spitsbergen noorwegen reis
Alle foto's via Sarah Gerats
reizen

Sarah verhuisde naar de meest noordelijk gelegen stad ter wereld

“Je moet altijd voorbereid zijn op een ontmoeting met een ijsbeer.” De Nederlandse fotograaf Sarah Gerats woont al 7 jaar in één van de Noordelijkste steden ter wereld.
21 januari 2020, 10:00am

De noordwaartse drang van Sarah Gerats (36) kwam pas tot halt op 78 graden noorderbreedte. Sinds zeven jaar woont de Nederlandse fotograaf op Spitsbergen, zo'n duizend kilometer van de geografische noordpool. Het dagelijks leven in Longyearbyen, de meest noordelijk gelegen plek in de wereld met meer dan 1.000 permanente inwoners, ziet er helemaal anders uit dan in het Nederlandse Alkmaar waar ze vandaan komt – al is dat op zich natuurlijk niet verwonderlijk. Op Spitsbergen zijn de landschappen wild, gaat de zon maandenlang niet onder en woont er ook een kolonie mensen uit... Thailand. En oja, je kan er niet buiten komen zonder een geweer. Dat is zelfs in de ruigste buurten van kaasstad Alkmaar niet het geval.

VICE: Hoe komt een mens in hemelsnaam op zo’n godvergeten plek terecht?
Sarah Gerats: Heel toevallig. Ik woonde in Helsinki en vloog naar Nederland met SAS Airlines. Die vlucht zat vol en ik kreeg een voucher ter compensatie. Ter inspiratie keek ik op een kaart met hun reisroutes, en daar zag ik toen een eiland ver in het noorden waar ik nog nooit van gehoord had.

Ik raakte gefascineerd door het noorden tijdens een uitwisseling in IJsland. Die drang is nooit meer getemd. Ik droomde ervan om een volledig jaar boven de poolcirkel door te brengen om de natuur en het licht te zien veranderen.


Wij mailen je elke week onze 10 beste verhalen. Deal? Abonneer je dan gratis op de VICE-newsletter.


Wat waren je eerste indrukken?
De natuur op Spitsbergen is overweldigend. De eerste keer dat ik alleen in dat landschap was, tussen die besneeuwde bergen, ging mijn hart als een bezetene tekeer. En die middernachtzon, alleen maar licht! Alles verandert razendsnel, elke dag was anders dan de vorige. Ik voelde meteen dat ik niet weg kon. Ik wilde telkens de volgende dag zien, de volgende maand. En dat is nog steeds zo.

“Hier in Longyearbyen is er één supermarkt, en er is nergens reclame te zien.”

Voordien dacht ik in hoofdsteden. Maar in zo’n kleine plaats, waar 2.000 mensen wonen, is al het praktische veel eenvoudiger. In de stad ben je altijd onderweg; naar een tentoonstelling, naar de winkel. Hier niet. Er is één supermarkt, er is nergens reclame te zien. Op Spitsbergen komt er heel weinig op je af. Dat is best prettig.

Tegenover de middernachtzon staat de lange poolnacht.
De zon gaat onder in oktober en laat zich pas eind februari, begin maart opnieuw zien. Toch mis ik de zon amper. Tijdens de lichte periode ben je altijd aan het werk. Als het donker wordt, heb je eindelijk weer tijd. Meer zuidwaarts, in het noorden van Finland of Noorwegen, is het tijdens die periode elke dag heel eventjes licht. Dan heb je het gevoel dat je iets mist als je toevallig aan het werk was. In Spitsbergen heb je geen last van dat schuldgevoel. Alles kan op elk moment, en dat geeft je een enorme vrijheid.

Tijdens mijn tweede winter hier verbleef ik een paar maanden in een hut zonder stroom. Omdat ik geen klok had meegenomen, wist ik niet of mijn dagritme veranderde. Op een dag zag ik tijdens mijn ontbijt een gloed achter de bergen. Bleek dat het nieuwjaar was. Zo extreem verandert je ritme niet als je wel tijdsbesef hebt, maar toch: in de winter ben ik veel ‘s nachts wakker. Dan lees ik tot zes uur, val ik in slaap en ontwaak ik om twaalf uur ‘s middags. In de zomer precies hetzelfde, dan eet ik vaak om middernacht, omdat het altijd licht blijft. Die twee extremen, licht en donker, houden elkaar in evenwicht.

