Sport

Kiki Musampa en zijn intense geluk op een paard

“Ik hou van een paard-paard. Snap je? Een beetje een politiepaard."

door Dave Aalbers
06 september 2018, 12:29pm

Foto's door Maarten Delobel.

Boven de bar hangt het motto: “Het geluk op dezer aard ligt op de rug van het paard”. Ik zit in de kantine van Manege Bakker in Noordwijkerhout. Vanaf mijn houten barkruk zie ik door het raam hoe mensen paardrijden. Er staat een jukebox in de kantine en overal aan de muur hangen schilderijen van paarden. Niets in de ruimte wijst erop dat ik hier zometeen een afspraak heb met een voormalig profvoetballer.

Ik heb op deze ochtend afgesproken met Kiki Musampa (41). De oud-middenvelder won in 1995 de Champions League met Ajax en speelde bij grote buitenlandse clubs als Manchester City en Atlético Madrid. Sinds het begin van dit jaar is Musampa compleet gek van paardrijden. Op Instagram laat hij regelmatig zien hoe hij ritjes maakt in de Spaanse bergen en in het Amsterdamse bos.

Dan scheurt er een witte Landrover de parkeerplaats van de manege op. Musampa stapt uit en is compleet in het donker gekleed. Hij draagt hoge geruite sokken, een zonnebril en onder zijn arm zijn paardrijcap. Musampa stapt de manege binnen alsof het zijn eigen woonkamer is. Hij stelt zich aan me voor en gaat op de barkruk zitten. Musampa moet hard lachen als ik hem vertel dat ik eerst met hem op het strand wilde paardrijden. Dat mocht niet van de manege, omdat daar iets meer ervaring voor nodig is. Ik heb nog nooit paardgereden. “Dat gaat hem niet worden hè?”, lacht Musampa.

In de kantine loopt een klein hondje heen en weer. Terwijl Musampa zijn paardrijlaarzen dichtritst, vraag ik hem hoe hij is begonnen met paardrijden. Musampa vertelt dat hij het liefst al tijdens zijn actieve carrière op een paard was geklommen, maar dat was als voetballer verboden. “Ik raakte eigenlijk gefascineerd door paarden toen ik ze in films zag,” zegt Musampa met een glinstering in zijn ogen. “Als ik die beesten zag galopperen, dan dacht ik: wauw, dat moet echt een kick zijn. Het heeft al mijn verwachtingen overtroffen. Ik had nooit gedacht dat ik er zo’n gevoel bij zou krijgen.”

Toch liet Musampa het paardrijden na zijn carrière nog negen jaar liggen. Dat heeft volgens hem vooral met tijd te maken. “Het is niet zo dat je even in een vrij uurtje kunt gaan paardrijden,” legt hij uit. “Je moet er echt tijd voor vrijmaken.” In januari kon Musampa zijn nieuwsgierigheid niet meer in bedwang houden en stapte hij binnen bij een manege in Amstelveen.

Bij die manege legde Musampa uit dat hij nog nooit op een paard had gezeten, maar toch wel graag een keer paardrijles zou willen krijgen. Voor een ruiter zonder ervaring hadden ze nog wel een geschikt paard staan. Turbo, heette het beest. Musampa wist niet wat hij hoorde. “Hebben jullie me wel goed verstaan? Ik heb nog nooit op een paard gezeten.” Turbo bleek uiteindelijk niet zo snel als zijn naam doet vermoeden. Daar in de bak in Amstelveen maakte Musampa zijn eerste rondjes op een paard aan een touw. Een nieuwe passie was geboren.

Musampa stond te trappelen als een zeventienjarige pupil voor zijn Ajax-debuut.
Maar paardrijden in de bak had hij snel gezien – het liefst wilde hij zo snel mogelijk de natuur in. Dat kon in Zuid-Spanje, waar Musampa een huis heeft, en waar op iedere hoek een manege zit. Musampa was verslaafd voor hij het doorhad. “Het was gewoon mijn tweede voetbal op een gegeven moment. Ik stond bijna iedere ochtend vroeg op en ging meteen naar de manege. Kon ik na mijn carrière alsnog vroeg uit bed,” lacht hij.

Ik vraag Musampa of hij kan omschrijven wat voor gevoel hij krijgt als hij op een paard zit. “Het is een mix,” vertelt hij. “Het is het gevoel van vrijheid en het heeft iets machtigs. Je moet toch maar zo’n beest van zeshonderd kilo onder controle houden. Het geeft me ook een bepaalde rust. Ik hou echt van snelheid, maar soms is het ook lekker om stapvoets te rijden. Ik hoef niet altijd als een tierelier te gaan.”

Musampa zou zo nog uren door kunnen praten over paarden, maar het is tijd voor actie. “We moeten gaan, Kiek. Connie staat te wachten,” roept een vrouw die zich ook in haar paardrijkleding heeft gehesen. De vrouw heet Muriel en ze is de buurvrouw van Musampa in Amsterdam. Zij maakte Musampa enthousiast om op het strand van Noordwijkerhout te komen rijden. Samen met Connie van de manage maken ze vandaag met z’n drieën een strandrit.

Een ding is al snel duidelijk: Connie is een vrouw van de klok. Alles moet snel gebeuren en het paard moet weer stipt op tijd terug zijn bij de manege. Terwijl we snel vanuit de kantine richting de stallen lopen, zegt Musampa met gevoel voor understatement: “Volgens mij heeft Connie meer te doen vandaag.” Ik snel achter Musampa aan richting de stallen. Er hangt een sterke lucht van verse paardenpoep.

