Advertentie
geweld

Hoe het voelt om in je hoofd te worden geschoten – en het te overleven

Natasha werd onderweg naar huis aangevallen. Ze ontdekte pas later dat er een kogel in haar achterhoofd zat. Hoe ze dat heeft overleefd, is ook voor haar arts een raadsel.

door Johanna Senn
01 juli 2019, 11:39am

Foto met toestemming van Natasha

Natasha hoort het ondraaglijke geluid van metaal op metaal door haar hele hoofd krassen en schuren, terwijl de arts een pincet gebruikt om een glimmend voorwerp uit de open wond op haar achterhoofd te halen. Het stuk metaal belandt rinkelend in een stalen bak.

“Wat is dat?”
“Dat is een kogel, mevrouw Stieger*.”
“Waarom leef ik dan nog?”
“Dat kan ik je ook niet vertellen.”


Een paar uur eerder gaat Natasha met een vriendin mee naar de kapper. De twee brengen de hele dag samen door. Het is een koele dag in de zomer van 2012. Rond middernacht gaan ze met de trein van het Zwitserse stadje Aarau, dat halverwege Basel en Zürich ligt, terug naar hun dorp Hirschthal. De afgelopen dagen was het 33 graden, maar nu is het aangenaam afgekoeld. De twee achttienjarigen besluiten om naar huis te lopen.

Omdat haar vriendin de andere kant op moet, nemen ze afscheid bij het station en gaat Natasha alleen verder. In het dorpje, dat 1100 inwoners telt, is het helemaal stil. Koptelefoon op, muziek aan. Over tien minuten is ze thuis.

Plotseling merkt ze dat er iemand achter haar loopt. Grappig, denkt Natasha, ze had niet gemerkt dat er nog iemand anders uit de trein was gestapt. De onbekende is zo dichtbij dat ze zijn schaduw voor haar ziet door het licht van de straatlantaarns. Ze gaat iets sneller lopen – de meeste mensen begrijpen die hint wel. Hij niet. Hij gaat ook sneller lopen.

Je beeldt het je in, denkt ze eerst nog, maar al snel beseft ze dat er echt iets mis is. Ze zet haar muziek zachter om de geluiden om haar heen te kunnen horen. Ze bedenkt wat ze zou doen als ze aangevallen zou worden. Schreeuwen. Gerichte trap in het kruis. Stomp in de maag.

Plots voelt ze een harde klap op haar achterhoofd. Eerst schrikt ze, dan wordt ze woedend. Wie denkt deze vent wel niet dat hij is, om haar aan te raken, pijn te doen?

Natasha is gespannen. In de zak van haar hoodie balt ze haar vuisten. Toch probeert ze rustig te blijven. Er is niets aan de hand, er gebeurt toch niets, denkt ze.

Dan voelt ze een harde klap op haar achterhoofd. Eerst schrikt ze, dan wordt ze woedend. Wie denkt deze vent wel niet dat hij is, om haar aan te raken, pijn te doen? Ze draait zich om. Hij staat recht voor haar. Ze denkt geen seconde na en stort zich op zijn gezicht. Ze gilt. Ze krabt hem. Ze slaat hem met haar vuisten. Ze vallen allebei op de grond. Hij duwt haar tegen het asfalt, gaat op haar ribbenkast zitten, zijn handen om haar nek. Natasha drukt haar nagels in zijn oogkassen, krabt aan zijn oor, schreeuwt nog steeds. Hij drukt haar keel dicht.

Ze kan nauwelijks ademen, kan niet meer gillen. Ze wil onthouden hoe haar aanvaller eruitziet, dus kijkt hem recht in de ogen. Een paar bruine ogen staren terug. Alsof hij wil weten hoelang het nog zal duren voordat ze dood is. Hij lijkt vastberaden.

Natasha’s blikveld wordt kleiner. Langzaam wordt het zwart voor haar ogen. Ze voelt zijn gewicht op haar lichaam niet meer. Zelfs de pijn voelt ze niet meer. Haar lichaam geeft zich over aan dit gevoel.

Dan hoort ze vanbinnen een stem: “Wakker worden of je gaat dood!”
Adrenaline giert door haar lichaam. Ze doet haar ogen weer open. Slaat haar nagels opnieuw met alle kracht in zijn ogen. Opeens laat hij haar los en rent hij weg.

