Foto van Sanne Moonemans

We spraken de jongeren die leren coderen in 'hellhole' Molenbeek

“Door wat ik zag bij de aanslagen in Brussel wilde ik niet langer als metrobestuurder werken. Zo ben ik bij MolenGeek terechtgekomen”

|
jun. 22 2018, 10:20am

Foto van Sanne Moonemans

Donald Trump beweerde na de aanslagen van 22 maart dat Brussel een hellhole is. Net als het merendeel van wat de Amerikaanse president verkondigt, klopt ook dit niet. Sinds twee jaar is MolenGeek daarvan het bewijs, een codeerschool die het nieuwe snoepje is van techgiganten als Samsung en Google. Die laatste legde onlangs zelfs 200.000 euro om het initiatief te steunen. Erg toepasselijk dus dat dit Brusselse succesverhaal aan de Toekomststraat ligt - en ook wel wat klef.

Over de toekomst gesproken, daar maak ik me wel eens zorgen over. Ik ben nog geen dertig, spreek vijf talen en heb twee masterdiploma’s, maar op technologisch vlak ben ik een analfabeet. De kindjes die vandaag Java leren in plaats van “Fanfreluche est une poupée” hebben binnenkort sowieso een betere job dan ik.

MolenGeek is net goed in het bereiken van de zogenaamde NEET’s: not in education, employment or training. MolenGeeks lessen zijn super praktisch en in hun ecosysteem helpt iedereen iedereen. Na zes maanden fulltime les volgen zijn de cursisten full stack web developer. Vaak beginnen ze dan zelf les te geven. Helpen is hier dus … het codewoord.

Ondernemers Amelia en Soumaya aan het werk

In 2016 begonnen initiatiefnemers Julie Foulon en Molenbekenaar Ibrahim Ouassari workshops coderen te organiseren. Gaandeweg evolueerden die naar een volwaardige codeerschool, met een event- en co-workingruimte. MolenGeek kreeg financiën van het Fonds Digital Skills van de federale overheid, sponsors Samsung en Google volgden. Met de cheque van 200.000 euro van die laatste breiden Julie en Ibrahim MolenGeek uit met een extra verdieping in Molenbeek en een extra school in Schaarbeek. Momenteel dompelen een honderdtal jongeren zich er dagelijks onder in de wereld van het programmeren.

Ik voeg me bij een groep die onlangs startte. We leren hoe je met een extra woord in de code een rij elementen verandert in een kolom elementen. Ik snap dit voor geen meter. Het is duidelijk dat ik de basis mis. Maar naast mij zit Quentin (28) en die is bijzonder behulpzaam. “Eigenlijk verschiet ik ervan hoe simpel coderen is”, wrijft hij me nog eens in het gezicht. Quentin was vroeger metrobestuurder. Hij was erbij toen op 22 maart 2016 de bom ontplofte in de Maalbeekse metro. Gek genoeg niet als metrobestuurder, wel als ambulancier. “Ik had een dag vrij en dan help ik soms op de spoedafdeling. Die dag werden we naar het station van Maalbeek gestuurd. Wat ik daar zag, vergeet ik nooit meer. Ik werd bang en wilde geen metrobestuurder meer zijn. Door de angst, in combinatie met het onbegrip van mijn baas, ben ik gestopt. En na een tijdje zoeken ben ik hier terechtgekomen.”

Voormalig metrochauffeur Quentin leert coderen

Ook Hajar (23) is nog een beginner. Ze volgde een opleiding secretariaat op de middelbare school in Wallonië, maar eenmaal naar Brussel verhuisd kreeg ze te horen dat ze er nooit als secretaresse aan de bak zou komen, omdat ze geen Nederlands sprak. Ze besloot om een taal bij te leren. Niet Nederlands, wel code. “Eigenlijk wil ik de wereld rondreizen. En dat kan als developer. Daar heb ik enkel mijn computer voor nodig.” Ik vraag haar of het klassieke schoolsysteem nog iets kan leren van MolenGeek? “Absoluut. Hier krijg je niet het gevoel dat je achterloopt. Ik ben bij de zwakkeren van de klas, maar hier gaat het niet om competitie en om de beste punten halen. De mensen helpen elkaar. Ik voel me goed hier. Ik heb na lange tijd zoeken eindelijk iets gevonden waar ik van hou.”