Wat voor mensen wonen er op Spitsbergen?
Mensen die er bewust voor kiezen. Je hebt hier geen visum of werkvergunning nodig; iedereen is welkom. Vijf procent van de bevolking komt uit Thailand – niet omdat de rijke Noren zich liefde uit het oosten kunnen veroorloven, maar omdat ze hier zonder visum mogen werken. Het enige criterium is dat je voor jezelf kunt zorgen. Er is geen vangnet, daardoor trekt Longyearbyen erg zelfredzame mensen aan. Want niemand steekt je een handje toe en het dagelijkse leven kost enorm veel geld.

“Een liter melk kost hier vier euro. Vergeleken daarmee lijkt zelfs Noorwegen goedkoop.”

Over hoeveel geld hebben we het dan?
Wel, zelfs Noorwegen lijkt goedkoop in vergelijking. Een liter melk kost vier euro. Nu is er discussie of er een tweede supermarkt moet komen, zodat er concurrentie is en de prijzen omlaag gaan. Maar moet het leven zo hoog in het noorden goedkoop zijn? Alle producten worden ingevlogen, de prijzen zijn dan ook redelijk.

Was het moeilijk om vrienden te maken?
Nee. Toen ik hier aankwam werkte ik aan een tentoonstelling, en na een werkdag, rond middernacht, liep ik telkens even naar de bar. Vanwege het gebrek aan taksen zijn alcohol en sigaretten zowat de enige producten die relatief goedkoop zijn. Na een keer of drie in de bar kent heel Longyearbyen je. Al moet je je voor de vaste gezichten wel eerst bewijzen. Veel nieuwkomers blijven zo kort dat de bewoners er geen tijd in investeren. Pas als je wat langer blijft, hoor je erbij.

Je besliste vrij snel dat je in Longyearbyen zou blijven. Wat waren de reacties van het thuisfront?
Mijn ouders waren opgelucht dat ik eindelijk vaste grond onder mijn voeten kreeg. Voordien was ik altijd onderweg, op zoek naar een plaats waar ik wilde wonen. Ik wist niet dat Spitsbergen bestond, dus het was onmogelijk te voorspellen dat ik er terecht zou komen. Maar achteraf gezien wel erg logisch. Dat vonden ook mijn vrienden.

Hoe kwam je aan geld? Had je werk?
De eerste twee zomers werkte ik op een camping. Daarna ging ik aan de slag als ijsberenwacht. Ik heb in de bar gewerkt, bij de toeristische dienst, ik deed van alles. Nu werk ik als gids of expeditieleider op zeilschepen bij toeristische excursies. In de zomer in Spitsbergen, in de winter op Antarctica. De kapitein en ik monitoren het weer en houden het ijs in de gaten. Afgaande op de omstandigheden bepalen we de route en de landingen. We zeilen rond en gaan elke dag aan land. Ik stel het programma samen, ben met de gasten aan land en uiteraard blijf ik opmerkzaam voor beren.

Huh? IJsberenwacht?
Precies. Ga je als toerist buiten het dorp, dan heb je iemand nodig die je beschermt tegen ijsberen. Voordien leefde ik altijd in complete vrijheid, het idee dat je gaat en staat waar je maar wilt. Op Spitsbergen besefte ik onmiddellijk: wil ik hier diezelfde vrijheid, dan moet ik leren schieten.

Hoe leerde je dat?
De camping van Longyearbyen ligt bij de luchthaven, buiten de veilige zone. Daar moet altijd iemand aanwezig zijn die overweg kan met een geweer. Ik moest het dus wel leren. Ik leende een geweer en een vriend nam me mee naar een dal. Hij leerde me daar een aantal praktische dingen, hoe je moet bewegen en ademen, en liet me schieten op een kartonnen doos. Nu oefen ik vaak op de schietbaan. Daar train je op het controleren van stress – honderd meter rennen en dan met versnelde ademhaling en verhoogd hartritme mikken. Als je dat niet doet, ben je altijd afhankelijk van anderen.

De winter erna haalde ik mijn jachtbewijs. Dat heb je in principe niet nodig op Spitsbergen, waar elke bewoner een wapen mag kopen, maar ik dacht: als ik dan toch met een geweer ga rondlopen, kan ik er best zoveel mogelijk over leren. Met een jachtbewijs mag je elk jaar een rendier schieten. Dat heb ik een keertje gedaan, omdat ik wilde weten of ik het kon.

“Je moet altijd voorbereid zijn op een ontmoeting met een ijsbeer, zeker nu het ijs verdwijnt en de beren voedsel zoeken op nieuwe plaatsen.”

