Waarom ik geen aangifte deed tegen mijn verkrachter
Foto door Hara Taketo / EyeEm via Getty
Identiteit

Waarom ik geen aangifte deed tegen mijn verkrachter

Ik wilde met een schone lei beginnen en niet steeds aan mijn trauma herinnerd worden.
8.10.18

Op donderdag 27 september werden Brett Kavanaugh en Christine Blasey Ford verhoord door de Amerikaanse senaat. Ford beschuldigde de kandidaat-opperrechter ervan haar misbruikt te hebben toen ze nog tieners waren. Tegenstanders van Ford vroegen zich af waarom zij hier pas 36 jaar na dato mee naar buiten kwam. Mede-slachtoffers van seksueel geweld gebruikten daarom de hashtag #WhyIDidntReport om op een rijtje te zetten waarom je er als slachtoffer voor zou kiezen om geen aangifte te doen.

Advertentie

Slachtoffers van seksueel geweld worden vaak niet serieus genomen als ze met hun verhaal naar buiten treden, en ze schamen zich vaak ook. Toch raakte Fords verhaal bij veel mensen een snaar. Mij herinnerde het aan mijn eigen ervaringen, en ik heb nu eindelijk de moed gevonden om met mijn eigen verhaal naar buiten te treden.

Volgens de National Sexual Violence Resource Center doen relatief weinig Amerikaanse vrouwen aangifte nadat ze verkracht zijn. Een op de vijf krijgt met seksueel geweld te maken, maar toch wordt 63 procent daarvan niet gemeld bij de politie. Op universiteiten is dat zelfs 90 procent. Zelf heb ik destijds ook geen aangifte gedaan, met het oog op mijn herstel en mijn toekomst. Dit is mijn verhaal.

———

26 was ik, en ik had de meest gestreste dag ooit. Ik ijsbeerde door mijn kamer en probeerde niet te huilen. Met trillende hand pakte ik het kleine, witte staafje van tafel. Twee streepjes. Ik deed nog een test. Weer twee streepjes. Er was geen twijfel mogelijk. Ik was zwanger van de man die mij verkracht had.

De volgende dag hoorde ik dat ik was toegelaten tot de master journalistiek aan Columbia University, mijn droomopleiding. Het had de gelukkigste dag van mijn leven moeten zijn en ik deed alsof ik blij was met de felicitaties. Maar het perfecte plaatje van alles waar ik zo hard voor gewerkt had lag aan diggelen. Ik was de controle kwijt over mijn lichaam, op de meest ingrijpende manier. Mijn blik was leeg, mijn hoofd tolde. Ik wist niet wat ik moest doen.

Advertentie

Mijn verkrachter was een bekende. Op papier was het een ontzettende goedzak. Hij was vrijwilliger geweest bij het Peace Corps, had een master gedaan aan USC, had een leidinggevende rol bij allerlei nobele studentenorganisaties en was sociaal werker bij een middelbare school. Zijn Facebook stond bol van reposts van goede doelen, hij schreef dat hij Internationale Vrouwendag steunde en kwam op voor minderheden. Echt de ideale schoonzoon, zeg maar, en totaal geen stereotype verkrachter.

Niet alleen geloofde ik dat hij een goed karakter had, maar ik had zelfs een beetje medelijden met hem. Dat werd later onbewust mijn verklaring voor zijn gedrag. Enerzijds zag ik hem als held, anderzijds was hij een eenzame knul die probeerde los te breken van zijn afwezige vader en zijn alcoholverslaafde moeder.

Het seksueel geweld begon vrijwel meteen nadat we begonnen met daten. Het gebeurde twee keer. Ik sliep bij hem en beide keren werd ik wakker met hem bovenop me. Hij zat aan me en probeerde in me te komen, of zat al in me, terwijl ik sliep. De eerste keer zei ik heel duidelijk dat hij moest stoppen, wat werkte, maar de tweede keer moest ik hem echt van me af trappen.

Na beide keren heb ik lang en vaak nagedacht over wat er was gebeurd, en me afgevraagd of ik het misschien zelf had uitgelokt. Ik twijfelde of ik het aan anderen moest vertellen. Wat zouden ze zeggen? Dat het mijn eigen schuld was? Dat ik niet had moeten drinken? Dat ik het met mijn kleding had uitgelokt? Dat ik niet in zijn bed in slaap had moeten vallen? Ik walgde van deze vragen en het was het makkelijkst om er maar met niemand over te praten.

Advertentie

Ik wist echt niet of het nou wel of niet aan mij lag. Als we al seks gehad zouden hebben en ik naakt bij hem in bed had gelegen, zou het dan wel oké zijn geweest? Ik kon niet meer helder nadenken en dacht dat mijn verhaal niet goed in elkaar zat – juridisch niet, en verder ook niet. Zoals veel slachtoffers die ervoor kiezen geen aangifte te doen, voelde ik me schuldig en nam ik het mezelf kwalijk. Nu begrijp ik de situatie veel beter, maar op dat moment kon ik alleen maar denken: je had beter moeten weten.

