Identiteit

Ik zal sterven om dit heilige water op de Westelijke Jordaanoever te beschermen

Het verhaal van Archimandrite Ioustinos, de beschermer van de bron van Jakob in Nablus.
26.3.18
Archimandrite Ioustinos. Foto's door Christopher Beauchamp

Archimandrite Ioustinos is een 77-jarige Grieks-Orthodoxe priester die woont in de kerk van de Heilige Photine in Nablus, een Palestijnse stad in de Westelijke Jordaanoever. Ioustinos heeft de taak gekregen om zijn hele leven zorg te dragen voor de Bron van Jakob, een eeuwenoude waterput die in een aantal Bijbelse verhalen voorkomt. Dit is zijn verhaal, in zijn eigen woorden, zoals hij het vertelde aan Justin Fornal in een reeks interviews.

Advertentie

Mijn naam is Archimandrite Ioustinos. Sinds 1980 ben ik de hegoumen (beschermer) van de kerk van de heilige Photine in Nablus. In de grafkelder van deze kerk is de bron die de aarstvader Jakob groef toen hij terugkeerde naar Sichem vanuit Paddan-Aram (Genesis 33:19). Het is ook de bron waar Jezus water aannam van de Samaritaanse vrouw Photine (Johannes 4:5-7). Voor islamitische, joodse en orthodox-christelijke mensen is dit een zeer speciale plek.

Ik ben uitgekozen om dit heilige water te beschermen. De vorige beschermer van de bron, Philoumenos Hasapis, was een vriend van mij. Hij is vermoord met een bijl. Ook mij hebben ze geprobeerd te vermoorden, maar ik ben er nog steeds. Ik zal zorgen voor deze bron zolang als de kerk en God dat mij toestaan.

Archimandrite Ioustinos met bezoekers aan de heilige Photine

Ik werd geboren op 16 april 1941 op het Griekse eiland Ikaria. Toen ik jong was, werd ons huis bezet door Duitse en Italiaanse troepen. Dit maakte het leven erg zwaar voor mijn familie en ik herinner me weinig goede momenten uit mijn jeugd. Ik woon al zowat mijn hele leven op de Westelijke Jordaanoever. De keren dat ik mijn ouderlijk huis in Griekenland bezocht, voelde ik mij een vreemde.

Mijn vader was een gerespecteerde ingenieur op ons eiland. Mijn familie droomde ervan dat ik in zijn voetsporen zou treden. Toen ik acht jaar oud was, ontmoette ik een oude non. We spraken vaak over spirituele zaken. Door deze gesprekken besloot ik dat ik een Grieks-Orthodoxe priester wilde worden. Toen ik mijn familie vertelde dat ik priester wilde worden, spraken we elkaar zes jaar niet.

Advertentie

Ik kwam naar Palestina in 1960. Ik werkte als priester in Bethlehem en later in Nisf Jubeil. Ik heb lange tijd gediend als opzichter in deze regio. In die jaren heb ik geleerd om Arabisch en Engels te spreken, en een klein beetje Hebreeuws. In 1979 dacht ik gekozen te worden om beschermer van de bron van Jakob te worden, maar in plaats daarvan werd mijn vriend en tijdgenoot gekozen. Op 29 november van datzelfde jaar kwam er een gek genaamd Asher Raby het terrein op. Hij gooide een handgranaat in de kerk. De ontploffing veroorzaakte brand en verwoesting. Philoumenos rende de kerk uit en de gek sprong bovenop hem met een bijl en vermoordde hem. De moordenaar wist vervolgens te ontsnappen.

Na de moord ging het slecht met de bron van Jakob. De kerk ging op slot en de sleutels werden naar Jeruzalem gebracht. Ik wilde geen beschermer meer worden, uit angst dat mij hetzelfde zou overkomen als mijn vriend Philoumenos. Op een nacht had ik een droom en in die droom zag ik mezelf de kerk repareren en daarna voor vele jaren dienen als beschermer. Ik besloot naar Jeruzalem te gaan om de sleutels op te halen. Daarna begon ik de kerk opnieuw op te bouwen.

Iconen op een muur in de kerk

In 1982 keerde de gek Raby terug en viel een van onze nonnen aan met een bijl. Ze was zwaargewond. Hij vluchtte, maar keerde snel terug, klom over de muur met een ladder en kwam binnen met handgranaten en zijn bijl. Hij rende op me af met zijn bijl. Ik sloeg de aanval af en brak zijn been. Hij werd gearresteerd.

