Foto's door Mathilde Agius.

Lafawndah maakt futuristische popmuziek voor buitenbeentjes

We praten met de artiest over de rollen die familie en verbondenheid spelen op haar briljante debuutalbum, 'Ancestor Boy'.

|
24 maart 2019, 6:55pm

Foto's door Mathilde Agius.

Lafawndah dacht vroeger dat ze een wees was. Tot haar tiende, ongeveer, kon de experimentele artiest niet geloven dat haar ouders haar hadden gemaakt en gebaard, en dacht ze dat ze geadopteerd was. Inmiddels weet ze dat dat niet zo is, al heeft ze nog steeds een air van onbestemdheid over zich.

“Een vriend van mij heeft een theorie dat er twee soorten mensen bestaan,” zegt ze, terwijl ze een slokje neemt van een matcha latte die net zo gifgroen is als haar nagels. “De ene is geïnteresseerd in geschiedenis, achtergrond, en het voortzetten van een familielijn. En aan de andere kant zijn er de wezen.” De wezen, vertelt ze, “willen juist weggaan, breken met het verleden. Dat is hoe ik me altijd gevoeld heb – mijn afkomst heeft me altijd dwars gezeten. Ik heb me nooit helemaal op m’n plek gevoeld.”

We hebben het over het concept ‘thuis’, ook omdat mensen Lafawndah vaak omschrijven als een ‘nomadische artiest’. Ze is half Iraans en half Egyptisch, bracht haar jeugd in Teheran en Parijs door, en verhuisde daarna naar New York (onderweg deed ze nog even Mexico, Guadeloupe en een hoop andere plekken aan), om uiteindelijk in Londen terecht te komen, waar ze nu nog steeds woont. “Er is iets verontrustends aan het gevoel dat je nergens thuishoort,” zegt ze. “Je bent constant aan het proberen om de volgende plek te vinden, waar je jezelf in een andere context kan meemaken, met andere mensen en op andere plekken, alleen om te zien waar je je op je gemak voelt.”

Op haar debuutplaat die afgelopen week uitkwam, Ancestor Boy, is dat gevoel van constante beweging en zelfreflectie in de muziek te horen. Lafawndah smeedt ingewikkelde geluiden, die afkomstig lijken te zijn uit een niet-westers canon, maar verpakt ze in glitchy, alternatieve clubmuziek. Er is een bepaalde toewijding in te horen, zonder dat het specifiek religieus is. Lafawndah’s muziek, zowel op haar eerste EP’s als in samenwerkingen met andere artiesten, heeft altijd deze kenmerken gehad. Maar op haar debuutalbum tilt ze de geluiden naar een hoger niveau, en is het haar gelukt iets te maken wat dieper ingaat op uiteenlopende concepten: familiegeheimen, geesten – het album is iets wezenlijks, iets unieks. En iets prachtigs.

Ze is terughoudend met het gebruiken van haar echte naam in interviews (al kan je die wel online vinden). Ze is wel bereid om te verklaren waar de naam Lafawndah vandaan komt: “Het is de naam van een overleden vriendin. Zij steunde me in alles wat ik deed. Het was haar artiestennaam. Ik heb besloten om ‘m over te nemen. Het betekent ‘kakofonie’ in het Arabisch, en dat leek gewoon te passen. Ik hou van het idee van kunst die niet voor je wijkt, maar die je zelf tegemoet moet treden. Ik maak geen muziek die overdreven uitnodigend is. Je moet er een beetje je best voor doen.” Dat voelt als een treffende metafoor voor hoe Lafawndah als persoon is – ze is wel open, tot op zekere hoogte, maar ze zit hier niet om ieder facet van zichzelf te verklaren.

In een interview met Dummy in 2016 vertelde ze dat tijdens haar jeugd in Iran, haar ouders haar niet vertelden over de oorlog die gaande was. Het werd geheim gehouden om haar te beschermen. Ik herkende het direct: ouders die informatie achterhouden voor hun kinderen, maar daarmee flink hun doel missen en op termijn alleen maar meer schade aanrichten. Ik vraag haar of het gevoel van mysterie en intimiteit dat haar muziek kenmerkt hiermee te maken heeft. Daddy, bijvoorbeeld, een nummer met galmende, zware percussie en filmische vocals, lijkt over familiegeheimen te gaan – het refrein gaat “Daddy didn’t tell you/He didn’t know/Mama couldn’t tell you/But it’s to know.”

