Alle foto's van de auteur, en soms van een museummedewerker.
Alle foto's van de auteur, en soms van een museummedewerker.
Kunst

Een middagje olifantenmest kneden in het museum van Artis

Er hangt een luchtje aan de nieuwe tour van Micropia.
13.4.18

Het is heus niet zo moeilijk om een beetje cultureel verantwoord bezig te zijn - je moet vooral gewoon even met je luie reet van die bank af. En natuurlijk weten waar je al die cultuur kunt opsnuiven. Daarom is er op VICE rondom de Nationale Museumweek extra aandacht voor museumcultuur, bijzondere pronkstukken en pareltjes van musea waar je waarschijnlijk nooit eerder bent geweest, maar waar je jezelf toch echt een keer naartoe zou moeten slepen.

Advertentie

Eind februari zat ik een paar dagen in een vakantiehuisje op de Hoge Veluwe, en precies op dat moment kwam er een onderzoek naar buiten van de Consumentenbond waaruit bleek dat vakantiehuisjes vaak ontzettend goor worden achtergelaten. Denk aan vlekken op matrassen en poepbacteriën op de muur.

Onze matrassen waren gelukkig oké, en poepbacteriën zagen we niet – al is dat ook helemaal niet mogelijk met het blote oog. Maar we gingen er voor het gemak even van uit dat onze voorgangers hun afscheidsboodschap niet op de muur hadden uitgesmeerd. En zijn er niet veel meer plekken waar je poepbacteriën kunt aantreffen, bijvoorbeeld vlak nadat je het toilet doortrekt?

Waar de komende tijd in ieder geval een flink stel poepbacteriën te ontdekken zijn, is Artis-Micropia in Amsterdam. Tot eind mei kun je daar namelijk een zogeheten Tour de Poep volgen, een speciale route die geheel in het teken staat van stront. Een expeditie vol excrementen, waar je dingen leert over verschillende soorten uitwerpselen, mest van olifantenstront en poeptransplantaties. Ik ging langs bij de lancering, die niet geheel ontoevallig samenviel met de Nationale Poepdag.

Bioloog Mark Reid.

Als ik aankom bij Micropia, naar eigen zeggen het enige microbenmuseum ter wereld, word ik welkom geheten door Mark Reid. Hij werkt als bioloog bij Artis-Micropia, en leidt me vandaag rond.

De tour loopt dwars door het museum. Je herkent de looproute aan de blauwe cijfers die op de grond geschreven staan – de ene keer gaat het om iets dat al deel uitmaakte van de vaste opstelling, en gaat vooral over microben in het algemeen, en de andere keer gaat het om iets dat er voor de gelegenheid aan is toegevoegd, en dus nadrukkelijk betrekking heeft op poep.

Advertentie

Het avontuur begint bij een vitrine vol uitwerpselen van verschillende dieren, inclusief de mens. “Je kunt hier een verschil zien tussen twee groepen,” vertelt Mark. “De poep van vleeseters is wat minder egaal. Dat komt onder andere doordat de haren en botresten niet verteerbaar zijn, en in de poep eindigen. Ze zijn aan een kant ook wat toegespitst naar één punt.”

Links de drol van de Afrikaanse wilde hond, rechts die van de grijze wolf.

Hier aanschouwen we de schijt van een wasbeer, die er een zeer gevarieerd dieet op na schijnt te houden.

Dieren met een gemixt dieet laten een soort tussenvorm zien. Dat geldt bijvoorbeeld voor mensen, en de wasbeer. “Wasberen eten echt alles, en dat is te zien ook.”

Aangezien het vandaag de lancering van deze tour is, worden er in het midden van het museum een paar lezingen gegeven. Een daarvan is van professor Ed Kuijper, die betrokken is geweest bij de eerste bank voor poeptransplantatie in Nederland. Poeptransplantatie is bedoeld voor mensen met darmaandoeningen, die vervolgens wat ontlasting krijgen toegediend van iemand met een gezonde darmflora. Volgens Kuijper is het een kwestie van wennen voordat we dit net zo normaal gaan vinden als bloeddonatie.

