Kindjes met kanker worden over vijf jaar getroost door een robot

“Het unieke aan deze robot is dat hij wel bij de bestraling aanwezig kan zijn om verhalen te vertellen en spelletjes te spelen.”
8.3.18

Bij het woord robot dacht ik tot voor kort altijd aan de tinnen man uit de Wizard of Oz of aan eenzame mensen met een seksrobot. Ik ging ervan uit dat robots saai waren, of op zijn best slecht gezelschap. Daar kwam verandering in op het moment dat Mike Ligthart me vroeg om een kinderverhaal te schrijven dat in de toekomst voorgelezen zal worden aan kinderen met kanker door een robot.

Ik spreek af met Ligthart bij de afdeling Kinderoncologie in het Emma Kinderziekenhuis AMC. Als ik de lift uitstap, merk ik: hier zijn echte problemen aan de hand. Ligthart, een type met twinkelende ogen verwelkomt me. "Af en toe lopen er zieke kinderen voorbij," waarschuwt hij, "dan weet je dat." Ik knik.

Advertentie

Mike Ligthart is één van de drie onderzoekers in het project ‘Improving Childhood Cancer Care when Parents Cannot be There – Reducing Medical Traumatic Stress in Childhood Cancer Patients by Bonding with a Robot Companion.’ Hij heeft zijn bachelor en master Artificial Intelligence in Nijmegen behaald. Voor zijn afstudeerproject heeft hij sociale robots voor kinderen met diabetes gemaakt. Die bots moeten kinderen aansporen om zelfredzaam te worden.

"Ik ben me eigenlijk aan het specialiseren in kind-robot-interactie en dan specifiek in het medisch domein." De bedoeling is dat er binnen vijf jaar een robot bestaat die kinderen met kanker emotioneel bijstaat in verschillende situaties. De behoeften van het kind staan centraal in zijn onderzoek.

In al mijn voorbarigheid vraag ik meteen hoe er voorkomen gaat worden dat het eentonig wordt, zo’n robot. Om het daarover te hebben, ga ik eerst wat tussenstappen nodig hebben, waarschuwt Ligthart. "Houd vooral ook je ogen open," roept hij vervolgens boven het tamboerijnspel van twee Cliniclowns uit.

Belangrijk is om te beginnen bij het hoofddoel van het project: stress wegnemen tijdens bepaalde momenten in de kankerbehandelingscyclus. Ongeveer 75 à 80% van de kinderen overleeft een kankerdiagnose. Het doel van de robot is om traumatische stress tijdens de behandeling te verminderen.

Ouders hoeven niet bang te zijn dat hun kind wakker wordt gehouden door een robot terwijl ze eigenlijk moet rusten, want een pedagogisch medewerker heeft de controle over wanneer het wordt gebruikt.

Wanneer kinderen een infuus aangelegd krijgen of wanneer ze bestraalt worden en er scantechnieken gebruikt worden met radioactief materiaal, dan mogen de ouders daar niet bij zijn en dat is natuurlijk hartstikke eng. "Het unieke aan een robot is dat het op die momenten wel aanwezig kan zijn en verhalen kan vertellen, gesprekken kan voeren en spelletjes kan spelen met het kind." Samengevat: ik moet het dus niet zien als een vervanging van iets, maar als een toevoeging. En dan vooral tijdens de momenten wanneer een kind alleen is.

De robot gaat gedurende de komende vijf jaar steeds meer kunnen. "Bijvoorbeeld tijdens de nacht," zegt Ligthart. Veel kinderen die in het ziekenhuis liggen hebben grote slaapproblemen. Als de robot naast het bed zit, geeft dat mogelijkheden om wat te doen. Het moet natuurlijk wel verstandig ingezet worden. Niet dat een kind de hele nacht gaat gamen, maar dat de robot bijvoorbeeld zegt: “Ik moet opladen, laten we een oefening doen om in slaap te komen.”

