Sports

Het verhaal van Sparta’s Spangenaren

“De dag voor moederdag gingen we met de partybus. Bij het tankstation werden opeens alle bloempotten leeggeroofd. Kwam iedereen thuis met een bosje bloemen.”

door Sam van Raalte; foto's door Willem de Kam
24 augustus 2018, 2:01pm

Spangenaren

David Zoutenbier drukt me een koud biertje in mijn hand. We staan in supporterscafé De Schicht in Het Kasteel. “Kom, laten we de tribune op gaan,” zegt hij. Het zonnetje schijnt mooi het stadion in als we de gracht in lopen. David (29) was in 2009 de oprichter van Spangenaren, de sfeergroep van Sparta. Samen met onder meer Kel Paget (29) en Mike van der Marel (20) trekt hij nu de kar.

“Eigenlijk zou Geit hierbij moeten zijn,” zegt David. “Hij is ook belangrijk geweest voor de groep, vooral met doeken maken. Maar hij is naar Amerika verhuisd.” We gaan zonder Geit in de hoek van de vakken 16 en 17 zitten, waar de Spangenaren elke thuiswedstrijd van Sparta staan. Daar hebben we het over de terugkeer van de Spangenaren naar de Eerste Divisie, het sjieke imago van hun club Sparta en de wijk waarin Het Kasteel ligt.

VICE Sports: Heren, hoe is het om terug te zijn in de Eerste Divisie?
Kel: Ik denk eigenlijk dat we in de Eerste Divisie toch wel onze beste tijden hebben beleefd.
David: Qua sportieve resultaten en groei van de groep wel. Weet je, elke oude Spartaan gelooft dat we elk seizoen voor Europees voetbal moeten gaan, maar wij weten niet anders dan dat we in de Eredivisie standaard een degradatiekandidaat zijn. We hebben ook in de Eerste Divisie weleens meegemaakt dat we helemaal onderaan stonden.
Kel: Het klinkt misschien raar, maar in de periode dat we zestiende stonden in de Eerste Divisie, hebben we de mooiste trippies gehad. Je hebt een gevoel van: wij tegen de rest.
Mike: 5-0 achter, ruggen naar het veld, doeken omdraaien, en maar zingen.

Van links naar rechts: David, Mike en Kel.

Mike, ik heb gehoord dat jij een stadionverbod hebt. Hoe komt dat?
David: We speelden begin vorig jaar in de halve finale van de beker tegen Vitesse. Toen hebben we als groep wat geld bij elkaar gelegd en is een jongen naar België gereden, om een aardige pot vuurwerk te halen. Die wilden we afsteken achter het Kasteel, zodat het in het stadion en op tv goed te zien was bij de spelersopkomst.
Mike: Het was echt een zware pot, ik denk een kilo of vijftien of twintig. Maar hij ging niet aan. Toen kwam er een busje van de ME om de hoek rijden. We stonden daar te kutten, maar ik wou niet weg voordat die pot aan ging. Op een gegeven moment kwam de ME te dichtbij en stapten ze uit hun busjes. Dus wat ga je dan doen?

Rennen?
Mike: Ja, rennen maar. Ga je blijven staan, dan ben je al helemaal de lul. Dus ik rennen, rennen, rennen. Onder de treinrails ben ik klemgereden door twee bussies. Stond ik daar in mijn eentje met 25 ME’ers om me heen. Dus ik ben maar meegegaan in dat bussie. Op het politiebureau besefte de vrouw achter de balie gelukkig dat ik geen kwaad in de zin had. Toen ik mijn vingerafdrukken moest afgeven zette ze de wedstrijd live op haar telefoon. Maar ja, ik heb wel een stadionverbod van achttien maanden gekregen voor het afsteken van voetbalgerelateerd vuurwerk. Volgende maand mag ik hier weer komen kijken.
David: Die vuurwerkpot is trouwens wel afgegaan voor de wedstrijd. Omdat alle ME achter Mike aan ging, heeft iemand anders het maar afgestoken.

Hoe is de groep Spangenaren in 2009 ontstaan?
David: Daarvoor hadden we hier een sfeerteam met een hele mooie Italiaanse naam: Tifosi Del Castello. Ik spuigde ervan. Ik dacht: we wonen hier in Rotterdam, in Spangen. Laten we dan ook gewoon niet al te gek doen. Toen kreeg ik de mogelijkheid om het stokje van Tifosi Del Castello over te nemen, en zo is Spangenaren geboren. Kel kwam er al heel snel bij kijken.
Kel: Ik kwam meer van de kant van de harde kern, om het zo maar te noemen.
David: Toen ik het stokje overnam, lag er een megavoorraad aan shooters in het supportershome. Het idee was dat daarmee sfeer werd gecreëerd.

