Angstzweet en keuzestress op de grootste platenbeurs van Europa

Samen met Afrobot ging ik een dagje graven op de Mega Record Fair in Utrecht.

|
16 november 2016, 3:50pm

Alwin Sinnema

Ik ben in Utrecht, op de Mega Record Fair: de grootste platenbeurs van Europa. Er is hier meer dan 12.000 vierkante meter aan vinyl in meer dan 500 kraampjes, van de beste platenzaken ter wereld. Ik krijg het al benauwd als ik in de supermarkt uit vijf soorten jam moet kiezen, hoe krijg je het in godsnaam voor elkaar om op deze plek wat toffe en bijzondere platen te scoren? Ik word een beetje duizelig.

Gelukkig ben ik niet alleen. Ik word bijgestaan door een ervaren cratedigger: Afrobot, een van de meest eigenzinnige dj's van ons land. De muziek die hij draait klinkt als een Bollywood-soundtrack die een koortsdroom heeft. Hij weet als geen ander hoe je die ene te gekke Turkse psych-rockplaat vindt in een enorme stapel met matige Turkse psych-rockplaten.

Veel van zijn vondsten deelt hij op zijn website, en soms maakt hij er zelf nog edits van. Hier heeft hij bijvoorbeeld een mixtape gemaakt met de platen die we op deze platenbeurs in Utrecht vinden. Zet die aan, en lees dan verder.

Afrobot (in het echt heet hij Roeland Otten) zucht eventjes als we binnenkomen in de gigantische hal. "Eigenlijk vind ik dit verschrikkelijk. Het is alleen leuk als je een grote zak geld hebt. Alle verkopers hier zijn experts, ze weten precies wat ze verkopen en wat ze ervoor kunnen vragen."

Hm, dat begint niet goed, of in elk geval niet zoals ik had verwacht. We hebben helemaal geen grote zak geld. We hebben precies zeventig euro op zak. Ik ben even bang dat dit een hele stomme middag gaat worden. Otten ziet me bedenkelijk kijken, en zegt dan snel: "Maar er valt hier goed te scoren hoor, vooral als je bij de koopjesbakken kijkt. Die jongens van Red Light Records kopen hier ook hun platen in. Als zij het kunnen, kunnen wij het ook."

We gaan als eerste naar een kraampje waar veel Franse platen liggen. Daar wordt meteen duidelijk wat Otten bedoelde toen hij zei dat de verkopers weten wat ze kunnen vragen. "Kijk, deze plaat kost zeventig euro. Als we die kopen, is ons geld meteen op, kunnen we weer naar huis." Hij pakt een andere plaat, Fok Tchimbé Raid van een band die Black Machines heet. Volgens Otten is dit een soort heilige graal. Hij kost honderdzestig euro. We graven verder en vinden een plaat van The Group NSI. Zeshonderd euro, staat er op het stickertje. Prachtige muziek, maar wie kan dit betalen?

Ik vraag Otten wanneer hij zeker weet dat hij een plaat wil hebben. "Als ik helemaal gek ben van een liedje, of als ik zeker weet dat ik er een goede prijs voor betaal. Dan kan ik hem namelijk altijd weer doorverkopen. Hoe duurder de plaat, hoe moeilijker de beslissing is om hem te kopen."

En wat voor muziek is hij eigenlijk naar op zoek? "Het liefst zit er een synthesizer in, en de onderlaag moet elektronisch zijn, dan kan het publiek er lekker op dansen. Verder kijk ik goed naar de instrumenten die worden gebruikt. Een koebel is altijd goed. De hoes is soms een weggevertje, daaruit kan je opmaken uit wel tijdperk de plaat komt. Maar je kunt niet alleen op het uiterlijk afgaan, soms zitten er in de mooiste hoezen de meest vreselijke platen."

Hij wil het risico niet nemen bij een zoukplaat van Dan' O Men, en pakt zijn draagbare pick-up uit zijn tas. Hij test de plaat uitvoerig, al is de muziek lastig te horen in de drukke hal.

We gaan verder naar een kraampje met Zuid-Afrikaanse muziek. Er staan bakken vol met bubblegum, volgens Otten een voorloper van house. We vinden de plaat Ndinxaniwe van TKZee, flink beschadigd en zonder hoes. "Daar heb ik in principe geen problemen mee, als er maar niet teveel tikken in zitten. En die bijzondere platen worden zo een stuk goedkoper. Op veel plekken waar ik draai is het geluidssysteem niet zo goed, dus dan kan het prima." Deze plaat gaat in ons mandje. Daarna gaat het snel, en Otten wordt gretiger. Black World Percussions van Lazare Kenmegne gaat mee naar huis, en ook A La Kwakans' van Kwak.

Bij een kraampje met de naam Digger's Digest tikt Otten nog vier platen op de kop uit de onderste bakken. Het geld is nu bijna op, van de zeventig euro is er nog een tientje over. Het is bijna vijf uur, en op veel plekken komen de steekkarretjes tevoorschijn en verdwijnen de platen in plastic dozen. Toch moet en zal Otten nog iets kopen met ons laatste tientje. "Aan het einde van de dag heb je kans dat je mooie dingen kunt kopen voor weinig, omdat mensen toch nog wat kwijt willen. Hij rent kriskras tussen de kraampjes door op zoek naar een bak met platen die we nog niet hebben gehad. Hij vindt een plaat van Kassav die vijfendertig euro kost, en probeert af te dingen naar een tientje. De verkoper kijkt verontwaardigd en legt uit dat we niet moeten denken dat hij gek is. Eventjes lijkt het erop dat we de aftocht moeten blazen met nog tien hele euro's in de portemonnee, maar dan blijkt er nog één kraampje open te zijn. Ha! Otten vliegt door de bakken en in de laatste minuten van de beurs scoort hij een jazzplaat van Jean-Pierre Bottura. De eindstand: twaalf platen voor zeventig euro. Niet mis. Met een voldaan gevoel, zoals je dat alleen hebt na een geslaagd dagje shoppen, keren we huiswaarts.

Bekijk hier het lijstje van Afrobot zijn gescoorde platen.