Advertentie

Ouders hoeven niet bang te zijn dat hun kind wakker wordt gehouden door een robot terwijl ze eigenlijk moet rusten, want een pedagogisch medewerker heeft de controle over wanneer het wordt gebruikt. Deze persoon kent het kind en kan de robot inzetten als een nieuw stuk gereedschap.

Ik realiseer me dat de robot een ding is dat aan- en uitgezet wordt in het bijzijn van de kinderen. Ligthart vertelt me dat dit ook de bedoeling is; om het zo controleerbaar mogelijk te maken. De kinderen worden niet gefopt door te doen alsof. Want de robot is geen levend wezen. "Kinderen weten dat ook gewoon," zegt Ligthart. "Het mooie is dat uit onderzoek blijkt dat, ondanks dat kinderen weten dat het nep is of niet dezelfde kwaliteiten heeft als een mens, dan vinden ze het alsnog leuk om te doen alsof." Dus zo zit dat met die eerste voorbarige vraag, denk ik. De robot wordt gezien als een nieuwe entiteit. Het is geen robot die een mens na wil doen en hierin achterblijft, het is geen huisdier want het leeft niet, maar het kan wel praten, het is ook geen tablet want het is veel interactiever en belichaamd, het is iets nieuws. Het is een robot en die heeft zijn eigen manier van communiceren.

"Soms zijn er ouders die ineens het gesprek gaan voeren met de robot namens het kind, het zou leuk zijn als de robot op een grappige manier ervoor zorgt dat het kind met de robot interacteert en niet de ouder."

Ligthart vertelt dat de verwachtingen over de robot laag moeten blijven, om teleurstellingen te voorkomen, want dat maakt het ondersteunende effect minder. Daarom moet de robot zo goed mogelijk geïntroduceerd worden. "Compleet met wat-ie kan en niet kan." Ligthart denkt dat het beter is om niet te doen alsof de robot meer is dan dat het eigenlijk is. Daarom krijgen de kinderen vooraf een soort tutorial: "Hoe communiceer ik met de robot?" om verwachtingen te managen.

Op een zo ethisch verantwoorde manier probeert Ligthart het vijfjarige project nu al een leuke bijdrage voor de kinderen te laten zijn. Wel met een bewust terughoudendheid, want hij wil ze ook niet te veel lastigvallen. "Het zijn kinderen die ziek zijn, af en toe voelen ze zich niet lekker."

Advertentie

Ik vraag me af hoe het zit met grapjes. Zijn robots net als de oma’s en opa’s van de wereld waarmee je één gemeenschappelijke vijand hebt, namelijk je ouders?

"Soms zijn er ouders die ineens het gesprek gaan voeren met de robot namens het kind, het zou leuk zijn als de robot op een grappige manier ervoor zorgt dat het kind met de robot interacteert en niet de ouder." Een robot die bijdehand is, maakt het voor oudere kinderen interessanter. En voor jongere kinderen is een brave robot beter, anders kan het intimiderend werken. De robot moet op de lange termijn niet alles leuk vinden wat het kind leuk vindt, want dan wordt het dus saai. Ingewikkeld misschien, maar er zijn, net als bij mensen, een aantal sociale regels waar een robot zich aan moet houden. Een van de modellen van het systeem dat toegepast kan worden, is het ui-model.

Als iemand op een diepere laag iets deelt dan moet de robot daar enerzijds met respect mee omgaan. Anderzijds kan de robot dat ook gebruiken om te snappen op welk niveau hij met het kind zit, want het heeft zelf ook verschillende lagen met anekdotes.

"Zo ben ik ook bij schrijvers uitgekomen," vertelt Ligthart, "want dit is wat AI nog niet kan: een personage schrijven met een persoonlijkheid." Omdat de robot gevoelens niet snapt, wordt er een model gemaakt waarbij alle gegevens vooraf ingevuld worden en de robot later zelf beslissingen kan nemen. Dat gaat als volgt: eerst wordt er een basis gemaakt. Dat heet de foundation, in dit geval is dat stress wegnemen.

Advertentie

Ligthart legt uit dat je ruwweg gezien twee type kinderen hebt:

  • Kinderen die alles willen zien, bijvoorbeeld als ze geprikt worden.
  • Kinderen die wegkijken.

