Advertentie
misdaad

Hoe het is om de grootste criminelen van Nederland te tekenen

Renée is rechtbanktekenaar en maakte tekeningen van onder anderen Gökmen T. "Ik gebruik het woord niet graag, maar ik vond hem echt een koekwaus."

door Djanlissa Pringels
08 augustus 2019, 10:51am

Afbeelding door Renée van den Kerkhof

Te lui om te lezen? Beluister dan hieronder de ingesproken versie.

Renée van den Kerkhof (27) werkt al drie jaar als rechtbanktekenaar en woont voor haar werk de grootste rechtszaken bij, waaronder die van Michael P. en Jos B. Haar tekeningen van verdachten verschijnen in het Algemeen Dagblad, de Volkskrant en worden ook gebruikt voor uitzendingen van onder andere RTL Boulevard en Hart van Nederland. Ze vertelt over haar werk, wat het met je doet om de gruwelijkste getuigenissen te horen en hoe je zo goed mogelijk de grootste criminelen op papier vastlegt.

Grote rechtszaken hebben me altijd gefascineerd, omdat ze vaak over belangrijke gebeurtenissen gaan die niet enkel impact hebben op iemands leven, maar op een volledige gemeenschap. Als er een moord wordt gepleegd, houdt het ons land in de ban. Daarbij ben ik ook gefascineerd door wat zo’n moordenaar drijft: ik vind het interessant om er bij stil te staan dat er mensen zijn wiens hersenen anders gebouwd zijn dan de mijne. Je hebt mensen die hun eigen daden goedpraten, die zeggen dat het logisch was, dat het moest gebeuren. Dan denk ik: hoe dan? Hoe word je zo? Door een rechtszaak te volgen, word je meegenomen in het verhaal van wat die persoon tot zo’n gruwelijke daad dreef.

Ik ben illustrator, en door mijn fascinatie voor rechtszaken wilde ik erg graag tekeningen maken bij grote rechtszaken. Het is verboden om beeldopnames te maken in een rechtbank en daarom schakelen de media vaak een tekenaar in die de rechtszaak in beeld kan brengen. Die tekenaar wilde ik zijn.

Het is geen gemakkelijke wereld om binnen te komen. Alleen de pers mag voorbij de publiekstribune in een rechtbank, waar je een verdachte veel beter kunt tekenen. En als je nog geen portfolio hebt met rechtbanktekeningen gaat niemand je aannemen. Daarom heb ik een tijdje de rechtbank van Breda gestalkt met de vraag of ik mocht komen tekenen, en op een gegeven moment, zo’n drie jaar geleden, lieten ze me weten dat er een open dag was in het kader van de Open Monumentendag. Er zouden nepzittingen plaatsvinden waarbij medewerkers speelden dat ze een huis in brand hadden gestoken of een wietplantage op zolder hadden. Vervolgens mochten mensen vragen stellen aan de advocaten. In die setting heb ik drie tekeningen gemaakt. Die tekeningen waren in de stijl die ik kende, die van de Nederlandse rechtbanktekenaar Felix Guérain: je tekent dan op gekleurd papier, waardoor je gemakkelijk met zowel zwarte als witte potloden voor het oogwit en de glans kan werken. Ik vond dat een erg leuke dag en die week zette ik de drie tekeningen op mijn blog met daarbij de tekst dat dit mijn droombaan zou zijn.

1565170004417-Foto-door-Joost-Dijkman
Foto door Joost Dijkman

Een week later werd ik gecontacteerd door een journalist die vroeg of ik mee wilde naar een rechtszaak om een tekening te maken bij een artikel. Het was 21 september, mijn verjaardag, en voor mij was die rechtszaak het leukste cadeau dat ik kon krijgen. Ik vond het enorm spannend, want ik had niet echt een goed beeld van wat me te wachten stond. Ik wist bijvoorbeeld niet hoe lang de rechtszaak zou duren en hoeveel tijd ik had om de verdachte te tekenen. Later, bijvoorbeeld bij de rechtszaak tegen Wilders, merkte ik dat een zitting na tien minuten al afgelopen kan zijn, omdat de beklaagde een wrakingsverzoek indient, omdat-ie vindt de rechter niet objectief over de zaak kan oordelen. In zo’n geval wordt de zaak opgeschort, maar de tekening moet wel af zijn. Ook moet je niet te veel plannen na een rechtszaak, want soms zit je er een hele dag.

