Identiteit

Nicolaas Veul kan heus wel lachen om grappen over fistfucken

“Ik heb niet het idee dat het per se schadelijk is om om één zo’n grap te lachen, maar de optelsom van al die grappen bij elkaar schetst wel een verdrietig beeld. 'Homo' wordt áltijd in negatieve context gebruikt.”

door Noor Spanjer
02 augustus 2019, 12:29pm

Pride is niet alleen maar party. We ontmoeten de lhbt-activisten die nog steeds de barricaden op gaan om te strijden voor gelijkheid. Lees hier alle stukken van Pride is Protest.


‘Homo’ is het nummer-1 scheldwoord op het schoolplein, maar ook cabaretiers, opiniemakers en twittertrollers vinden het een heerlijk woord om te roepen of te typen. Toen Youp van ‘t Hek in 2017 het woord ‘pisnicht’ opschreef in zijn NRC-column, vond documentairemaker Nicolaas Veul het wel welletjes. Hij schreef een column terug waarin hij Youp vroeg liever niet dit soort woorden te gebruiken, want voor jonge homo’s die nog niet openlijk gay zijn kan dit vervelend zijn, en zelfs schadelijk – hij sprak uit eigen ervaring.

Direct sprong Van ‘t Hek op de ‘je-mag-ook-niks-meer-zeggen’-trein, en hij kreeg bijval van voetbalanalist Johan Derksen in het programma Veronica Inside. Daarin zei Derksen dat grapjes toch gewoon moeten kunnen, en dat homo’s maar eens karakter moeten tonen en gewoon uit de kast moeten komen, want hoe moeilijk kan dat nou helemaal zijn.

Nou, best moeilijk, wist Nicolaas dus, en dat komt vooral doordat je als kind en tiener voortdurend om je heen hoort dat mannen die zogenaamd niet mannelijk genoeg zijn ‘homo, mietje, vuile flikker of pisnicht’ worden genoemd. Om te laten zien wat de gevolgen zijn van het veelvuldig negatieve gebruik van het woord ‘homo’ in Nederland, en wat er precies achter schuilgaat, maakte hij de documentaire Pisnicht: The Movie. De film was gister op tv, en je kan 'm hier terugkijken.

Ik sprak Nicolaas over zijn film, Arie Boomsma en in elkaar geschopt worden omdat je een broek met wijde pijpen draagt.

VICE: Dag Nicolaas, ken je…
Nicolaas Veul: Wist je dat ik ook bij VICE hebt gewerkt? Lang geleden, ik maakte filmpjes en had een game-column in het magazine.

O wat grappig! Was je een soort game-nerd?
Ja, ik doe het nu nog steeds heel veel. Ik game vaak samen met een groepje, we noemen onszelf de Gaymers. We doen vooral online shooters: Fortnight, Apex Legends, en battle royale-games. Helemaal geweldig.

Hoeveel tijd ben je eraan kwijt?
Een uur per dag, het is voor mij de ultieme ontspanning. Het mag niet te lang, want ik ben heel verslavingsgevoelig.

Deed je het als puber wel veel langer achter elkaar?
Ja, ik heb echt mijn jeugd weggegamed. Ik wilde me vooral verliezen in een soort fantasiewereld. Een jonge jongen die ik laatst interviewde, vertelde dat hij veel gamede omdat hij in die wereld kan zijn wie hij wil zijn – daar wordt hij niet beoordeeld op hoe hij zijn handen houdt of op hoe hij loopt. Ik denk dat gamen voor meer lhbt’ers belangrijk kan zijn. Voor mij was het ook echt een noodzaak.

Wat ik eigenlijk wilde vragen: ken je nog een goeie homograp?
O, genoeg!

In de film vond ik die grap die de kapper van je vader vertelde leuk.
“Wat is een homo die honger heeft? Een tafelpoot.” Haha, ja. Als een homo dat soort grappen maakt, zit er empowering in. Homo’s gebruiken ook vaak grappen om zich te verzetten tegen het systeem, zo claimen ze bepaalde woorden terug. Dat deden de Rooie Flikkers in de jaren zeventig bijvoorbeeld ook. Maar ik kan ook echt hard lachen om een platte grap van Hans Teeuwen over fistfucken. Ik heb niet het idee dat het per se schadelijk is om om één zo’n grap te lachen, maar de optelsom van al die grappen bij elkaar schetst wel een verdrietig beeld. Er wordt een cultuur in stand gehouden waarin het woord ‘homo’ nog te vaak wordt gebruikt in een negatieve context. En daar doen heel veel cabaretiers aan mee.