In het tweede geval zou afleiding heel goed werken.

"Uit ervaring weten we dat storytelling heel goed werkt," zegt Ligthart. Omdat kinderen snel hun concentratie verliezen, zorgt de robot ervoor dat ze de aandacht erbij houden door ze te betrekken bij het verhaal. De robot kan bijvoorbeeld heel erg gaan bewegen, een soort Italiaanse handgebaren maken of kinderen mogen een verhaal beïnvloeden. Dan zegt de robot: 'Pauline heeft een… jurk aan.’ En direct erachteraan: ’Wat voor kleur zullen we de jurk geven?’ Vervolgens kan hij zijn mening over de keus geven: ‘Wat een goede smaak heb jij.’

Er wordt geprobeerd om genderneutraliteit op zo’n manier te belichten dat kinderen zelf kunnen bepalen of de robot een jongetje of een meisje is. "Daar doen wij geen uitspraken over. Wij weten het ook niet?! Er kan zelfs een nieuwe gender voor de robot bedacht worden," dat is dus allemaal prima in de robotwereld.

Visa versa probeert Ligthart een meer afwachtende houding aan te nemen. Uit wetenschappelijke literatuur blijkt dat jongens en meisjes de robot anders zien: meisjes vinden mensachtige robots, zoals deze, over het algemeen meer aantrekkelijker dan jongens. "Het hangt uiteindelijk meer af van leeftijd dan van geslacht, denk ik."

"Het zou heel mooi zijn als we er heel rijk van worden, maar daar gaan we niet voor."

Het afscheid is ook een belangrijk onderdeel van het project. Het moet duidelijk zijn dat de robot in het ziekenhuis blijft en dat als het kind naar huis gaat, de robot niet meegaat. Over de schouders van Ligthart zie ik een kindje van nog geen drie jaar voorbijlopen, al haar haren zijn uitgevallen. Ik probeer te focussen.

"Bij het diabetesproject kregen de robots tekeningen, brieven en verhalen van kinderen," vertelt Ligthart. "Met deze emoties moet natuurlijk zorgvuldig omgegaan worden."

Advertentie

Er wordt bij het afscheid door de robot gezegd: "Ik vond het leuk je te ontmoeten." Hij probeert hiermee dus geen verwachtingen te scheppen over dat ze elkaar nog een keer zien.

"Want dat weten we niet. De kinderen zijn of klaar met hun behandeling, de doelgroep ontgroeid of ze zijn overleden op dat moment. Een goede afscheidszin is: ‘Ik vond het leuk je te ontmoeten.’ Hiermee wordt er teruggekeken, eventueel een herinnering opgehaald en gezwaaid door de robot."

De reden waarom het gedrag van de robot dus niet doorsnee wordt, is door te ontwerpen vanuit de gedachte dat er meerdere interacties plaatsvinden. Dat geeft bepaalde mogelijkheden die tot nu toe niet veel benut worden, omdat het best wel moeilijk is om ze te realiseren. Maar hiermee is het juist een uitdaging voor Ligthart.

De robot onthoudt bepaalde dingen van wat er wordt gezegd en gedaan, het heeft geen dictafoon op tafel liggen, zoals ik en kan dus niet alles onthouden.

"Maar het allerbelangrijkste is dat de robot het kind nog herkent: de naam weet en een aantal dingen die er met de robot gedeeld zijn, moet hij onthouden."

Als de robot vraagt naar het favoriete huisdier, weet de robot; wat het kind nu gaat zeggen, is een huisdier. Voor robots is dat nog best wel moeilijk omdat het niet begrijpt wat het kind zegt. Dat is iets dat nog niet kan in AI. Natural language understanding is nog een onopgelost probleem, dat ook in dit project kan niet opgelost kan worden.

"Het zou heel mooi zijn als dat wel zou kunnen, dan worden we ook heel rijk," zegt Ligthart. "Maar daar gaan we niet voor. Nu is het een kwestie van zo ver mogelijk komen met wat er is."