Music by VICE

De licht- en geluidstechnicus is een onbegrepen figuur in het nachtleven

"Je moet bedenken dat mensen hier rondwaggelen met bezopen, infantiele babybreinen. Als zij een stekker in een stopcontact zien, beginnen ze eraan te trekken."

door Oscar Bouwhuis
25 oktober 2017, 1:43pm

In de schaduw van het podium zit hij verscholen in zijn hok. Gebogen over een gigantisch paneel vol knopjes en schuifjes schildert hij iedere nacht een expressionistisch landschap van lichtflitsen, rook en lasers. Als nederige dienaar tracht hij de schade die jouw favoriete dj aanricht te beperken. Zijn ene oog staart naar het scherm voor zijn neus, zijn andere oog naar de rij halfvolle bierglazen die schrikwekkend dicht bij de dj-apparatuur staat.

Lars tuurt door de lege club. Hij doet het werk al ruim tien jaar. Zijn wallen van de vorige nacht trekken nog aan zijn ogen. Hij is laat vandaag. Buiten miezert het. Over anderhalf uur zal de club gevuld zijn met dorstige aspirant-alcoholisten, hedonistische pillentikkers en andere paradijsvogels uit het Amsterdamse nachtleven. Nu, onder het licht van de tl-buizen, ziet het er akelig leeg uit. "Eerst maak ik die hele toko volledig babyproof. Je moet je bedenken dat mensen hier rondwaggelen met bezopen infantiele babybreinen. Als zij een stekker in een stopcontact zien, beginnen ze eraan te trekken. Je moet denken aan de kleinste details. In deze club kan het publiek overal komen, zelfs tot in de dj-booth. Dat is wel super voor de sfeer, maar een nachtmerrie voor mij. Soms zetten lange mensen hun drank op de speakers, dansen ze op de booth of trekken ze de discoballen van het plafond. Op foto's ziet dat er geweldig uit. Betere reclame kunnen promotors zich niet wensen. Maar het is ook gewoon fucking gevaarlijk." Lars wijst naar de dj-booth. "Die tafels daar, zijn niet gebouwd om op te staan. Als iemand valt en er dendert een monitor op hun harses is het einde verhaal. Uit met de pret. Rechtszaken. Club dicht. En ik ben verantwoordelijk."

Puinzooi
Iedere keer als er een halfvol bierglas in de buurt van de apparatuur wordt gezet krijgt Lars een kleine hartverzakking. "Ik heb zoveel shit kapot zien gaan. Vorig jaar tijdens oud en nieuw leek het iemand een goed idee om een bak vol drank en ijs over de dj-set heen te trekken. Dat apparaat houdt er natuurlijk meteen mee op. Het enige wat je kunt doen is hem snel op de kop houden. Laten drogen, later openschroeven en schoonmaken. Veel dj's staan als idioten op de CUE-knop te rammen. Die moet dus vaak worden vervangen. Toen ik bij de Melkweg werkte, zag ik eens dat iemand per ongeluk een gitaarversterker in een flightcase de Lijnbaansgracht in duwde. Gelukkig was de flightcase luchtdicht en bleef hij drijven. Daarom zijn stagehands altijd zo nors en streng. Ze weten wat er mis kan gaan."

Op nummer één in de ranglijst van grootste randdebielen in het nachtleven staat (zoals altijd): het studentencorps. "Zij trokken gewoon een hele licht-stellage van het plafond en braken de deur naar de drankopslag in tweeën. Later begonnen ze stekkers uit stopcontacten te trekken en toen viel de dj-set uit. Ik moest gaan uitzoeken wat er mis was. Intussen begon het publiek onrustig te worden en te joelen. Het was mijn schuld. Ik had het blijkbaar niet goed genoeg afgeplakt en verstopt."

