De vluchteling die Nederlanders aan tafel uitnodigt om ons te leren wat Syrië echt is

De vluchteling die Nederlanders aan tafel uitnodigt om ons te leren wat Syrië echt is

Iptisam en Ibrahim brachten zaden van Syrische groenten mee en nodigen Nederlanders uit aan hun eettafel om een einde te maken aan vooroordelen.
5.12.16

Als jij je land uit moest vluchten, wat zou je dan allemaal meenemen? Dat is een vraag die ik me sinds de massale vluchtelingenstroom vanuit Syrië wel vaker heb gesteld. Voor Ibrahim Janeenah uit Syrië was het duidelijk: zijn gezin, zijn oed (een typische gitaar uit het Midden-Oosten) en een hele hoop zaden om Syrische groenten mee te kweken.

Dat laatste vond ik een gekke keuze. Ik zou er niet direct aan denken om bloemkool- en boerenkoolzaden in mijn rugzak te stoppen als ik noodgedwongen Nederland zou moeten verlaten. Ibrahim wel. Hij heeft er in zijn achtertuin in Terneuzen een weelderige groentetuin mee aangelegd en nodigt al maandenlang Nederlanders uit om bij hem te komen tafelen. Vorige week was ik een van die mensen en, omringd door boordevolle borden bulgur en molokhia, vertelden Ibrahim en zijn vrouw Iptisam me waarom het zo belangrijk is voor hen om eten van hun thuisland te delen met Nederlanders.

ibrahimonbewerkt2

Iptisam, Ibrahim en Luc. Foto door Eva Vlonk.

Ik ontmoet Ibrahim en Iptisam voor het eerst samen met Luc Adriaanse (24), een vriend uit Middelburg die vandaag voor de derde keer bij het Syrische stel aan tafel zit.

"Op een avond kwam ik Ibrahim tegen in Middelburg, met een grote gitaartas op zijn rug," vertelt Luc. "Hij had de laatste bus naar Terneuzen gemist en had een plaats nodig om te slapen. Via een gemeenschappelijke vriend die hem had ontmoet op een muziekevenement voor vluchtelingen kwam hij bij mij terecht. De volgende ochtend nodigde hij me uit om bij hem thuis te ontbijten. De tafel stond vol met Syrische gerechten."

Advertentie

Het bleef niet bij een ontbijt. Luc ziet Ibrahim wel vaker om, telkens rond een koninklijk gevulde eettafel, te helpen met oefeningen Nederlands en te luisteren naar verhalen over Damascus. Voordat we aan tafel gaan, zitten de twee – jong en oud, Nederlander en vluchteling – samen op de bank sigaretten te roken als twee oude vrienden. Ibrahim toont hoe gespierd zijn kuiten geworden zijn door van Griekenland helemaal naar Nederland te lopen, in een groep van wel tweehonderd mannen die nauwelijks een woord met elkaar wisselden. Toch is zijn vlucht en de schade die IS zijn land berokkend heeft allesbehalve een hoofdonderwerp in onze gesprekken. Ibrahim wil geen medelijden. Wat hij wel wil, is dat we een duidelijker beeld krijgen van zijn thuisland.

Zijn vrouw, die een paar maanden na Ibrahim naar Nederland kwam, vertelt: "We waren gechoqueerd toen we hier gingen wonen dat Nederlanders denken dat ons land onderontwikkeld is. Zo vroeg de lerares van mijn dochter op school bijvoorbeeld: 'Weet je wat soep is? En heb je al ooit Coca-Cola geproefd?' Alsof we uit een of andere stam in de jungle komen."

LEES OOK: In het restaurant van deze Israëlische chef worden vluchtelingen klaargestoomd voor de Nederlandse horeca

Ibrahim houdt ons gekluisterd aan zijn iPad, waarop hij bijna zonder pauze filmpjes en foto's van Syrië laat zien. Hij vult aan: "Niemand lijkt te weten dat de beschaving gestart is in Syrië. Damascus is de oudste stad ter wereld. De allereerste universiteit in Arabische landen werd gebouwd in Damascus. Ja, we weten wat soep en Coca-Cola is, we geven in Syrië ook boterhammen mee met onze kinderen naar school en we weten wat een supermarkt is. Syrië heeft al die dingen, net zoals Nederland. Was er nooit oorlog geweest, dan zou niemand er zijn weggegaan."

ibrahimonbewerkt3

Foto door Eva Vlonk.

De tafel wordt gevuld met schalen boterige rijst met geroosterde cashewnoten, malohkiasalade met munt en peterselie, bulgur met tabouleh, kip met gefrituurde knoflookschijfjes en koriander, en rauwe paprika.

ibrahimonbewerkt4

Het Syrische kipgerecht. Foto door Eva Vlonk.

"Wat nu op tafel staat, komt niet uit onze groentetuin," vertelt Iptisam. "We zijn door onze voorraad heen." Afgelopen zomer stond hun moestuin vol met onder andere witte pompoen, okra, doperwten en kool, maar door het koude weer kan nu natuurlijk niks meer groeien. Een nieuwe voorraad zaden ligt al in hun kast te wachten om in maart weer geplant te worden.

Het was Ibrahim die zijn vrouw nadat hij al in Nederland was aangekomen vroeg om, zodra ze hem achterna kon komen, zaden mee te brengen. "Het Nederlands eten dat we op het azc kregen is lekker voor Nederlanders, maar voor ons niet echt," vertelt hij. "Daarbij zijn veel groenten en fruit hier met pesticiden bewerkt. In Syrië veel minder, en iedereen heeft er een eigen groentetuin. We wilden, net zoals thuis, ons eigen eten kunnen maken." Iptisam vult aan dat ze de groenten en fruit in onze supermarkten ook een beetje verdacht vindt: "De komkommers zijn reusachtig en heel recht, en de appels blinken ongelofelijk. Nu we onze eigen groenten niet meer hebben, gaan we meestal naar de toko of naar de markt. Er liggen wel andere dingen in de supermarkt die ik lekker vind en voordien niet kende, zoals stokbrood. Dat is echt heerlijk."

ibrahimextra

Ibrahim en zijn Syrische erwtenplanten toen die afgelopen zomer in volle bloei stonden. Foto door Luc Adriaanse.

Door het eten in hun tuin en de traditioneel Syrische maaltijden waar ze zo van houden te delen met Nederlanders, pogen Ibrahim en Iptisam een brug te slaan tussen Syrië en Nederland.

"De enige Nederlanders die we spreken, werken op het azc," vertelt Iptisam. "Verder doen mensen wel vriendelijk – wie ons hier liever niet heeft, laat het niet merken – maar er is weinig contact." Ibrahim vult aan: "We worden niet zo snel uitgenodigd. Dat snap ik wel, taal is altijd een beetje het probleem." Hun etentjes zijn aan de ene kant een manier om de lokale bevolking te leren kennen en de Nederlandse taal beter onder de knie te krijgen, maar aan de andere, misschien nog wel veel belangrijkere kant zijn het momenten waarop ze kunnen breken met alle vooroordelen die bij het label 'vluchteling' komen kijken.

Op de trein naar huis schiet een kakafonie van emoties door me heen. Een zin die tijdens ons etentje uit Lucs mond kwam, blijft in mijn hoofd hangen: "Ik heb altijd al iets willen doen voor vluchtelingen, maar ik wist nooit goed wat precies. Nu wel. Het is allemaal zo simpel: interesse tonen in hun leefwereld, hun thuisland, hun eetcultuur. Dat kost de kleinste moeite."

ibrahimonbewerkt5

Foto door Eva Vlonk.