seksueel geweld

Zou seks tegen de wil ook verkrachting genoemd moeten worden in de wet?

Ferd Grapperhaus wil seks tegen de wil strafbaar stellen. Hij noemt het geen verkrachting. Daar zijn mensenrechtenorganisaties het niet mee eens. Hoe zit het precies?
30 juli 2020, 11:19am
seksuele interactie tegen de wil
Beeldbewerking door Djanlissa Pringels. Via de Gender Spectrum Collection van VICE.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid wil seksuele interactie tegen iemands wil strafbaar maken. Als iemand wist, of had moeten weten, dat de ander geen seks wilde, is dat genoeg voor een veroordeling. Het zit zo: minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus vindt dat slachtoffers van seksueel geweld onvoldoende worden beschermd door de huidige wet. We spreken van verkrachting als er dwang en geweld wordt gebruikt. Daar staat een maximale celstraf op van 12 jaar. Op dit nieuwe misdrijf, seksuele interactie tegen de wil, is de maximale straf 6 jaar. Door de strafbaarstelling van dit nieuwe delict hoeft er geen dwang en geweld meer worden bewezen om tot een veroordeling te komen. Dat biedt meer bescherming voor slachtoffers die bijvoorbeeld bevriezen en zich niet kunnen verzetten.

Nederland heeft in 2011 het Verdrag van Istanbul tegen seksueel en huiselijk geweld ondertekend. Dat verdrag verplicht om de focus bij seksueel geweld te verschuiven van dwang naar instemming, om zodoende de rechtspositie van slachtoffers te verbeteren. Minister Grapperhaus wil om deze reden seks tegen de wil strafbaar stellen, zodat Nederland kan voldoen aan wat in 2011 is afgesproken.

Er is veel ophef over het nieuwe delict. Amnesty International is van mening dat seks tegen de wil óók verkrachting is, en vindt dat het ook zo in de wet zou moeten staan. Anderen zijn het daar niet mee eens, en zeggen dat je niet zomaar een onbedoelde blooper in bed verkrachting kan noemen. Is het toevoegen van het delict seks tegen de wil een goed idee, of gaat het voorstel niet ver genoeg om slachtoffers te beschermen? Zou je seks tegen de wil inderdaad verkrachting moeten noemen, en zo ja: wat zijn daarvan de gevolgen?

Femke Zeven is projectleider bij Bureau Clara Wichmann, een stichting die zich inzet voor het verbeteren van de rechtspositie van vrouwen en tegen genderdiscriminatie. Zij vindt het voorgestelde delict seksuele interactie tegen de wil een stap in de juiste richting, maar vindt het gebrek aan heldere uitleg over deze termen kwalijk. “Als seks tegen de wil het seksueel binnendringen zonder dat diegene dat wil betekent, ook al hoef je niet te bewijzen dat er sprake is van dwang en geweld, waarom noemen we dat dan geen verkrachting?

Seks zonder instemming is verkrachting volgens het Verdrag van Istanbul. Dat staat ook in het GREVIO-rapport uit 2019, een comité dat de implementatie van het Verdrag van Istanbul in Nederland monitort. Het Wetboek van Strafrecht draagt bovendien een norm uit. Je communiceert naar slachtoffers en de samenleving dat seks tegen iemands wil geen verkrachting is, dat het minder erg is,” vertelt ze.

Het VN-vrouwenverdrag, een internationaal mensenrechtenverdrag, adviseert dat seks zonder instemming als verkrachting moet worden gezien in nationale wetgeving. Volgens Amnesty gebeurt dat tot nu toe in 9 van de 31 Europese landen. Daar hoort Nederland vooralsnog niet bij.

“Het Europees Hof van de Rechten van de Mens heeft in 2003 al een uitspraak gedaan waaruit blijkt dat het gebrek aan instemming centraal moet staan bij verkrachtingsdelicten, en zeker niet dwang of geweld. Zeventig procent van de slachtoffers van verkrachting bevriest. Dat is een heel natuurlijke reactie. Het bewijzen van dwang en geweld is dan onmogelijk, en daarmee een veroordeling voor verkrachting ook,” legt Zeven uit. “Dat is ook de reden waarom Grapperhaus dit delict wil, en volgens internationale wetgeving ook moet, toevoegen: zodat die veroordeling er wel kan komen. Dan is de vraag alsnog: waarom willen we dat dan geen verkrachting noemen?”

Eind juni verscheen er een rapport van I&O Research in opdracht van Amnesty International waaruit bleek dat driekwart van de Nederlandse bevolking vindt dat seks zonder instemming hetzelfde is als verkrachting. 84 procent van de respondenten vindt dat er nooit verzachtende omstandigheden voor een verkrachting zijn.