De meeste dromen zijn bedrog
Dikwijls wordt Lars gedwongen om met een naald de wilde dromen van de organisatoren door te prikken. Zij hebben hun droomfeest voor ogen, maar met details houden ze geen rekening. "Promotors zijn soms net kleuters. Ik voel me dan de norse oom die zegt: 'Ho! Stop! Dit is heel gevaarlijk. Wat ga je doen met die schaar?' Of ze willen bijvoorbeeld lampionnen ophangen, maar houden er geen rekening mee dat een straalbezopen bezoeker die dan zijn aansteker in de lucht houdt, de halve club kan laten afbranden. Of ze hebben tape nodig om posters op te plakken, maar denken er niet aan dat het hele behang meegaat als je die krengen weer van de muur trekt. Soms willen ze hun eigen lichten meenemen. Dat is allemaal prima, maar ze vergeten dat ik er wel bij moet zijn om die zooi overdag te installeren. Daar moet ik uiteraard ook voor betaald worden. Als ze het prijskaartje voorgeschoteld krijgen, druipen ze snel af. Aan het einde van de avond bedanken ze hartelijk voor de goede zorgen en strompelen ze brak de club uit. Leuk hoor, maar wie gaat al die troep dan opruimen? Dat is niet mijn taak. 's Ochtends liggen ze krokant in hun bed te rotten en zijn ze niet van plan om nog even langs te komen om hun zooi op te ruimen. Dat werkje belandt dan weer op mijn bord. Ik moet denken aan de volgende dag, het volgende feest, de volgende groep promotors."

Toch heeft Lars altijd het beste voor met de organisatie. "Voor de duidelijkheid: ik sta altijd aan de kant van de promotor. Altijd. Ik ben hier om ze op hun wenken te bedienen. Ze hebben grote dromen, maar vergeten vaak de praktijk. Ze vragen altijd: 'Wat is er mogelijk?' Het antwoord is: 'alles'. Alles is mogelijk. Met een zak geld, voldoende planning en voorbereiding is the sky the limit. Helaas komt van die planning soms niet veel terecht. Als ik op het laatste moment een filmpje van een paar gigabyte krijg in een verkeerd bestandsformaat, is er weinig wat ik kan doen. Waarschijnlijk heb ik noch de tijd, noch het materiaal om dat bestand om te zetten.

Een groep enthousiaste jonge promotors wandelt de club in. Met fonkelende ogen kijken ze naar het plafond. "Meneer, bent u de geluidsman?" vraagt een van de promotors aan Lars, die met gebogen hoofd de dj-set aan het installeren is. "Ik heb hier een filmpje op een USB-stick. Kun je die misschien vanavond afspelen op de beamers?" Lars kijkt mijn kant op en lacht. "Ik zal kijken wat ik voor je kan doen, man."

Party Pooper
Hoewel de geluidsman doorgaans wordt gezien als de norse party pooper - iemand die streng met zijn vingertje zwaait als de dj keihard door het rood giert – is hij ook de stille kracht, die problemen oplost waar de gemiddelde bezopen bezoeker niets van merkt. "Het heeft vaak te maken met frustratie. Het publiek gaat niet genoeg los. Het ligt natuurlijk nooit aan henzelf. Dan krijg ik opmerkingen dat de lichten te fel, of te donker zijn. Ik kan alles doen wat ze willen. 'Moet het licht feller? Komt voor mekaar!' Zij zijn de baas en ik wil ze echt helpen. Maar ik ben slechts de versterker van wat er op het podium gebeurt. Als jij als een drol staat te draaien, zorg ik dat er diarree uit de speakers spuit. Als jij aan het vlammen bent in de booth, zorg ik dat de hele tent in de fik staat. Vaak denkt de dj die een set van iemand anders moet overnemen: oké, nu moet ik gaan rammen! Als smoesje krijg ik altijd: 'Ja, dat was nog van de dj voor mij.' Kerel, je kunt mij niet bullshitten. Ik loer toch de hele tijd naar die panelen? Als ergens het volume omhoog gaat, zie ik dat direct. Ik kan achter mijn mengpaneel wel proberen bij te sturen, maar het klinkt shit . Bovendien, als je te hard blaast, vallen die boxen gewoon uit. Ook niet geheel onbelangrijk: er staat een wettelijke limiet op hoe hard je mag pompen. Je mag bezoekers geen blijvend letsel bezorgen. Ook hoor je in de dj-booth niet wat het publiek hoort, je hoort de monitor. Vaak hebben dj's niet door dat ze aardbevingen veroorzaken in de club."

