Daniel de Bruin

Een nieuwe generatie Nederlandse designers wordt geëerd – in New York

In Amerika willen ze weten: wat typeert het Dutch Design van de laatste jaren?
13 mei 2016, 1:04pm
Papieren stoel. Studio Jeroen Wand.

Dutch Design is al decennialang een begrip in de internationale ontwerperswereld, met vormgevers als Hella Jongerius en Marcel Wanders, maar ook collectieven als Moooi en Droog, als belangrijke vaandeldragers. Wanneer het aankomt op design, heeft Nederland een reputatie hoog te houden.

En dit gebeurt ook. In New York vindt dit weekend Ventura New York: the Dutch edition plaats, een driedaags evenement dat geheel in het teken staat van de nieuwste generatie Nederlandse designers. Het is verzorgd door Organisation in design – een Nederlandse organisatie die ook onder andere verantwoordelijk is voor het jaarlijkse designevenement Ventura Lambrate in Milaan.

Een nieuwe generatie dus, die zich op haar eigen manier onderscheidt van de buitenwereld. De hamvraag: hoe ziet dat er uit? Wat bindt de Nederlandse ontwerpers van vandaag de dag, en hoe proberen ze Dutch Design een stap verder te brengen? We vroegen Margriet Vollenberg, curator en de oprichter van Organisation in design, om ons beeld wat aan te scherpen aan de hand van de designers die komend weekend in New York te zien zullen zijn. “De designer heeft een andere functie gekregen,” vertelt ze aan The Creators Project. “Eigenlijk zijn het een soort filosofen, die hun gedachten kunnen omzetten in drie dimensies.”

Overzicht, Simone Post. Foto: David van der Stel

Om meteen met dat laatste te beginnen: Nederlands design is onlosmakelijk verbonden met het woord ‘conceptueel’. Ontwerp waar niet alleen een gedachte achter zit, maar waarbij die gedachte zelfs belangrijker is dan het ontwerp zelf. “Overal ter wereld gaat het om het eindproduct,” zegt Vollenberg. “Er moet iets op een sokkel staan, met een schijnwerper erboven. Maar Nederlanders willen vooral meer over het product weten, en welk verhaal erachter zit.”

De tapijten van ontwerper Simone Post hebben bijvoorbeeld niet als aanleiding dat ze simpelweg tapijten wilde maken, maar dat er een Nederlands textielbedrijf bestaat dat veel afvalmateriaal achterlaat en dat ze daarmee iets wilde doen. Het gaat om Vlisco – een grote speler op de Afrikaanse markt. Met behulp van speciale lasertechnieken produceerde ze niet alleen tapijten, maar ook doeken en stoelhoezen in de meeste felle en uiteenlopende kleuren.

Cored, Tijs Gilde (Envisions). Foto: Ronald Post

Simone Post is een van de leden van Envisions, een designercollectief dat ook aanwezig is.  Bij het werk dat deze groep tentoonstelt draait het al helemaal om alles behalve het eindproduct. Ze hebben een ruimte van honderd vierkante meter gevuld met alleen maar prototypes van kleine producten en de daadwerkelijke eindresultaten zijn niet eens te zien.

Nu is dit misschien een wat extreem voorbeeld, maar de zin “het proces is al een product op zich” zou je op nog veel meer Nederlands design kunnen plakken. Bijvoorbeeld het werk van Daniel de Bruin, die vanuit zijn fascinatie voor productieprocessen een mechanische 3D-printer maakte. Deze 3D-printer, naar eigen zeggen de eerste mechanische ter wereld, werkt door middel van een opwindsysteem, en print vazen van keramiek.

Daniel de Bruin - This new technology

De printer roept vragen op. Want wat is nou eigenlijk het design? De vazen of het apparaat zelf, het eindproduct of het productiemechanisme? Doet dat er überhaupt toe?

Dat vooral de weg naar het eindproduct belangrijk is, wil natuurlijk niet zeggen dat het eindproduct niet meer telt. Neem de witte stoel van Jeroen Wand, die compleet bestaat uit papier. Bedenken om een papieren stoel te maken is één ding, maar om het laagje voor laagje te structureren zodat het stevig genoeg is om op te zitten, het stapelbaar is én het er nog prima uitziet ook, een hele grote tweede.

Design: Hozan Zangana. Foto: Kasia Gatkowska

Maar zijn de Nederlandse designers dan de enigen die belang hechten aan het proces en het verhaal achter je product – zien we dat echt nergens anders? Jawel, zegt Vollenberg, maar geen enkel ander designerland heeft er zijn stempel van gemaakt. “Het is cultureel bepaald. In Groot-Brittannië zie je het ook nog wel, maar in Italië laten ze bijna nooit een kijkje in de keuken zien.”

Bij Ventura New York is ook het werk te zien van ontwerpers die zelf niet uit Nederland komen, maar er wel opgeleid zijn en er gewerkt hebben. En ja, ook hun keuken staat wagenwijd open. De geboren Irakees Hozan Zangana liet zich bijvoorbeeld inspireren door het Koefische schrift, een Arabische vorm van kalligrafie die vernoemd is naar de Zuid-Iraakse stad Koefa. “Eerst ontleedde hij dit schrift, en vervolgens zette hij de glooiende kalligrafische vormen om in vormen voor bijvoorbeeld vazen,” vertelt Vollenberg.

Zangana kwam op zijn vijftiende naar Nederland, en zou later zijn opleiding genieten aan de Design Academy Eindhoven. De basis van zijn ideeën mag dan in het buitenland liggen, maar Nederland is de plek die hem als ontwerper vormde. En juist dat maakt het verschil.

Meer informatie over Ventura New York: the Dutch edition vind je hier.