Identiteit

Wat je vooral niet tegen iemand met een eetstoornis moet zeggen

“Ik wilde helemaal geen "gezonde blos" op mijn wangen, ik wilde een uitgemergelde kop."

door Charlotte Simons
08 februari 2018, 1:41pm

Illustratie door Titia Hoogendoorn

Eetstoornispatiënten krijgen vaak te maken met ondoordachte opmerkingen en vragen. Ik kan me nog goed herinneren dat ik een keer op het schoolplein werd benaderd door een meisje dat zei: “Ik hoorde dat je boulimia hebt. Zou je me willen helpen? Ik wil ook graag een eetstoornis, maar tot nu toe lukt het nog niet echt.” Maar ook mensen die dichterbij me stonden zeiden geregeld dat ik “echt niet zoveel hoefde te eten,” terwijl ik op dat moment een eetlijst aanhield die me door een gespecialiseerde kliniek was voorgeschreven.

Eetstoornissen komen in alle soorten en maten voor, dus er bestaat niet iets als een handleiding waarin staat hoe je zelf moet omgaan met deze ziektes, en ook niet wat mensen om je heen vooral wel en niet moeten zeggen. Maar als je het de patiënten zelf vraagt, weten ze heel goed wat er absoluut niet helpt.

Karlijn (24), had vanaf haar 13e tot haar 19e anorexia

Eigenlijk vielen alle opmerkingen over eten of mijn gewicht verkeerd. Als ik was aangekomen, zeiden mensen: “Zo, je bent lekker wat kilootjes aangekomen, hè?” En mijn oma vertelde vaak dat ze “heel mijn ruggengraat kon voelen.”

Toen ik ziek was, vond ik het heel vervelend als mensen me eten op probeerden te dringen: “Hier Karlijn, heb je wat lekkers te eten!” Het komt natuurlijk voort uit bezorgdheid, maar het heeft meestal een averechts effect. Iemand met anorexia proberen te dwingen te eten loopt bijna altijd op een mislukking uit.

Ik zou mensen vooral aanraden een luisterend oor te bieden – wees iemands steun en toeverlaat. Het is zó veel waard als je gewoon je verhaal kunt doen. Ik vertelde mijn omgeving vaak dat ik – als ik in de spiegel keek – niet hetzelfde zag als wat zij zagen, maar als je dat vervolgens uit probeert te leggen wordt het weggewuifd als onzin. Daardoor kun je eigenlijk nergens naartoe met je gedachten, of mensen willen er niet over praten omdat ze er ongemakkelijk van worden.

Eef (23), leed vanaf haar 16e tot 21e aan anorexia

In de tijd dat ik anorexia had, heb ik meerdere behandelingen gevolgd. Als ik wat aangekomen was, werd er bijvoorbeeld tegen me gezegd: “Oh, wat heb je een mooie bolle toet gekregen!” Voor iemand met anorexia is dat ongeveer het ergste dat je te horen kunt krijgen, zo’n opmerking kan de kans op terugval vergroten. In het begin van mijn behandeltraject durfde ik niet aan te geven dat ik zulke opmerkingen niet fijn vond, later gelukkig wel. Maar mensen begrepen dit niet echt. “Huh, het is toch juist mooi dat je aangekomen bent?”

“Wat ben je lekker aan het eten, hè?” Of nog erger: “Wat schep je lekker veel op!"

Nog zo’n opmerking waar ik helemaal niets aan had: “Wat ben je lekker aan het eten, hè?” Of nog erger: “Wat schep je lekker veel op!” Vaak werden dit soort dingen door familieleden gezegd, dat zorgde voor flink wat spanningen. Ik zie een eetstoornis als iets dat je als persoon compleet overneemt, en het moeilijkste in een behandelingstraject is om jezelf weer terug te brengen. Daarom vond ik het altijd heel fijn wanneer mijn positieve eigenschappen benoemd werden, of wanneer ik over mezelf en achterliggende problemen kon praten – niet alleen maar over de eetstoornis. De onderliggende problematiek is namelijk wat aangepakt moet worden.

Rob (24), leed tot voor kort aan een eetbuistoornis

Bijna niemand in mijn omgeving wist dat ik een eetstoornis had – wel zag iedereen dat ik aankwam, en daar kreeg ik best vaak nare opmerkingen over, bijvoorbeeld in de kroeg waar ik werkte. Toen ik uiteindelijk in behandeling ging voor mijn eetbuistoornis, vertelde ik aan mijn vrienden dat ik ziek was. Sommigen konden er goed mee omgaan, anderen vonden het lastig, omdat ze zelf erg gefocust waren op gezond eten en sporten – dat was ik voorheen zelf ook.

Een paar van hen zeiden ook dat ze het niet fijn vonden dat ik het verborgen had gehouden. Maar dat was niet om ze voor de gek te houden, het kwam doordat ik me schaamde. Ook had ik met veel onbegrip van de huisarts en behandelaren te maken. “Kan je niet gewoon stoppen met eten?”, werd er dan door de huisarts gezegd, of “Ga gewoon niet naar de winkel als je een eetbui hebt.”

“Mijn huisarts zei: 'Kan je niet gewoon stoppen met eten, of niet naar de winkel gaan?'"

Vaak werd me gevraagd of ik niet wist hoe ongezond mijn gedrag was. Natuurlijk wist ik dat, maar dat is juist het problematische aan zo’n eetstoornis: je kunt er niet mee stoppen.