Het is het nummer-1 scheldwoord op schoolpleinen.
Ja, en een ‘grap-woord’. Het is een grijs gebied – mensen zeggen dat ze er “niets mee bedoelen”, maar als je doorvraagt blijkt toch dat ze homo’s “minder” vinden. Mannen die vrouwelijk doen, niet kunnen sporten en toch eigenlijk wel vies zijn.

Wat betekent het woord ‘pisnicht’ eigenlijk precies?
Het is oud-Amsterdams, een beetje zoals viswijf: een zeikerd, een nicht die zeikt. Mijn vader herinnerde zich ook dat hij dat woord vroeger veel hoorde.

In de laatste maand heb ik het woord vaak voorbij zien komen, omdat jij je film zo hebt genoemd. Is dat wel slim, omdat je het eigenlijk bestrijdt?
Het gaat natuurlijk om de context, ik wil het reclaimen door er een soort twist aan te geven en het zo onschadelijk te maken. Het is een heel heftig woord, pisnicht, maar tegelijkertijd is het heel gewoon als het in NRC wordt gebruikt.

De column van Youp was de aanleiding voor deze film, net als de reactie van Johan Derksen die zei dat “homo's moeten ophouden met doen alsof het zo moeilijk is om uit de kast te komen”. Soms denk ik: kan je dat soort types niet beter gewoon negeren?
De heren zitten niet in de film. Ik had Youp wel benaderd, maar hij wilde niet meedoen. Toen dacht ik: het gaat eigenlijk ook niet over één kerel die wat roept, het gaat over de cultuur. Maar voor mij was het wel een belangrijk moment, omdat die mannen zoveel invloed hebben.

Ze worden veel gelezen en bekeken.
Ja, en Youp heeft het daarna overal nog geroepen in talkshows: pisnicht. Maar ik wilde geen zware film maken over slachtofferschap – ik wilde gewoon laten zien wat er op straat gebeurt, en in de voetbalkleedkamer.

Ben jij weleens direct uitgescholden?
Ja, zeker. En ik ben een keer in elkaar geschopt, omdat ik een broek met wijde pijpen droeg. Ik kreeg flinke trappen. Toen ben ik heel hard weggerend en heb ik mezelf drie kwartier opgesloten op het toilet.

Wat eng!
Het was zo eng, mijn god. Als ik nu iets maak over homo’s krijg ik ook altijd veel gescheld: vuile kankerhomo, flikker, vieze reetneuker. Kijk maar op YouTube onder het filmpje dat ik heb gemaakt over homo zijn in Oekraïne. De haat die in de comments staat, daar schrik ik van. Ik woon toch in Nederland? Dit is nota bene een filmpje over homohaat in de Oekraïne!

In je nieuwe film heeft iemand het over de Dutch Paradox – kan je uitleggen wat dat is?
In Nederland hebben lhbt’ers juridische vrijheden: we hebben gelijke rechten, we mogen trouwen en je mag ons officieel niet discrimineren. Aan de andere kant heb je cijfers over de psychische gezondheid van lhbt’ers, en daarin komt altijd naar voren dat suïcides, suïcidepogingen en suïcidale gedachtes 4 tot 5 keer meer voorkomen bij deze groep, vooral bij trans personen. Net als depressie, verslaving en eenzaamheid. De juridische werkelijkheid zegt dus heel weinig over de sociale werkelijkheid, en over de emotionele vrijheid die je als mens ervaart. En dat heeft alles te maken met de kinder- en tienertijd van lhbt’ers.

Wat bedoel je precies?
Als kind heb je, als lhbt’er, iets wat bij jou hoort, maar wat overal spanningen kan opleveren: op school, thuis en in de maatschappij. Dat trek je naar binnen, je denkt: oei, er is iets mis met mij. Het verschilt natuurlijk per kind en hangt af van hoe veilig je omgeving is waar je opgroeit. Misschien heb je geweldige ouders en een goede tijd op school. Maar je hebt ook veel jonge kids voor wie het bikkelhard is, die niet welkom zijn in hun gezin of gepest worden op school. En dan hoor je ook nog eens dat je een pisnicht bent. Dat emotionele geweld kan leiden tot zware trauma’s. Het gebeurt echt niet bij iedereen, maar wel bij te veel.