Hoe ging het ombouwen van die stijl van Tifosi Del Castello naar Spangenaren?
Kel: De sfeer was toen niet echt goed bij Sparta. Met Geit erbij zijn we gaan kijken wat we eraan konden doen. We pakken dingen van de ultracultuur, maar ik vind het te ver gaan om te zeggen dat we een ultragroep zijn. Het is niet zoals jongens van De Graafschap, die ik het trouwens erg goed vind doen. We hebben een beetje onze eigen stijl ontwikkeld.
Mike: Dat trok jongeren aan, zoals ik. Ik zat eerst in een andere hoek van het stadion met mijn opa en vader. Op een gegeven moment kwam ik hierbij en toen ging het snel. Mijn pa staat nog steeds op zijn oude plekje, alleen maar bier te drinken.
David: Eerst hadden we de helft van dit vak en stond er nog een muur tussen. Maar het werd zo’n succes dat we officieel gesprekspartner werden van Sparta, en toen hebben ze de wand wat opgeschoven, een hijssysteem en een capo-stand geregeld. We hadden ook graag een staantribune gehad, maar dat ligt nu even moeilijk door vervelende regelgeving.

De promotie in 2016 moet het mooiste moment zijn geweest sinds de oprichting van de Spangenaren. Hoe hebben jullie dat destijds ervaren?
Kel: Na het kampioensfeest zijn we met de spelers en algemeen directeur nog gaan feesten in het supportershome tot een uurtje of zeven ‘s ochtends. Het is echt jammer dat Geit hier niet zit, die heeft de nacht doorgehaald met Roy Kortsmit, en “Roy Kortsmit” op zijn arm laten tatoeëren.
Mike: Mijn moeder had gezegd: “Het maakt niet uit hoe laat je thuis komt, maar je gaat gewoon naar school de volgende dag”. Dus ik ‘s ochtends meteen vanuit hier naar school. Zat ik daar met mijn kampioensshirt nog aan, helemaal stinkend naar het bier. Iedereen keek me aan, dus ik legde uit dat ik van mijn moeder meteen naar school moest. Daarna ben ik maar naar huis gegaan, maar ik was er wel even.
David: Het mooiste was misschien wel Michel Breuer.

Waarom?
David: Die was van NEC overgekomen toen we onderaan de Eerste Divisie stonden. Destijds hadden we een song: “Ook al staan we onderaan, Spangenaren blijven altijd staan”. Bij het kampioensfeest pakte Breuer op een gegeven moment de microfoon. “Jongens,” zei hij. “Toen ik hier net kwam, ging het even wat minder lekker. Ik kan me nog een ding herinneren. Toen zongen we met zijn allen dit! Ook al staan we onderaan...” Hij zet dat nummer in, jongen. Nou, ik krijg er nu weer kippenvel van.

De degradatie tegen FC Emmen hakte er een paar maanden geleden stevig in. Een paar supporters renden het veld op om spelers van Sparta hun shirts uit te laten trekken. Zaten daar Spangenaren tussen?
Kel: Ja, weet je, ik zag er een paar het veld op gaan. Dat betekent stadionverboden en we kunnen niemand missen. Ik heb een paar van onze jongens teruggehaald, wegwezen. Vanuit de emotie kan ik het wel ergens begrijpen, maar het heeft geen nut. Je gaat niet het veld op, dat is heilig.
David: Sommige gasten wilden dat de spelers hierheen kwamen, twee gingen over de boarding heen. Eentje wilde Thomas Verhaar zijn shirt uittrekken. Dat moet je gewoon niet doen, je moet met je poten van spelers afblijven. Zeker van een Thomas Verhaar, die zich altijd heeft geprofileerd als een Spartaan. We zingen niet voor niets “Thomas is een Spangenaar”.

