De gedetineerden die een band willen beginnen in de gevangenis van Hasselt

De instrumenten staan klaar, de aanvraag is goedgekeurd, maar toch mogen ze nog niet starten.

|
11 januari 2019, 3:19pm

De vrouw die haar appartement aan mij verhuurt, werkt als psychiater in de gevangenis, en de verhalen waarmee ze iedere avond thuiskomt doen je niet bepaald de flessen champagne opentrekken om te proosten op het goede leven. Als doodbrave jongen heb ik nooit iets met de gevangenis te maken heb gehad, maar door haar verhalen werd wel mijn nieuwsgierigheid aangewakkerd.

Mijn hospita vertelde onder meer dat muziek een steeds grotere rol speelt in het gevangenisleven. Iedereen kent de beroemde foto van Johnny Cash wel die zijn middelvinger opsteekt tijdens zijn optreden in Folsom State Prison – Cash noemde het publiek het meest enthousiaste dat hij ooit heeft gehad. Tegenwoordig organiseren gevangenissen niet alleen concerten, gedetineerden krijgen ook de kans om zelf muziek te maken.

Ik was benieuwd wat voor muziek ze dan spelen, en of ze teksten schrijven die gaan over het leven als gedetineerde, of juist niet. En wat betekent het voor ze dat ze af en toe op een gitaar kunnen tokkelen? Ik stuurde een mail naar de gevangenis van Hasselt, en de directeur belde me direct terug om te zeggen dat ik langs mocht komen. Een paar weken later stond ik voor het eerst van mijn leven in een gevangenis.

Nadat ik mijn simpele Nokia achter moest laten en door een metaaldetector stapte, werd ik door de directeur rondgeleid in een doolhof van beige muren, felle lampen en ongeveer vijfhonderd deuren die je alleen met speciale toestemming open kan krijgen. Daarna kwamen we aan bij een vijf meter brede stalen traliesdeur; ik heb in verschillende dierentuinen brullende leeuwen, woeste tijgers en hele kuddes olifanten gezien, maar nergens hadden ze een hek zo uit de kluiten gewassen als dit. De directeur had beide armen nodig om de zware deur open te krijgen. Achter het hek was een grauw zaaltje met weinig ramen waar ik met de gedetineerden kon gaan spreken. Na vijf minuten kwam de eerste binnen.


Bekijk ook: Onze docu over hoestsiroopverslaving in Zimbabwe


Paulo Lamperiello, een charmante Italiaan die clichématig pastasaus op zijn broek heeft zitten, zit sinds 2011 vast voor drugsdelicten. Hij komt net uit de keuken waar hij werkt voor 160 euro per maand, en met dat geld huurt hij een gitaar van de gevangenis. “Daar moet je 10 euro borg voor betalen en dan mag je ‘m meenemen naar je cel,” vertelt hij. Paulo speelde al gitaar voor hij in de gevangenis belandde. “Ik speel al sinds mijn zestiende en hier heb ik de draad weer een beetje opgepikt. Gewoon uit verveling. Ik had anders niks te doen in de cel.”

Vechten tegen de verveling is de grootste reden waarom gedetineerden muziek maken. Ook Herman Bosman huurt om die reden een gitaar: “Ik zit al langer dan vijf jaar binnen, en om nou de hele tijd naar de televisie te staren – dan is gitaar spelen wel een pluspunt. Je bent tenminste met iets bezig,” vertelt hij droogjes. Herman zit vast voor moord. Snel komt hij niet vrij, maar zijn gitaar geeft hem iets om zich mee bezig te houden. “Ik moet nog negen jaar doen, en in die negen jaar wil ik wel vooruitgang boeken. Als ik eventueel met hulp van iemand buitenaf een eigen nummer kan schrijven, zou dat wel leuk zijn natuurlijk.”

De gevangenis van Hasselt verhuurt alleen gitaren, maar zelfs als je geen instrument kan bespelen, kan je nog steeds aan muziek in de gevangenis doen. Dat bewijst Mimi Honna: “Ik zing op de cel en ik ben knecht op de sectie, dus ik zing ook terwijl ik poets en opruim.” Mimi zit nog tot 2018 vast voor geweldplegingen. Hij zit tegenover me in een oude rode fleecetrui – de oranje pakjes uit Orange Is The New Black zie ik hier niet. Belgische gevangenen hebben vrije kledingkeuze, en het feit dat ze geen uniform dragen maakt ze voor mij meteen wat menselijker. Toen Mimi nog niet in de gevangenis zat, zong hij samen met zijn vrienden, maar nu zingt hij vooral mee met nummers die hij op de radio hoort. Zijn favoriete artiest is Bruno Mars. Je kan als gedetineerde een radio kopen in de gevangenis, en Mimi vertelt dat hij daardoor op de hoogte blijft van het nieuws en nieuwe muziek.

