Identiteit

God was vroeger gewoon een vrouw

Volgens archeologen werd lange tijd – de eerste 200.000 jaar van het menselijk bestaan op aarde – gedacht dat God een vrouw was. 'God is a Woman', de single van Ariana Grande, herinnert ons aan dat idee.

door Christobel Hastings
21 augustus 2018, 9:21am

Still uit de clip van Ariana Grande 

Op 13 juli 2018 verklaarde Ariana Grande in maar liefst vier octaven: When all is said and done / You'll believe God is a woman. Alle bontgekleurde scènes in de clip – van de plas verf die lijkt op een vulva tot het shot waarin Grande suggestief met gespreide benen op een wereldbol zit – lijken bedoeld als een boodschap vanuit de hemel: de wereld draait om vrouwen. Online kon Grande rekenen op een daverend feministisch applaus.

Als je kijkt naar de theologische geschiedenis is het opmerkelijk dat de bewering van Grande zo opleeft in 2018, want vrouwelijke goden worden al millennia lang gezien als afvalligen. En voor sommige mensen is het nog steeds een diep verontrustend idee dat God misschien iets anders is dan een oude, witte man op een wolk.

Maar als we teruggaan naar de oorsprong van de menselijke beschaving, vinden we bewijs dat er duizenden jaren geleden wel vrouwelijke goden aanbeden werden. Lang voordat de belangrijkste wereldreligies ontstonden, eerden veel geloofssystemen een opperste vrouwelijke schepper.

In haar baanbrekende boek uit 1976, When God Was a Woman, leidt historicus Merlin Stone het idee van een vrouwelijke god terug naar de paleolithische en neolithische tijdperken. In het Nabije en Midden-Oosten, schrijft ze, kunnen we bewijs vinden dat de "ontwikkeling van de religie van een vrouwelijke godheid” in dit gebied verweven was met “het vroegste begin van religie". Deze Godin was zonder twijfel de allerhoogste godheid die over alles en iedereen heerste; "Schepper en wetgever van het universum, profetes, bepaler van het menselijk lot, uitvinder, genezer, jager en dappere leider in de strijd."

Veel antropologen geloven dat deze hoog-paleolithische samenlevingen waarschijnlijk een matrilineaire structuur hadden, wat betekent dat vrouwen de hoogste status hadden in de gemeenschap. Stone legt in haar boek uit dat deze gemeenschappen hun voorouders vereerden, waarbij het concept van “‘de maker van al het menselijk leven’ mogelijk vorm kreeg door het beeld dat de clan had van de alleroudste, vrouwelijke oer-voorouder”. Met andere woorden: de goddelijke stammoeder. Antropologen die de riten en rituelen van paleolithische gemeenschappen in de afgelopen twee eeuwen hebben bestudeerd, hebben in Europa, het Midden-Oosten en India talloze stenen beeldjes van zwangere vrouwen ontdekt – sommige van die beeldjes dateren uit 25.000 voor Christus – die verwijzen naar de verering van vrouwelijke godheden.

"Isis met zoon Horus" rond 680 BC, Egypte. Via Wikimedia Commons.

In die periode van de Oudheid was het geloof in vrouwelijke godheden al wijdverbreid. Maar met de komst van de landbouw na het paleolithische tijdperk nam het geloof in vrouwelijke goden pas echt een vlucht. Er zijn beeldjes van zogenaamde moedergodinnen opgedoken in Kanaän (nu Palestina/Israël) en Anatolië (nu Turkije), en er zijn godinnenbeeldjes uit 4000 voor Christus gevonden van neolithische gemeenschappen uit heel Egypte. “De heiligverklaring van godinnen in de antieke wereld bestond uit variaties op een thema”, schrijft Lynn Rogers in Edgar Cayce and the Eternal Feminine. Ze doelt hier op verwijzingen naar een opperste vrouwelijke schepper in Sumerië, Egypte, Kreta, Griekenland, Ethiopië, Libië, India, Elam, Babylon, Anatolië, Kanaän, Ierland, Mesopotamië en zelfs het oude Juda en Israël. Maar er kan geen twijfel over bestaan dat Zij, zoals de mytholoog Robert Graves het beschreef, “onsterfelijk, onveranderlijk en almachtig” was.