Ivonne Leenhouwers is strafrechtadvocaat bij Jebbink Soeteman Advocaten en verdedigt verdachten van zedendelicten. Ik vraag haar of zij vindt dat seks tegen de wil als verkrachting zou moeten worden gezien. “Nee, dat vind ik niet. Het is echt een ander verwijt,” zegt Leenhouwers. “Dat heeft te maken met het perspectief van degene die iets fout doet. Als je iemand wil straffen voor een ernstig strafbaar feit, zoals verkrachting, dan moet je daarin meenemen in hoeverre iemand bewust fout zat. Wanneer je een keer een vergissing hebt gemaakt in bed, omdat je misschien onervaren bent, allebei een borrel op had en niet goed hebt kunnen registreren dat de ander tijdens de seks niet terug zoende – dan hoort daar het stempel verkrachting niet bij. Bedenk wel: bij een veroordeling heb je op je strafblad verkrachting staan. Er geldt een taakstrafverbod, dus alleen een gevangenisstraf wordt passend gevonden. In de krant word je als verkrachter beschreven, of dat je ooit verdachte bent geweest van verkrachting. Dat blijft staan, ook al word je vrijgesproken. Bij een veroordeling voor verkrachting krijg je nooit meer een Verklaring Omtrent het Gedrag – dus je kan in heel veel sectoren niet meer werken, bijvoorbeeld in het onderwijs. Maar je kan ook niet meer aan de slag als taxichauffeur of conducteur bij de NS. Je kan zeggen: moreel gezien vind ik dat iedereen die seks heeft daar uiterst voorzichtig mee om moet gaan. Maar de vraag is: als je kennelijk onvoldoende voorzichtig bent geweest, onbedoeld, omdat je iemand niet goed kent, of signalen hebt gemist omdat het je eerste keer is, noem maar op, moet je dan iemand kunnen veroordelen voor dit ernstige misdrijf? Het stempel van verkrachting is zo zwaar, daar kom je de rest van je leven niet meer vanaf.”

Zeven denkt anders over dat label. “Als er geen volledige instemming is – dus als iemand seksueel binnendringt zonder toestemming en iemands lichamelijke integriteit daarmee schendt – denk ik dat we zo iemand kunnen labelen als verkrachter,” vindt ze. “Hoe hard dat misschien ook mag klinken voor sommige mensen, laten we het alsjeblieft benoemen zoals het is. Ik denk dat het nu wel tijd is om over het taboe van de term ‘verkrachting’ heen te komen, als dat betekent dat we slachtoffers, die het maximale ongemak van het delict zelf ervaren, daarmee beter kunnen beschermen.”

Amnesty ziet het liefst het verkrachtingsdelict aangepast, in plaats van dat seks tegen de wil als nieuw misdrijf wordt toegevoegd. Maar betekent dat dan dat alle verkrachtingen hetzelfde worden bestraft, of dat er opeens veel meer veroordelingen voor verkrachting kunnen plaatsvinden?

Daar is Zeven niet bang voor. “De bewijslast bij een verkrachting of een andere vorm van seksueel geweld is hoog, en dat blijft het ook. Een verkrachting is over het algemeen heel moeilijk te bewijzen. Het is niet zo dat wanneer we instemming centraal stellen en de rechtspositie van slachtoffers verbeteren, dat opeens iedereen die onhandig doet tijdens de seks, of hoe je het ook wil noemen in zo’n situatie, veroordeeld wordt als verkrachter. Dat is te kort door de bocht. Bovendien: als je varieert in de strafmaat, en de rechter hierin alle omstandigheden meeweegt, zal zo’n ‘lichtere’ situatie nooit vergelijkbaar worden veroordeeld als een situatie waarin geweld en allerlei andere verzwarende aspecten meespelen. Daarnaast wordt vaak over het hoofd gezien dat er in het strafrecht ontzettend veel waarborgen zijn ingebouwd om daders te beschermen,” legt Zeven uit.

Hoewel Leenhouwers zegt dat je in de algemene opinie “wel harteloos zou moeten zijn om tegen het slachtoffer te zijn,” vindt ze dat Amnesty de aandacht te eenzijdig richt op slachtoffers. “Het is ernstig en traumatiserend als je te maken hebt met onvrijwillig seksueel contact, dat begrijp ik. Maar er zit een geleidelijk verschil in de ‘klassieke’ verkrachting onder dwang, onder druk of met geweld, bijvoorbeeld door opgesloten te worden in huis of ergens mee naartoe genomen worden, waarin je geen mogelijkheid ziet aan het seksueel contact te ontsnappen, en een ongewenste seksuele ervaring zonder dwang, als gevolg van onvoldoende communicatie en het verkeerd interpreteren van signalen. Die signalen zijn soms echt onduidelijk, en daarin kunnen fouten worden gemaakt. Dat is verkeerd, en binnenkort ook strafbaar, maar het is niet hetzelfde als het opzettelijk dwingen van iemand. Het is dus alleen maar goed dat je daar straks verschillende soorten strafbare feiten voor hebt. Het stempel moet wel passen bij de gebeurtenis,” zegt ze.

Leenhouwers begrijpt wel dat er in de wetgeving een consentmodel gaat komen, dus een model gebaseerd op instemming in plaats van dwang. “Grapperhaus doet in principe nog meer dan waar het Verdrag van Istanbul om vraagt. Hij zegt: je bent strafbaar als je weet, of redelijkerwijs moet vermoeden, dat je seksuele handelingen uitvoert die tegen de wil van een ander plaatsvinden. Dat laatste is een toevoeging die niet verplicht is volgens het verdrag,” legt Leenhouwers uit. “Kijk: of je het nou naast het dwangmodel legt, of het dwangmodel aanpast, seks tegen de wil, of seks zonder toestemming, wordt strafbaar als zedenmisdrijf, met alle gevolgen van dien. Hiermee krijgt het slachtoffer van onvrijwillig seksueel contact erkenning, en is een aanpassing van het verkrachtingsartikel niet nodig,” vindt ze.

Op dit moment loopt er een internetconsultatie over de wet.