1564745710891-Pisnicht-The-Movie_VPRO_2019_Nicolaas-regenboog-cVPRO
Still uit de documentaire

Ken je mensen die zonder trauma uit de kast zijn gekomen?
Ik kan niet voor andere mensen spreken als het gaat om die interne wereld. Maar het kan zware vragen oproepen als je op zo’n jonge leeftijd voelt dat je anders bent. Je hebt het al door als je vijf bent: o shit, ik ben anders, dit gaat me problemen opleveren. En daarna denk je: ik ben homo, dat heeft er vast iets mee te maken, maar waarom praat iedereen er zo slecht over? Dat wil je weghouden, en dat is ‘in de kast zitten’. Het is een maatschappelijk construct. We zeggen eigenlijk tegen jongens die ‘vrouwelijker’ of gevoeliger zijn dat dat niet goed is, en het weg moet. Jij bent anders en dus sta je dáár, je hoort niet bij die mannen. Ik vind het echt heel bot dat we jonge mensen zoiets aandoen, want dat doen we. We zeggen: eerst in de kast zitten, daarna komt Arie Boomsma langs en trek je een hotpants aan en sta je op een boot en klaar. Maar zo werkt het niet.

Was het eigenlijk wel verantwoord dat Arie Boomsma een serie maakte waarin hij jongeren ‘hielp’ uit de kast te komen?
Ik denk wel dat sommige jongeren er steun aan hebben gehad, maar het haalt nogal wat overhoop. Na je coming-out kan er een soort opluchting zijn, maar daarna begint er nog een hele weg. Het is geen happy end, maar het begin van een nieuwe reis. Daar kan nog een heleboel misgaan.

Ja, bijvoorbeeld dat je er iets van zegt als iemand scheldt met pisnicht, en jij dan wordt uitgemaakt voor “zwak of kwetsbaar” omdat je het je aantrekt. Dat is toch juist sterk, dat je je ertegen verzet?
Het idee dat “de vrijheid van meningsuiting onder druk staat” en je “niks meer mag zeggen in dit land” is gewoon niet waar: je mag alles zeggen. Er is nog nooit een advocaat achter Youp aan gegaan omdat hij wat heeft geroepen, en die man roept zijn hele leven al van alles. Daarnaast is het feit dat minderheden zich nu uitspreken juist een ode aan de vrijheid van meningsuiting. Dus er klopt niks van die argumentatie. Wat er gebeurt is dat de machtsverhoudingen aan het verschuiven zijn, en wij nu zeggen waar het op staat. We grinniken niet meer mee met elk dom homograpje, die tijd is voorbij. Vragen om empathie en de dialoog willen aangaan, dat is geen bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting. Ik vind het zo’n cynische houding van die mannen die zeggen dat we niet zo moeten zeiken. Wie is daar nou mee geholpen?

Heb je herinneringen aan een eerste positieve ervaring met gay-zijn?
Toen ik nog niet openbaar gay was had ik een fling met iemand uit mijn hockeyteam. Dat was de stoerste en knapste jongen van het team, en we zoenden weleens als we heel dronken en stoned waren. Dat was wel voor het eerst dat ik dacht: wow, ik kan eindelijk een keer zoenen met een jongen, ik kan toegeven aan alles wat ik zo heb onderdrukt! Dat vond ik geweldig, maar ook eng. Het was heel dubbel.

Je gaat ervan glunderen.
Je bedenkt je eigen regels, dat is wel tof. In het laatste jaar op school was ik ook gewoon openlijk gay. Toen had ik zoiets van: als iemand nog één keer iets zegt, dan kom ik je halen! Mensen op school waren toen echt bang voor mij.

Het is een vraag die je ook stelt in je film: zou je, als het kan, een pil nemen om hetero te worden?
Haha, nooit meer! Vroeger zeker weten, maar nu echt niet meer. Ik heb mezelf zo goed leren kennen omdat ik mezelf heb moeten opbouwen – en daar ben ik nu heel dankbaar voor. Wel had ik mezelf een wat onbezorgdere jeugd gegund, maar ook slechte dingen kunnen mooie dingen voortbrengen. Het is alleen hard werken.

Wat was het omslagpunt voor jou?
Ik was negentien en ging voor het eerst naar de Trut, een club voor gays in Amsterdam. Hoe onbeholpen en dronken ik ook was, het voelde van: ik ga in mijn eentje dit avontuur aan en ik kan dit. Ik had alles achtergelaten en besloten in Amsterdam een nieuw leven op te bouwen. Ik dacht: dit is wie ik ben en ik ga het ermee doen. Het was echt mijn eerste Pride-moment. En toen zag ik daar ook nog allemaal leuke jongens, en dacht ik: dit gaat helemaal goedkomen.