misdaad

Ik zat bij de maffia in Chicago en heb het overleefd

"Het begon met het afzetten van wat mensen. Daarna werd het pas echt heftig."

Seth Ferranti

Seth Ferranti

Linkerfoto: Het wapen waarmee Sam Giancana werd omgelegd. Rechterfoto: Al Tocco, de maffiabaas van Chicago waar Charles Hager voor werkte. Beelden zijn eigendom van de John Binder collection/Southern Illinois University Press

Chicago-ganglid Albert Tocco noemde Charles Hager “Little Joe College” omdat hij een denker was, in plaats van een doener zoals veel anderen die voor maffia-organisatie The Outfit werkten, en verre van Machiavelliaans waren. Maar Hager kwam uit West Virginia en verdiende het respect van de Southside-gangsters door zijn woorden zorgvuldig te wegen voordat hij sprak. Tocco had de leiding over de leden van de Chicago Heights, zoals ze bekend stonden. Hager herinnert hem als een heethoofd—een man in de schaduw van Al Capone die hield van de regels van de oude garde, zoals je mond houden, en nooit pronken met rijkdom.

Dit was Omertà, de geheimhoudingsplicht en erecode van het leven waar Hager in terechtkwam, ook al had hij geen Italiaanse achtergrond. Hij kon toen echt nog niet bedenken dat dit zou leiden tot de moord op zijn beste vriend en een gevangenisstraf voor diezelfde moord. Ook kwam hij tot een verbazingwekkende conclusie over de moordenaar van de legendarische maffiabaas Sam Giancana.

De CIA, de Traficantes en The Outfit zijn decennia lang verdacht geweest van de moord, maar Hager is ervan overtuigd dat Robert Zazzetti erachter zat. Zazzetti stond ook wel bekend als Bob Duff, een gewelddadige gangster van een lagere stand die vaak in de gevangenis zat en stierf in 1981. Er wordt gezegd dat Giancana met Marilyn Monroe zou hebben gedatet (hij werd later door zijn eigen familie beschuldigd van betrokkenheid bij haar dood) en het gerucht gaat dat John F. Kennedy in 1960 werd verkozen tot president door zijn toedoen. Maar de gangster werd gedood omdat hij een snitch was, meent Hager in zijn nieuwe boek Chicago Heights: Little Joe College, the Outfit, and the Fall of Sam Giancana.

VICE belde met Hager om erachter te komen waarom hij zijn verhaal nu wil vertellen, hoe hij ontsnapt is aan het maffia-leven en hoe machtig de gang eigenlijk was in de jaren zestig en zeventig.

VICE: Waarom vertel je je verhaal nu, iets meer dan veertig jaar na dato?

Charles Hager: Ik ben eigenlijk al in de gevangenis begonnen met het boek. [Ik vroeg mezelf]: ga ik dit schrijven? Ga ik het publiceren? Of laat ik het met rust? Omdat ik het laatste levende lid van de gang ben, kon ik niemand erbij naaien en ik kon het er uiteindelijk toch niet bij laten. Ik moest blijven schrijven en wilde mijn verhaal vertellen. Ik heb bijna vijf jaar in de gevangenis gezeten voor een misdaad die ik niet begaan heb. Dat was de inspiratie voor dit boek en daarom heb ik het uitgebracht. In het boek ga ik terug naar mijn kindertijd en beschrijf ik mijn leven tot een paar jaar geleden. Als iemand me wil aanpakken, nou, ik ben bijna zeventig jaar. Dat moet dan maar. Ik heb een fatsoenlijk leven gehad.

Hoe ben je ontsnapt aan een leven lang in de de maffiawereld? Er wordt gezegd dat je eraan onttrekken het moeilijkste in die wereld is.
De gevangenis was een beslissende factor. Ik had veel tijd om na te denken en wilde vooral niet de rest van mijn leven in een cel doorbrengen. Maar die kant ging ik wel op. Toen ik vrijkwam wist ik dat ik wilde doen wat ík wilde doen, niet wat wat iemand anders wilde dat ik deed. Waarom zou ik salaris verdienen voor iemand anders als ik dat zelf had kunnen krijgen? Waarom zou ik bevelen van een ander opvolgen? Ik was de man in de organisatie met het brein om veel geld binnen te halen. En dat deed ik ook. Waarom zou ik mijn leven geven aan iemand die waarschijnlijk niets voor mij zou doen? Ik was gewoon een van de pionnen die ze de straat op stuurden, om het vuile werk van een ander op te knappen.

Ik wist dat als ik zou kiezen voor een buiten de illegaliteit, ik zo mijn eigen zaak zou kunnen beginnen.

Ik wist in ieder geval zeker dat ik niet opnieuw naar de gevangenis wilde. In een meeting met de Chicago Heights heb ik een pistool aan Albert Tocco gegeven en gezegd: “Doe wat je moet doen, ik ben er klaar mee. Wat ben ik je verschuldigd? Vertel me wat ik moet doen.” Albert Tocco keek naar me en zei: “Je hebt gezeten voor je misdaad, je hebt contributie betaald. Niemand zit door jouw toedoen in de rechtszaal.”

Vanwege mijn Duitse afkomst bleef het daarbij. Ik zou nooit hoger op de ladder kunnen komen dan partner. Ik heb ze de garantie gegeven dat ik hun namen nooit zou noemen, maar alle betrokkenen zijn inmiddels overleden.

Het is een soort high, alsof je heroïne of andere drugs spuit. Ik heb dat nooit gedaan, dat was een no-go voor ons.