Ze staat op. Wat is er in vredesnaam gebeurd? Haar eerste gedachte: waar is mijn telefoon? Haar tweede gedachte: fuck die telefoon! Ze ziet hem voor zich uit rennen. In de verte blijft hij staan. Het is weer stil op straat, alleen zij tweeën bestaan. Ze kijken elkaar nog een ogenblik aan. Dan rent hij verder.

Natasha rent zo snel als ze kan naar huis. De hele weg schreeuwt ze – iemand moet haar toch horen. Als ze bijna thuis is, stormt haar moeder het huis uit.

“Wat is er gebeurd?!”
“Ik ben aangevallen!”
“Wilde hij je beroven?
“Nee mama. Hij wilde me niet beroven.”
“Wat dan?!”
“Ik denk dat hij me wilde vermoorden.”

Eenmaal binnen ontdekt Natasha’s moeder de wond op haar hoofd en belt de politie. Of ze een ambulance nodig hebben? Natasha zegt nee. Ze heeft alleen een beetje hoofdpijn. Een paar minuten later zitten er twee agenten aan de keukentafel en beschrijft ze wat er is gebeurd. Een blikken stem stoort het gesprek, een politieagent houdt een portofoon bij zijn oor. “Zou je de man die je heeft aangevallen herkennen?” zegt hij. “Zeker weten,” antwoordt Natasha. “Goed, dan hebben we hem.” Opluchting.

De politie neemt haar mee naar het plaats delict, zodat ze het incident zo nauwkeurig mogelijk kan uitleggen. Daar vindt de politie een pistool dat haar aanvaller blijkbaar had achtergelaten tijdens zijn ontsnapping. Wat een geluk dat hij niet heeft geschoten, denkt Natasha nog.

Het is vier uur ’s nachts als ze met de twee politieagenten en haar moeder tegenover een arts zit. Hij onderzoekt haar hals. Als Natasha haar hoofd naar achteren kantelt, ontdekt haar moeder iets glimmends in de wond op het hoofd van haar dochter, en vraagt ze de arts ernaar te kijken. “Doe ik meteen,” zegt hij troostend tegen de moeder. Hij rondt het onderzoek naar Natasha’s hals af en werpt een blik op haar achterhoofd. Zijn gezicht trekt direct wit weg. De arts verlaat de kamer zonder een woord te zeggen en komt terug met een pincet.

Als Natasha de kogel in de bak ziet liggen, barst ze voor het eerst die avond in huilen uit. Pas nu beseft ze wat er is gebeurd. Ze draait zich om naar haar moeder en zegt: “Mam, net als Lisbeth Salander!” Lisbeth is een van de hoofdpersonen uit een van de lievelingsboeken van Natasha, de Millennium-trilogie van Stieg Larsson, en zij overleefde ook een hoofdschot. Het is even stil, en dan beginnen ze allebei te lachen.

Als Natasha de kogel in de bak ziet liggen, barst ze voor het eerst die avond in huilen uit. Pas nu beseft ze wat er is gebeurd.

Als ze later in het ziekenhuisbed ligt, valt ze meteen in slaap. Het eerste wat ze de volgende ochtend ziet, is een politieagent die over haar bed gebogen staat. Hij wil haar ondervragen over de gebeurtenissen van de vorige nacht. Dit irriteert haar, want ze voelt zich uitgerust en is nu in een goed humeur – ze heeft het tenslotte overleefd. Een paar dagen later mag ze naar huis. Ze voelt zich nog steeds goed.

Haar huis wordt ondertussen belaagd door journalisten en fotografen. Ze krijgt van meerdere redacteuren boeketten met visitekaartjes eraan. In het dorp gaan de verslaggevers alle huizen langs om Natasha’s vrienden geld aan te bieden in de hoop dat zij meer details over het verhaal kunnen onthullen.

Desondanks voelt Natasha zich die eerste paar weken goed. Totdat ze – op dezelfde weg waar ze werd aangevallen – de ouders van haar aanvaller tegenkomt. Natasha herkent hen van een interview dat op de lokale televisiezender werd uitgezonden.

