Identiteit

Waarom moeten bi-mannen nog steeds bewijzen dat ze bestaan?

Het klinkt belachelijk, maar onderzoekers houden zich nog steeds bezig met de vraag of biseksuele mannen überhaupt bestaan.
04 augustus 2020, 3:19pm
man hiding pink blue bald head
Beeld via Getty. Beeldbewerking door de auteur. 

Eind februari van dit jaar begon schrijver en activist Vaneet Mehta een campagne op Twitter, omdat hij zich ongerust maakte over bifobe opmerkingen die hij tegenkwam online. Onder de hashtag #BisexualMenExist riep hij bi-mannen op om een guitige foto van zichzelf te delen, om zo wat biseksuele positiviteit de wereld in te brengen. 

Nou denk je misschien dat een stelling als “er zijn biseksuele mannen” in 2020 weinig controversieel meer is. Maar vorige maand verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS een opvallende studie, waarin precies dát werd onderzocht. Na een reeks experimenten waarbij de genitale respons van proefpersonen werd gemeten, besloot een groep wetenschappers dat er ‘robuust’ bewijs is dat biseksuele mannen bestaan. Een verwarrende conclusie, vooral voor mannen die al jarenlang onbekommerd hun biseksuele gangetje gaan, zonder zich daarbij af te vragen of ze wel echt zijn.

Kennelijk zijn er veel mensen die in het dagelijks leven zo weinig biseksuele mannen tegenkomen dat er hashtags en klinische testen nodig zijn om ze aan hun bestaan te herinneren. Waarom is biseksualiteit bij mannen nog altijd zo onzichtbaar?

“We denken graag binair”, zegt sociaal wetenschapper Emiel Maliepaard, die sinds 2012 onderzoek doet naar biseksualiteit in Nederland, op dit moment voor kenniscentrum Atria. “Dag-nacht, man-vrouw, wit-zwart. Mensen hebben blijkbaar een voorkeur om te denken in tweedelingen. Dat zie je terug bij het denken aan homo en hetero als de twee geijkte categorieën die er zijn.” Ook het idee dat seksualiteit iets is dat nooit verandert speelt erg, zegt hij. Je bent of het een óf het ander, en dat hangt dan vaak af van het geslacht van je partner. “Daardoor blijft een groot deel van de mensen met biseksuele gevoelens onzichtbaar”. Voor mannen geldt dat des te meer, omdat seksualiteit tussen twee mannen op minder goedkeuring kan rekenen. “Voor vrouwen is het meer geaccepteerd om seksueel fluïde te zijn dan voor mannen. Intimiteit tussen vrouwen wordt sneller getolereerd dan intimiteit tussen twee mannen,” zegt Maliepaard. 

Gerrit Jan Wielinga van Bi+, een stichting die zich inzet voor een bi+-inclusieve samenleving, vertelt dat het openlijk uitdragen van een biseksuele identiteit voor mannen niet altijd even vanzelfsprekend is. “Wij horen vaak dat mannen twijfelen of ze wel bi genoeg zijn, want het is niet duidelijk wat bi precies is. Moet je je precies evenveel aangetrokken voelen tot mannen als tot vrouwen? Moet je ook daadwerkelijk seks hebben gehad met meerdere genders? Wat als je je aangetrokken voelt tot non-binaire personen? Wat past beter bij je, queer, bi of pan?” 

Naast die onduidelijkheid, zijn er volgens Wielinga drie maatschappelijke normen die het voor mensen met bi+-gevoelens lastig maken om hun seksualiteit openlijk uit te dragen. “Er is een monogame norm, die stelt dat je je moet beperken tot een partner; een binaire gendernorm, waardoor er wordt verwacht dat je ofwel man, ofwel vrouw bent, met alle verwachtingen en rollenpatronen die daar aan vastzitten; en een monoseksuele norm, wat wil zeggen dat er verwacht wordt dat je hetero of homo bent, maar niets daartussenin.”

Vooral die monoseksuele norm maakt dat mannen met biseksuele gevoelens snel te maken hebben met het stigma van onbetrouwbaarheid. De Amerikaanse professor John Michael Bailey, een van de auteurs van de pas verschenen studie over biseksuele mannen, werkte in 2005 mee aan een omstreden studie waarin het bestaan van biseksuele mannen werd ontkend. “Met name in Amerika heeft dat wel geleid tot een bepaald stereotype dat je als bi-man een leugenaar bent, iemand die eigenlijk homo is maar nog half in de kast zit”, aldus Maliepaard. 

