In 2014 jaar werd hun korte animatiefilm A Single Life genomineerd voor een Oscar, en met (Otto) hebben ze dit jaar wederom een inzending voor de belangrijkste filmprijs ter wereld. Maar jaren geleden waren Job Roggeveen, Joris Oprins en Marieke Blaauw nog niet het bekende animatietrio dat ze inmiddels zijn, en moesten ze hun werk wat promoten. Dat deden ze door een klein presentje rond te sturen naar mogelijke opdrachtgevers: een zelfontworpen designoctopus, die Theo heette. “We hadden er een briefje bij gedaan waarop stond dat het vol zat met afluisterapparatuur, zodat we er gelijk achter zouden komen als ze ons geen opdracht wilden geven,” blikt Joris Oprins terug. “En dat werd op prijs gesteld.”
Advertentie
Wat voor Theo geldt, geldt ook zeker voor de andere figuren die de animatiestudio Job, Joris en Marieke tot leven laat komen: het zijn simpele, soms wat abstracte, schattige gedaantes, die lang niet altijd zo lief zijn als je denkt. De korte film MUTE gaat bijvoorbeeld over een volk dat bestaat uit figuurtjes die geen mond hebben, en die er daarom zelf maar een creëren door met een mes in hun eigen gezichten te snijden. In A Single Life zet een vrouw een vinylplaat op, waarna ze er achter komt dat ze daarmee haar hele leven kan doorspoelen - van baby tot urn.Met (Otto) mogen Job, Joris en Marieke dit jaar wellicht voor de tweede keer op rij naar de Oscars. De korte animatiefilm van tien minuten vertelt het verhaal van een meisje met een denkbeeldig vriendje, Otto. Hij bestaat niet, maar is tegelijkertijd degene om wie alles draait – vanwege die tegenstelling is de titel voorzien van haakjes. Ik bezocht hun studio in Utrecht om het drietal te spreken over de nieuwe film, de schoonheid van beperkte personages en hoe je met een simpel trucje duidelijk kunt maken dat je verhaal toch echt voor volwassenen bedoeld is.
VICE: Ha Job, Joris en Marieke. Hoe ontstond het idee om een film te maken over een imaginair vriendje? Marieke: Toen onze dochter (van haar en Joris, red.) drie jaar oud was, had ze een keer een denkbeeldig eendje in haar hand. Dat liet ze aan haar oma zien, die verstond dat het om een ‘eitje’ ging – oma deed vervolgens alsof ze het uit haar hand pakte en het op at. Onze dochter was in tranen. Joris: En rond diezelfde tijd was er een man die op eBay zijn imaginaire vriend te koop aanbood. Het stappen in andermans fantasie – daar zagen we een interessant project in. Job: We vonden het een mooie uitdaging om een personage te creëren dat je helemaal niet kunt zien. En dat het publiek er tóch wat bij voelt. Joris: Eigenlijk een stap verder dan bij Fight Club – daar zit ook een imaginair vriendje in, maar die is nog wel gewoon zichtbaar. Job: Echt een ‘vriendje’ kun je dat trouwens ook weer niet noemen.
Advertentie
En wilde het een beetje lukken, een personage vormgeven dat eigenlijk geen vorm heeft? Job: Het was een flinke uitdaging, maar we zijn tevreden met het resultaat. Toen we de film vorige week bij CineKid lieten zien, bleken de kinderen het in ieder geval door te hebben. Marieke: Dat kunnen kinderen ook wel goed, zich verplaatsen in een fantasie. Ze zouden zelf nog zo’n vriendje kunnen hebben. Voor volwassenen is dat misschien wat moeilijker. Joris: Volwassenen zijn het ook minder gewend om naar animatie te kijken. Ze letten vooral op hoe de animatie er technisch gezien uitziet, maar raken daardoor ook sneller afgeleid door details. Kinderen komen veel sneller in het verhaal.
Hoe hebben jullie geprobeerd die schijn van onzichtbaarheid te creëren? Job: Door de plek waar Otto zich bevindt nadrukkelijk in beeld te nemen, bijvoorbeeld. En we hebben alle personages voorzien van een nek – zodat we ze makkelijk Otto’s richting op kunnen laten kijken.Ik wilde net zeggen – jullie personages hebben bijna nooit een nek. Het zijn meestal eenvoudige, abstracte gedaantes. Nu zijn het bijna mensen. Job: We houden het inderdaad graag simpel. Maar je moet er nog wel iets bij kunnen voelen. Marieke: Dat vinden we een mooie uitdaging: met zo min mogelijk, zoveel mogelijk vertellen. Joris: Bij (Otto) hadden we uiteindelijk wel heel veel details nodig. Zoveel dat het bijna té normaal werd. Job: Ter compensatie hebben we de personages hele grote hoofden gegeven. Dat zorgde eigenlijk voor alleen maar meer problemen – we moesten oppassen dat ze hun hoofden niet steeds overal tegenaan stootten – maar het was ook wel weer leuk dat we met die onhandigheid moesten dealen.
