lichaam

Hoe het voelde om een kleine tumor uit mijn arm te laten halen

Het vetbultje op mijn arm was vrij onschuldig, maar ik ontkwam er niet aan om het te laten wegsnijden.

door Grant Stoddard
15 april 2019, 9:50am

Grant Stoddard / YouTube

Zeven jaar geleden voelde ik het voor het eerst: een bult ter grootte van een druif aan de achterkant van mijn linkerarm. Aangezien ik een beetje een hypochonder ben, maakte ik in paniek een afspraak met mijn huisarts. Dit moest wel een kankergezwel zijn. Toen de dokter het woord “massa” gebruikte om de bult te omschrijven, stond ik op het punt om de praktijk uit te rennen en afscheid te nemen van mijn geliefden.

De dokter nam eens goed de tijd om eraan te voelen, en vertelde me vol vertrouwen dat het gezwel een lipoom was – een klontje vetcellen onder de huid, daarom ook wel ‘vetbultje’ genoemd. Een goedaardige tumor, waar ik me geen zorgen over hoefde te maken. Toen ik hem voorzichtig vroeg of hij de bult alsnog kon weghalen, raadde hij dat af. “Tenzij het pijn begint te doen, kun je hem het best gewoon met rust laten.”

Op dat moment deed het amper pijn. Maar als een vriend, partner of massagetherapeut het bultje zag, en me een bezorgde blik toewierp, voelde ik me daar erg onzeker over. Zelfs als ik ze ervan had verzekerd dat het geen serieus probleem was, voelde ik me er niet comfortabel bij. Een beetje alsof je een uitpuilende koortslip, een bloeddoorlopen oog of een zwartgekleurde vingernagel hebt. Toen het gezwel in de vijf jaar daarop steeds groter en ongemakkelijker werd, vroeg ik ook andere deskundigen of ik hem toch niet weg moest laten halen. Maar dit werd me wederom ten zeerste afgeraden.

Eerder dit jaar had ik mezelf voorgenomen om zoveel mogelijk vet te verliezen. Daardoor werd niet alleen de knobbel op mijn arm een stuk prominenter aanwezig, maar ontdekte ik ook dat ik op andere plekken nog meer kleine gezwellen had. Ik schreef al eerder over het sterrenstelsel van lipomen op mijn lichaam, en daarvoor sprak ik met Neil Tanna, een plastisch chirurg die behoorlijk wat vetmassa’s heeft weggesneden.

Toen ik Tanna vertelde dat de knobbel pijn begon te doen, bood hij me aan om er eens naar te kijken. Wat hem betreft kon het gezwel op mijn arm best verwijderd worden, maar konden we de twee kleinere bulten op mijn buik beter laten zitten. Die waren namelijk minder goed te zien en deden geen pijn. “Je zult altijd een litteken houden op de plek waar we de incisie maken,” zei hij. “Dat moet je afwegen tegen het ongemak dat je nu hebt. In jouw geval komt de lipoom in je arm wel voor verwijdering in aanmerking.”

Twee weken later maakte ik een afspraak bij Tanna, om de knobbel uit mijn arm te laten halen. In de tussentijd was ik dom genoeg om naar youtubefilmpjes te kijken waarin lipomen worden weggesneden. Daar heb ik een aantal dingen van geleerd, zoals dat mijn kleine vriend een minuscuul bultje is in vergelijking met de lichaamsvervormende massa’s die soms uit mensen worden gesneden. Voor ik een vlaag van misselijkheid over me heen voelde komen, zag ik hoe felgele, gelatineachtige klompen vet ter grootte van grapefruits uit de nekken, armen, benen en buiken van mensen werden gehaald. Ik was oprecht verrast dat mensen hun lipomen zo groot laten groeien voordat ze het tijd vinden om er iets aan te laten doen.

Toen ik keek naar de gigantische kijkersaantallen, leerde ik bovendien dat deze video’s enorm populair zijn. Dermatoloog Sandra Lee is zonder twijfel de grootste binnen het genre: ze staat bekend als Dr. Pimple Popper, en ze verlost je niet alleen met liefde van al je puisten, maar ook van je cysten, rhinophyma en steatocystoma. Een favoriete categorie onder de fans zijn mee-eters, met als hoogtepunt deze smerige video die maar liefst zestig miljoen keer bekeken is. Een andere video – waarin te zien is hoe Lee de grootste lipoom verwijdert die ze ooit is tegengekomen – doet het met veertien miljoen views ook niet onverdienstelijk.