Raby was 37 en woonde in Tel-Aviv. Hij was een heterodoxe joodse man die geloofde dat onze kerk niet thuishoorde op deze plek. Hij had nog meer mensen vermoord in Israël (ongerelateerd aan onze kerk).

Advertentie

Nadat Raby gepakt was, ging alles goed met de bron van Jakob. We begonnen de kerk op te ruimen en mooi te maken. Ik bouwde een kantoor en een klooster en begon muurschilderingen te maken. In 1998 lukte het me om een bouwvergunning te krijgen van Yasser Arafat, waardoor we in staat waren om een groot renovatieproject op te zetten om de kerk structureel te herbouwen.

In het jaar 2000 begon de tweede Intifada. We kregen het zwaar te verduren. Ik kon maandenlang het terrein niet verlaten. Ik bracht het merendeel van mijn tijd door met het maken van muurschilderingen en bidden. Ik bad tot God en de geest van Philoumenos om te helpen met het beschermen van de kerk. Een Israelische tank schoot op het hek, maar dat ging niet kapot. Er vielen vijf bommen op het terrein, maar geen van allen ontplofte. Ik ben de heiligen dankbaar dat ze onze kerk in de gaten hielden.

In 2009 werd Philoumenos heilig verklaard door de Heilige Synode van Jeruzalem. Toen zijn lichaam werd opgegraven, was het nog helemaal intact. Het was niet gaan rotten, ondanks dat hij al dertig jaar dood was. Zijn lichaam had een heerlijke geur. Van stukken van zijn lijk hebben we een aantal relikwieën gemaakt die we naar kerken over de hele wereld hebben gestuurd

Een vermeend fragment van de schedel van Photine, de Samaritaanse vrouw

We hebben ook andere relikwieën hier. Zoals je weet is deze kerk vernoemd naar de heilige Photine. Voor het altaar hebben we een stukje van haar schedel tentoongesteld.

In de eerst eeuw liep Jezus van Judea naar Galilea. Hij kwam door Nablus, dat toen nog Sichem heette. Jezus stopte bij deze bron om te rusten en hij was erg dorstig. Terwijl hij daar zat, kwam er een vrouw naar de bron om water te halen. De bron was destijds eigendom van de Samaritanen, dus hij vroeg haar om toestemming om te drinken. Het was voor een Samaritaanse vrouw ongepast om met een joodse man om te gaan, dus ze zei: “Hoe kan het dat jij, een jood, aan mij, een Samaritaan, vraagt om wat te drinken?” Ze hadden een korte discussie en Jezus zei: “Ieder die van dit water drinkt, zal weer dorst hebben, maar ieder die drinkt van het water dat ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst hebben, maar het water dat ik hem zal geven, zal in hem worden een bron van water dat springt tot in het eeuwige leven.”

Advertentie

De vrouw zei tegen hem: “Heer, geef mij dit water, opdat ik nooit meer dorst zal hebben en hier hoef te komen om water te halen.”

Deze vrouw, wiens echte naam niet bekend is, geloofde in de Messias en werd zodoende omgedoopt tot Photine, ‘de verlichte’. Na haar ontmoeting met Jezus ging Photine rondreizen om het evangelie van Christus te verspreiden en veel mensen te bekeren. Ze werd uiteindelijk naar de Romeinse keizer Nero gebracht, die haar wilde vervolgen voor haar daden. Ze weigerde om haar geloof te geven en werd gemarteld en vermoord.

We werken hard om deze heilige plek actief en mooi te houden. Ik hoop dat we hetzelfde geluk hebben als de ruïne van de kerk van Johannes de Doper, in het nabijgelegen dorp Sebastia. De originele kerk werd gebouwd op de plek waar Johannes werd onthoofd door Herodes Antipas. Bijna alle plaatsen in het heilige land zorgen voor strijd. Onlangs schoten mannen uit het vluchtelingenkamp Balata met machinegeweren op onze deur. Ik geloof dat buitenstaanders deze negatieve situaties manipuleren.

Archimandrite Ioustinos staat voor zijn eigen graftombe

Ik heb mijn graftombe gebouwd en er een mozaïek van mezelf boven gemaakt. Als het mijn tijd is om te sterven, dan ik ben er klaar voor. Het water dat ik bescherm is kristalhelder, heerlijk en heilig. Ik heb gezien hoe het water verschillende wonderen heeft verricht. Ik drink het dagelijks en ik zegen alle pelgrims die hiernaartoe komen.

Vrienden die me bezoeken drinken het water voor een goede gezondheid.