Advertentie
Jullie animaties zien er speels, en vaak wat kinderlijk uit, maar zijn vooral voor volwassenen bedoeld. Bereiken jullie wel altijd het juiste publiek? Marieke: Aan de ene kant vind ik het leuk wanneer die schattigheid en aandoenlijkheid het publiek de film ‘binnenlokt,’ terwijl we ondertussen een heel serieus verhaal vertellen, maar aan de andere kant merken we ook dat het voor veel mensen niet helemaal duidelijk is voor wie animatie überhaupt bedoeld is – volwassenen, kinderen, of misschien wel allebei? Joris: Ik vind het niet erg als kinderen het óók leuk vinden, maar wel jammer als volwassenen het laten liggen omdat ze denken dat het voor kinderen is. Marieke: In commercials wordt ook heel veel animatie gebruikt – voor volwassenen dus– maar dat is weer heel normaal. Joris: We zijn ondertussen bezig met de plannen voor een wat langere film, en denken erover na om het te laten beginnen met iets waardoor mensen meteen snappen dat het voor volwassenen is. In die nieuwe stop-motionfilm van Charlie Kaufman (Anomalisa, red.) zit bijvoorbeeld een hele lange seksscene, dat plaatst het meteen buiten de Disneywereld. Marieke: In (Otto) konden we zo’n aspect minder makkelijk verwerken. We konden niet veel anders dan het verhaal laten beginnen met dat meisje, en dan ligt het gevaar op de loer dat mensen gelijk denken dat het een kinderfilm is.
Jullie komen van de Design Academy in Eindhoven, en hebben het animeren zelf aangeleerd. Hoe beïnvloedt dat jullie manier van werken? Joris: We blijven onszelf steeds nieuwe dingen aanleren. We werken altijd vanuit een verhaal dat we willen vertellen, en als we ons daarvoor een nieuwe techniek moeten aanleren, dan doen we dat. In de animatiewereld zie je dat vaak andersom; dan zijn er animatoren die hele complexe, vette robots kunnen maken, en dat in hun filmpje verwerken zonder dat het verhaal dat eigenlijk nodig heeft. En toch doen ze het maar, ‘omdat het vet is.’ Job: Bij MUTE was het een bewuste keuze om de personages oren en ogen te geven. Anders was het nooit opgevallen dat ze geen mond hadden, en was het veel vreemder geweest als ze die mond zelf in hun gezicht snijden. Marieke: Vlak voordat we definitief overgingen op 3D-animatie, vroeg een bekende oliemaatschappij of we een filmpje wilden maken voor intern gebruik. In 3D. We beheersten die techniek nog niet tot in de puntjes, maar bluften ons er doorheen, en sleepten daardoor een grote opdracht binnen. Op die manier leerden we er ook nog eens heel veel van, in sneltreinvaart.
Advertentie
Het mondige volk in MUTE
Wat hebben jullie met de productie van (Otto) geleerd? Job: Alleen al hoe het is om een film van tien minuten te maken – normaal gesproken maken we veel kortere projecten. Marieke: We hebben altijd alles met z’n drieën gedaan, maar werkten nu met extra mensen. We moesten zelf meer begeleiden, en anderen laten meehelpen met het modelleren en animeren. Wat soms wel jammer is, want de leuke dingen geven we daarmee uit handen. Joris: We hadden er nu bijvoorbeeld een animatiespecialist bij, die technisch gezien beter kan animeren dan wijzelf. Zelf zijn we wat breder georiënteerd en richten ons ook op bijvoorbeeld het scenario, de vormgeving en de muziek. Maar de enige manier waarop een studio van drie man kan groeien, is door er mensen bij te halen die bepaalde dingen beter kunnen.Wisten jullie meteen dat het een film zou worden van tien minuten lang? Joris: Voor het project Kort! mochten we een video van tien minuten maken, en dat werd uiteindelijk (Otto). Maar we hadden het ook kunnen bewaren voor een andere keer – dat blijft altijd een lastige keuze. Door hiervoor te kiezen, hebben we wel weer de mogelijkheid verpest om nog iets groters van te maken dit idee. Job: Je moet natuurlijk niet bang zijn dat je niet meer met nieuwe ideeën gaat komen. Ik heb ook wel eens iemand gezien die vijf jaar lang zijn vondst bij zich hield, en er daarna zelf op uitgekeken was. Het ijzer moet nog een beetje heet zijn. Joris: Je moet het idee zelf ook lang genoeg leuk vinden. Nadat we het concept hadden bedacht voor The Tumblies (een van de weinige kinderseries die ze hebben gemaakt, red.), duurde het ook zeven of acht jaar voordat het op televisie kwam. Dat ging nog net. Marieke: Dat het zo lang duurde had ook wel weer een voordeel: inmiddels hadden we zelf kinderen die het konden kijken.
Van links naar rechts: Job Roggeveen, Joris Oprins en Marieke Blaauw
Kijk voor meer werk van Job, Joris en Marieke op hun website.
Door je in te schrijven voor de VICE nieuwsbrief ga je ermee akkoord dat je elektronische communicatie van VICE ontvangt die soms advertenties of gesponsorde content kan bevatten.