Woorden van Meningsuiting

Hoe mijn jeugd in Colombia me voorbereidde op het Amerika van Trump

Amerika is een land dat zichzelf wijs maakt dat het de beste is, net zoals ik mezelf voor de gek hield dat alles hier anders zou zijn.

door Manuel Betancourt
21 november 2016, 1:39pm

Ik zit op een woensdagochtend op m'n vlucht te wachten op het vliegveld van Los Angeles als ik eindelijk breek. De tranen die ik geprobeerd heb binnen te houden hebben me verslagen, en ik zit hulpeloos te snikken bij de gate. Ik ben meer dan drieduizend kilometer verwijderd van degene die ik nu het liefst zou knuffelen: de man waarmee ik eerder dit jaar trouwde en waarmee ik een leven zou gaan opbouwen in de Verenigde Staten.

Ik ben omringd door vreemden. Ik vraag me af of ze zien dat ik aan het huilen ben. Kunnen ze aan mijn gezicht zien dat het tranen van woede zijn? Van angst en hopeloosheid? Het is een bekend gevoel— een gevoel waarmee ik ben opgegroeid in Colombia, en waarvan ik dacht dat ik er eindelijk aan ontsnapt was.

Vanaf jongs af aan leef ik al met een speciaal soort angst, een die nauw samenhangt met het beeld dat mijn thuisland voor zichzelf heeft geschapen. De bekrompenheid die heerste in het Colombia waarin ik opgroeide betekende dat ik me, als homoseksuele jongen in de kast, buitengesloten voelde van het patriottisme dat mijn leeftijdsgenoten zo sterk voelden. De jongens die juichten voor het Colombiaanse elftal, herrie schopten tijdens Vrijheidsdag, en hun levens leefden met een nonchalance die ik benijdde, waren dezelfde jongens die mij een "lesbie" noemden in de lunchpauze en mijn "verwijfde" smaak belachelijk maakten. Ik zag hun giftige machogedrag terug in soaps en schoolpleinroddels, in familieanekdotes en gesprekken die ik opving. Dat gevoel van ontoereikendheid en tekortkoming achtervolgde me mijn hele jeugd, en motiveerde me om een uitweg te vinden.

De doctrines van de katholieke kerk, onlosmakelijk verbonden met de Colombiaanse cultuur, maakten mij duidelijk dat homoseksualiteit een zonde was. En het machogedrag van het land zit zo diep geworteld dat de verklaring van homoseksualiteit als een beschermde identiteit (opgenomen in de grondwet in 1991) als een loze belofte voelde. Zelfs terwijl de beweging voor lhbt-rechten aan het einde van de jaren negentig op stoom kwam – en er uiteindelijk voor zorgde dat Colombia een van de vooruitstrevendste Latijns-Amerikaanse landen op het gebied van lhbt-rechten werd – bracht ik mijn tienerjaren door met het lezen over haatmisdrijven in de krant, me macho voordoen zodat ik niet als flikker bestempeld zou worden, en schrikken van de homoseksuele stereotypes die op tv als humor werden neergezet. Het was allemaal te veel; ik was niet dapper of dom genoeg om uit de kast te komen terwijl ik nog thuis woonde.

Dat is hoe ik in het buitenland ben beland. Het verhaal dat ik voor mezelf verzon was dat Bogotá een onveilige en homofobe stad was en ik moest vluchten, wat ik ook deed—eerst naar Vancouver, en later naar New York. Het voelde alsof ik eindelijk een progressieve en veilige haven had gevonden waar ik beschermd werd tegen alles dat me in mijn jeugd gekweld had. Maar dat bleek fictie te zijn.

Terreur en homofobie, geweld en haat, intolerantie en wreedheid bestaan overal, zelfs – en specifiek – hier in de Verenigde Staten. De opruiende retoriek die de brandstof was voor de meest onwaarschijnlijke presidentscampagne van dit jaar ("Make America Great Again") riekt naar de meest onuitstaanbare eigenschap van Amerika: het rotsvaste geloof in zijn eigen uitzonderlijkheid. Het is een land dat zichzelf voor de gek houdt op dezelfde manier dat ik mezelf liet denken dat alles hier anders zouden zijn.

Maar ik weet ook hoe het is om te leven met een extreem wantrouwen in politieke instituten. Om te vrezen voor je veiligheid omdat je weet dat de mensen aan de top verafschuwen wie je bent. Als je opgroeit in een ontwikkelend land sta je extreem sceptisch tegenover alle beweringen over 'de beste' zijn. Ik kan me niet voorstellen hoe het is om op te groeien in een land dat zichzelf constant vertelt dat het de beste is, zelfs wanneer er dagelijkse en brute herinneringen zijn aan de overduidelijke onwaarheid van die bewering.

