Waarom ik nooit zal stoppen met het slikken van antidepressiva
De week van de geestelijke gezondheid

Waarom ik nooit zal stoppen met het slikken van antidepressiva

Na verkeerde diagnoses, zielenknijpers, slechte pillen en zelfmoorden in mijn omgeving belandde ik uiteindelijk bij het hemelse Prozac.
22 februari 2016, 10:10am

De hele week staat VICE in het teken van psychische gezondheid onder jongeren, en proberen we een licht te schijnen op een aantal van de belangrijkste kwesties die daarbij komen kijken.

Illustratie door Nick Scott

Als mensen je naar het waarom vragen, voel je je eigenlijk helemaal machteloos. Schuldig zelfs. Waarom ben je depressief? Er moet toch iets gebeurd zijn waardoor je je zo voelt? Alsof je je in de eerste instantie nog niet slecht genoeg voelde, moet je nou ook nog je depressie rationaliseren of wegredeneren.

Het is niet verwonderlijk dat zelfhaat een van de symptomen van een depressie is. Natuurlijk ga je jezelf haten als er geen concrete reden is waarom je je zo slecht voelt. En ja, het maakt het alleen maar erger als je weet dat er mensen zijn die honger lijden en dakloos zijn, en een echte redenen hebben om ongelukkig te zijn. Je wordt verscheurd door je eigen zelfingenomenheid.

En toch heeft depressie niks met zelfingenomenheid te maken. Het is een onevenwichtigheid in de hersenen, waardoor je je op een wanhopige manier somber en/of doodsbang voelt over alles om je heen. Je hoeft geen existentiële crisis over de doelloosheid van het leven te hebben, je hoeft geen samenzweringen tegen je te voelen, je hoeft je baan niet te verliezen; hoewel dit allemaal wel kan helpen. Je hebt soms alleen even die kronkel in je hersenen nodig. En als je die kronkel hebt, verliest het leven alle objectiviteit en is er geen touw meer aan vast te knopen.

Dus, bijvoorbeeld, je wilt niet geconfronteerd worden met 's ochtends opstaan, dus wikkel je jezelf als een worstenbroodje in je dekbed en blijf je voor altijd in het donker liggen. Of je staat wel op, en merkt dat je zonder duidelijke reden ineens ongecontroleerd aan het huilen bent in de supermarkt. (Ik heb jarenlang elke zaterdagochtend gehuild toen mijn vriendin en ik naar de supermarkt gingen. Ik weet niet waarom, ik vond het eigenlijk wel een fijne plek, maar uiteindelijk besloot ze dat het gemakkelijker was om in haar eentje boodschappen te doen.) Of je gaat expres voor auto's staan, om te kijken wie er eerder uitwijkt, terwijl je hoopt op het ergste. Of je durft niet met de metro te gaan, omdat je bang bent dat je jezelf eronder gooit – en ja, ik weet dat dat verschrikkelijke gevolgen voor alle betrokkenen heeft.

Mijn hele volwassen leven lang is dat mijn ambitie geweest – om iets te voelen dat de echte wereld weerspiegelt; blijheid omdat er iets goeds is gebeurd, verdrietigheid omdat er iets ergs is gebeurd.

Of je bent bang om mensen in hun ogen aan te kijken, omdat je constant denkt dat ze je zullen ontmaskeren, zelfs als je niet helemaal zeker weet wat voor soort ontmaskering dat dan zou moeten zijn – voor het zijn van een domme lul, een bijdehandje, dat je gevoelloos bent, of overgevoelig, van iemand houdt, of juist niet, niks te zeggen hebt, ga zo maar door. Of je bent zo verlamd van angst, of opgesloten in je eigen wereld, dat je niet meer in staat bent om de basisprincipes te begrijpen. Iemand zou je bijvoorbeeld een vraag kunnen stellen, maar jij kan niet antwoorden, omdat je in je hoofd alleen maar de van links naar rechts klikkende metronoom hoort, die alle andere gedachtes verstikt.

Ik herinner me dat ik eens op vakantie was in Griekenland met een vriendin. Het hielp niet dat we geen geld hadden, dus brachten we onze dagen en nachten door op een naaktstrand, omringd door narcistische hedonisten, die van niets zo blij werden als henzelf. Elke dag wilde ik dat het zou gaan regenen. Niet omdat we dan een excuus zouden hebben om het strand te verlaten, maar omdat ik dan een reden zou hebben om me kut te voelen. "We zijn helemaal naar Griekenland gekomen om van alle vleselijke geneugten te genieten, en nu komt het met bakken uit de hemel. Kut. Het leven is wreed." Mijn hele volwassen leven lang is dat mijn ambitie geweest – om iets te voelen dat de echte wereld weerspiegelt; blijheid omdat er iets goeds is gebeurd, verdrietigheid omdat er iets ergs is gebeurd.

Het is de vloek van de depressieveling om dat schijnbaar makkelijke gevoel te worden ontzegd. Tenzij de depressieveling, zoals ikzelf, pillen neemt.

Tot ik volwassen werd, verzette ik me tegen antidepressiva. Dat kwam waarschijnlijk omdat mijn dokter me antidepressiva voorschreef, terwijl ik eigenlijk een hersenontsteking had – dus ik had nooit veel vertrouwen in een deskundige diagnose. Pillen waren een teken van mislukking, van waanzin, één stap verwijderd van elektroshocktherapie en niet zo ver verwijderd van de volledige lobotomie. Alles behalve pillen.