Hun zoon was een goede jongen, hadden ze in dat interview gezegd. Hij had niets gedaan. En het gaat toch goed met Natasha? “Totaal overdreven” was het, hoe hun zoon behandeld werd.

Natasha kent hen beiden van gezicht, vertelt ze. De moeder is een oudere, broze vrouw die nauwelijks kan lopen – ze strompelt de vader achterna. Natasha had haar altijd op een vriendelijke manier begroet. Nu is het de moeder die “Grüezi!” zegt. Het is voorlopig de laatste keer dat Natasha in haar eentje over straat zal lopen.

Vanaf dat moment rijden haar ouders haar overal heen. Ze verplaatsen afspraken zodat hun dochter nergens alleen naartoe hoeft. En dan komen de nachtmerries. Het gaat vrijwel altijd over hem, en als hij haar niet achtervolgt in haar dromen, is het wel een andere man die haar probeert te vermoorden.

Ze gaat niet meer uit. Vrienden nodigt ze slechts bij haar thuis uit. Ze gaat ongeveer twee maanden lang naar de psycholoog van haar moeder. De conclusie van de sessies: het ging oké naar omstandigheden.

Haar aanvaller moet voor de rechtbank verschijnen. Natasha besluit dat ze hem wil zien voordat ze gaat getuigen. Ze hoopt dat ze daarmee de zaak voor zichzelf kan afsluiten. Terwijl ze in het gerechtsgebouw op hem wacht en hem binnen ziet komen met twee agenten aan weerszijde, krijgt ze spijt van haar beslissing. Ze verstopt zich achter haar moeder en vindt het moeilijk om naar hem te kijken.

Terwijl ze haar verhaal doet in de rechtszaal, wil ze in ieder geval dat hij haar even aankijkt. Maar hij negeert haar. Ze zou graag “Hier ben ik, zie mij, ik ben hier ook!” willen schreeuwen, maar ze zegt niets. Opnieuw ziet ze zijn onverschilligheid, die ze ook zag toen hij haar die nacht probeerde te vermoorden.

Hij verontschuldigt zich niet. Hij toont geen berouw. Het vonnis: twintig jaar gevangenis, met aansluitend tbs. De officier van justitie noemt hem “een tikkende tijdbom”, zoals later in Blick staat.

Af en toe vraagt ze zich af hoe het met hem is afgelopen, zegt Natasha. “Ik ben niet meer boos. Ik heb hem een beetje vergeven.” Maar er zijn wel veel dingen voor haar veranderd. Dingen die ze ooit als absoluut onwaarschijnlijk beschouwde, zijn nu ineens mogelijk. Ze werd neergeschoten en was het slachtoffer van een poging tot moord. Waarom zou ze niet het slachtoffer worden van een vliegtuigcrash? Als ze ’s nachts geluiden hoort, denkt ze meteen aan een moordenaar. Als ze alleen naar de wc gaat en een vreemde man haar volgt, wordt ze nerveus. Het is absoluut mogelijk en aannemelijk dat hij me de wc in volgt om me iets aan te doen, denkt ze dan. Ook is alleen thuis zijn vaak moeilijk voor haar.

Het helpt dat ze nu een hond heeft, Elfie. Sinds ze de zwarte, zwaar ademende Franse buldog heeft, durft ze weer alleen op pad. Het is een kleine overwinning. Ze heeft zichzelf ook gedwongen om haar favoriete misdaadserie weer te gaan kijken. “Ik wilde niet dat hij dat ook van me zou afpakken,” zegt ze. De eerste drie weken dat ze ernaar keek waren verschrikkelijk en moest ze veel huilen, maar nu kan ze weer van de serie genieten. Tenzij het om een zaak gaat die te veel op de hare lijkt. “Dan moet ik meteen weer huilen.”

Tegenwoordig is het voor haar het belangrijkst om aan andere mensen te vertellen dat het loont om terug te vechten. “In mijn hoofd heb ik hem verslagen.”

*Achternaam bij redactie bekend


Luister hieronder onze nieuwste aflevering van Oranje Leeuwinnen de Podcast, over het WK van het Nederlands elftal

Tagged:
schotwond
kogel
moordwapen