Advertentie
Amsterdam

Zo ziet Amsterdam eruit zonder het Centraal Station, de Munttoren en het Rijksmuseum

En je mist de gebouwen geen seconde.

door Noor Spanjer
09 maart 2016, 9:58am

Johannes aan de overkant van het Centraal Station, zonder Centraal Station. Foto door Lauren Murphy

Stel je een Amsterdam voor zonder Rijksmuseum, Centraal Station of Amstel Hotel – hoeveel ruimte zou dat opleveren? Dat blijkt nog best tegen te vallen, zag ik op de expositie van ontwerper en art director Johannes Verwoerd (30) in het Stadhuis. Voor zijn project Amsterdam Landmarks maakte hij foto’s van bekende stadsgezichten, maar dan zonder de iconische gebouwen erin. Vreemd genoeg voelde dat heel normaal aan. Ik miste de gebouwen geen seconde – er ontstond geen gapend gat, maar een omgeving met meer ruimte waarin ik soms zelfs goed moest kijken wát er eigenlijk miste. Ik belde Johannes op om te vragen of hij liever in een leeg Amsterdam zou wonen. 

The Creators Project: Johannes, vind je Amsterdam en onze architectonische hoogtepunten niet mooi?
Johannes Verwoerd: Jawel, het zijn meestal mooie gebouwen, maar ze staan op de verkeerde plek. Vaak sluiten ze iets af; het Centraal Station is een soort muur tussen de stad en het IJ, daardoor zijn we geen stad aan het water meer. Het Rijksmuseum blokkeert je zicht op het Museumplein, het Paleis op de Dam het zicht op de mooie Raadhuisstraat. Dat paleis kan sowieso wel weg, daar gebeurt bijna nooit wat. 

Dus photoshopte je al die gebouwen maar gewoon de stad uit? 
Inderdaad, maar Landmarks gaat niet over photoshoppen, het gaat over hoe we (niet) kijken. Het is bijna een oefening voor Amsterdammers: hoe goed ken je je stad eigenlijk? Door deze foto’s word je je er bewust van hoe makkelijk je over zo’n groot gebouw heen kijkt, je mist het niet eens als het weg is. Je raakt gewend aan het straatbeeld dat je elke dag ziet, maar pas als er iets niet klopt ga je beter kijken. Ook gaat het over het feit dat foto’s hun waarheid hebben verloren – ook al is het een foto, het is niet per se echt wat je ziet. Daarom verkoop ik deze beelden als een soort schaduwansichtkaarten, ik vermoed dat veel mensen niet eens door zullen hebben dat er iets mist. 

Maar de gebouwen hoeven niet echt weg hoor; behalve De Nederlandse Bank misschien, waarom moet dat gebouw in de stad staan? Moet jij er wel eens heen? Dat kan net zo goed naar Beverwijk. 

Hoe kwam je op het idee?
Het was zomer, ik fietste door de stad en zag al die toeristen rondlopen. Amsterdam is een stad die toerisme heel erg ondersteunt, maar eigenlijk is het een heel oppervlakkige manier om naar onze stad te kijken. Ik vroeg me af hoe het zou zijn als ik al die highlights waar de toeristen voor komen zou weghalen. Het ironische is dat het dus helemaal niet opvalt – de toeristen niet, maar ons ook niet echt. Het is zoals met een winkel die opeens weg is; twee weken later ben je alweer vergeten dat-ie er zat. Ik verwachtte dat er een gapend gat zou ontstaan op de plekken waar ik de gebouwen weghaalde, maar dat was niet zo; het ziet er prima uit.  

Nu we toch bezig zijn: je expositie is te zien in het Stadhuis, de Stopera, een gebouw dat van mij ook wel weg mag. 
Een half jaar geleden was ik in de Stopera en probeerde ik erachter te komen wie er over dat stukje muur ging – het leek me een goeie plek om Landmarks te exposeren –, maar dat bleek heel onduidelijk. Uiteindelijk kwam ik bij een mevrouw van De Nationale Opera terecht [wat huisvest in hetzelfde gebouw, red.], en zij wilde wel voor me lobbyen, maar dan wilde ze dat ik ook een foto zou maken waarop het hele Stadhuis was verdwenen. Die hangt nu bij haar op kantoor.   

Je expo hangt mooi daar. Heb je de foto’s nou gewoon op de muur geplakt?
Ja, met behanglijm! Als je alles wilt inlijsten kost een expositie ontzettend veel geld, helemaal omdat ik de foto’s nu heel groot heb afgedrukt omdat de muur zo enorm is. Dit is een immateriële en betaalbare manier, en ik vind het ook nog eens heel mooi zonder toegevoegde elementen zoals een lijst. 

Deze jongens moesten meteen op de socials delen hoe mooi de expo Amsterdam Landmarks is. Foto door Lauren Murphy

Wat wordt je volgende project?
Ik ben samen met een andere kunstenaar, Twan Janssen, een museum aan het bouwen op het Museumplein. 

Sorry?
Ja, op het hele plein, het gaat het Poëzie Museum heten. Dichteres Anna Enquist wordt de curator, ik ontwerp de letters die altijd in beweging zijn, en het opent deze lente. Het is een virtueel museum, maar wel plaatsgebonden. Met augmented reality verschijnt er via een app een enorm museum dat bestaat uit gedichten. De verschillende zalen worden gemarkeerd door de bestaande paden op het plein. Je kunt er gedichten tegenkomen van drie woorden, maar ook hele lange die van de ene kant van het plein naar de andere kant reiken. Of heel ver de hemel in. 

Heb je dit overlegd met de Gemeente Amsterdam?
Nee. Digitale technieken maken het mogelijk om op een A-locatie zoals het Museumplein dit soort dingen te doen. Eigenlijk kraken we het plein. Als je alle andere ‘echte’ musea uitloopt, loop je zo het Poëzie Museum in.  

De ansichtkaarten zijn als set van 10 te koop op de website van Johannes en bij een aantal boekwinkels in Amsterdam.

Het Poëzie Museum maakt Johannes in samenwerking met kunstenaar Twan Janssen en met hulp van het Nederlands Letterenfonds.

Tagged:
Creators
Kunst
d.a.m.
Rijksmuseum
Johannes Verwoerd