Mijn eerste zaak duurde gelukkig maar een paar uurtjes. Het was wel meteen in de extra beveiligde rechtbank bij Schiphol – dezelfde plek waar de rechtszaken tegen Wilders altijd verlopen. Nu moest ik een zaak tekenen tegen een man die ervan werd verdacht naar Syrië te willen reizen om zich aan te sluiten bij IS. Toen hij binnenkwam, keek hij me vriendelijk aan. Hij vertelde de rechter dat hij spijt had en graag wilde veranderen. Dat gevoel probeerde ik in mijn tekeningen te verwerken.

1565170033817-Gokmen_T
Gökmen T. door Renée van den Kerkhof

Maar niet iedereen die ik moet tekenen is zo vriendelijk. Een zaak die ik niet veel later moest doen, liet me inzien dat je niet altijd met gewetensvolle criminelen te maken hebt. Ik moest een man tekenen die ervan beschuldigd werd een vrouw te hebben gestalkt en aangerand. Hij kwam met een arrogante blik binnen en keek de hele tijd verveeld rond. Omdat ik hem tekende, moest ik hem de hele tijd aankijken en daar genoot hij zichtbaar van. Hij knipoogde zelfs een paar keer naar me. Ook Gökmen T., de man die drie mensen neerschoot in een tram in Utrecht begin dit jaar, was een intense ervaring. Ik gebruik het woord niet graag, maar ik vond hem echt een koekwaus. Hij zat daar met een hele brede glimlach, hij kwam met een stoer loopje naar voren. Gedurende de zitting keek hij vooral in het rond, hij glimlachte op ongepaste momenten en deed alsof we er allemaal waren om hem te bewonderen. Dat probeerde ik ook om te zetten in de tekening: ik tekende hoe hij wat achterover leunde en heb zijn lachje in beeld gebracht, waardoor je thuis meteen voelt hoe de sfeer was. Een belangrijk detail was ook dat hij handboeien om had: dat gebeurt amper in een rechtszaak, maar hij werd behandeld als een gevaarlijke crimineel. Hij erkent het rechtssysteem in Nederland niet, maar toch komt hij geboeid binnen: dat vond ik belangrijk bij zijn karakterschets.

De balans tussen de sfeer van een rechtszaak vatten, maar niet te veel je eigen mening erin te verwerken is heel belangrijk. In mijn studie Literatuurwetenschap leerde ik dat hoe je schrijft ook de boodschap die je overbrengt beïnvloedt. Je eigen mening komt zo, onbewust, in die boodschap terecht. Dat geldt ook voor tekenen: je kan in een compositie, het moment dat je tekent, en de selectie van details iets van je eigen mening meegeven. Ik probeer zo oprecht mogelijk een goede impressie van de zitting te maken. Zo had ik eens een zaak met een oudere man die een auto-ongeluk had gehad waarbij een jong meisje was overleden. De man probeerde de hele tijd rustig te blijven, maar toen op het einde van de zitting iets gezegd werd over de klasgenootjes van het slachtoffer, barstte hij in tranen uit. Hij was de hele tijd aan het snikken: dat toonde mij dat mijn mening over hem aan het begin anders was dan op het einde. Ik probeer dus vooral de laatste minuten te vatten.

Op zulke momenten wordt rechtbanktekenen ook echt technisch. Ik teken digitaal, waardoor ik elke keer een nieuwe laag kan toevoegen als er iets verandert in de sfeer, en zo verlies ik geen enkel moment. Een collega vertelde me ooit dat ik nog te veel met de tekening bezig ben en niet genoeg observeer voordat ik begin te tekenen. Er kan namelijk veel veranderen als je iemand langere tijd observeert: veel verdachten zitten in het begin in spanning en pas na een tijdje komt hun echte persoonlijkheid naar boven.