Is het gevaar reëel dat je als vieruurtje van een ijsbeer eindigt?
Bij een ontmoeting denk je niet aan het gevaar. Dat komt pas in bed. Op het moment zelf switch je meteen naar een praktische rol, want soms ben je als gids op pad met twintig gasten. Dan moet je die mensen snel en rustig duidelijk maken wat ze moeten doen. Je moet altijd voorbereid zijn op een ontmoeting met een ijsbeer, zeker nu het ijs verdwijnt en de beren voedsel zoeken op nieuwe plaatsen. Ik zie ze nu in gebieden waar ze vroeger niet voorkwamen.

Dat geweer heb je enkel bij als laatste optie. Uiteraard wil je niet schieten, maar het gevaar is bij een ontmoeting wellicht groter voor de beer dan voor de mensen. Mensen denken dat elke beer meteen op je afrent, maar dan is niet zo. IJsberen zijn nieuwsgierig, maar ook op hun hoede. Holt mijn hond erop af, dan loopt de beer weg.

Als fotograaf maak jij kunst waarin de omgeving een belangrijke rol speelt.
In Spitsbergen is het landschap meer dan een achtergrond. Ik ben altijd in dat landschap, dus ideeën nestelen zich in mij. Voordien was dat helemaal anders: toen leefde ik nog in een atelier en werkte ik eerder een gedachte uit die ik daarna ergens anders uitvoerde.

Ik leid ook de kunstenaarsresidentie Arctic Circle. Twee keer per jaar hebben we 30 kunstenaars aan boord. Veel kunstenaars willen iets vertellen over de klimaatverandering, maar ze weten niet precies wat er gebeurt.

Hoe ervaar jij klimaatverandering op Spitsbergen?
In de media wordt die gesymboliseerd door een uitgehongerde ijsbeer zonder ijs. Een sterk beeld, maar dat is niet het ergste wat wij hier zien. Het landschap, dat altijd stabiel is geweest, is dat opeens niet meer. Het begint te smelten. Niet enkel het ijs, maar het hele landschap, de permafrost.

Spitsbergen werd altijd beschouwd als een arctische woestijn, maar nu regent het soms weken aan een stuk. In zeven jaar zag ik de gletsjers zich terugtrekken. Niet alleen jaar na jaar, maar ook maand na maand. Je kan hier onmogelijk wonen en vinden dat die klimaatverandering wel meevalt.

In Longyearbyen is er ook bijna geen plaats meer om te wonen. Dat komt onder meer doordat een lawine een paar jaar geleden 180 huizen onbewoonbaar maakte. Er zijn beduidend meer lawines. De huizen zijn gebouwd op palen die vastzitten in permafrost, de vaste laag van bevroren aarde. Die begint nu te smelten.

“Elk jaar ben ik ongeveer 300 dagen op zee, maar thuis, op Spitsbergen, slaap ik achter in mijn oude Volvo. Die ligt vol met rendiervellen.”

Jij bent zelf ook technisch dakloos toch? Je woont in je auto.
Ik heb hier een klein atelier, maar de wet verbiedt me om daarin te wonen. Elk jaar ben ik ongeveer 300 dagen op zee, maar thuis, op Spitsbergen, slaap ik achter in mijn oude Volvo. Die ligt vol met rendiervellen. Natuurlijk zou het praktischer zijn om een huis te hebben, zeker als het zo koud is dat de ramen vanbinnen bevriezen, maar ik ontwaak wel elke ochtend in de natuur.

Zeven jaar lang heb ik constant gewerkt en kwam ik over heel Spitsbergen. Maar ik had nooit de tijd om er alleen te zijn, of om net iets verder te gaan. Ik moet er altijd voor zorgen dat iedereen op tijd terug op de boot was voor de lunch. Nu heb ik een stalen boot gekocht en ga ik wat minder werken en meer op mezelf zeilen. Ik geniet ervan om alleen te zijn, voor mezelf beslissingen te kunnen nemen. Heb ik behoefte aan gezelschap, dan leg ik aan in een haven en kom ik vanzelf wel iemand tegen.

Als ik Spitsbergen nog beter en dieper wil leren kennen, als ik echt wil zien wat er verandert, dan moet ik alleen kunnen zijn. Mijn grote droom is om een winter met de boot in te vriezen in het ijs. Om het donker op de meest intensieve manier te ervaren, om weg te zijn van alles en me te concentreren op de dingen waarvoor nooit tijd is: de vragen waarmee ik worstel, de boeken die ik wil lezen. Een winter zonder afleiding. Spitsbergen zal altijd mijn thuis blijven.

Volg VICE België ook op Instagram:

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op VICE NL.

Tagged:Noorwegen