Ze denkt even na. “Ik ben dol op geheimen, maar ik denk niet dat je hier [in Londen] dit soort geheimen hebt. Het soort geheimen – culturele geheimen – hebben te maken met beschermen. Maar dan kom je er alsnog achter, en hoewel het vanuit een plek van liefde komt, is er ook een gebrek aan nederigheid. En daarmee wordt het pijnlijk, en isolerend. Het soort geheimen waar ik veel geïnteresseerder in ben hebben te maken met verbeeldingskracht en fantasie.”

Hoewel dat te horen is op Ancestor Boy aan de manier waarop ze geesten en stormen aanhaalt, is dat gevoel van fantasie en verbeeldingskracht nog veel sterker aanwezig op haar Honey Colony-mixtapes – een serie waar ze tracks remixt van andere vrouwelijke artiesten die ze tot haar vrienden rekent, of wiens werk ze interessant vindt. Op de eerste twee mixtapes, uit 2017 en 2018, waren haar interpretaties van Kelela, Kelsey Lu en Klein te horen, en de manier waarop ze een freestyle van Cardi B bewerkte is magisch. “ Honey Colony is een manier voor mij om extreem speels te kunnen zijn,” zegt ze. “Om gewoon plezier te hebben met iets wat ik niet zelf gemaakt heb, niet voort is gekomen uit mijn eigen gevoel of begrip.”

Lafawndah press photo for Ancestor Boy

Het format stelt haar ook in staat om iets te doen met liefdesliedjes, die ze naar eigen zeggen niet snel zelf zou maken: “Ik heb nog nooit echt liefdesliedjes geschreven, dus het is af en toe fijn om zoiets via via te ervaren.”

Die uitspraak verbaast me – blijkbaar heb ik een bepaald gevoel van sensualiteit in haar muziek totaal verkeerd geïnterpreteerd. Haar manier van zingen, en teksten die over aanraking en lichamen gaan, maakte dat ik het automatisch associeerde met seks, maar ik blijk er goed naast te hebben gezeten. “Denk je dat het sensueel is omdat ik een vrouw ben?”

Zo had ik er nog niet over nagedacht, dus ik geef een voorbeeld. Op de track Parallel zingt ze “the taste of your lipstick stays on the tip of my tongue.” Ik wil liever niet teveel terugdenken aan hoe ongemakkelijk het was toen ze vertelde dat dit nummer over haar oma gaat.

Thematisch gezien lijkt familie een belangrijk deel van Ancestor Boy. Vragen over thuis en familie voelen bijzonder treffend in het sombere politieke landschap van 2019, vol verhalen over deportatie en gevangenschap. Maar Lafawndah legt uit dat Ancestor Boy niet per se gezien moet worden vanuit een actuele context. “Het is natuurlijk wel een product van de tijd waarin we leven”, zegt ze, “maar het komt ook voort uit de tijd van voordat we bestonden – en gaat misschien nog wel meer over de tijd nadat we er niet meer zijn. De titel is afkomstig uit een gedicht dat ik geschreven heb. Het album gaat over dood en wedergeboorte. Maar ook over wat hierna komt. Waar ik het meest bang voor ben is dat het voor mensen onmogelijk is om voor te stellen wat er na het kapitalisme komt.”

Dat alles maakt dit een album met een soort aards, bijna tastbaar futurisme, dat bol staat van de ongewone schoonheid. Een terugkerend thema voor Lafawndah – in haar muziek, haar werk als regisseur of haar verbazingwekkende samenwerking met Japanse componist Midori Takada – is schoonheid in al haar verschillende vormen. “Ik denk dat mijn reis bestaat uit het bevrijden van mijn stem en het vinden van mijn eigen manieren om schoonheid te definiëren. Ik denk dat ik daar de rest van mijn leven mee bezig zal zijn.”

Volg Noisey op Facebook, Instagram en Twitter.