1565170157792-Tweede_Pro_Forma_Jos_B-3_kleiner
Jos B. door Renée van den Kerkhof

Toch wil ik snel iets op papier hebben, mocht de rechtszaak plotseling stoppen. Als het bijvoorbeeld een tijdje duurt voordat een verdachte verschijnt, begin ik alvast de ruimte te schetsen en ik denk na over compositie. Meestal begin ik met hele ruwe schetsen van iemands hoofd en houding: iemand die naar beneden kijkt straalt iets anders uit dan iemand die voor zich uit staart. Er zijn mensen die een tafel voor zich hebben en daar op leunen, anderen vinden het belangrijk om netjes over te komen. Sommige mensen gebruiken hun handen om iets uit te leggen of om hun agressie te uiten. Die bewegingen vind ik interessant om te tonen, maar zijn moeilijk om in beeld te brengen, aangezien het korte momenten zijn.

Terwijl ik details uitwerk, zoek ik naar een kenmerkend moment. Ik probeer iemands blik in te prenten – zo’n blik duurt natuurlijk maar kort, maar ik wil het wel in mijn tekening kunnen vatten.

Mijn werk bestaat dus grotendeels uit het visualiseren van wat er in het hoofd van een crimineel omgaat. Dat kan emotioneel best zwaar zijn. Een zaak die me erg heeft geraakt, was die van een jongeman die vermoord werd door een andere man. De moeder van het slachtoffer was ook in de rechtbank en zat de hele tijd te trillen en te huilen. De verdachte kwam uiteindelijk heel arrogant binnenlopen: aan zijn blik kon je aflezen dat hij dacht dat hij iedereen wel om zijn vingers kon winden, hij had een scheef lachje en keek arrogant om zich heen. Op het moment dat hij binnenkwam, viel die moeder flauw. Daarna werd ze in een rolstoel naar buiten gebracht.

De zaak van Anne Faber vond ik ook erg heftig. Ze was van mijn leeftijd en je merkt dat het hele land met haar en haar familie meeleefde tijdens de zoektocht. Toen bleek dat ze dood was, sloeg dat hard in. Uiteindelijk moest ik een van de eerste zaken tekenen. Daar werd tot in detail benoemd hoe ze verkracht en vermoord is. Dat zijn gruwelijke details die journalisten uit fatsoen niet delen. Die dingen hakken er echt in: een deel van mijn vak is om te kunnen visualiseren, in mijn hoofd ontstaat een reconstructie van hoe het feit gepleegd is. Ik was blij dat ik de dag erna even in de natuur wat kon tekenen. Michael P. leek onder de medicatie te zitten: hij zat er lam en emotieloos bij. Ergens een voordeel, omdat hij stil bleef zitten, was hij een gemakkelijk model om te tekenen.

De zaak die mij het meest raakte, was die van Nicky Verstappen. Met die zaak heb ik een persoonlijke connectie, want ik kom zelf uit Limburg, vlakbij de Brunssummerheide waar Nicky Verstappen verdween. Een jaar na zijn verdwijning ging ik als jong meisje ook kamperen op diezelfde plek. Ik heb dat misdrijf erg bewust meegekregen, van kinds af aan heb ik alles op de voet gevolgd. Daarom vond ik het belangrijk om bij elke zitting te tekenen, zodat ik hopelijk zelf ook loutering kon vinden door alles bewust mee te maken. Toen Jos B. de rechtbank verliet, schreeuwde Nicky’s moeder dat hij haar moest aankijken. Dat ging door merg en been en bleef me nog lang achtervolgen.

Toch vind ik het belangrijk dat ik die pijn blijf voelen. Als ik merk dat de zaken te veel in mijn systeem blijven zitten, zou ik wel even wat minder werken. Maar als ik merk dat al die rechtszaken over gruwelijke moorden me niets meer doen, dan ga ik me pas zorgen maken.

Tagged:
rechtszaak
Holleeder
criminaliteit
illustratie
Rechtbanktekenaar
rechtszaken
Renée van den Kerkhof
Michael P.
Gökmen T