Muziek maken en luisteren wordt niet alleen gestimuleerd door gitaren en radio’s te verhuren, de gevangenis organiseert ook muzikale activiteiten. In 2014 kwam de Belgische rapper Batteraaf langs om een workshop te geven over het schrijven van songteksten. Samen met hem schreven Mimi en Paulo een nummer dat ze vorig jaar tijdens het zogenaamde PLAY Festival live in de gevangenis voor alle medegevangenen en cipiers ten gehore brachten; Paulo rappend met gitaar en het refrein werd gezongen door Mimi. “Radio 2 kwam langs, die hebben het opgenomen, en er waren ook bekende mensen uit de muziekwereld bij. Iedereen vond het goed, alleen vond ik mezelf niet goed,” vertelt Mimi lachend. De opname kan je hieronder checken, maar verwacht geen ‘het leven is mooi en bloemen ruiken lekker’-lied. ‘ De stempel crimineel, ja, ik ben het fucking moe / Ik denk wat ik denk en ik doe wat ik doe’ rapt Paulo.

Dat optreden gaf Paulo en Mimi zin in meer, ze wilden samen een band oprichten. “We hebben gevraagd om een band te mogen vormen en één of twee keer per week te mogen spelen,” vertelt Paulo. Ze dienden een aanvraag in, de directeur keurde die aanvraag goed, maar na lang wachten is er nog altijd niks van terecht gekomen. “Ze zijn er nu al zes maanden mee bezig,” zegt Herman. “Alles staat klaar op verdieping vier. Daar staat een drum, een synthesizer, gitaren, alles. Het is nog wachten op officiële toestemming,” gaat Paulo gefrustreerd door. Wat precies de reden is dat ze nog niet van start mogen, weten ze niet; waarschijnlijk is het de beroemde Belgische bureaucratische rompslomp die qua snelheid overeenkomt met de draagtijd van een olifant.

Een gevangenisband heeft alleen maar positieve effecten, blijkt uit verschillende onderzoeken. In dit onderzoek uit 2009 van de universiteit van Leicester staat bijvoorbeeld dat gedetineerden die bezig zijn met muziek ‘geëngageerder zijn, betere luister-en communicatieskills hebben, zich rustiger voelen en betere relaties hebben met cipiers’. Mimi is niet verbaasd als ik hem dit vertel; glunderend vertelt hij hoe hij soms samen met zijn chefs [cipiers] oude hits meezingt. En hetzelfde geldt voor Herman: “Er zijn chefs die zelf gitaar spelen en die komen dan bij mij in de cel om dingen uit te leggen.”

Ik keek op van het respect waarmee de drie boeven over hun chefs praten – niet dat ik dacht dat ze aan mij zouden vertellen hoe ze de cipiers met een roestige schroevendraaier in de nek wilden steken, maar deze vriendschappelijke toon en interactie met elkaar had ik zeker niet verwacht. Muziek is een van de laatste connecties die gevangenen met de buitenwereld hebben, en dat gebeurt dus ook via de relatie met hun cipiers – het is een manier om boven de stempel op hun strafblad uit te stijgen.

Ondanks dat muziek kalmeert, zijn de drie mannen gefrustreerd over het wachten op hun band. Aangezien een telefoontje naar je vriendin een euro per minuut kost, zoeken ze andere manieren om hun frustraties kwijt te kunnen. Tot de band er komt schrijft Paulo in zijn eentje teksten op zijn cel. “Mijn teksten gaan vooral over de stress en de kwaadheid die ik heb tegenover de staat en over de domme dingen die ik vroeger heb gedaan.” Paulo rapt terwijl hij gitaar speelt. “Dat is niet simpel, maar ik heb drie jaar de tijd gehad om te oefenen,” zegt hij lachend.

