klimaatprotest

Zo zou de wereld eruitzien als klimaatverandering prioriteit nummer 1 was

Stel je voor: het klimaatdebat is voorbij, en politieke leiders zetten wereldwijd alles op alles om onze aardkloot te redden.

door Geoff Dembicki; illustraties door Lia Kantrowitz
04 maart 2019, 1:29pm

Bang dat je iets mist? Begrijpelijk. Daarom hebben we een nieuwsbrief met onze beste stukken, video’s én winacties. Schrijf je in!

Stel je voor: het klimaatdebat is voorbij. Donald Trump is geen Amerikaanse president meer, de fossiele-brandstoffenindustrie is haar politieke en economische invloed kwijt, klimaatontkenners worden gezien als de meest absurde charlatans die er zijn, en iedere politiek leider en CEO ter wereld ziet het vertragen van wereldwijde temperatuurstijging als hoogste prioriteit. Hoe zou het zijn om in zo’n wereld te leven?

Misschien zie je nu een wereld voor je met meer zonnepanelen en windmolens, snelwegen vol elektrische auto’s, energiezuinige gebouwen en geen vervuilende energiebronnen. Dat zou allemaal echter maar een deel van de oplossing zijn. Groenere technologie is essentieel voor de lange termijn, maar slechts een klein onderdeel van de verandering die nodig is om ons vervuilende economische stelsel volledig om te gooien. Gelukkig is die verandering wel al ingezet.

De afgelopen tijd heb ik uitgebreide gesprekken gevoerd met experts die zich in de voorhoede van de klimaatstrijd begeven. Ik vroeg ze of zij een beeld konden schetsen van een wereld waarin al hun ideeën daadwerkelijk geïmplementeerd worden, en hoewel hun antwoorden enorm uiteenliepen, waren ze het over één ding eens: de wereld die we nodig hebben om een instorting van onze ecosystemen te voorkomen, zou weleens welvarender, rechtvaardiger en democratischer kunnen zijn dan die waarin we nu leven.

Er is nog veel werk te verrichten, maar er zijn genoeg voorbeelden te vinden van bewegingen in de goede richting. Inwoners van het Californische dorpje Richmond klaagden bijvoorbeeld Chevron aan voor het bijdragen aan klimaatverandering, ondanks dat deze oliemaatschappij daar de belangrijkste werkgever is. In de Verenigde Staten gaan er, onder zowel Republikeinse en Democratische economen, stemmen op voor een CO2-taks, en over de hele wereld lijken jonge mensen de ernst van het probleem steeds beter te beseffen. Daarnaast schatten analytici van het Londense FTSE Russell dat de werelwijde groene-stroomeconomie zo’n 4 biljoen euro waard is, wat te vergelijken is met de waarde van de olie- en gassector.

“We kunnen iets beters opbouwen dan we hadden, juist door van fossiele brandstoffen af te stappen,” zegt May Boeve, het hoofd van milieuorganisatie 350.org.



In een mededeling van de G7-top werd vorig jaar gesteld dat economische vooruitgang gepaard zou moeten gaan met actie op klimaatgebied. “Dit is iets wat progressieven al jaren eisen: dat klimaatverandering een kernpunt wordt voor de wereldwijde politiek,” schreef meteoroloog en klimaatcolumnist bij Grist, Eric Holthaus, daarover. “Dat zien we nu eindelijk gebeuren.”

We zijn natuurlijk nog steeds totaal niet waar we moeten zijn. In een onderzoek uit juni 2018 in Nature Energy wordt geschat dat de hele wereld de komende twaalf jaar zo’n 400 miljard euro per jaar zou moeten investeren in klimaatoplossingen, om ook maar enige hoop te hebben om de temperatuurstijging te reduceren tot ‘maar’ 2 graden. Het lijkt steeds waarschijnlijker dat de temperatuur meer zal stijgen dan dat. Maar stel dat dat gebeurt, en de mensheid bijvoorbeeld vaker blootgesteld zal worden aan hittegolven, overstromingen en droogte, en uiteindelijk ook aan ziektes en hongersnood, dan nog hoeven we niet af te stevenen op een totale instorting van de beschaving.

“Dat soort verontrustende, apocalyptische toekomstbeelden die weleens worden geschetst, gaan voorbij aan één belangrijk aspect: hoe slecht zoiets zou zijn voor het kapitalisme.” Dat zegt Geoff Mann, mede-auteur van Climate Leviathan, een boek waarin hij uitlegt hoe de wereldpolitiek zou kunnen veranderen als gevolg van klimaatverandering. “Alle machtige staten zijn zeer nauw verbonden aan het wereldwijde kapitalistische systeem, en dat zullen ze niet zomaar opgeven of vergeten.”

