oorlog

Hoe Zweden omgaat met terugkerende IS-strijders

Terwijl Zweden worstelt met nieuwe wetten voor terugkerende IS-strijders verklaart een hospik waarom hij zich veiliger voelt op de frontlinie dan in zijn eigen land.

door Jonas Grönvik
30 maart 2019, 8:00am

Screenshot van ons Skypegesprek met Firat. Foto: VICE

Als je op de hoogte wil blijven van onze beste stukken zonder je suf te scrollen, schrijf je dan in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

“Wat neem je eigenlijk allemaal mee naar een oorlog?"

De eerste keer dat ik Firat* ontmoette was in september vorig jaar. Hij zat op de grond om zijn tas in te pakken. Hopelijk zou dit de laatste keer zijn dat hij naar Syrië vertrok om te vechten tegen IS.

In zijn tas zit een uniform, koffie, een camera, aandenkens aan vrienden die hij in de strijd verloor en oordoppen. “Ik kan met mijn rechteroor al niks meer horen,” vertelt hij. “Ik moet gehoorbeschadiging dragen om te voorkomen dat ik links ook verneuk.”

In zijn rol als hospik heeft Firat de afgelopen drie jaar in Syrië tegen IS gevochten, als vrijwilliger voor de Koerdische anti-jihadistische militie People’s Defence Unit (YPG). Hun werk wordt ondersteund door luchtaanvallen van een coalitie onder leiding van de VS. “Ik moest kort stoppen vanwege een verwonding,” zegt hij. Vorige week kondigden de Syrian Democratic Forces (SDF) en de Amerikaanse regering aan dat Syrië volledig bevrijd is van IS. Maar eind 2018 moest Firat nog een steentje bijdragen.

“Hier red ik levens mee,” zegt hij, terwijl hij naar een tas vol verband, tourniquets en medicijnen. “Ik zou mezelf geen dokter of verpleger noemen, want dat ben ik niet,” legt hij uit. “Maar als je voet eraf wordt geschoten red ik je leven.”

Er is genoeg te bespreken met Firat en zijn rol in het offensief. Maar eerst: “Heb je mijn tandenborstel gezien?”

1544521288280-2
Firats tas

Als vrijwilliger heeft Firat veel vijanden die hem het liefst dood zouden willen. Dat zijn niet alleen IS-vechters aan de frontlinie in Syrië, maar ook thuis in Göteborg. Toen Firat vorig jaar weer thuis was werd hij meerdere malen met de dood bedreigd door andere Zweden die ook terug waren van de oorlog, maar aan de andere kant hadden gevochten.

De bedreigingen begonnen nadat iemand een IS-vlag door zijn brievenbus had gedaan. “Ze wisten wie ik was, en ze wisten dat ik weer thuis was,” zegt hij. Hij was zijn hond aan het uitlaten toen een gemaskerde man opdook en een pistool in zijn gezicht drukte en de trekker overhaalde. Het pistool klikte vier keer voordat Firat het op een rennen zette.

Volgens het politierapport doorzochten agenten het gebied en controleerden ze beeldmateriaal van trams, maar konden ze niets vinden. Firat vertelt dat er een kogel werd afgevuurd terwijl hij wegrende, maar hem miste – een detail dat ontbreekt in het politierapport. Een paar dagen na de aanval wordt het onderzoek gestaakt wegens gebrek aan bewijs.

“Die klootzakken hebben me voor mijn eigen huis beschoten,” zegt Firat. “En niemand kon me helpen. Ze zeiden dat ik naar sociale zaken moest gaan. Maar wat zou ik daar moeten doen? Ik had geen keuze: ik moest Zweden en mijn familie verlaten voor mijn eigen veiligheid.”

1544521309960-6

Volgens de Zweedse veiligheidsdienst zijn er ongeveer driehonderd Zweden naar Irak en Syrië gereisd om zich bij IS en verwante groepen aan te sluiten. Magnus Ranstorp is een terrorisme-expert aan de Swedish Defence University in Stockholm. In 2017 schreef hij een onderzoek over 267 vermoedelijke IS-gangers, die door de Zweedse autoriteiten werden aangewezen.