“Muziek maken en schrijven geeft een gevoel van vrijheid eigenlijk, want ze breken u hier af. Als je bijvoorbeeld op bezoek gaat en je komt terug, moet je een naaktfouillering doen. Dan moet je naakt door je benen zakken, van die shit allemaal,” vertelt hij. Voor het eerst tijdens ons gesprek zie ik hem niet lachen. Ik knik begripvol. Twee uur heb ik tussen de metersdikke muren doorgebracht en de troosteloosheid van deze omgeving heeft mij nu al leeggezogen. Buiten scheen de zon, maar dat licht kwam maar nauwelijks binnen door de weinige ramen die er waren. Muziek helpt deze gevangenen in ieder geval een beetje om met die zwaarmoedigheid om te gaan. Paulo vertelt dat er in de gevangenis ook leden van IS zitten, en die proberen op mensen in te praten. “Er is een moment hier waarop je het wat laat hangen en een heel lage moraal hebt, zeker als je geen steun van buitenaf hebt. En als er dan een paar mensen op je in beginnen te praten, ga je happen.”

Op zulke momenten is muziek meer dan welkom, vertelt Mimi: “Muziek is voor mij zoals veel mensen hier medicijnen nemen: ontspanning. Ik kan niet zonder muziek. Muziek is mijn drug.” Mimi moet, gezien zijn aanklacht, regelmatig naar sessies woedebeheersing, maar hij vertelt dat muziek hetgeen is wat hem het meeste kalmeert. Voor Herman betekent muziek vooral een betere toekomst. “Ik zou buiten graag in een bandje spelen. Ik zou mijn eigen gitaren willen maken, ik ben van huis uit houtbewerker. Voor mij is dat toch een beetje toekomst.” Herman blijft tijdens het hele interview koel, maar tijdens deze vraag begint hij los te komen en enthousiast te worden. De droom waar hij naartoe werkt, is voor hem een manier om aan de gedachte te ontsnappen dat hij nog negen jaar vastzit.

Dat het doet dromen, is misschien de grootste reden waarom de drie muziek maken. Niet alleen leidt het ze af van waarom ze in de gevangenis zitten, maar het geeft ook een alternatief voor wanneer ze eruit komen – zeker voor iemand als Paulo, die zijn geld daarvoor met drugs verdiende. Hij ontmoette tijdens zijn concert op PLAY Dominique Nelis, huisgitarist van Frans Bauer en Marco Borsato. “Hij heeft tegen mij gezegd dat hij wel iets in mij zag, en wanneer ik hier buitenkom, mag ik contact met hem opnemen,” vertelt hij trots.

Als de charmante Italiaan daarna begint over zijn rol als gitaarleraar, begint hij pas echt te stralen. “Ik heb twee jaar een cel gedeeld met iemand die helemaal geen gitaar kon spelen. Hij zag mij spelen en wilde het ook leren. Dat heb ik toen gedaan. Toen hij vrijkwam, heb ik hem een gitaar cadeau gegeven, want ik had er thuis nog een paar liggen die ik nu toch niet gebruik (lacht). Dat gaf mij genoegen, en die jongen heeft buiten iets om op te bouwen. Ik belde hem nog af en toe toen hij vrijkwam, en hij vertelde dat hij ondertussen al in een band speelt. Dat heeft hem wel van het slechte pad afgehouden, en dat was ook mijn bedoeling eigenlijk. Ik heb nu drie à vier mensen vanaf nul leren spelen, en daar ben ik vrij trots op.”

Om af te sluiten vraag ik welke artiesten ze het eerst live willen zien als ze weer vrij zijn. “Snoop Dogg,” antwoordt Paulo voor ik de vraag nog maar kon afmaken. Mimi’s lijstje is iets langer: “Bruno Mars sowieso, die kan goed zingen. Chris Brown ook. Of Dr. Dre en Snoop Dogg.” Wanneer ik hem vertel dat Dre onlangs aankondigde dat hij een Europese tour wil doen met Snoop, wordt hij helemaal enthousiast. Herman kijkt vooral uit naar ZZ Top en Pink Floyd, maar dan wel met David Gilmour. “Roger Waters kan me niet zo veel schelen,” zegt hij lachend.

Na twee uur stond ik in alle vrijheid weer buiten, maar de hele dag bleef ik met mijn hoofd in de gevangenis. Het is een aparte wereld, maar ondanks de troosteloosheid van de omgeving maakt de vriendelijkheid van de mensen die ik heb gesproken veel goed. De zaal waarin ik met Mimi, Herman en Paulo sprak, was er eentje zonder camera, bewaker of glazen muur tussen ons in. Veel mensen vroegen me achteraf of ik niet bang was geweest – ik ben zeker geen onverschrokken Rambo, maar bang was ik geen moment. Ik sprak die dag met drie ontzettend vriendelijke, gepassioneerde muziekliefhebbers, die dezelfde dromen hebben als jij en ik.

Volg VICE België razendsnel op Instagram.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op VICE NL.

Meer VICE
VICE-kanalen