Zo denkt ook Molenbekenaar Ismail (21) erover. Hij stopte in het derde jaar van de middelbare school en na twaalf stielen en dertien ongelukken kwam hij bij MolenGeek terecht. Onlangs zette hij Badgeme op, een applicatie die je aanwezigheid checkt op basis van je connectie met de wifiverbinding. Ismail is goed bezig. Vandaag nog jureerde hij de laatstejaarspresentaties van de richting informatica van de middelbare school waar hij zelf zonder diploma afzwaaide.

Hajar wilde een nieuwe taal leren

In maart 2017 startten ook Amelia (26) en Sumaya (24) met coderen. Na zes maanden werden ze ondernemer. Hun gezamenlijke project heet Amaaya, een digitaal creatief agentschap. En ze geven ook les op de school. Ze zijn de vrouwelijke voorbeelden die volgens Julie en Ibrahim een verschil maken. Veertig procent van de deelnemers in de codeerlessen zijn vrouwen. Dat is qua gendergelijkheid een betere score dan de meeste grote spelers uit Silicon Valley.

Oprichter Ibrahim: “Technologie wordt nog steeds geassocieerd met mannen. Er zijn te weinig vrouwelijke rolmodellen. We richten onze communicatie daarom iets meer op vrouwen. Niet omdat we vooral vrouwen willen bereiken, wel omdat ze net zo welkom zijn. De vrouwen die hier zitten, hebben de skills en de capaciteiten om het te maken.”

Dat klinkt allemaal heel mooi, maar neemt Google dat ook serieus? Ik vermoed dat ze die 200.000 euro vooral uitdelen om zichzelf in een goed daglicht te stellen? “Nee, echt niet”, zegt Julie. “MolenGeek moet strenge KPI’s ( Key Performance Indicators, nvdr.) halen, zowel kwantitatieve als kwalitatieve. We moeten genoeg events organiseren en genoeg mensen bereiken en we moeten hen de juiste skills meegeven. Daar wordt streng op toegezien.”

MolenGeeks salesverantwoordelijke Zaki en ondernemer Ismail

Google wil de digital gap dichten, en tegen 2020 een miljoen mensen opleiden in digitale jobs. Het geeft daarom een procent van haar winst uit aan projecten zoals MolenGeek. Een procent klinkt nogal weinig, toch? “Dat is 100 miljoen euro!” roept Ibrahim. “Dat is echt veel. Bovendien vind ik niet dat het percentage belangrijk is, maar wel de intentie. Zij doen het tenminste. Waar zijn de Europese bedrijven? Waar zijn de Belgische bedrijven? Waarom sponsoren zij niet? Wat moeten we tegen die jonge gasten hier zeggen? Dat enkel Amerikaanse en Koreaanse bedrijven in hen geloven? Hier hebben we ook veel grote bedrijven die ons zouden kunnen steunen, zoals Telenet of Proximus, maar waar zitten zij?”

Ik vraag me af wat er met al die developers gebeurt na MolenGeek. Ibrahim vertelt dat ze hen aanmoedigen om te ondernemen. “En dat doen ze meestal ook. Enerzijds omdat ze dan kunnen doen wat ze willen, zonder de goedkeuring van een baas. Maar ook omdat ze meestal geen academische achtergrond hebben. Niet dat dat echt een probleem is, ze hebben de juiste capaciteiten. Het probleem zit bij de mentaliteit van de HR-afdelingen van de grote bedrijven. Hun houding moet veranderen. Maar dat gaat traag. Daarom wijzen we onze jongeren eerder in de richting van ondernemerschap.”

Oprichters Julie en Ibrahim (links en rechts) en directeur Yassin (midden)

Het geld is er al. De cheque moet alleen nog een plaats krijgen

Meer VICE
VICE-kanalen