oorlog

Foto's van de bijna vergeten en voortdurende oorlog in Afghanistan

“Het optimisme van 2013 is verdwenen.”

door Maddison Connaughton
25 augustus 2017, 10:40am

Foto door Andrew Quilty

Nog maar een paar jaar geleden dacht Andrew Quilty dat hij zijn droombaan had gevonden. De fotograaf werkte voor een grote Australische krant, en maakte foto's die regelmatig op de voorpagina terecht kwamen. Maar dat was voordat hij naar Afghanistan ging.

Vier jaar geleden bezocht Quilty het door oorlog verscheurde land met een collega-journalist. Het was de bedoeling dat het een kort bezoek zou worden, maar hij is er nog steeds. Hij legt er het land vast dat in puin ligt sinds de Amerikaanse inval in 2001, en zag met eigen ogen hoe de Taliban herrees.

Deze week onthulde Trump zijn plannen voor Afghanistan. Hij beloofde de Taliban weg te vagen, IS te verslaan en Pakistan als schuilplaats voor militanten aan te pakken. "We gaan geen landen meer opbouwen," zei Trump in zijn speech. "We gaan terroristen doodmaken." Het is duidelijk dat de VS er niet langer op uit is de sympathie van de Afghaanse bevolking te winnen.

"Toen ik hier voor het eerst kwam, aan het eind van 2013, waren de Afghanen optimistisch," zegt Quilty. Hij praat met VICE via Skype, via een slechte internetverbinding vanuit zijn achtertuin in Kaboel. Je kunt de helikopters boven hem horen cirkelen. Achter hem scharrelen een paar kippen.

"Maar vlak daarna gebeurden er twee dingen, waardoor die hoop begon te verdampen. De presidentsverkiezingen van 2014 stonden bol van de verdenkingen van fraude, waarna er een compromis werd gesloten en een 'eenheidsregering' werd gevormd door de twee kandidaten die de meeste stemmen kregen," legt hij uit. "Aan het eind van datzelfde jaar trok de internationale troepenmacht zich terug, waarna de Taliban terugkwam."

Hieronder vertelt Quilty de verhalen bij de foto's die hem de afgelopen jaren het meest bij zijn gebleven. "Afghanen zijn gewend geraakt aan de oorlog, maar ze zijn het zat," zegt hij. "Het optimisme van 2013 is verdwenen."

Tijdens een vuurgevecht tuurt een soldaat van het nationale leger van Afghanistan (ANA) door een gat in de muur van een school in Chah-i-Anjir (ook wel Changir genoemd). Op die manier probeert hij de positie van de Taliban te bepalen. Die muur wordt door de ANA gebruikt als basis van de frontlinie van het Nadali gebied, dat niet ver gelegen is van Lashkar Gah, de hoofdstad van de provincie Helmand. Witte vlaggen van de Taliban wapperen op honderd meter afstand. Gevechten tussen de ANA en de Taliban zijn dagelijkse kost. De meeste inwoners van het gebied zijn geëvacueerd, en de lokale supermarkt is hartstikke leeg.

De moeder van Gul Ahmad heeft haar sjaal over hem heen gelegd. De peuter is zwaar ondervoed. Hij ligt in het ziekenhuis in Lashkar Gah, en wordt geholpen door medewerkers van Artsen zonder Grenzen. Volgens de artsen is ondervoeding een chronisch probleem in Afghanistan. Meestal is het niet de ondervoeding zelf die ervoor zorgt dat kinderen in het ziekenhuis belanden, maar het zwakke immuunsysteem als gevolg van ondervoeding, waardoor de vatbaarheid voor infecties en ziekten juist wordt vergroot. Veel kinderen in Afghanistan zijn ondervoed omdat moeders hun kinderen thee of melkpoeder geven, in plaats van borstvoeding. En dat heeft weer te maken met de beperkte toegang tot informatie en onderwijs voor deze moeders.

Je ziet een paar silhouetten van meisjes achter een wit laken, dat ervoor bedoeld is om jongens en meisjes van elkaar te scheiden op een school in het vluchtelingenkamp van Gualn. Dat kamp wordt voornamelijk bewoond door vluchtelingen uit Noord-Waziristan. De school wordt bestuurd door The Norwegian Refugee Council (NRC), en er staan ongeveer 2000 leerlingen van het kamp ingeschreven, die – net zoals duizenden anderen – in juni zijn gevlucht uit Noord-Waziristan, toen het Pakistaanse leger in het westen van het land een offensief begon tegen rebellen zoals de Taliban. Dit gebeurde nadat Pakistan een aantal keer werd aangevallen door die groepen.

Een hulpverlener behandelt een soldaat die door een kogel werd geraakt in zijn nek, toen de compound die ze hadden bezet werd aangevallen door de Taliban. Soldaten van de ANA verdedigden een frontlinie tegen de Taliban in een doolhof van bewoonde compounds – ongeveer vijf kilometer ten westen van Lashkar Gar. De Taliban had zich in de twee weken daarvoor dichter richting de hoofdstad bewogen.

De commandant van de 'Special Forces' zette veertien mannen en dertig commando's in om het nationale leger te ondersteunen. De speciale troepen en commando's waren er pas een week, en zijn minstens drie keer per dag aangevallen door de vijand, ongeveer honderd man sterk. Tijdens een aanval, waar tijdschrift Foreign Policy ooggetuige van was, hebben veel ANA-soldaten hun uitkijkposten verlaten. Ze schuilden in de compounds totdat de speciale troepen en commando's de boel kwamen redden.