Sparta heeft een sterk imago als herenclub, deels gevormd door mannen als Jules Deelder en Hugo Borst. Wat is jullie relatie met dat soort gasten?
Kel: Deelder is kicken, gewoon een held. Hij heeft het gedicht “Als de geest van Bok de Korver” geschreven, daar hebben wij een liedje van gemaakt. Een keer hebben we hem gevraagd of hij dat in wou zetten op het veld, toen ging heel het stadion er in mee. Mooi man.
David: Jules staat lekker in de skybox jenevertjes te drinken en een blowtje te roken. Ik vind een van de mooiste dingen bij Sparta dat we een bepaald imago hebben. Wij vinden het wel lekker om tegen de gevestigde orde aan te schoppen, maar hebben ook heel veel respect voor dat imago. Met een Borst, een Deelder, maar ook een Louis van Gaal en Dick Advocaat die altijd vol lof over Sparta spreken.

Spangen is een heel diverse wijk. Zie je dat ook terug in jullie groep?
David: Mwa, niet echt. Als je de wijk en het vak zou vergelijken, is het bijna het tegenovergestelde.
Mike: Dat heeft ook met de club te maken. Van Sparta zeggen ze toch altijd dat het een beetje een herenclub is. Mensen komen hier met hun vaders of opa’s mee.
David: Er staan trouwens vaak genoeg jonge gastjes uit de wijk aan het hek te kijken als er hier gevoetbald wordt. Als ik Sparta was, zou ik die ventjes dan gewoon binnen laten. Zeker als je plek over hebt. Dat gaat vaak genoeg gebeuren dit seizoen. Of geef kaartjes weg aan scholen uit de wijk, om die binding een beetje te helpen.

Broederliefde heeft hier ook opgetreden. Wat vonden jullie daarvan?
David: Ik vond het tof dat die jongens zeiden dat ze ervan droomden om op Het Kasteel te staan omdat ze uit de wijk komen. Je gunt die gasten wel het geluk. Veel jongens uit onze groep zijn er heen gegaan.
Mike: Ik had wel een dubbel gevoel toen ik die gasten later ook in Feyenoord-trainingspakken zag lopen bij andere optredens.
Kel: Alleen Emms is een echte Spartaan. Op Lowlands stond hij ook in zijn Sparta-shirt, dat was kicken.

Hoe zien jullie de rivaliteit van Sparta met Feyenoord?
Kel: Mijn familie komt van Zuid, mijn oudere broer is die-hard Feyenoord. Ik krijg het van jongs af aan al mee. Er wordt altijd een beetje op je neergekeken door Feyenoorders. Als we tegen Feyenoord spelen wil ik gewoon 200 procent winnen, het veld opvreten.
David: Bij Feyenoord hebben ze het er altijd over dat ze het zo zwaar hebben. Maar ondertussen wel bekers winnen, kampioen worden en Europa in gaan. Man, mijn grootste natte droom is dat we ooit een keer Europees mogen. Dan maak ik gelijk een eind aan mijn leven. Mooier wordt het niet. Ik denk trouwens dat we onderling meer echte rivaliteit hebben met Excelsior.
Mike: Ik zag laatst die promo van Excelsior op Fox Sports, over dat Excelsior kampioen zou zijn geworden. Mijn nekharen gingen overeind staan. Gadverdamme.

Jullie noemen Excelsior ook “ hoeren ” op jullie site.
Mike: Dat zijn het ook, toch?
David: We noemen ze zo omdat ze destijds een samenwerking hadden met Feyenoord, als satellietclub.
Kel: We hebben daar een keer op alle snelwegen en binnenwegen allemaal blauwe verkeersborden met hoertjes en de tekst “tippelzone” erop geplaatst, met een pijltje erbij richting het stadion van Excelsior. Toen hebben ze ‘s ochtends vroeg in paniek al hun stewards opgetrommeld om die borden weg te halen.

Bij Feyenoord hebben ze juist weer een bijnaam voor jullie, “de joden van Rotterdam”. Wat vinden jullie daarvan?
Kel: Ze kijken heel erg naar vroeger, toen er blijkbaar Spartanen stonden te juichen voor Ajax. Er zijn tuurlijk ook heel veel Ajacieden die ook voor Sparta zijn, waarschijnlijk omdat ze haat aan Feyenoord hebben. Maar daar hebben wij helemaal niks mee.
David: Als je hier voetbal wil komen kijken, prima, maar ga niet lopen zeggen dat je Sparta een mooie club vindt omdat het de vijand van je vijand is. Dat is onzin. Een keer per seizoen zingen ze in de Arena ook “Sparta is de club van Rotterdam”. Het enige dat ik dan doe is mijn middelvingers opsteken. Bekijk het allemaal maar, met je Amsterdam.