Sylvia Browne beschrijft in haar boek Mother God een uitgebreide geschiedenis van het vrouwelijke principe dat opbloeide na de paleolithische periode. Het Inuit-volk had Sedna, de godin van de zee en moeder van de oceaan, terwijl de Assyrische en Babylonische culturen Ishtar aanbaden, de godin van liefde en oorlog. In de Azteekse cultuur werd Teleoinan beschouwd als de Moeder der Goden. Volgens de oude Egyptenaren was Isis de godin van kinderen en magie, terwijl in het oude Sumerië de belangrijkste godin Inanna was, de godin van liefde en oorlog. Ondertussen hadden de oude Feniciërs eigenlijk twee vrouwelijke godinnen van gelijke status: Anat, de vruchtbaarheidsgodin, en Astarte, de moedergodin die wordt beschouwd als de planeet Venus. Scheppers van het universum, dragers van kinderen, cultuurmakers, dappere strijders en wijze raadgevers: deze godinnen waren allesbehalve bijzaak.

"Burney Relief," waarvan wordt gedacht dat het of Ishtar of haar oudere zuster Eresjkigal representeert (c. 19e of 18e eeuw BC). Via Wikimedia Commons.

Als vrouwen hun kop boven het maaiveld uitsteken, kun je een hoop misogynie verwachten, en zo tegen 1500 voor Christus waren de meeste godinnenvererende beschavingen uit de gratie geraakt. In de wetenschap verschillen de meningen over hoe dat kwam, maar veel deskundigen beweren dat de stand van zaken ernstig verstoord werd door dominante “mannelijke” religies en patrilineaire gebruiken, die Europa binnenkwamen door binnenvallende Indo-Europeanen. De onderdrukking die daarop volgde, zorgde voor een sombere wending. "Aan het begin van de westerse beschaving," schrijft Rogers, "werd 25.000 jaar aan ‘vrouwen-geschiedenis’, over de rijke scheppingskracht van de Godin, vernietigd. Scheppingsmythen werden herschreven, symbolen van godinnenverering werden afgekeurd en “het oude geloof in de Godin als de oorsprong van ons bestaan, van het universum waaruit Alles is voortgekomen, is ten val gebracht.”

Toen het jodendom, het christendom en de islam zich ontwikkelden in het Midden-Oosten en Europa, begonnen de monotheïstische religies een uitsluitend mannelijke orde te aanbidden: God, Koning, Priester en Vader. In deze nieuwe theologieën werden godinnen in een ondergeschikte rol geplaatst, met de man als dominante echtgenoot, of zelfs als haar moordenaar. In haar boek schrijft Stone uitvoerig over het uitbannen van vrouwelijke godheden. Als argument noemt ze dat “godinnen-aanbidding bezweek onder eeuwenlange vervolging en onderdrukking door voorstanders van nieuwere religies, waarin mannelijke goden als oppermachtig werden beschouwd." En erger nog: door deze grote ommezwaai binnen religies, nam de status van vrouwen over de hele wereld af.

Toch bleef het belang van de vrouwelijke godheid in sommige religies overeind. In het boek The Path of the Mother wijst Savitri L. Bess erop dat hindoes nooit zijn opgehouden de Moeder te aanbidden. "De Moeder, die duizenden jaren in de schaduw van de westerse religies heeft gestaan," schrijft ze, "wordt beschouwd als de allesbepalende energie van het universum." Van Durga, de onverschrokken godin die op de rug van een tijger haar vijanden overwon, tot Saraswati, de vier-armige beschermgodin van kennis: de enorme lijst aan vereerde hindoe-godinnen benadrukken de kracht van het vrouwelijke.

Centraal staat Shakti, Moedergodin en vertegenwoordiger van de vrouwelijke energie. Shakti kent verschillende vormen en gedaantes, schrijft Bess in haar boek, maar haar kosmische energie is verantwoordelijk voor de schepping van het universum. Ze staat voor “de activiteit in alle dingen, de grote macht die schept en vernietigt, de oorspronkelijke essentie, de baarmoeder waaruit alles voortkomt en waarnaar alles terugkeert.”

Een beeld van hindoegodin Durga. Gefotografeerd door Sam Nasim. Via Wikimedia Commons.

Het boeddhisme viert het vrouwelijke principe via Bodhisattva Guan Yin, de godin van mededogen. Haar naam betekent zoiets als “degene die de kreten van de wereld hoort en ziet.” Ze staat voor schoonheid, gratie en grenzeloze compassie voor het lijden van de mensheid; haar kracht zou schuilen in haar “ontboezemingen of belichaming van het goddelijke vrouwelijke."

Naarmate de belangrijkste wereldreligies zich in de loop van duizenden jaren ontwikkelden, verdween de opperste vrouwelijke godheid echter steeds verder uit beeld. Rond 27 voor Christus (onder de eerste Romeinse keizer) werd godin Cybele nog gezien als “Opperste Moeder van Rome”, maar rond 500 na Christus veranderde alles. De laatste godinnentempels in Rome en Byzantium werden gesloten door christelijke keizers. De zogenaamde polytheïstische “heidense” religies werden verdreven, en daarmee verdwenen ook de vrouwelijke godheden.

Buste van Cybele, eerste eeuw AD. Gevonden in de buurt van Tours-en-Vimeu, Picardy, rond 1754. Via Wikimedia Commons.

Vandaag de dag zijn we allemaal bekend met het scheppingsverhaal van Adam en Eva: ze werden uit het hof van Eden verbannen omdat Eva, natuurlijk Eva, verantwoordelijk was voor de ondergang van de mensheid. Van de rijke geschiedenis van vrouwelijke religies uit de Oudheid die duizenden jaren werden aanbeden, is weinig meer over. “Het Oude Testament heeft niet eens een woord voor ‘godin’,” schrijft Stone. “In de Bijbel wordt ‘godin’ aangeduid als Elohim, in het mannelijke geslacht, wat weer vertaald wordt als ‘god’. Maar de Koran van de mohammedanen was vrij duidelijk. Daarin staat: ‘Allah tolereert geen afgoderij… de heidenen bidden voor vrouwen.’”

Sommigen zullen misschien zeggen dat godinnen op een organische manier zijn verdwenen, door de opmars van de moderne beschaving. Maar zoals al veel historici en theologen hebben opgemerkt: het is waarschijnlijk geen toeval dat patriarchale culturen die inheemse bevolkingsgroepen hebben veroverd, fundamenteel verweven zijn met de ondergang van vrouwelijke godheden: deze culturen hebben godinnenaanbidding geframed als mythisch, onzedelijk en primitief.

Het liedje van Ariana Grande is dus niet alleen maar een sexy popliedje. Het is ook een kleine reminder dat er vóór onze tijd een lange, rijke geschiedenis aan godinnenverering ligt, die helemaal losstaat van de patriarchale religies, gewoonten en wetten waarmee wij zijn groot geworden. Archeologisch onderzoek suggereert dat God gedurende de eerste 200.000 jaar van het menselijk bestaan als vrouw werd gezien. Door ons los te maken van mannelijke cultuur, kunnen we uiteindelijk ons erfgoed beter gaan begrijpen. En, zoals Stone schrijft, “een eigentijds bewustzijn cultiveren van de eens zo wijdverspreide verering van een vrouwelijke godheid als de wijze schepper van het universum, het leven en de hele beschaving.”