1533145650313-GettyImages-471948872
Teerzanden in Fort McMurray, Canada. Foto door Ian Willms / Getty

Volgens Mann is het waarschijnlijker dat verandering eerder zal komen vanuit grote bedrijven, en dat zij politici zullen aansporen om tot actie over te gaan. Dat gebeurt ook al: techgiganten als Apple, Google, Facebook en Microsoft plaatsten in 2017 bijvoorbeeld advertenties in de New York Times, Wall Street Journal en New York Post, waarin ze Donald Trump nadrukkelijk verzochten om niet uit het klimaatakkoord van Parijs te stappen (wat uiteindelijk tevergeefs was). “Klimaatverandering brengt op zakelijk gebied risico’s met zich mee, maar ook kansen,” was daarbij een belangrijk argument. En vorig jaar organiseerde het World Economic Forum hun jaarlijkse bijeenkomst in het Zwitserse Davos, waar duizenden CEO’s, wereldleiders en economen zich verzamelden. Ze waarschuwden dat “de wereld sneller moet veranderen om rampspoed te voorkomen.”

Mann hoopt dat er op een dag één mondiale autoriteit zal komen, die de belangen vertegenwoordigt van zowel machtige landen als bedrijven. Dat zou het makkelijker maken om grootschalige acties op klimaatgebied op touw te zetten. De tijd begint wel te dringen, al helemaal voor de overlevenden van de Filipijnse tyfoon die ik vorig jaar sprak. Juist de mensen die het minst verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering, lijden er het meest onder. Toch is iedereen die ik voor dit verhaal heb gesproken het erover eens dat een wereldwijde verandering nog altijd mogelijk is – een verandering die ook de mensen aan het voorfront nog kan helpen. Dat zou er als volgt uit kunnen zien.

Betaalbare massahuisvesting

Mensen hebben een plek nodig om te leven, en een manier om zichzelf te vervoeren. De manier waarop onze samenleving nu voorziet in deze behoeftes, is alleen ontzettend slecht voor het milieu. Veel mensen leven in inefficient ontworpen gebouwen en rijden in auto’s die op aardgas werken. Deze twee zaken – huisvesting en transport – zijn samen verantwoordelijk voor meer dan een derde van de CO2-emissie in de Verenigde Staten. In Nederland heeft de sector mobiliteit ook een aanzienlijk aandeel, volgens een onderzoek dat werd uitgevoerd in opdracht van Natuur & Milieu, Greenpeace en Milieudefensie. Inclusief lucht- en scheepvaart en de uitstoot van biobrandstoffen, zou die sector naar schattingen 27 procent van de CO2-emissie voor zijn rekening hebben genomen in 2015.

Jarenlang hebben we de impact van gebouwen en vervoer op het klimaat gezien als een technologisch probleem, dat opgelost kan worden door ingenieurs, architecten en zakenlui. Maar wat als we het in plaats daarvan gaan zien als een sociale uitdaging?

Een interessant voorbeeld is wat dat betreft Californië, waar een zeer ambitieuze klimaatwet geldt, maar tegelijkertijd steeds meer auto’s worden verkocht. Dat heeft te maken met de huisvestingsproblemen die er zijn: door de stijgende huurprijzen worden mensen met lage inkomens naar de rand van de steden verdreven, ver verwijderd van het openbaar vervoer. Dus ze moeten wel. Toen Vien Truong, de president van non-profitorganisatie Dream Corps, mensen met lage inkomens vroeg wat ze nodig hadden om duurzamer te leven, prijkte ‘een betaalbaar huis’ bovenaan hun lijst. “Daarom moet je altijd eerst met mensen in de gemeenschap praten,” zegt ze.

In 2012 kwam er mede dankzij Truong een wet waardoor een vierde van alle inkomsten uit het cap-and-trade-programma in Californië – een vorm van emissiehandel met als doel om de totale uitstoot te laten dalen – uiteindelijk weer terechtkomt bij mensen die eerst niet profiteerden van de economische groei van de stad. In totaal heeft dat al ruim 800 miljoen dollar opgeleverd, wat vooral besteed wordt aan betaalbare huisvesting in de buurt van openbaar vervoer. “Dit ging om meer dan alleen milieubeleid,” zegt Truong. “Het was een manier om beleid te ontwikkelen dat leidt tot gezonde, rijke en veilige gemeenschappen.” Sindsdien heeft ze met beleidsmakers van over de hele wereld gesproken. “Ik denk absoluut dat dit een model is dat we kunnen repliceren.”