Uit onderzoek dat Maliepaard deed in 2018 bleek dat bi+-mensen er vaak niet voor kiezen om uit de kast te komen. “Uit de kast komen wordt vaak gepresenteerd als een soort laatste mijlpaal die je moet nemen om als lhbti-persoon een gelukkig leven te kunnen leiden. Maar ik heb veel bi-mensen gesproken die dat niet nodig vinden. Voor hen voelt het kunstmatig, of zelfs schadelijk. ‘Waarom moet ik mezelf verantwoorden, zodat jullie met mij om kunnen gaan?’ denken ze dan.” Mensen met bi-gevoelens willen wel over hun seksualiteit praten, zegt Maliepaard, maar dan wel op een organische manier, bijvoorbeeld met vrienden met wie je toch al over seks en relaties praat. Het vertellen dat je bi bent is dan geen doel op zich, je doet het om intimiteit te scheppen en een band met iemand op te bouwen. 

Wielinga kan zich daarin vinden. “Uit de kast komen is eigenlijk een heteronormatieve handeling. Je zegt daarmee: ik ben anders. Maar voor mensen met bi+-gevoelens is dat niet altijd zo eenvoudig. Die vragen zich af in hoeverre ze eigenlijk anders zijn, en wat ze er eigenlijk aan hebben om zichzelf bi te noemen en zo een aparte status in te nemen. Soms hebben ze zoiets van ‘ga weg met je identiteiten’. En dat vind ik valide.”

Hij merkt daarnaast op dat het hebben van bi+-gevoelens vaak ook gewoon enorm ingewikkeld is om uit te leggen. “Ik merkte dat aan mezelf, toen ik voor onze site een verhaaltje wilde schrijven om mezelf voor te stellen. Ik heb drie pogingen gedaan, omdat ik toch het idee had dat ik moest uitleggen hoe bi ik nou eigenlijk ben. Heel raar eigenlijk, maar ik ging me toch ergens weer afvragen of ik wel bi genoeg ben.”

Dat ontbreken van een duidelijk verhaal is een andere reden voor de onzichtbaarheid van mensen met biseksuele gevoelens, zegt Maliepaard. Qua cijfers is die groep veruit de grootste binnen de lhbti-beweging, maar ze zijn veel minder nadrukkelijk aanwezig dan bijvoorbeeld homo-activisten. “Homo-zijn is relatief duidelijk”, zegt Maliepaard, “dan kun je je afzetten tegen de heterowereld. Maar bi-mensen vallen daar een beetje buiten.”  

Daarnaast zijn er ook veel bi’s die geen behoefte hebben om zichtbaar te zijn, of om die identiteit te claimen. “Een echte biseksuele cultuur heb je dan ook niet”, voegt Wielinga toe. “Behalve puns, misschien_._ Feesten en evenementen voor bi+-mensen hebben vaak een woordgrap in de naam, ‘Bizonder’ of ‘Love to Love You Babi’, bijvoorbeeld.”

Het is al met al goed te begrijpen is dat veel bi-mannen hun leven leiden zonder zich nadrukkelijk uit te spreken over hun seksualiteit. Maar dat betekent niet dat er geen behoefte is aan representatie, zegt Maliepaard. “Veel mensen die ik sprak voor mijn onderzoek waren aanvankelijk niet zo bekend met biseksualiteit, waardoor ze worstelden met de vraag of ze nou homo-of heteroseksueel waren.” Het kan veel goeds doen als zichtbare mannen open zijn over hun seksuele oriëntatie, zegt Maliepaard. “Ik vind het leuk om te lezen dat er steeds meer jonge bekende mannen open zijn over hun biseksuele gevoelens, zoals de Britse gymnast Luke Strong. Hij benadrukte vooral dat zijn omgeving het al lang weet, en er geen enkel probleem mee heeft. Zulke mensen, die over hun seksualiteit praten als iets heel normaals, kunnen er flink aan bijdragen dat mannen open durven te zijn over hun eigen biseksuele gevoelens.”