Voor zonsopgang, aan de noordelijke rand van Herat in het westen van Afghanistan – dichtbij het Amerikaanse consulaat, en vlak langs een belangrijke verbindingsweg – warmen families uit de provincie Ghor zich aan kampvuurtjes. Ze verblijven in noodwoningen en tenten. Deze driehonderd mensen, die ook wel Internally Displaced People (IDPs) worden genoemd, hebben hun huis verlaten om verschillende redenen – om oorlog, maar ook om de voortdurende droogte en de effecten daarvan op de leefbaarheid in het gebied. De droogte zorgt voor uitputting van noodzakelijke voedselbronnen voor de boerengemeenschappen.

Hier zie je jonge studenten in een klaslokaal, zonder leraar, op een school in het Sayedanad-gebied, dat ligt in het district van Nadali, in de provincie Helmand. Er staan soldaten van het nationale leger op het dak om de school te beschermen. Er zijn nog maar weinig leerlingen en leraren over. De gevechten verderop zijn duidelijk hoorbaar, dorpen die worden bezet door de Taliban zijn maar een paar honderd meter verderop. Na jaren van relatieve kalmte in Nadali, proberen de ALP en het nationale leger de frontlinie tegen de Taliban in stand te houden, en dat is lastig, want de Taliban komt steeds dichterbij. De ALP bevindt zich in een lastige split. Ze kunnen de wapens niet laten rusten, omdat de Taliban opeens dichtbij kan zijn, maar tegelijkertijd hebben ze niet genoeg mankracht en wapens om hun dorpen echt te beschermen.

Andrew Quilty voor The New York Times

Politiemannen rusten uit en roken sigaretten in een geïsoleerd checkpoint, dat zich op minder dan tweehonderd meter afstand bevindt van een compound die wordt bezet door de Taliban – in Chah-e Anjir, ongeveer dertig minuten rijden vanaf hoofdstad Lashkar Gah. Afgelopen maand zijn er drie mannen vermoord en nog veel meer gewond geraakt op het checkpoint.

Een paar jongens liften mee op het dak van een taxi in de heuvels van Asmai, een bergketen aan de rand van Kaboel. Die berg wordt ook wel 'de Televisieberg' genoemd.

Najinbah probeert haar achtjarige dochter Zarah te troosten, terwijl ze huilen bij het graf van hun man en vader, Baynazar, ten zuiden van de stad Kunduz. De 43-jarige Baynazar raakte gewond door kogels toen hij terugkwam van zijn werk. Dat gebeurde in 2015, toen de Taliban de stad Kunduz, in het noorden van Afghanistan, had overgenomen. Hij werd naar een nabijgelegen traumacentrum van Artsen zonder Grenzen gebracht. In de vroege ochtend van 3 oktober, terwijl hij voor de tweede keer werd geopereerd, bombardeerde een Amerikaans AC-130-vliegtuig het ziekenhuis een half uur lang. Er kwamen 43 mensen om het leven, waaronder personeel van Artsen zonder Grenzen en patiënten, en er raakten nog meer mensen gewond. Amerika heeft de verantwoordelijkheid van de aanval op zich genomen, en geeft menselijk en technisch falen de schuld voor het aanvallen van, wat zij zeggen, het verkeerde doelwit, maar veel vragen blijven nog onbeantwoord. Op dit moment is bekend dat twaalf personeelsleden van het leger administratieve straffen kregen voor hun betrokkenheid, maar geen van hen is een strafbaar feit ten laste gelegd. Baynazar laat zijn vrouw Najibah, zoons Samiullah van 19 en Khalid van 6 en twee dochters, Rayana van 10 en Zahra, achter.

Foto door Andrew Quilty / Oculi voor TIME.

Zaterdag 3 mei, 2014: Ongeveer 24 uur nadat twee aardverschuivingen meer dan 2000 bewoners van het district Argo in de bergachtige noordoostelijke staat Badakhshan onder een laag van meer dan dertig meter modder begroef. De eerste aardverschuiving verzwolg meer dan driehonderd huizen, evenals de mensen die in die huizen waren en mensen op straat. Ook mensen op een bruiloft werden getroffen. De tweede aardverschuiving gebeurde terwijl dorpelingen mensen probeerden te redden. Ze groeven met scheppen en met hun blote handen. Reddingswerkers bliezen de zoektocht naar overlevenden af vanwege een gebrek aan graafmachines die nodig waren voor deze enorme taak. Mohammad Karim Khalili, een van de twee vice-presidenten van Afghanistan, kwam samen met een aantal ministers naar Kaboel om de overledenen te herdenken. Met de aardverschuiving op de achtergrond, kijken deze mannen naar de lucht terwijl de vice-president in een helikopter van het Afghaanse leger over het rampgebied vliegt.

Andrew Quilty voor New York Times

7 augustus, 2015: Winkeleigenaren zitten bij de ingang van hun winkels nadat de deuren en ramen eruit zijn geblazen door een bom in een vrachtwagen. Vijftien mensen kwamen om het leven en honderden burgers raakten gewond bij de explosie, die plaatsvond in de vroege ochtend in het oosten van Kaboel. Er zouden in de daaropvolgende 24 uur nog twee aanslagen gepleegd worden.

Andrew Quilty voor de Australian Broadcasting Corporation

16 augustus 2015: Een agent fouilleert een van de honderden aanvragers van een paspoort bij het enige kantoor dat paspoorten uitgeeft in Kaboel. Er komen elke dag duizenden aanvragen binnen, nu steeds meer mensen proberen om het land te verlaten vanwege de verslechterende veiligheid en een schrijnend gebrek aan werk.

Tagged:
Taliban
Afghanistan
oorlogsgebied
Andrew Quilty