Voor de (beginnende) dj's onder ons heeft Lars een bescheiden advies. "Leer om met het volume om te gaan! Als je continu loeihard staat te blazen, dwing je mij om door het publiek naar de booth toe te lopen en op je schouder te tikken, terwijl je in gesprek bent met een meisje, dat dolgraag aan je pik wil zuigen. Als je niet reageert, draai ik zelf het volume omlaag. Supergênant. Ik wil dat niet, jij wilt dat niet, niemand wil dat. Dus: vertrouw de geluidsman! We willen hetzelfde. Het is ironisch. Ik wil namelijk vaak nóg harder dan de dj, maar het moet wel goed klinken."

Buschauffeur
In een hoek van de bruisende zweetkeet zit Lars afgezonderd in zijn hokje. Hij scant de zaal. Gehuld in het internationale uniform van de stagehand – een zwarte broek, zwarte trui met zwarte muts – gaat hij volledig op in de omgeving. Als een antropoloog bestudeert hij het (dikwijls ongemakkelijke) sociale gedrag van de mensenkinderen op de dansvloer. "Het is niet echt eenzaam in dat hok, hoor. Ik voel me net een buschauffeur die een bus vol dronkaards van punt A naar punt B rijdt. Maar dit moet je begrijpen: vaak verveel ik me de pestpleuris in dat hok, dus sta ik de hele avond naar mensen te gluren. Vaak loer ik naar lekkere wijven. Als jij goed kan dansen, ga ik naar je kijken. Soms ben ik haast in staat een prijs uit te reiken aan sommige mensen op de dansvloer. Ook aan de jongens hoor. Dan ben ik echt in staat om er op af te lopen en te zeggen: 'Gefeliciteerd, jij bent de beste danser van de avond.' Soms zie ik een groepje meisjes centraal voor de dj dansen. Het is prachtig. Ze genieten onbezorgd van de muziek en ze hebben de beste avond van hun leven. Iedereen lacht. Het is fucking magisch. Echt magisch. Maar dan komt er zo'n wolfpack van twee of drie douchebags om het groepje gecirkeld. Ze verpesten alles! De laatste tijd is het mode dat jongens meisjes in hun nek pakken als ze met ze willen praten. Dat is echt de meest creepy manier om iemand aan te spreken. Zo'n actie verdient toch een linkse directe stoot in de ballen? Agressiviteit en ongemakkelijkheid, dat is het. Als jongens dat machogedrag achter zich zouden laten en gewoon zouden gaan dansen. Je hoeft niet goed te dansen, als je maar een beetje groovet. Dat lijkt veel beter te werken. Maar wie ben ik? Ik ben geen vrouw, dus het lastig om daar iets over te zeggen.

