Advertentie
Creators

De wonderlijke waterkunst van de Triënnale van Brugge

In het ‘Venetië van het Noorden’ kun je wandelen langs broeierige verpozingsplekjes en walvissen van plastic afval.

door Charlotte Thomas
21 juni 2018, 7:54am

Alle foto's door de auteur, tenzij anders aangegeven.

Als rasechte Vlaming, die al enkele jaren in Amsterdam woont, zak ik geregeld nog eens af naar mijn geliefde Brugge. Niet alleen omdat mijn familie er nog woont, maar ook omdat er af en toe gewoon belangrijke dingen te doen zijn. Zoals een bezoekje aan de Triënnale van Brugge, een driejaarlijks festijn waarbij internationale kunstenaars en architecten een dialoog aangaan met de openbare ruimte.

Brugge wordt ook wel het ‘Venetië van het Noorden’ genoemd, vanwege de grote hoeveelheid kanaaltjes die door de stad lopen. De reien, zoals deze kanaaltjes worden genoemd, vormen de rode draad van het kunsttraject, dat geheel toepasselijk het thema ‘De vloeibare stad’ heeft. De creaties van de vijftien deelnemende artiesten verwijzen allemaal direct of indirect naar water.

Het is een zonnige dag wanneer ik, met assistentie van mijn moeder en bijbehorende routekaart, op pad ga om de meest spraakmakende werken onder de loep te nemen.

De organische vormen worden benadrukt door de zowel esthetisch als functionele touwen. The Floating Island, OBBA.

Een van de sterkste projecten is wat mij betreft The Floating Island, een drijvend wandelplatform op de Langerei, dat in organische, slangachtige vorm over het water loopt. Het is ontworpen door het Koreaanse architectenbureau OBBA, in samenwerking met het Brugse architectuuratelier Dertien12. Het is een vloeiende overgang tussen de straat en het water. De witte touwen zijn een plezier voor het oog, en dienen als elastische netten, leuningen, hangmatten en ligbanken. Een prima plek om af te koelen tijdens een zwoele zomernacht, ware het niet dat zwemmen verboden is. En in de touwen hangen trouwens ook.

ACHERON I, Renato Nicolodi. Foto: Iwan Baan.

ACHERON I verwijst naar de Griekse mythologie, waarin het de naamdrager is van een van de rivieren van Hades – ‘de rivier van het leed’, om precies te zijn. Wat dat betreft is de toon al gelijk gezet. De monumentale sculptuur van de Belgische kunstenaar Renato Nicolodi voelt bevreemdend aan. Het lijkt op een drijvende betonnen trapstructuur naar de onderwereld, alsof je net de film The Architecture of Doom bent binnengewandeld.

Renato Nicolodi omschrijft het als de verbinding tussen het leven en de dood, waarin het wateroppervlak letterlijk de grens vormt. Het kunstwerk ligt onder de ooggrens op de Langerei, en pas wanneer je het benadert komt de subtiele schoonheid aan het wateroppervlak.

The Bruges Whale, StudioKCA.

Het wapenschild van Brugge omvat naast de Vlaamse leeuw ook het Brugs beertje, maar er is sinds kort een nieuw iconisch dier in de binnenstad gestrand: een walvis. Het gaat om The Bruges Whale, een project van de New Yorkse architectuur- en designstudio StudioKCA. De vinvis bestaat uit vijf ton aan plastic afval uit zee, en doet je de absurditeit van onze wegwerpcultuur beseffen. Naast gummilaarzen en een wc-bril, zit er ook een ventilator in verwerkt. Esthetisch fascinerend, maar ook een duidelijke herinnering aan het feit dat we wel wat zorgvuldiger met de aarde mogen omgaan.

Lanchals, John Powers.

De Amerikaanse kunstenaar John Powers schiep een vijftien meter hoge metalen sculptuur, die in een golvende vorm naar boven loopt. Hoewel je het misschien niet meteen zou zeggen, is het een verbeelding van een zwanenhals. Powers liet zich namelijk inspireren door de geschiedenis van Brugge, en met name legende van Pieter Lanchals. Dat was een vijftiende-eeuwse ambtenaar uit Brugge die tijdens de Brugse Opstand werd onthoofd. Als wraak stelde keizer Maximiliaan van Oostenrijk – van wie Lanchals een vertrouweling was – vervolgens in dat de Bruggelingen voortaan voor eeuwig 52 ‘langhalzen’ of zwanen op het water moesten onderhouden.

Wat mij betreft had het ook prima door gekund als lange ruggengraat.

SelgasCano Pavilion, SelgasCano.

Ten slotte een soort trippy droom op het water. Het Spaanse architectenduo SelgasCano staat bekend om zijn kleurrijke constructies en atypische combinaties, en dat is in dit geval niet anders: SelgasCano Pavilion bestaat uit roze, doorschijnende wanden rond een stalen frame. Een puur ontwerp dat een absurde kleurervaring teweegbrengt; je bekijkt alles vanuit een roze bril. Maar dan dus zonder bril. Het is de ideale zomerse verpozingsplek, waarin het broeierig heet kan worden. Wat overigens vooral het geval is als de zon vol op het plastic staat.

De Triënnale van Brugge loopt nog tot 16 september. Op de website vind je meer projecten.

Mijn moeder als toerist in eigen stad. SelgasCano Pavilion, SelgasCano.
Tagged:
architectuur
Brugge
Triennale