“Eerst wordt de poep wat verdund, en dan gaat het via een slangetje door je neus naar je darmen toe,” legt Mark uit. “Dat is de enige manier waarop het kan – het moet uiteindelijk bij je darmen terechtkomen, en van boven naar beneden gaat nu eenmaal een stuk soepeler.” Gevaarlijk zou het niet moeten kunnen zijn, want er wordt van tevoren uitgebreid getest of er ziekteverwekkende bacteriën in de donorpoep zit.

De route loopt ook langs de opstelling ‘Hoop doet leven,’ waarbij hoop vooral betrekking heeft op de flinke berg stront die de olifanten van Artis iedere dag uitschijten – honderd kilo per dag, om precies te zijn. Per olifant.

Dat levert elke dag een flinke hoeveelheid olifantenpoep op, dat Artis normaal gesproken moet vernietigen. Dat is eigenlijk best zonde, want er zitten veel voedingsstoffen in. Dat komt doordat olifanten niet in staat zijn om plantenresten volledig af te breken. Net als andere zoogdieren, missen ze het enzym cellulase, waardoor ze de helft van wat ze eten gewoon weer uitpoepen. En zo blijft er energierijke meststof over.

Advertentie

Het idee van ‘Hoop doet leven’ is om daar wat zinnigs mee te doen: verwerken tot een nieuwe bodemverbeteraar. Die wordt aangebracht in de eetbare tuinen van Artis, en daar kunnen vervolgens dieren weer de vruchten van plukken. Een mooi circulair proces dus.

Dit voorjaar wil Artis al met deze bodemverbeteraar aan de slag gaan – al kan het onmogelijk alle olifantenpoep verwerken, daarvoor is het aanbod echt veel te overweldigend. Maar het is natuurlijk ook een manier om te laten zien wat je zoal kunt bereiken met dierendrollen.

En daarom kun je vandaag, als onderdeel van de Tour de Poep, ook zelf je eigen olifantenpoep bij elkaar verzamelen, en in een plastic emmer mee naar huis nemen. Die emmer moet dan zo’n zes à acht weken afgesloten van zuurstof blijven, waardoor het gaat fermenteren. Het resultaat is een rijke bodemverbeteraar, die je zo in je tuin kunt aanbrengen.

Nu heb ik geen tuin, maar doe ik desalniettemin een duit in het zakje. Of poep in een emmertje, dus eigenlijk. Jasper ten Berge van het bedrijf Bij de Oorsprong begeleidt deze workshop. “Met handschoen of zonder?” vraagt hij lachend. Ik vraag hem hoe vaak hij die grap vandaag al heeft gemaakt, en het antwoord lacht hij een beetje weg. In plaats daarvan vertelt hij dat deze mestmethode ‘bokashi’ heet, wat het Japanse woord is voor ‘goed gefermenteerd organisch afval’.

“Dit fermentatieproces werkt eigenlijk precies zoals zuurkool,” vertelt hij. Het voordeel van deze methode is dat het de groei van slechte bacteriën tegengaat, een goede voedselbron voor het bodemleven is en ervoor zorgt dat planten voedingsstoffen sneller kan opnemen. Doordat er geen zuurstof bij komt, blijft de energie behouden.

Mijn verzameling olifantenpoep, verscholen onder een laagje organisch restafval en gesteentemeel.

Ik meng wat organisch restmateriaal en olifantenpoep met elkaar, en breng dat in laagjes aan in het bakje, afgewisseld met een bacteriepreparaat en een handjevol gesteentemeel. Dan mag de deksel dicht, en kan het proces beginnen. Een kind kan de was doen.

Sterker nog: net als ik tevreden met mijn emmertje olifantenpoep de tour verlaat, zie ik twee jongens die samen negen emmers hebben gevuld. Zeven grote, twee kleine. Hun oma is erbij, en draagt er ook een paar. Als ik haar vraag wat ze in vredesnaam met zoveel olifantenpoep aanmoeten, zegt ze dat de ouders van de twee knullen een grote tuin hebben. “En ik heb zelf ook nog genoeg ruimte op mijn erf, dus dat komt wel goed.”

Ik heb nog geen idee wat ik met mijn eigen emmer ga doen, maar voorlopig heb ik het maar ergens verstopt op kantoor. Benieuwd wanneer het iemand op gaat vallen.

Gijs en Willem zijn trots op hun verzameling olifantenpoep.

De Tour de Poep is tot en met eind mei te volgen. Hier vind je meer informatie.