We hebben als mensen van nature een fascinatie voor dingen die niet op of in ons lichaam zouden moeten zitten, legt Curtis Reisinger uit, een klinisch psycholoog en universitair docent psychiatrie aan de Zucker School of Medicine in New York. “Het komt ook voor onder apen, met name bij bavianen.” Volgens Reisinger is zulk menselijk gedrag uiteindelijk vrij natuurlijk geëvolueerd tot iets waar we een bepaalde vorm van genot uit halen.

Hoewel ik best begrijp waarom het vanuit evolutionair opzicht logisch is dat we graag parasieten van onze familie en stamleden plukken, snap ik niet zo goed waarom mensen het zo fijn vinden om te zien hoe er een lading prut uit een wildvreemd persoon wordt geknepen.

“Mensen zijn goed in het simuleren van dingen,” legt Reisinger uit. Hoewel de actie niet op ons eigen lichaam plaatsvindt, herkennen we ons in het gevoel van opluchting wanneer er bij iemand anders een puist wordt uitgeknepen of een lipoom wordt verwijderd. “In zekere zin voelen we onszelf ook een beetje opgelucht, ook al gaat het om het lichaam van iemand die we nooit zullen ontmoeten.”

Hoewel ik mezelf inmiddels al had aangepraat dat de knobbel in mijn arm ongeveer zo groot was als een avocadopit, overtuigde Tanna me ervan dat het enorm meeviel. Terwijl hij dat zei, haalde hij een stift tevoorschijn en tekende hij een stip boven op de bult. “Ik ga je straks injecteren met lidocaïne,” zei hij. “Dat maakt het gebied gevoelloos en zorgt ervoor dat het niet te veel bloedt. Maar het zorgt er ook voor dat het gebied opzwelt en de lipoom moeilijker te voelen is. Daarom markeer ik de plek waar ik straks de incisie zal maken.”

Nadat hij me weer behendig had dichtgenaaid, vroeg hij me om een handschoen aan te trekken en overhandigde hij me de lipoom.

Toen de plek eenmaal verdoofd en opgezwollen was, legde Tanna een laken over mijn arm. Voor hij begon, raadde hij me aan om de andere kant op te kijken. “Ik doe dit dag in dag uit, zonder probleem. Maar toen ik eens besloot te kijken hoe er een cyste uit mijn eigen lichaam werd verwijderd, voelde ik me daarna toch niet zo lekker.”

Ik deed wat Tanna zei en keek de andere kant op. Afgezien van de lichte druk die hij zette toen hij de eerste snee maakte met zijn scalpel, deed het geen pijn. Het enige waaraan ik merkte dat er iets ongewoons gebeurde, waren de gefronste wenkbrauwen van mijn vriend Nick. Ik had hem meegebracht om de operatie te filmen, zodat ik kon kijken of een vieze video waarin mijn eigen lipoom eruit wordt gesneden ook views zou opleveren.

Vanuit mijn ooghoek zag ik Tanna in het gat kijken dat hij zojuist in mijn arm had gesneden. Hij had gezegd dat het op die diepte soms moeilijk is om de lipoom te onderscheiden van gewoon vet. Nadat hij nog wat dieper had gekeken, zei hij dat hij het gezwel had gevonden. Toen ik de video later bekeek, zag ik dat Tanna de vetmassa eerst moest losmaken uit een vezelachtige verpakking die hij eerder als “een soort spinnenweb” had beschreven. Nadat hij me weer behendig had dichtgenaaid, vroeg hij me om een handschoen aan te trekken en overhandigde hij me de lipoom.

Ik was verbaasd hoe klein de klont eruitzag nu het niet meer in mijn lichaam zat. Het ding had een oranje-gele kleur en leek qua vorm en grootte een beetje op een tuinboon. In tegenstelling tot de lipomen die ik uit andere mensen had zien komen, was de mijne een stuk gladder en compacter. Ik dacht er nog over na om hem te houden, maar aangezien ik toch niet zou weten wat ik ermee zou moeten doen, besloot ik het gezwel gewoon weg te gooien.

Een maand later is er amper nog iets te zien van het litteken. Ik ben blij dat ik die klomp vet niet langer meezeul. Sterker nog, ik lach iedere keer wanneer ik de plek op mijn arm aanraak en besef dat de knobbel er niet meer zit. Wil je zien hoe het eruit werd gehaald? Alsjeblieft: