Quantcast
Zo tragisch verloopt je weekend als je veertig uur per week werkt

Na vijf dagen buffelen in de graftombe die 'kantoor' heet, zuip je op vrijdag je kop eraf, en breng je je hele weekend in bed door.

Foto via

De kans is reëel dat je net als ik ergens in je twintigerjaren de stap maakt die je zo'n twee decennia met kolkende angst tegemoet hebt gezien: de stap naar het hebben van een kantoorbaan. Allerlei zaken die lang je leven hebben bepaald zijn hiermee voorgoed verleden tijd, zoals doordeweeks drugs gebruiken, om half twee wakker schrikken van je eigen scheet, vier weken lang dezelfde trui dragen, en de dagen beginnen met omeletten en de updates op YouPorn.

Je nieuwe baan vereist dat je je veertig uur per week met dezelfde mensen in dezelfde omgeving bevindt, wat in het begin nog uit te houden is, maar al snel een pijnlijke sleur wordt. Je raakt gewend aan de maandagochtendzuchten en de dinsdagmiddagscheten van je collega's. Als iemand op woensdag over Zaagmans begint lach je schamper, omdat het als ironische kantoorhumor bedoeld is, tot je beseft dat ironische kantoorhumor even dom is als oprechte kantoorhumor. Op een dag merk je somber op dat je euforisch bent om een goed gelukte Excelsheet. De ene dag is iets beter dan de andere, maar er zijn dagen bij dat het hoogtepunt van je dag een klontje onopgeloste poeder in je Cup-a-Soup is, waardoor je even blij opschrikt van het zoute flubbertje in je mond.

Langzaam slijt de kantoorsleur diepere groeven in je frons. Alle clichés rond het gruizige kantoorbaanleven bleken beangstigend goed te kloppen, maar je kan er niet eens over zeuren, omdat je er zelf voor koos.

Ik koos er ook voor. Een beetje sleur kan geen kwaad, dacht ik, en ach, na vijf dagen is het al weer weekend. Dat was waar; na elke vijf werkdagen begint het weekend. Maar wat ik me nooit heb gerealiseerd, is dat de tragiek van het kantoorleven daar niet eindigt. Dit klinkt als aanstellerij, maar ik vind het belangrijk dat iedereen weet dat het kantoorleven ook op het weekend een grote, lugubere stempel drukt. Ik wil niet alle weekenden over één kam scheren, maar toch zal ik proberen te schetsen hoe een gemiddeld weekend na een kantoorweek verloopt. Ter voorbereiding, als je binnenkort aan een kantoorbaan begint, of als troost der herkenning, als je die stap al hebt gemaakt.

Iedere twintiger met een kantoorbaan op een zaterdag (foto via)

Het probleem is vooral dat vijf dagen buffelen in de graftombe die 'kantoor' heet zulke hoge verwachtingen schept voor het weekend, dat die verwachtingen onmogelijk waar te maken zijn. De druk om het optimale uit je enige twee vrije dagen van de week te halen werkt verstikkend. Nou zou dit nog overkomelijk zijn als je die verwachtingen in ieder geval grotendeels waar zou maken, maar ook dat is niet het geval.

De reden ligt voor de hand en is tragisch. Ten eerste voelt het aanbreken van vrijdagmiddag als aankomen bij Santiago de Compostella, na een vijfdaagse pelgrimstocht met een ontstoken blaar onder je voet. Ten tweede verandert vijf dagen op een laptop ploeteren bier in heroïne. Het gevolg is dat je zonder fatsoenlijk te eten je gezicht er zo hard af drinkt, dat je om elf uur je hoofd niet meer voelt en om twaalf uur niet meer weet waar je hoofd überhaupt zit. Als je je weer wat later niet eens meer kan herinneren dat je ooit een hoofd hebt gehad, suis je een diepe dronken slaap in.

Een paar uur later schrik je veel te vroeg wakker, omdat je lichaam gewend is geraakt aan bij tijds opstaan. Je wordt overvallen door diverse pijnen, waaronder een stekende pijn in je hoofd, een pijnlijke ingedroogde mond en een brandende maag van de honger. Je wil verder slapen, maar het lukt niet, en dus pak je je telefoon om wat te internetten – het enige waar je op dit moment toe in staat bent. Je scrollt langs je standaard internetdingen, als je alles gehad hebt bekijk je de minder standaard dingen, en daarna kom je terecht in het zwarte gat van het internet, zoals de 'Aanbevolen voor jou'-kanalen op YouTube. Tussendoor pak je een paar vieze filmpjes mee, om een gat in de dag te masturberen en nog kwalijker te ruiken en plakken dan je al deed.

Het gevaarlijkste aan dit alles is het moment dat je zou kunnen omschrijven als 'het dode punt'. Dat zit zo. Natuurlijk heb je geen eten in huis, waardoor je naar de supermarkt zal moeten strompelen. Wacht je hier te lang mee, dan kom je op het punt dat je zoveel honger hebt dat je niet meer kan bewegen. Je zit vanaf dit moment in de chasse patate, want de honger wordt alleen maar erger en het kunnen verhelpen van die honger alleen maar moeilijker. Ook een dutje doen om even je zorgen te vergeten is onmogelijk, met zovele gierende leegte in je maag. Terwijl de middag verstrijkt voel je je lichaam verder en verder verpieteren.

Je denkt aan de dingen die je de afgelopen week van plan was om op deze dag te doen. De afwas doen. Je moeder bellen. Je armzalig lege klerenkast aanvullen met bijvoorbeeld een nieuwe broek, omdat je daar de rest van de week geen tijd voor hebt aangezien je EEN FUCKING KANTOORBAAN HEBT. Maar het lukt je niet. Vijf dagen achter elkaar ben je op tijd opgestaan en naar je werk gegaan, heb je dingen gedaan voor andere mensen die je niet per se wilde doen, maar nu je iets moet doen waar je zelf wat aan hebt weigert elke vezel in je lichaam. Alsof discipline een spier is, die zoveel pijn doet dat het allersimpelste taakje al te veel is gevraagd. Zelfs van het idee te moeten douchen krijg je de rillers. En zo verteer je verder. Als een stuk rundvlees sudderend in de hachee brokkel je langzaam steeds verder uit elkaar.

Het optimale uit je wc-pot, maar niet uit je weekend halen (foto via Flickr-gebruiker Joan Calencia)

Als het na uren van marineren in je eigen verveling al weer donker begint te worden, weet je dat je in een levensbedreigende situatie begint te geraken, en met alles wat je in je hebt trek je wat kleren aan en slenter je naar een plek waarvan je zeker weet dat je je in een keer helemaal vol kunt eten met vettigheid. Je kunt weer bewegen, wat fijn is, maar waardoor je ook overvallen wordt door de druk om nog iets van je dag te maken. Je ziet op je telefoon dat het tegen zessen is, wat betekent dat de winkels al bijna dichtgaan en je wederom geen broek hebt kunnen kopen. Er valt weinig eer meer te behalen aan deze dag – een dag die je je vijf dagen lang inbeeldde als een vierentwintig uur durende hemel. Je wordt overvallen door zelfhaat van onmenselijke grootheden.

De enige laatste strohalm om nog iets uit deze dag te slepen is door iets van je avond te maken. Daar komt alcohol bij kijken, omdat er een kater én een flinke deceptie overwonnen moet worden. Als een tempelier zuip je opnieuw je kop eraf, waardoor je op zondag opnieuw wakker wordt met het gevoel dat er een dikke sumoworstelaar op je lever zit te chillen. Het hele liedje begint van voren af aan, behalve dat je nu ook nog een whatsappje van je moeder ontvangt, waarin ze vraagt of je komt eten. Hierdoor word je gedwongen om een keuze te maken tussen je brakke stinklijf naar je moeder sleuren, of je moeder en jezelf gruwelijk teleurstellen.

Met deze keuze als een molensteen om je nek pruttel je als een slap gekookte stronk lof de zondag door. Uiteindelijk besluit je je moeder het slechte nieuws te whatsappen, een diepvriespizza te halen en thuis te blijven. Over een paar uur breekt de nieuwe kantoorweek aan, en mag je weer vijf dagen lang achter je computer zitten, in een van de twee broeken die je al jaren aan hebt. En zo'n erg vooruitzicht is dat niet eens.