Tussen het gesnik door sms ik mijn moeder. Ik schrijf dat ik veilig op LAX ben aangekomen en probeer de woorden te vinden om mijn woede, frustratie, angst en hopeloosheid uit te drukken. Ze probeert me gerust te stellen: "Je moet je niet te veel zorgen maken. Je hebt je papieren nu. We zullen gewoon moeten afwachten en kijken welke aanpak hij kiest. Uiteindelijk hebben ze in de Verenigde Staten veel meer rechten en een veel hogere tolerantie dan een land als Colombia." Ze citeerde zelfs haar favoriete zin uit Gone with the Wind: "After all, tomorrow is another day." Het maakt me alleen maar kwader, omdat het de lege beloftes echoot die ervoor zorgden dat ik hier in eerste instantie naartoe kwam.

Terwijl ik aan boord stap van mijn vliegtuig naar Mexico, begin ik al op te zien tegen mijn terugkeer, en het moment waarop ik mijn Colombiaanse paspoort aan een douanier geef en hun houding zie veranderen. Hun glimlach verandert in een stijve frons; hun ogen glijden wantrouwig over me heen. Mijn uiterlijk en gebrek aan accent maken ze altijd ongemakkelijk. In andere situaties leidt de "onthulling" dat ik Colombiaans ben (ja, geboren en getogen; ja mijn hele familie is Colombiaans; ja, ik ben de enige die in het buitenland woont; ja, ik weet dat ik geen waarneembaar accent heb; ja, ik ben inderdaad best wel wit) vaak tot mijn minst favoriete reactie.

"Wauw! Dat had ik nooit verwacht!"

Om de oplaaiende boosheid die ik op dit soort momenten voel wat te dempen, neem ik mijn toevlucht in humor. "Bedankt," zeg ik dan, en doe mijn best om te glimlachen. Ik geniet altijd van het ongemakkelijke moment dat volgt. Beleefdheid brengt mensen in de war. Ze kunnen het niet aan om hun woorden te zien als de belediging die ze waren; de behoefte om mijn witheid te bestempelen als iets dat zou moeten uitsluiten dat ik vandaan kom waar ik vandaan kom.

Er is geen moment van lichtzinnigheid in dit soort situaties; de beleefdheid die ik gebruik als trucje is een herinnering dat het niet uitmaakt hoe ik eruitzie of hoe ik klink, hoeveel diploma's ik heb of wat mijn burgerlijke staat is. Ik ben in dat moment altijd een buitenstaander.

Er gebeurt verder meestal weinig in dit soort situaties. Meestal.

Ik was op bezoek bij familie toen de bommen bij de Boston Marathon ontploften. De eerste berichten suggereerden dat de daders het land waren binnengekomen met verlopen studentenvisa. Ik bereidde me voor op het ergste. Natuurlijk gebeurde het dat ik, ondanks dat ik al mijn papierwerk op orde had (hoe dom van me om te denken dat dat zou helpen), en ondanks dat ik nog nooit eerder was tegengehouden terwijl ik dezelfde route al vijf jaar aflegde met dezelfde papieren, door de douanier op het vliegveld van Fort Lauderdale gevraagd werd om uit de rij te stappen, waarna hij me naar een wachtkamer vol met mensen leidde, mijn paspoort en papieren aan een collega gaf, en wegliep. Ik wist wel beter dan om opheldering te vragen. Niemand leek enig idee te hebben wat ze met onze papieren aan het doen waren, laat staan hoe lang we moesten wachten. Ik miste mijn aansluitende vlucht en leerde in het proces hoe onbelangrijk de mensen die de grens bewaken ons vinden.

Ik moest weer denken aan die nacht die ik noodgedwongen doorbracht in Florida toen we opstegen van LAX. "Ik heb me in dit land nog nooit zo onwelkom gevoeld als nu," sms'te ik naar mijn partner. Wat voelde als een eenmalig incident is opeens een onwrikbare werkelijkheid geworden. Making America Great Again is een serieuze bedreiging voor velen van ons, zelfs voor degenen voor wie de gevolgen niet direct voelbaar zijn.

Zal ik van de handelsvrijheid, dezelfde standaard van gezondheidszorg en bescherming tegen discriminatie blijven genieten? Zal mijn huwelijk, ondanks Trumps woorden, intact blijven? Zal mijn mogelijkheid om in dit land te verblijven onder vuur komen te liggen? Zullen deze vragen ooit niet als melodramatische aanstellerij klinken? Het zijn angstaanjagende vragen, maar gezien alle andere dingen die we hebben meegemaakt in de loop van Trumps overwinning, zijn ze amper zo angstaanjagend als de vragen die anderen zichzelf nu waarschijnlijk moeten stellen.

Ik groeide op in een land waarin gewapende conflicten en berichten over geweld, zowel dichtbij als ver weg, aan de orde van de dag waren. Ze vulden onze kranten en nieuwsuitzendingen. Je kon er niet aan ontsnappen, zelfs niet als je een relatief bevoorrecht leven had zoals ik. Met geweld leven dat zowel dichtbij als ver weg is heeft voor een misschakeling in mijn hersenen gezorgd: ik leefde met een gevoel van angst dat zo alomtegenwoordig was dat ik het niet kon negeren, maar tegelijkertijd stond het zo ver van mijn eigen leven dat ik er regelmatig moeite mee had om het als 'echt' te zien.

Het is ontmoedigend om te weten dat jaren in deze staat leven me heeft voorbereid op wat er nu gaat komen.