Na de tweede keer dat hij me had aangerand, besloot ik hem niet meer te zien. Maar toen kwam ik er dus achter dat ik zwanger was, en ook dat mijn ziektekostenverzekering geen abortus en medisch onderzoek zou vergoeden. Uit wanhoop heb ik met hem afgesproken en gevraagd of hij de helft van de ingreep wilde betalen, zonder hem te vertellen hoeveel geld en energie ik al had verspild aan onderzoek, vrije dagen, echo’s en misselijkheid. Zijn antwoord: “Als je je benen bij elkaar had gehouden dan was je niet in deze situatie beland.”

Ik schaamde me zo diep dat ik depressief werd. Ik had pijn van mijn zwangerschap en ik had een emotioneel trauma, maar ik wilde wel de baas over mijn eigen toekomst blijven. Ik verborg mijn zwangerschap en besloot door te gaan op de weg die ik was ingeslagen: naar New York verhuizen, mijn master halen, en vooral geen moeder worden. Met mijn verhuizing voor de boeg had ik een eindeloze to-do-lijst om af te werken. Mijn baan opzeggen, me inschrijven bij de universiteit, een kamer zoeken, afscheid nemen, mijn spullen inpakken, doktersafspraken en een abortus, die ik zelf ging betalen.

Advertentie

Ik kan niet beschrijven hoe moeilijk het was om voor een abortus te kiezen. Maar deze zwangerschap was het tegenovergestelde van alles waar ik hard voor had gewerkt. Ik had me het moederschap uiteraard ook anders voorgesteld. En ik wilde nooit van m’n leven meer iets met deze man te maken hebben, dus ik kon het kind niet houden.

Om die reden heb ik ook besloten om geen aangifte te doen. Ik wilde naar New York verhuizen en opnieuw beginnen. Het idee dat ik het hele gebeuren weer zou moeten oprakelen door er aangifte van te doen, voelde niet bevrijdend, wat het voor anderen misschien wel is. Aangifte voelde alsof ik me vastketende aan deze man, terwijl ik me juist van hem wilde ontdoen. Ik koos voor een schone lei in plaats van het herbeleven van mijn trauma door erover aan de politie te vertellen. Ik wilde geen stigma, ik wilde niet het label ‘slachtoffer’. Ik wilde gewoon gezien worden als een vrouw die haar dromen najaagt.

Het is nu drie jaar geleden dat ik verkracht ben. Sindsdien zijn talloze vrouwen ervoor uitgekomen dat ze aangerand of verkracht zijn, aangemoedigd door de #MeToo-beweging. Elke keer als zo’n verhaal in de media verschijnt – Weinstein, Cosby, Nasser – dan moet ik denken aan wat ik zelf heb meegemaakt. Ook denk ik aan wat er gebeurd zou zijn als ik wel aangifte had gedaan. Als seksueel geweld een mediaspektakel wordt, dan komt elk detail uit je privéleven op straat te liggen. Dat wil je niet. Als slachtoffer ben je sowieso al constant je herinneringen aan het analyseren en je aan het afvragen hoe het heeft kunnen gebeuren.

—————

Na mijn verhuizing ben ik in therapie gegaan. Dat heeft me geholpen om grenzen te stellen en na te denken over mijn schaamte. Mijn zelfhaat werd vervangen door compassie, en ik durfde eindelijk aan familie en vrienden te vertellen wat er gebeurd was. Tijdens mijn studie heb ik mooie momenten beleefd met klasgenoten van over de hele wereld, theetjes gedronken, culturen vergeleken en gekeuveld over in wiens land het er politiek het slechtst voor stond. Al deze momenten hebben mij levenservaring gegeven en me geholpen de carrière te maken waar ik altijd van droomde.

Het seksueel geweld dat ik heb meegemaakt heeft mijn plannen behoorlijk in de war geschopt, maar gelukkig heb ik ze wel kunnen uitvoeren. Het was misschien juridisch niet juist om geen aangifte te doen, maar daardoor hoefde ik deze man in elk geval nooit meer te zien en kreeg ik ook niet het label ‘slachtoffer’. Veel vrouwen hebben te maken met schaamte en stigmatisering als ze naar buiten treden met hun verhaal over misbruik. Voor mij was geen aangifte doen een manier om de touwtjes in eigen handen te nemen.

Mijn verhaal is slecht een van de velen die naar boven zijn gekomen nu Christine Blasey Ford haar verhaal heeft gedaan voor de senaat. Toch begrijp ik goed waarom zo veel slachtoffers ervoor kiezen hun verleden te laten rusten. Maar ook al doet iemand geen aangifte van seksueel geweld, dat maakt het niet minder waar. In een ideale wereld zouden slachtoffers zich honderd procent gesteund en geloofd voelen als ze hun verhaal doen. Nu Kavanaugh alsnog benoemd is tot opperrechter, is duidelijk dat we nog een lange weg te gaan hebben. Tot die tijd moeten we zij aan zij staan met slachtoffers, of ze nou aangifte doen of niet.