346658-201910227689

De dokters hebben me helemaal open moeten halen om te kijken waar alle bloedingen vandaan kwamen. Ze dachten op een gegeven moment dat ze de wonden dicht hadden gemaakt, maar toen ging het toch weer bloeden, en dat is nog twee keer gebeurd. In totaal heb ik iets van 300 hechtingen gehad: allemaal nietjes, mijn hele buik werd zo dichtgeniet. En ik heb in totaal twaalf liter bloed toegediend gekregen, terwijl je als mens maar iets van 6 liter bloed hebt. Ik was echt een vergiet.

"De chirurg zei dat ik rond de 35 steekwonden had, maar ik weet niet of dat klopt – zoveel littekens kan ik niet tellen op mijn lichaam. Ik kom zelf op een getal tussen de 10 en 20."

De chirurg zei dat ik rond de 35 steekwonden had, maar ik weet niet of dat klopt – zoveel littekens kan ik niet tellen op mijn lichaam. Maar ik heb natuurlijk een heel groot litteken, het kan zijn dat er daarin een paar verstopt zitten. Ik kom zelf op een getal tussen de 10 en 20. Alsnog bizar veel. Tel maar eens tot 12 ofzo – je kan je niet voorstellen dat iemand… misschien dat je één of twee keer iemand steekt, uit een reflex ofzo. Maar niet zó vaak.

In totaal heb ik bijna twee maanden in het ziekenhuis gelegen. Dat was soms echt een hel, bijvoorbeeld toen ze acuut een gat in mijn borstkas moesten maken. Dat ging zo: ik had drie drains die het vocht van alle wonden in mijn lijf moesten afvoeren. Na een tijdje haalden ze er eentje af, en toen nog een. Op een dag dachten ze dat ik er klaar voor was om helemaal zonder te kunnen en haalden ze de laatste ook weg. Alleen had ik tijdens een van mijn operaties ook een klaplong gehad, en na het weghalen van die laatste drain bleek dat er toch nog te veel vocht was, waardoor ik bijna weer een klaplong kreeg en bijna niet mee kon ademen. Toen boorden ze een gaatje in mijn borstkas, met een soort schaartje. Ik kreeg meteen weer lucht, maar het was echt heel pijnlijk. Vanaf toen wist ik wel hoe het voelde om gestoken te worden.

"Na dit hele gebeuren ben ik een heel ander pad ingeslagen met mijn leven."

Na dit hele gebeuren ben ik een heel ander pad ingeslagen met mijn leven. Mijn vader was muzikant en had heel veel instrumenten, die had ik geërfd. In het ziekenhuis besloot ik dat ik er dan ook wel iets mee moest gaan doen, en ik had natuurlijk alle tijd. Ik vroeg aan een vriend of hij een van de gitaren langs kon brengen, dan had ik meteen iets van afleiding. Ik dacht: dan doe ik in ieder geval iets nuttigs. En ik kon de zogenaamde ‘vrienden’ die toch niet kwamen opdagen of niets lieten horen direct wegfilteren.

1571911394599-201910227672

In totaal moest ik twee jaar lang herstellen en zat ik in de ziektewet. Ik nam gitaarles bij een vriend van mijn vader, en na een jaar kon ik drie liedjes. Inmiddels ben ik best wel een goeie gitarist geworden – ik speel met verschillende bands en heb een paar grote optredens gehad, op festivals en in de bovenzaal van Paradiso. Ik ben helemaal in het muzikantenleven gedoken en heb daar allemaal hele leuke mensen in gevonden. Normale mensen, mensen die totaal niet met gangstershit bezig zijn.

Het is misschien cliché, maar ergens denk ik toch dat mijn vader ermee te maken heeft gehad, dat dit allemaal gebeurd is. Dat er iets moest veranderen in mijn leefpatroon. Het is natuurlijk cru dat ik daarvoor zo vaak gestoken moest worden, maar heeft me wel heel erg geholpen. Het is alsof mijn leven is hergeprogrammeerd. Het voelt alsof een deel van mijn vader is teruggekomen toen ik weer levend werd. Alsof we nu samen dit leven leiden. Ik mis hem ook niet, omdat ik weet dat hij er is. In mij.

"De jongen die mij heeft gestoken is dezelfde avond nog opgepakt. Hij kreeg twee jaar gevangenisstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk."

De jongen die mij heeft gestoken is dezelfde avond nog opgepakt. De politie vond het wapen op de plek zelf – dom genoeg had hij die niet gewoon in de gracht gegooid. Het was een vlindermes. Er volgde een rechtszaak, maar ik ben daar niet bij geweest. Ik was lichamelijk nog niet op orde, maar ook mentaal gezien had ik er geen behoefte aan. Ik hoefde hem niet per se te zien. Hij kreeg twee jaar gevangenisstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk. Het werd hem afgeraden om contact met mij op te nemen, en ik heb hem ook nooit meer gezien. Volgens mij is hij naar Brabant verhuisd.

Ik kende hem natuurlijk, en ik weet dat hij ook een goeie jongen kan zijn. Op dat moment was hij denk ik doorgeslagen, maar ik geloof niet dat hij dat nog steeds in zich heeft. Ik heb me natuurlijk wel afgevraagd hoe het zover kon komen, maar ergens denk ik dat ik wel begrijp wat er in hem omging. Hij wilde zich denk ik bewijzen tegenover de echte streetguys met wie hij omging, en hij was heel erg into de Crips en de Bloods en zo, van die gangstershit. Maar hij en zijn vrienden waren helemaal geen echte gangsters, ze dealden geen drugs ofzo, ze namen het alleen iets te serieus. Ik wist ook wel dat hij altijd een wapen bij zich droeg – ik had alleen nooit verwacht dat hij het ook echt zou gebruiken, tegen mij.

In de eerste jaren nadat hij vrij was schoten er natuurlijk weleens gedachtes door mijn hoofd: wat als ik hem tegenkom, wat ga ik dan doen? Zal ik hem onverwachts opwachten, zal ik hem vermoorden? Maar dat zijn maar fantasieën, dat is iets wat ik nooit in het echt zou doen. Ik ben erachter gekomen dat je er toch niks mee opschiet. We hebben allebei ons lesje geleerd.

Wil je elke zaterdag een overzicht van onze beste verhalen toegestuurd krijgen? Schrijf je dan nu in voor onze newsletter.

Volg VICE België ook op Instagram:

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op VICE NL.

Tagged:
gezondheid
dood
misdaad
Identiteit