lhbt+

Kroegbaas Jantina neemt al jarenlang kwetsbare gays onder haar vleugels

Niet alleen bakt ze friet om je lhbtengels bij af te likken, ook helpt ze homo’s die door hun omgeving niet worden geaccepteerd.

door Stella Eikendal; foto's door Alwin Sinnema
12 mei 2019, 5:00am

In aanloop naar Pride gaan we langs bij (ex)kroegbazen van gayclubs door heel Nederland, om ze te vragen naar hun beste verhalen, wat de club voor de omgeving heeft betekend en hoe het ze nu vergaat.

Jantina Darwinkel (61) staat ook wel bekend als de hulpmoeder van de Groningse gayscene. In haar café en snackbar Ons Moeke komen homo’s niet alleen om plezier te maken, maar ook om een praatje te maken als ze door een moeilijke periode gaan. En soms, als de situatie daarom vraagt, biedt ze deze jongens tijdelijk onderdak in haar eigen huis.

Ons Moeke ligt midden in de Zeeheldenbuurt in Groningen. Vanbuiten kun je het café herkennen aan de rode luifels, en zodra je binnenkomt is de regenboogkleurige bar het eerste dat opvalt, naast de portretten van halfnaakte mannen en vrouwen die hier en daar op de muur prijken. Iedereen is welkom bij Ons Moeke, behalve mensen die homofoob zijn. Want zeker als je bedenkt dat er de afgelopen jaren flink wat gaykroegen zijn gesloten in Groningen, is het belangrijk dat er plekken blijven bestaan waar lhbt'ers wél zichzelf kunnen zijn en elkaar kunnen ontmoeten.

Elf jaar geleden nam Jantina de kroeg over van een vriend, die zelf weliswaar homo was, maar het nooit heeft aangedurfd om er een gaycafé van te maken. Jantina daarentegen, twijfelde daar geen moment aan. Zelf is ze hetero, maar ze heeft al haar hele leven veel op met lhbt’ers. “Voordat ik het overnam werkte ik ook al lang achter de bar, toen kwamen mensen al vaak met me beppen,” vertelt ze. “Soms waren dat ook homoseksuele jongens. Als die dan vertelden dat ze gingen samenwonen met hun vriendin, waarschuwde ik ze: ‘Dat is niks voor jou. Ga jij maar achter een jongen aan, en schop dat meisje de deur uit.’”

Bar Jantina

Snackbar

Het bleef niet bij dit soort advies. Ze heeft ook een aantal jongens tijdelijk in haar huis laten wonen, als ze zelf niet meer thuis welkom waren vanwege hun geaardheid, gepest werden of niet uit de kast durfden te komen. Tonnie uit Appingedam bijvoorbeeld, die een verstandelijke beperking heeft en helemaal alleen was, toen hij zeven jaar geleden aan de bar kwam zitten. Zijn moeder accepteerde hem niet en zijn vader was al overleden. “Tonnie bestelde een patatje en een biertje, en is daarna nooit meer weggegaan,” zegt Jantina. Dat bedoelt ze vrij letterlijk, want Tonnie staat sindsdien biertjes te tappen en snacks te verkopen. Samen met Jantina runt hij nu Ons Moeke.

Twee jaar nadat ze elkaar hadden ontmoet, betrokken ze samen een kangoeroewoning – wat bestaat uit twee zelfstandige woningen, een grotere en een kleinere. “Hij woont op nummer 15, ik op 13. We hebben een tussendeur, dus als er wat is kunnen we meteen naar elkaar toe. Ik weet eigenlijk niet eens wat hij precies heeft, maar dat maakt me ook niet uit. Tonnie is Tonnie, hij is als een kind voor me.”

Tonnie
Tonnie.

Ook Mark kwam weer op de rit dankzij Jantina. Hij woonde bij zijn moeder en stiefvader in Wolvega, maar werd niet door ze geaccepteerd, en vertrok naar Groningen. Daar werd hij dakloos en sliep hij ‘s nachts in het Stadspark. Toen hij in het café kwam, ontfermde Jantina zich gelijk over hem. “Ik zei dat ik niet gelijk over alles hoefde te praten, maar er in ieder geval voor wilde zorgen dat hij niet meer buiten zou slapen.” Eerst sliep Mark een tijd in de nachtopvang, en uiteindelijk regelde Jantina dat hij via Stichting Jongerenzorg een huis kon huren. Nu woont Mark zelfstandig in Groningen, en werkt hij een keer in de week achter de bar bij Ons Moeke.

Maar het grootste succesverhaal, vertelt ze, is Joran uit Veendam. Hij zat compleet in de put toen hij op zijn vijftiende aan de bar kwam zitten, want ook zijn ouders moesten niks meer van hem hebben. Hij ging niet naar school, zat aan de drank en de drugs, ging ‘s nachts naar het Stadspark om seks te hebben voor geld en had zelfmoordneigingen. “Ik heb ‘m bij me laten wonen, onder de voorwaarde dat hij geen drugs meer zou gebruiken,” vertelt Jantina. “Want dat is wel de regel. Er werkte hier ook een keer een jongen die zijn verslaving niet de baas was, en telkens met doppen als schotels achter de bar kwam staan. Daar had ik geen zin in, dus die heb ik weggestuurd.”

Joran heeft één keer een terugval gehad, maar verder ging alles goed. Na drie jaar ging hij op zichzelf wonen, en tegenwoordig woont hij samen met zijn man in Rotterdam. Hij belt Jantina minstens vier keer per week op. “Ik was ook zijn getuige op de bruiloft. Soms heeft hij het zwaar, omdat-ie me mist. Maar dan komt hij gewoon weer lekker bij me aan de bar hangen.”

muur

Jantina heeft inmiddels ongeveer tien jongens bijgestaan, door ze bij haar te laten wonen, werken of allebei. Als ze daarop terugblikt is ze blij en trots dat ze zoveel voor ze heeft kunnen betekenen, maar moet ze ook zeggen dat het lang niet altijd meevalt, zo’n kroeg runnen. “Af en toe ruziën er wat relnichten op zaterdagavond, en moet ik er weer tussenin komen. Daar heb ik het wel een beetje mee gehad.”

Jantina laat er ook geen gras over groeien als ze iemand betrapt op homo-onvriendelijke uitspraken – die zou je misschien niet zo snel verwachten in een gaycafé, maar het gebeurt toch echt weleens. Een keer zei bijvoorbeeld een man die aan de bar zat dat het maar goed ook was dat Jantina de eigenaar was, en niet “die vieze schijthomo” van eerst. “Ik zei dat hij wat beter uit zijn doppen moest kijken – hij had die regenboogkleuren op de bar blijkbaar nog niet gezien – en toen ging hij scheldend weg. Nu is hij dood. God straft meteen.”

Frituur

Op dit moment woont er niemand bij Jantina thuis. Het valt haar op dat het tegenwoordig wat rustiger is bij Ons Moeke, wat volgens haar komt doordat je tegenwoordig ook Grindr hebt, en “niet meer zo sneaky hoeft te doen in een kroeg” om met andere gays in contact te komen. Maar ze blijft de hulpmoeder die ze afgelopen jaren is geweest, en haar café blijft een thuis voor iedereen die dat zelf niet heeft. “Ik blijf die jongens helpen totdat ik er dood bij neerval.”