“We weten dat er ongeveer 140 tot 150 teruggekeerd zijn naar Zweden,” zegt Ranstorp. “We weten niet precies waar ze zijn, maar veel van hen zijn al vroeg in het conflict teruggekeerd. Sommigen zijn gewond geraakt en zijn teruggekeerd naar Zweden om aan te sterken en later terug te keren.”

Er zijn maar weinig Zweede IS-strijders veroordeeld, of überhaupt aangeklaagd. “We zijn zo ongeveer het enige land in de EU zonder wetgeving die deelname en samenwerking met een terroristische organisatie verbiedt,” zegt Ranstorp.

In Zweden kunnen terugkerende strijders veroordeeld worden voor oorlogsmisdaden, maar het is moeilijk om bewijsmateriaal tegen individuen te verzamelen in oorlogsgebied. Hierin verschilt Zweden van andere Europese landen, waar aansluiting bij IS genoeg is om te worden vervolgd. In Noorwegen en Denemarken lopen terugkerende jihadisten het risico tot zes jaar gevangenisstraf te krijgen, met de mogelijkheid nog strenger gestraft te worden als ze een hogere positie binnen een terroristische organisatie bekleed hebben. Denemarken kan ook het burgerschap van IS-strijders intrekken.

Er zijn veel redenen waarom het gebrek aan wetgeving in Zweden zorgwekkend is. “We zijn natuurlijk kwetsbaar,” zegt Ranstorp. “Deze gevaarlijke individuen kunnen meer mensen rekruteren, en zelfs terroristische aanvallen plannen.”

1544521338191-8
Magnus Ranstorp. Foto door: Tony Zaitoon

Magnus kan twee specifieke gevallen voor de geest halen: Mohamed Belkaid en Osama Krayem, die beide verdacht worden van deelname aan de terroristische aanslagen in Parijs en Brussel in 2015. “Dat waren Zweedse terugkeerders, maar ze zijn niet teruggekomen naar Zweden. Ze gingen naar België, en daar hebben ze de aanvallen in Parijs en Brussel gepland,” legt Ranstorp uit.

Mohamed Belkaid, die in Stockholm woonde, is doodgeschoten toen de Belgische politie een schuilplaats in Brussel bestormde na de terroristische aanslagen in Parijs. Osama Krayem groeide op in Rosengård in Malmö, en wordt nu vastgehouden in Frankrijk op verdenking van betrokkenheid bij de aanvallen in Brussel en Parijs.

De Zweedse regering is van plan later dit jaar een nieuwe anti-terrorismewet aan te nemen die het strafbaar stelt om deel uit te maken van een terroristische organisatie. Zes jaar gevangenisstraf is het maximale bijbehorende vonnis – evenveel als voor diefstal.

Maar het zou al te laat kunnen zijn. “De wet kan niet met terugwerkende kracht worden toegepast, dus zal niet van toepassing zijn op mensen die al terug zijn gekeerd,” legt Ranstorp uit.

Ondanks het gebrek aan wetgeving worden de Syriëgangers nauwlettend in de gaten gehouden door de veiligheidsdiensten, zegt Ranstorp. Maar vanwege bezorgdheid over het delen van informatie is er bijna geen coördinatie tussen de inlichtingendiensten, de politie en lokale sociale diensten. Dus er is maar heel weinig dat lokale gemeenten en sociale diensten kunnen doen om een terugkerende IS-strijder te identificeren. “Lokale gemeenten hebben heel weinig kennis over het conflict, en ze weten absoluut niet wie er voor of tegen IS heeft gevochten,” voegt Ranstorp toe.

1544521404145-3
Firat via Skype vanuit Syrië.

Het duurde tot juni 2017 voordat de Zweedse overheid begon met deze gapende gaten in wetgeving te onderzoeken. Wat was uiteindelijk de doorslaggevende factor? “De terroristische aanslag in Stockholm in April 2017,” vertelt Ranstorp.

Rakhmat Akilov, die nu een levenslange gevangenisstraf uitzit, was een IS-sympathisant die met een gestolen vrachtwagen inreed op een drukke straat vol mensen in het centrum van Stockholm, waarbij vijf mensen om het leven kwamen. Volgens het vonnis had Akilov in 2014 geprobeerd om Syrië binnen te komen via Turkije, om zich daar bij IS te voegen. Dat lukte niet, en in plaats daarvan keerde hij terug naar Zweden waar hij de aanslag pleegde.