Een havik in zijn nest
Als een havik in zijn nest, ziet de geluidsman alles wat er op de dansvloer gebeurt.
"Het moment dat jij op iemands bovenbeen tikt om je drugs door te geven. Ik zie het. Als je probeert ongestoord in een hoekje te kotsen. Ik zie het. Als jij ongezien op een bankje in slaap bent gevallen. Ik zie het allemaal. De meest corny gasten willen tijdens de avond een praatje komen te maken. Dan zeggen ze zo: 'Er is wel veel competitie vanavond, hè?' of ze vragen: 'Hoe praat ik met meisjes?' Nou, er zijn hier sowieso geen meisjes, dude. Vaker dan je zou denken komen mensen met verzoekjes. Echt. Alsof er een misverstand kan ontstaan wie de dj is? 'Kijk, die gast daar in het midden op het podium, waar alle lichten op staan gericht en waar iedereen al uren kwijlend naar staat te kijken. Dat is de dj.' Of deze: 'Mag ik op de rook-knop drukken?' Vooruit, druk maar. Ik ben ook weleens dronken, ik begrijp het. Laatst vroeg een meisje of ik aan haar wilde ruiken. Vreemde vraag, maar wel leuk. Ik kan er helaas weinig mee. Als je achter de bar staat, kan je makkelijk flirten met mensen en naar het kantoor gaan voor een vluggertje. Dat gebeurt constant. Ik kan tijdens het feest niet weggaan van mijn plek en als de avond is afgelopen moet ik nog lang afbouwen. Niemand heeft zin om een uur te wachten. Al helemaal niet als je een beetje dronken bent. Dan val je meteen in slaap, haha. Ik krijg nooit het meisje.

Leven als een vampier
Met een baan in het nachtleven ben je gedoemd te leven als een vampier met een bleke huid die schreeuwt om vitamine D. Ook zijn de drank en drugs nooit ver weg. "Altijd maar 's nachts wakker zijn is zó ongezond voor je lichaam. Het beïnvloedt ook je psyche en de manier waarop je mensen behandelt. Veel collega's stuiten op dezelfde problemen in relaties. Als je partner van negen tot vijf werkt, zie je hem of haar nooit. Of ze zien foto's van jou met barmeisjes op Instagram en je krijgt de welbekende 'Wie de fuck is dit?' naar je hoofd geslingerd. Ik ken veel lichttechnici die een dikke joint roken voor werk. Dat begrijp ik wel. Licht heeft veel met gevoel te maken en zij moeten dus een beetje in de juiste vibe komen voor zo'n feest. Ik ken ook geluidsmannen die straalbezopen achter de knoppen zitten. Het is makkelijk in een club. Gratis drank is binnen handbereik. Een paar jaar geleden dronk ik veel te veel. Niet tijdens werk, maar bij de nazit. Dit is geen negen tot vijf baan en als je hard gewerkt hebt, denk je: fuck it, let's go.

Maar er zijn ook voordelen. "Ik heb niet in de rij gestaan voor een club of een concert sinds 1996. Meestal sta ik op de gastenlijst, ik ken de uitsmijter of de geluidsman. Jarenlang kon ik geen concertzaal of club binnenlopen zonder te denken: waarom hebben ze de speakers daar neergezet? Waarom mixen ze zo raar? Op een gegeven moment kon ik niet eens meer van een concert genieten zonder daar op te letten. Ik zal echter nooit naar de geluidsman gaan en zeggen wat hij beter moet doen. Dat is zijn terrein en ik wil geen trap in m'n kloten."

Stank voor dank
"Ik doe dit alleen om brood op de plank te brengen. Ik werk veel liever vier uur voor een band dan tien uur voor een dj. Licht- en geluidstechnici in Amsterdam worden zwaar onderbetaald, naar mijn mening. Doordat Halbe Zijlstra de laatste jaren flink bezig is geweest de geldkraan voor kunst en cultuur dicht te draaien, is er ook veel veranderd voor ons. Iedereen is freelancer. Veel nieuwe jongens die geluidsman willen worden zeggen 'ja' tegen elke prijs, om maar een voet tussen de deur te krijgen. Wat je betaald krijgt is vaak een aanfluiting. Dat heeft ook veel te maken met het feit dat mensen eigenlijk niet precies weten wat wij allemaal doen. Wij doen dingen waarvan mensen niet weten dat ze ze nodig hebben. Je moet alles kunnen: licht, geluid, onderhoud, reparatie, productie, brandweerman en dj. Bovendien moet je altijd beschikbaar zijn en lange dagen kunnen werken. Tijdens ADE heb ik 36 uur achter elkaar gewerkt. Geld is slechts papier, maar het raakt mensen als poëzie."

'Lars' is een fictieve naam