1533150480190-GettyImages-98183414
Een flatgebouw met zonnecellen in Berlijn. Foto door Andreas Rentz

Meer onderwijs voor meisjes

Veel mensen denken bij vooruitgang op klimaatgebied misschien vooral aan een kamer vol bobo’s in dure maatpakken die ingewikkelde akkoorden moeten ondertekenen, maar het kan er ook heel anders uitzien: een klas vol kinderen. Toen klimaatonderzoeker Paul Hawken de honderd meest effectieve oplossingen voor klimaatverandering rangschikte, zette hij het uitbreiden van toegang tot onderwijs voor meisjes in landen met lagere inkomens op nummer zes. Vrouwen die beter geschoold zijn, krijgen namelijk doorgaans minder kinderen – wat vervolgens weer de druk op het ecosysteem kan verlichten, verdienen meestal meer geld en dragen meer bij aan hun gemeenschap. Hawken schatte dat de wereldwijde uitstoot zou verminderen met 60 gigaton, wat ruwweg op hetzelfde neer zou komen als dat je 340 miljoen auto’s van de weg zou halen.

Melina Laboucan-Massimo, klimaatexpert bij de David Suzuki Foundation, heeft van dichtbij meegemaakt wat voor effecten dit soort veranderingen in het onderwijs kunnen hebben. Haar geboortestad, Little Buffalo, ligt midden in de teervelden van Canada. In 2013 kwamen daar vanwege een lek in een pijpleiding 28.000 vaten olie in de nabije natuur terecht. Om te laten zien dat er ook andere natuurlijke bronnen waren dan fossiele brandstoffen, besloot ze een project op te zetten waarbij ze tachtig zonnepanelen liet installeren. “Het was de eerste keer dat daar zoiets werd ingezet,” zegt ze. Toen ze met basisschoolleerlingen sprak, kon je “aan de manier waarop ze vragen stelden duidelijk horen hoe enthousiast ze waren.” Ze beseften dat er ook een toekomst mogelijk was zónder olie, gas of steenkool.

Geen klimaatontkenning meer

Het is niet heel waarschijnlijk dat de Amerikaanse overheid, die verantwoordelijk is voor een van de grootste economieën ter wereld, het klimaat snel als hoge prioriteit gaat zien. Veel Republikeinse leiders ontkennen dat klimaatverandering door mensen wordt veroorzaakt, en het aantal stemmers dat erin gelooft was vorig jaar, volgens de jaarlijkse peiling van Gallup, afgenomen van 40 naar 35 procent – bij de democraten zat datzelfde percentage op 90 procent. Ook in de Nederlandse politiek is lang niet iedereen ervan overtuigd dat klimaatverandering een serieus ding is.

De onderzoeken naar deze polarisering in de Verenigde Staten, laten vrijwel allemaal zien dat mensen die niet geloven dat we daadwerkelijk invloed op het klimaat hebben, dat doen omdat conservatieve leiders dat zeggen. “Het is niet alsof de gemiddelde burger een hoop intrinsieke, diep gevoelde en goed onderbouwde mening heeft over het effect van CO2 op de atmosfeer,” zegt David Roberts, de belangrijkste klimaatcolumnist van Vox. “Ze geloven eerder dat klimaatverandering een hoax is omdat dat nou eenmaal bij hun politieke kleur hoort.”

1533151300994-GettyImages-521220056
Een paneldiscussie in 2016 over de klimaatontkenningsfilm 'Climate Hustle’. Tweede van links: Sarah Palin. Foto door Kris Connor / Getty

Als Donald Trump opeens in klimaatverandering zou geloven, zouden veel conservatieve Amerikanen hem dus volgen. Maar hoe zou je daar verandering in kunnen brengen? Wat de democraten volgens Roberts bijvoorbeeld zouden kunnen doen, als ze daartoe bevoegd zijn, is opzettelijk het marktaandeel verkleinen van bedrijven in fossiele brandstoffen. “Ik zou benzine- en dieselvoertuigen in 2035 verbieden,” zegt hij. “Mensen zouden in eerste instantie in paniek raken, maar zodra zo’n wet er is, zal het ook een explosie aan innovatie tot gevolg hebben.”

Nieuwe industrieën zouden zich achter deze koolstofarme toekomst scharen en lobbyen in de politiek. En aanbieders van fossiele brandstoffen, die Republikeinen hielpen om wetenschappelijk bewijs aan de kant te schuiven, zouden hun invloed verliezen. En zo zou klimaatontkenning eindelijk verdreven kunnen worden uit het politieke debat.