Volgens onderzoek is tachtig procent van de Zweden die zich bij IS hebben aangesloten afkomstig uit vier steden: Göteborg, Stockholm, Malmö en Örebro. Zeventig procent komt uit “sociaal kwetsbare buurten.” Firat is ook opgegroeid in zo’n buurt. Een paar van zijn oude schoolgenoten verliet Zweden om aan de andere kant van een oorlog te vechten die bijna 5000 kilometer verderop plaatsvindt.

Volgens een onderzoek van de Zweedse Nationale Raad voor Gezond en Welzijn krijgen terugkeerders als Firat zoveel doodsbedreigingen dat ze “naar bijeenkomsten van sociale diensten komen met kogelvrije vesten aan.”

Twee weken nadat Firat Zweden verliet spreken we elkaar opnieuw. Hij is erin geslaagd om de grens met Syrië over te steken en zit nu met zijn YPG-eenheid in de buurt van de frontlinie in het zuidoosten van Syrië. “De reis was zwaar, het duurde langer dan verwacht,” vertelt Firat via Skype. “Maar aan de andere kant: het is oorlog, dus het zou ook niet makkelijk moeten zijn.”

De YPG leidde de SDF, een verbond van anti-jihadistische groepen. Koerden en Arabieren vochten samen met Armenen, Syrische Turkmenen en lokale strijders. De aanval werd in mei 2018 ingezet, en in november geïntensiveerd rond de stad Hajin, het laatste bolwerk van IS in Syrië. De gevechten waren bloederig, zegt Firat. IS was erin geslaagd om meerdere tegenaanvallen uit te voeren door gebruik te maken van zandstormen en mist, om aan luchtaanvallen van de coalitie te ontsnappen.

“We beginnen een einde te maken aan territoriale controle van IS,” zei Firat toentertijd. “Dat voelt goed, maar het is nog steeds erg zwaar. Er ontstaan nog steeds gevechten in steden die we dachten te hebben ontzet.”

Ik hoorde het geluid van schoten op de achtergrond. “Alleen de meest doorgewinterde strijders zijn hier nog, en zij zijn niet bang om te sterven.”

2
Firat in Syrië in 2018. Photo courtesy of Firat.

In oktober kondigde YPG aan dat meer dan 900 buitenlandse IS-leden uit 44 verschillende landen vastgehouden worden in Koerdische gevangenissen in Syrië. Firat, die ook als tolk werkt, heeft zo meerdere Zweedse jihadisten ontmoet in Syrië.

“Ik heb gehoord dat de Syrische overheid deze mensen niet voor altijd vast wil houden,” zegt Magnus. “Het is immoreel om hen met dit probleem op te zadelen. Europese landen moeten hun verantwoordelijkheid nemen en deze mensen thuis laten komen.”

Firat maakt zich zorgen dat de gevaarlijkste IS-strijders, die tot het einde van de oorlog zijn gebleven, naar huis zullen gaan voordat de nieuwe wet aangenomen wordt. “De staat moet hen straffen,” zegt hij. “Ze moeten verantwoordelijk gehouden worden. Ze kunnen niet zomaar thuiskomen en op straat gaan rondlopen.”

Firat werd uitgezonden naar de frontlinie, in de buurt van de stad Hajin, in het zuidoosten van Syrië. Hij zou een paar dagen of weken offline zijn. “Misschien maanden, als het allemaal goed gaat,” zei hij.


Een paar dagen na ons Skype-gesprek wordt Firats eenheid beslopen door IS-strijders tijdens een zandstorm. Als ik Firats vrienden benader om te vragen of het goed met hem gaat, zeggen ze dat ze ervan uitgaan dat hij dood is. Twee dagen later blijkt gelukkig dat hij veilig op de basis zit, moe van de zware gevechten. Een aantal van zijn collega’s zijn omgekomen. Toch zegt hij zich veiliger te voelen aan het front dan thuis in Göteburg.

“Hier kan ik mezelf in elk geval verdedigen,” vertelt hij. “Ik heb veel kameraden om me heen die het moeilijk maken voor de vijand om me te vermoorden. De Koerden zijn mijn volk. Maar Zweden is mijn land. Ik ben hier ook voor Zweden.”

Firats naam is veranderd om zijn identiteit te beschermen.

Tagged:
IS
Syrie
terrorisme