Toen ik de Breda Locos sprak, kwam de band tussen Spangenaren en NAC ter sprake. Daarnaast hebben jullie ook een band met Cercle Brugge, hoe is dat ontstaan?
Kel: Die band met NAC is goed, daar spelen we de Andro Knel-bokaal tegen. Met Cercle hebben we echt een vriendschap. Een jaar of vier geleden speelden ze hier op een open dag van Sparta een keer tegen ons. Wij stonden hier met een groep in de gracht, aan de overkant van het stadion waren de jongens van Cercle lekker fanatiek bezig.
David: Ze waren met een busje hierheen gekomen, hadden een doekje bij zich en stonden daar herrie te maken. We liepen daar klappend heen, omdat we het tof vonden, en vroegen of ze een biertje kwamen drinken. Daar is een band uit ontstaan. We gaan nu regelmatig die kant op en andersom. Ik was op een gegeven moment nog bijna van plan ook een seizoenkaart van Cercle te nemen.

Brugge is ook een mooie stad om te komen.
Mike: Vast, maar we zien vooral de binnenkant van de kroegen.

Met welke clubs hebben jullie nog meer banden?
David: Ik denk dat we het ook over MVV moeten hebben. We stonden een keer een beetje te zuipen in de binnenstad van Maastricht, voor een wedstrijd tegen MVV. Toen kwamen gasten van MVV naar ons toe om een biertje te doen. “We moeten eigenlijk een keer een voetbalwedstrijdje tegen elkaar spelen,” zeiden die gasten. We zijn toen net zolang gaan zoeken totdat we een gemene deler hadden. Dat was Adri van Staveren. Hij heeft voor Sparta en MVV gevoetbald. Uit een voetbalkantine hebben we een beter gepikt, daar hebben we de Adri van Staveren-bokaal van gemaakt. Toen heeft iemand Adri van Staveren gebeld of hij de prijs uit wou komen reiken. Heeft hij gedaan ook, supertof.
Kel: Maar er zit wel een zwart randje aan die vriendschapsband.

O, waarom?
Kel: Het initiatief kwam vanuit onze kant van Peter van der Zwan en aan de kant van MVV van Vincent Gordijn. Die contacten waren heel goed. Maar het laatste seizoen dat wij in de Eerste Divisie speelden, kregen we het bericht dat Vincent plotseling was overleden door iets aan zijn hart. Dat heeft een impact op die wedstrijd gehad. Toen hebben we die bokaal naar hem genoemd. Nu is het de Vincent Gordijn-bokaal.

Wat zijn jullie mooiste acties tot nu toe?
David: Ik denk toen Het Kasteel honderd jaar bestond, toen hebben we een doek gemaakt over de hele breedte van het vak en die opgehesen. Dat is qua sfeeractie denk ik het mooiste. En de corteo’s vanuit de kroeg natuurlijk, of de vuurwerkactie tegen Vitesse, haha, al waren de consequenties voor Mike wat minder. Maar het zit ook in de kleine dingen.
Kel: Precies, het is meer dan voetbal. We zaten bijvoorbeeld een keer in de trein op weg naar Eindhoven, met veertig man helemaal casual gekleed. Komt er een vrouw met een kinderwagen die coupé binnen lopen. Ze kijkt ons aan en schrikt zich kapot, maar wij beginnen met zijn allen zachtjes “slaap kindje slaap” te zingen voor die baby.
Mike: Ik moest laatst denken aan een partybussie naar Doetinchem. Dat was de dag voor Moederdag. Toen gingen we ergens tanken en werden opeens alle bloempotten leeggeroofd. Iedereen kwam met een bosje bloemen terug voor de moeders. Dat was leuk.
David: Dat is wel het voordeel van de Eerste Divisie. Je hebt minder beperkende maatregelen en kunt weleens in de binnenstad een biertje drinken. In de Eredivisie is alles al snel een combi.
Mike: Lekker man, ik heb er nou alweer zin in, als ik erover nadenk.

Bedankt jongens en veel succes dit seizoen.
David: Wil je er nog in zetten dat we kunstgras kut vinden?

Dit is een verhaal uit De Twaalfde Man , de serie van VICE Sports over fanatieke supportersgroepen in Nederland. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Je kunt je hier aanmelden voor onze nieuwsbrief om wekelijks het beste van VICE Sports Nederland in jouw mailbox te krijgen.

Tagged:
Sports
VICE Sports
sparta.
sparta rotterdam
DE TWAALFDE MAN
Spangenaren