Zelf heb ik heel veel steun gehad van een vriendin die anorexia heeft. Ze spoorde me altijd aan om in behandeling te gaan, en ik kon bij haar terecht als ik me slecht voelde. Dat ik een eetbuistoornis had en zij anorexia, maakte eigenlijk niet zoveel uit: je bent eetgestoord, of zich dat nu uit in weinig of juist heel veel eten. Het mechanisme erachter blijft hetzelfde.

Sanne* (24), had tot een aantal jaar geleden last van boulimia

Voor mijn eetstoornis ging ik een tijdje naar een schoolpsycholoog, die vast goede bedoelingen had, maar er eigenlijk vrij weinig van bakte. Ze dwong me bijvoorbeeld om aan mijn ouders te vertellen dat ik ziek was, terwijl ik me schaamde en niet wist hoe ik dat moest doen. Uiteindelijk heeft ze me zelfs een ultimatum gegeven: als ik het zelf niet zou doen, zou zij mijn ouders opbellen. Ik voelde me erg in een hoekje gedreven door haar.

“Ik vertelde aan een paar familieleden dat ik een eetstoornis had, maar daarna werd er nooit meer over gesproken.”

Het ergst vond ik het als mensen in mijn omgeving het er helemaal niet over wilden hebben. Ik vertelde bijvoorbeeld aan een paar familieleden dat ik boulimia had, waarna we er misschien een paar minuutjes over gesproken hebben, en daarna nooit meer. Het voelde alsof mijn eetstoornis niet bestond, of dat mijn toestand er niet toe deed. Achteraf gezien denk ik dat ze niet wisten hoe ze het bespreekbaar moesten maken. Maar misschien waren ze het wel gewoon vergeten – dat zou ik heel erg vinden.

Lauren* (24), had van haar 13e tot haar 23e anorexia

Toen ik net gediagnosticeerd was – ik was toen echt nog heel jong –, zei een behandelaar een keer tegen me: “Lauren, jij bent chronisch ziek en moet niet verwachten dat je ooit nog beter wordt.” Ik stond perplex, maar heb vaker verhalen gehoord over dit soort ervaringen met behandelaren. Ik vond het heel heftig dat ik gelijk afgeschreven werd, en me niet eens een kans gegund werd.

“In mijn hoofd stond ‘gezond’ gelijk aan ‘dik’ – ik wilde geen gezonde blos op mijn wangen, maar een uitgemergelde kop.”

Mensen in mijn omgeving zeiden vaak dingen als: “Staat je echt goed joh, dat gewicht – er mag nog wel een kilootje bij.” Of: “Wat heb je een lekkere gezonde blos op je wangen!” In mijn hoofd stond ‘gezond’ gelijk aan ‘dik’, en ik wilde gewoon een uitgemergelde kop hebben. Of mensen die me vertelden dat ik “straalde,” terwijl ik dan net de hele ochtend met m’n vinger in m’n keel boven de pot had gehangen. Allemaal aardig bedoeld, maar helaas helpt het helemaal niet.

Eigenlijk werd er in die tijd weinig gezegd waar ik wél iets aan had, omdat ik helemaal niet beter wilde worden. Als ik nu op die tijd terugkijk, had ik het fijn gevonden als mensen uit mijn omgeving vaker hadden benoemd hoe leuk ze me vonden. In plaats van: “Doe het dan tenminste voor je ouders,” of: “Als je nu beter wordt, kun je weer naar school.” Terwijl ik op dat moment veel te diep in mijn eetstoornis zat om me daarvoor te kunnen interesseren. Minder op de eetproblematiek focussen dus, en meer op wat er leuk is aan jou als persoon.

Joan (50), had van haar 13e tot haar 24e last van eetbuien

Toen ik na zeven jaar eindelijk hulp durfde te zoeken, belde ik de huisarts, die met een gigantische dooddoener kwam: “Dan eet je dat pak koekjes toch niet op?” Eindelijk durfde ik hiervoor uit te komen en dan krijg je dit – alsof ik dat zelf niet had kunnen verzinnen

Hij bevestigde precies wat ik mezelf ook altijd kwalijk nam: dat ik de controle keer op keer verloor. Zeg liever iets in de trant van: “Jeetje, wat dapper dat je dit aan me durft te vertellen. Zou je er meer over kunnen vertellen, en hoe kan ik je helpen?” Toen ik mijn moeder erover vertelde, was zij gelukkig heel begripvol en spoorde ze me meteen aan hulp te zoeken

Inmiddels behandel ik zelf mensen die aan een eetstoornis lijden, en ik vind dat er ook bij eetstoornisklinieken doorgaans veel te veel gefixeerd wordt op het eten. Aan anorexiapatiënten wordt soms meteen gevraagd om een Snickers te eten, het voedsel waar ze het meest bang voor zijn, terwijl er eerst een gevoel van veiligheid zou moeten worden gecreëerd.

* De namen van Lauren en Sanne zijn gefingeerd. Hun echte namen zijn bekend bij de redactie.

Worstel jij met een eetstoornis en heb je hulp nodig? Je kunt direct terecht bij Korrelatie of Stichting Human Concern, of zoek een behandelaar bij jou in de buurt. Daarvoor heb je wel een verwijzing van je huisarts nodig.