Hoe diep zat je eigenlijk in het wereldje van The Outfit?
Van het breken van benen tot woekerleningen, ik was overal bij betrokken en zat er heel diep in. Het grootste ding dat op mijn naam stond was paardenrennen. Ik heb daar heel veel geld mee verdiend. Waarschijnlijk had het iets te maken met het feit dat ik uit West Virginia kom, waar veel paarden zijn. Ik kreeg veel fooien die de de meeste mensen niet kregen en verdiende bakken vol met geld op de Balmoral Race Track in Crete, Illinois. Ik was de go-to-man. Ik was de fixer. Gokkers op paardenrennen werden er zo hebzuchtig van dat ze er zelfs hele wedkantoren voor oprichten. Voor hen was ik de kip met de gouden eieren. Je voelt je de man, de man die alles kan. En je komt er nog mee weg ook. Het is een soort high, alsof je heroïne of andere drugs spuit. Ik heb dat overigens nooit gedaan, dat was een no-go voor ons. Maar ik, ik was de hoofdprijs, zo simpel was het.

Maar ik begon als simpele tussenpersoon, als chauffeur. Het begon met het afzetten van wat mensen. Daarna werd het pas echt heftig, waar ik niet verder op inga. Maar om partner te worden van de maffia… Ik denk dat de hele wereld wel weet wat je dan moet doen.

Hoe zag je alledaagse leven eruit als ganglid?
Er waren dagen dat je kon doen wat je wilde en er waren dagen dat je met de gang op pad was. Als ik nodig was, stond ik er. Johnny stond altijd voor ze klaar. We deden iedere dag onze rondes. Er was altijd iemand die niet had betaald of iemand die uit de pas liep. Soms was het een fulltime baan, soms niet. Het was ook een soort spel. Stel, op dag één zeg je tegen een bareigenaar dat je uiterlijk morgen het geld komt innen. Als je het op de derde dag niet hebt ontvangen, krijg je vrij spel om hem toch met zijn neus op de feiten te drukken.

We speelden kaartspellen, we dronken, we hingen rond op de racebaan, maar uiteindelijk moest er wel een zaken gedaan worden. Ik had een paar kleine zaken, en dat was nodig om überhaupt een poot om op te staan te hebben. Met andere woorden, we zaten niet stil. Al onze werkdagen duurden 14 uur, soms 15 uur en soms zelfs 24 uur. We waren altijd op zoek naar iets nieuws of iets dat zou bijdragen aan de bescherming van La Cosa Nostra, de maffia. Eigenlijk hadden we geen routine in ons werk. We moesten gewoon doen wat er die dag gefixt moest worden.

Ik denk niet dat veel mensen beseffen hoe machtig de Amerikaanse maffia was in de jaren zestig en zeventig. Hoe was het van dag tot dag, en hoe is hun invloed inmiddels zo klein geworden?
Als je destijds lid werd van een straatgang, begon je onderaan de ladder, als voetsoldaat, daarna kon je opklimmen. Als je in de gevangenis kwam, hield je je mond dicht. Er was geld voor iedereen. Het was een beetje als een clan. Het was bijna onmogelijk om iemand van buitenaf uit te nodigen. Er was een erecode en daar moest je je aan houden tot aan je dood. Zo ging het. Maar in het midden van de jaren zeventig veranderde alles omdat er drugs op de markt kwamen. Gangleden werden arrogant en flamboyant.

De oude garde wilde onder de radar blijven. Ze wilden niet gezien worden of opzichtig zijn. Als je geld had, moest je niet zomaar de straat op lopen en met je geld wapperen. Je bleef thuis en zorgde voor je familie. Het is nu een totaal andere wereld.

De gang kwam aan zijn einde in de jaren zeventig. Iedereen begon elkaar te verlinken. De tijden waren veranderd, de wereld was veranderd en de mensen ook. Vandaag de dag is er ‘no honor among thieves’, zoals het spreekwoord luidt. Het is ieder voor zich. Er waren zo veel moorden in de jaren zeventig en tachtig, ook binnen de gang. Als je al deze leden kwijtraakt en er opeens ook geen nieuwe rekruten meer bijkomen, dan is je gang zo goed als dood.

Hoe ben je omgegaan met de heisa rond de moordzaak in West Virginia?
Ik weigerde destijds te getuigen en werd daarom aangewezen als verdachte. Ik zou niet tegen Bob Duff getuigen. Toch was het duidelijk dat als ze geen dader konden vinden, ze alsnog iemand zouden oppakken. Bob ging erheen om de boel te sussen. Ik heb vijf jaar gezeten. Ik moest schuldig pleiten voor doodslag, anders zou ik levenslang krijgen. Ik had er eigenlijk niets mee te maken, ik probeerde gewoon de boel te kalmeren, en ik ging mee met Zazzetti. Tocco stuurde hem daarheen met de taak het af te handelen. Ik zag het alleen gebeuren. Ik was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.

Als je erop terugkijkt, heb je dan geluk gehad dat je nog leeft?
Het is een onderdeel van mijn leven waar ik eigenlijk nooit mee in zee had moeten gaan. Ja, ik heb veel geld verdiend. Ja, ik had een goed leven en ja, ik was in de ban van de gang. Toen ik erbij ging was ik een kind en wist niet beter. Pas in de gevangenis heb ik de tijd gehad om na te denken: wil ik dit doen? Of wil ik het niet doen? Er waren zoveel moorden, natuurlijk was ik bang. Ik zou een dwaas zijn als ik niet bang was. Eigenlijk heeft de gevangenis me gered.

Meer VICE
VICE-kanalen