Heeft Haarlem nou echt de lompste tentoonstelling van het land?

Als we de NOS moeten geloven, is iemand in het kruis grijpen nog net zo grappig als in de Gouden Eeuw.

|
14 november 2017, 1:42pm

Rustende ruiter voor een herberg, Paulus Potter (1650)

Toen ik me afgelopen zaterdag verveelde, besloot ik eens op de site van de NOS te kijken. Er is namelijk geen betere plek om de meest edgy weekendtips te vinden. En ik werd niet teleurgesteld: in het Frans Hals Museum is net de werkelijk hi-la-ri-sche tentoonstelling “ Humor in de Gouden Eeuw, de Kunst van het Lachen” geopend. Het museum heeft dit jaar een humor-jaar, onder het motto: “Frans Hals Museum is hahahahahahahahaha” – dat staat letterlijk zo op hun site, en ook dat er “zelden zoveel humoristische schilderijen” zijn gemaakt als in de Nederlandse Gouden Eeuw.

Ik ben zelf nog niet ter plaatse geweest omdat ik van de paar schilderijen in het artikeltje dat erover werd geschreven het hele weekend dubbel gelegen heb. Alleen de kop al: Humor in de Gouden Eeuw: van Grab 'em by the pussy tot Oh Oh Cherso. Ik wist al dat je kon lachen om kunst uit het verleden. Die mislukte nog lekker vaak en is geweldig voer voor memes. Dat het Frans Hals Museum kunst op een wat minder serieuze manier toont, is dus een ontwikkeling die ik zeer toejuich.

Scène met dwergen, Jan Miense Molenaer (1646)

Maar als we de NOS moeten geloven, is een schilderij met dronkenlappen, “dwergen” of onzedelijk betasten nog altijd even hilarisch als een paar honderd jaar terug. Ze laten bijvoorbeeld museumdirecteur Ann Demeester aan het woord die een schilderij van dronkenlappen vergelijkt met Oh Oh Cherso: “Sommige mensen zien het als lachen met marginalen, anderen kijken ernaar omdat ze hen herkennen.” Niet alleen over marginalen, maar ook over gemarginaliseerde groepen werden in de Gouden Eeuw geweldige grappen gemaakt. Zo is er een schilderij waarop een “dwerg” door een dozijn kwajongens wordt gepest. Hilarisch. En dat koddige ventje maar gooien met zijn stenen om de jongens van zich af te houden. Volgens het NOS-artikeltje vinden we dat ook nog steeds grappig, want er werd met dwergen gegooid in The Wolf of Wall Street en met ze gevochten in South Park en Family Guy. De volgende keer dat ik zo’n opdondertje tegenkom op straat zal ik hem eens flink zijn puntmuts afpakken, als ode aan mijn voorouders met hun heerlijk luchtige VOC-humor.

De tranen biggelden inmiddels over mijn wangen van het lachen, maar er was meer. De allerbeste grap blijkt te komen van Paulus Potter en ook die is nog superrelevant. Op zijn schilderij Rustende Ruiter voor een Herberg zien we een ruiter die even casual een vrouw in haar kruis grijpt. Heel begrijpelijk natuurlijk, dat je zin hebt in een verzetje als je de hele dag op je paard hebt gezeten. "Dat Grab 'em by the pussy niet alleen van deze tijd is, zie je maar weer," zegt Ann Demeester erover. En ik maar denken dat Donald Trump al zijn kleedkamergrollen zelf bedacht.

Rustende ruiter voor een herberg, Paulus Potter (1650)

Ik besluit directeur Ann Demeester te bellen. Want waar de meeste museumdirecteuren toch een beetje stoffig en correct zijn, komt zij in het stukje van de NOS naar voren als iemand die totale lak heeft aan gevoeligheden in de maatschappij en lachend overal overheen walst. Vooral waar het zo’n periode als de Gouden Eeuw betreft, waarin Nederlanders niet vies waren van wat onderdrukking en slavenhandel op zijn tijd, zou je toch wat meer tact verwachten. Maar aan de telefoon blijkt Ann’s VOC-mentaliteit vrijwel afwezig. De NOS heeft één en ander weggelaten en aangedikt om kunst wat mediagenieker te maken. Want kunst op zich is misschien wel niet boeiend genoeg. “Ik ben heel vaak fout geciteerd, dat vond ik er nogal irritant aan.” Ann begint al vrij snel het stukje van de NOS te nuanceren.

Volgens haar zijn er drie categorieën van humor te zien op de tentoonstelling. Categorie 1: grappen waar mensen uit de Gouden Eeuw dubbel om lagen, maar waarvan wij niet snappen waarom (ze moesten bijvoorbeeld lachen om optische illusies in een schilderij). Categorie 2: tijdloze humor die nu nog steeds leuk is. En categorie 3: dingen die mensen in de Gouden Eeuw (die bijvoorbeeld ook erg fan waren van slavenhandel) openlijk grappig vonden, maar waarvan we het erover eens zijn dat het niet door de beugel kan. Een deel van die humor bestaat helaas nog steeds, zoals de kleedkamerhumor van Trump.

Pieter van Roestraeten, De losbandige keukenmeid, 1665/70, olieverf op doek, 73,5 x 63 cm, Frans Hals Museum, Haarlem

“Het is een tentoonstelling die gestoeld is op wetenschappelijk onderzoek, en dit thema verkoopt zichzelf wel. Wij zijn echt geen platte populisten,” zegt Ann. De NOS heeft daar blijkbaar geen moeite mee, en schoof alle quotes lekker in categorie 2. Tijdloze humor, dat willen de mensen het liefste zien. Context wordt toch al snel saai.

Toch valt er volgens Ann ook in het museum genoeg te lachen, ook zonder dat het per se ten koste gaat van kwetsbare groepen. Schilderijen uit de Gouden Eeuw hebben de reputatie dat ze nogal bruin zijn en vooral goed werken als ansichtkaart. Het Frans Hals Museum heeft veel liefde en aandacht gestoken in het leuker maken van deze kunst. Het is eigenlijk best jammer dat het museum in het stuk van de NOS vooral overkomt als een plek voor gevoelloze klootzakken. Dat veel mensen uit de Gouden Eeuw dat wel waren, wil niet zeggen dat het niet verheffend kan zijn om naar hun kunst te kijken. Al was het maar om jezelf goed te voelen over de vooruitgang die de mensheid geboekt heeft.