Dus toen ik tien jaar oud was, werd ik naar een ziekenhuispsychiater gestuurd. Zij vroeg me hoe ik me voelde, en besloot toen dat ik het syndroom van Münchhausen by proxy had, in plaats van een hersenontsteking, en dat het allemaal de schuld van mijn arme moeder was. Bleek dat zij – de psychiater, niet mijn moeder – helemaal gek was en vaak naakt door het ziekenhuis rende als de klok middernacht sloeg.

Een paar jaar later, toen ik een echte depressie had (veel overlevenden van een hersenontsteking lijden na hun behandeling aan een depressie – omdat er met hun hersenen is geknoeid, omdat ze er een handicap aan hebben overgehouden of omdat ze achteraf met het leven worstelen), ging ik naar een andere psychiater. Hij genoot ervan om mij te horen praten over hoe slecht ik me voelde, en dacht dat hij heel slim was toen hij suggereerde dat mijn depressie misschien wel iets te maken had met waar ik doorheen was gegaan. Ik wist niet wat ik daar deed, luisterend naar een man die mijn levensverhaal absorbeerde en vervolgens met een conclusie kwam die ik al kende. Ik wilde geen begrip, zelfs geen sympathie, ik wilde geholpen worden. Daarnaast was hij vreemd – een aardige vent, maar hij was te zwaar, dus hij had zijn kaken op elkaar geklemd. Dat hielp ook niet mee. Hij onderging een gastric bypass, en dat werd uiteindelijk zijn dood. Ik moest tijdens onze sessies de ramen opendoen, omdat zijn maag zo was vernield door de chirurg dat er non-stop gassen uit zijn lichaam kwamen.

Niet lang daarna probeerde ik het weer met pillen. Ik werd er catatonisch van. Zombiepillen. Hoewel ik eerst wilde dat ik de hele dag sliep, zorgden deze pillen ervoor dat ik dat ook daadwerkelijk deed. Natuurlijk voel je niet zo slecht als je alleen maar slaapt, maar het is niet echt een leven. Ik stapte weer van de pillen af.

De verandering was verbazingwekkend. Ik werd geen glanzend gelukkig persoon, maar ik hield op met de hele tijd huilen.

De tien jaar daarna overleefde ik zonder zielenknijpers of pillen. Ik huilde mezelf door het leven, rolde mezelf in het worstenbroodjesdekbed en kwam er zo doorheen. Ik had een goed leven – ik had mijn droombaan bij The Guardian, een geweldige vriendin, kinderen, vrienden – maar toch voelde ik me klote.

Depressievelingen worden naar elkaar toe getrokken. Je kan ze ruiken van een kilometer afstand. En daardoor trok ik waarschijnlijk naar mijn beste vriendin, een collega bij de krant. Ze was een klassieke depressieveling, die niets had om ongelukkig over te zijn. Ze was briljant, uniek, mooi en geliefd. Maar niets hielp haar om met het leven om te kunnen gaan, en ze pleegde uiteindelijk zelfmoord.

Een paar maanden later stortte ik in. Ik wist dat het met mijn vriendin te maken had, en het was onvermijdelijk. Ik ging naar de dokter en zei dat ik suïcidaal was, en dat ik gewoon iets wilde om me zo snel mogelijk beter te laten voelen. Ze stuurde me naar het psychiatrisch ziekenhuis, dat me niet opnam, maar me antidepressiva gaf. Prozac was nog relatief nieuw in de jaren negentig. REM schreef het nummer Shiny Happy People over de pillen – en dat was de heersende angst; dat ze een duizelingwekkende vorm van chemische onderdrukking vormden. De artsen beloofden me dat ik me een paar weken misselijk zou voelen (dat was ook zo), maar dat ik door moest blijven gaan.

De verandering was verbazingwekkend. Ik werd geen glanzend gelukkig persoon, maar ik hield op met de hele tijd huilen. De metronoom stopte te klikken, ik leefde meer van dag tot dag, en ik werd zowat een functionerend mens. Diane, mijn vriendin, was voorheen tegen antidepressiva, omdat ze het eerdere effect op me had gezien, maar ze drong nu aan dat ik deze zou blijven gebruiken.

Ik las dingen over mensen die Prozac namen. Dat ze gek werden en mensen vermoordden, waardoor ik me zorgen maakte. Maar ik heb nog nooit het gevoel gehad dat ik iemand moest vermoorden. Ik las dat het moeilijker zou zijn om klaar te komen (klopt, maar het is goed om een uitdaging te hebben) en dat je je emoties zou verliezen (ik heb er nog steeds voldoende, maar jank niet meer zo gemakkelijk in de supermarkt). Ik probeerde er af en toe mee te stoppen, maar dan voelde ik me verschrikkelijk. Ik vroeg me af of dit mijn depressie was, of dat ik verslaafd was geworden aan Prozac. Misschien beide. Uiteindelijk maakte ik me gewoon geen zorgen meer.

Als een schijnbare verslaving het leven leefbaar maakt, wat maakt het dan uit dat ik verslaafd ben? Achttien jaar slik ik de hemelse groen-witte cilindrische pillen nu, en het gaat nog steeds goed. Is het te lang? Waarschijnlijk. Ben ik verslaafd? Waarschijnlijk. Zal ik ooit succesvol stoppen? Waarschijnlijk niet. Maakt dat me uit? Echt niet. Viva la Prozac. Op naar de volgende achttien jaar.

Als jij of iemand in je omgeving worstelt met depressie, zelfmoordneigingen, of andere psychische problemen, neem dan contact op met Stichting Korrelatie op 0900-1450, of kijk op korrelatie.nl.

Lees meer stukken over geestelijke gezondheid op onze themapagina.