Een sterkere democratie

Hoe we klimaatverandering ook bestrijden: er is geen scenario denkbaar waarin we níet veel meer gebruik zullen maken van duurzame energie. En daar zit veel geld in: alleen al het afgelopen jaar is er wereldwijd meer dan 300 miljard euro in geïnvesteerd. Hernieuwbare energiebronnen hebben daarnaast in 2017 op mondiale schaal voor meer dan tien miljoen banen gezorgd. Techbedrijven doen beloftes dat ze meer in groene energie willen investeren, en de markt voor elektrische auto’s staat op exploderen. Het scenario dat Mann eerder omschreef, waarin juist de grote bedrijven opstaan tegen klimaatverandering, lijkt ieder jaar waarschijnlijker.

Een toekomst met meer groene energie, zou ook een opleving kunnen betekenen voor de lokale democratie, concludeerden academici, diplomaten en energiedeskundigen in 2017, toen ze zich een wereld probeerden in te beelden waarin we vooral gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen. “Burgers die in hun eigen energie voorzien en meer toegang hebben tot onderwijs, medische zorg en rijkdom – zonder afhankelijk van de overheid te zijn – zullen zich misschien gesterkt voelen om meer politieke inspraak te eisen, of in extreme gevallen zelfs separatistische neigingen ontwikkelen,” schreven ze. “Dan is je stroom niet afkomstig van een kolencentrale ergens ver weg, waar andere mensen rijk van worden, maar komt het vanuit je eigen gemeenschap, en heb je er zelf de controle over,” zegt Boeve van 350.org.

Uit een onderzoek van de Nederlandse overheid blijkt dat zogeheten microgrid-technologieën een lokale ‘techno-economie’ voor 90 procent zelfvoorzienend zouden kunnen maken, door energie op lokaal niveau te delen tussen huishoudens. “Deze nieuwe aanpak kan zelfs de weg vrijmaken voor complete zelfvoorziening op het gebied van stroom, verwarming en water,” aldus de auteur van het onderzoek, energiesysteem-ingenieur Florijn de Graaf.

Debbie Dooley, een voorvechter van duurzame energie vanuit de conservatieve hoek, zegt dat zonnepanelen op je eigen dak mensen kunnen aanspreken uit het hele politieke spectrum, simpelweg omdat het ook je persoonlijke vrijheid vergroot. “Ik kijk uit naar de dag waarop iedereen zijn of haar eigen huis van energie voorziet.”

1533151616561-GettyImages-626613816
Een huis met zonnepanelen in in Maryland. Foto door Benjamin C. Tankersley/voor the Washington Post via Getty

De weg voorwaarts

Mensen als Elon Musk, die klimaatverandering als “een van de grootste bedreigingen voor de mensheid” ziet, kunnen op financieel en technologisch gebied van grote waarde zijn tijdens de zoektocht naar oplossingen. Maar dat wil niet zeggen dat alles van Tesla heilig verklaard moet worden: er gaan verhalen rond dat er in zijn fabriek in het Californische Fremont sprake is van slechte arbeidsomstandigheden, lage lonen en intimidatie. “Alles staat in teken van de toekomst – behalve voor ons,” zei een fabrieksarbeider tegen The Guardian.

“Het is verleidelijk om te denken dat mensen als Musk de planeet kunnen redden, dat we gewoon hun innovatieve kracht het werk laten doen en wijzelf rustig achterover kunnen leunen,” schreven Naomi Klein en Avi Lewis in 2017 in The Nation. “Maar zoals de fabrieksarbeiders van Tesla weten: in het najagen van winst worden vaak mensen vergeten – zelfs als het eindproduct wel groen is.”

En in een toekomst die oneerlijk aanvoelt, waarin veel mensen moeten vechten om hun hoofd boven water te houden, kunnen politiek leiders makkelijk misbruik maken van de boosheid van het volk. Dat hebben we de afgelopen jaren in meerdere landen gezien, en als we geen oog hebben voor iedere laag van de samenleving, zal dat ook nog wel zo blijven, benadrukken de experts.

“We moeten eigenlijk een groep klimaatbewakers hebben, waarin niet alleen beleidsmakers en wetenschappers zitten, maar ook burgers. Mensen die als eerst tegen de gevolgen aanlopen,” zegt Mustafa Santiago Ali, een voormalig adviseur bij het Amerikaanse Environmental Protection Agency, die nu aan het hoofd staat van mensenrechtenorganisatie Hip Hop Caucus. “We moeten slimmer worden,” zegt hij. “Er is nog genoeg te doen”

Geoff Dembicki is de auteur van ‘Are We Screwed? How a New Generation Is Fighting to Survive Climate Change’.