Musampa krijgt een bruin paard mee met een witte vlek op zijn snoet. Het beest luistert naar de naam Filvesta. Musampa beklimt haar vanaf een trappetje. Terwijl het drietal samen te paard richting het strand gaat, moet ik een flink stuk afleggen om te voet op het strand te komen. Door de tijdsdruk besluit ik te gaan rennen. Het duurt akelig lang voordat ik de drie ruiters weer tegenkom, maar uiteindelijk zie ik ze weer. Ik hap naar adem. “Je hebt in ieder geval al gesport vandaag, jongen!”, zegt Musampa terwijl hij als een landsheer op zijn paard zit.

Musampa geniet zichtbaar van de wind op het strand van Noordwijkerhout. Maar voor het ultieme paardrijden moet je echt in Spanje zijn, zegt hij. Hij vindt het heerlijk om daar met zijn paard de bergen in te gaan. “Dat geeft zo’n apart gevoel. Vanaf een paard heb je daar zo’n prachtig uitzicht. Als ik dan te paard boven op de berg aankom, geeft dat echt het gevoel alsof ik een stad heb veroverd. Kijk wat we geflikt hebben, dit land is helemaal van ons. Snap je wat ik bedoel?”

Op het strand rijdt Musampa tussen Connie en Muriel in. Hij moet tussen de dames in blijven, anders gaat het paard rellen. Musampa wil het liefst lekker hard over het strand rijden, maar dat zit er vandaag niet in. “Ze was aan het begin een beetje traag,” zegt hij vanaf het paard. “Maar ze is nu lekker op gang. Laten we het een dieseltje noemen.” Musampa galoppeert nog een paar keer heen en weer, en dan is het volgens Connie tijd om terug te gaan. Door de duinen verdwijnt Musampa op zijn paard uit het zicht, als een cowboy in een westernfilm.

Omdat ik geen paard heb, beklim ik de duinen weer te voet. Compleet bezweet kom ik weer aan bij de manege. Musampa oogt ietwat geïrriteerd vergeleken met zijn relaxte toestand van voor de strandrit. Hij brengt Filvesta terug naar haar stal en begint het zadel van het beest te verwijderen. “Ik heb nooit zin in het afzadelen,” verzucht hij. “Opzadelen doen ze voor je, maar afzadelen mag ik mooi zelf doen.” Het paard trekt opeens hard haar hoofd omhoog. Het is een indrukwekkend beest van zo dichtbij, maar Musampa blijft ijzig kalm. “Rustig maar, rustig maar,” fluistert hij het paard toe.

“Wacht, ik haal even een wortel,” zegt Musampa dan. Even later komt hij terug met twee appels, want wortels kon hij niet vinden. Hij vindt de appels eigenlijk iets te groot om aan zijn paard te voeren, dus hij bijt ze eerst zelf in tweeën. “Lekker appeltje,” zegt hij terwijl hij richting de kraan in de stal loopt. Hij wast zijn handen en we lopen samen naar buiten.

Musampa gaat aan een tafeltje zitten. Naast hem ligt een kat heerlijk in de zon te luieren. Hij vertelt dat deze rit eigenlijk niet zo lekker was als normaal, omdat de tijdsdruk het wat minder prettig maakte. Hij begrijpt weinig van al die haast. “Als die beesten iets later terug zijn, dan is er toch geen paard overboord?”, lacht hij. Musampa heeft liever de Spaanse manier van leven, waar de klok net wat minder belangrijk is. Zo vindt hij het geweldig om naar speciale paardencafés te gaan. “Daar parkeren mensen hun paarden gewoon op een rijtje alsof het auto’s zijn. Dan drink ik even wat en ga ik weer verder. Heerlijk, toch?”

Volgens zijn Spaanse instructeur is het in Spanje niet vreemd om te paard de binnenstad in te gaan. In Amsterdam ziet Musampa zoiets niet snel gebeuren. “Hier heb je meteen een boete aan je broek hangen joh,” zegt hij. “Misschien mag het als ik zo’n jackie aan doe met ‘politie’ achterop.” Dan laat de oud-voetballer een korte stilte vallen. “Ik heb me voorgenomen dat ik een keer te paard door de McDrive wil in Spanje. Ik lust niet eens iets van McDonald's, maar wil het puur een keer doen zodat ik dat verhaal kan vertellen. Dat moet kicken zijn.”

Sommige oud-voetballers, zoals Robbie Fowler, zitten in de paardenhandel. Maar daar heeft Musampa dan weer geen ambities in. “Voor mij draait het puur om genieten.” Musampa herinnert zich een bloedhete dag in Spanje. In gallop reed hij dwars door het water heen. Het water spetterde alle kanten op en Musampa was tot aan zijn knieën kletsnat. “Op zo’n moment maakt het niet uit dat je doorweekt bent,” vertelt hij. “Dat moment gaf me echt een wauw-gevoel.”

Tijdens zijn voetbalcarrière had Musampa een andere uitlaatklep. In zijn tijd bij Manchester City draaide hij op maandagavond regelmatig in een club als DJ. “Veel urban en later nog een beetje house.” Tegenwoordig is Musampa ook drummer in een gospelkoor. “Daar komt wel druk bij kijken, al die mensen zitten me dan aan te gapen.” Verder geeft Musampa ook nog eens mindset-training, en trapt hij weleens een balletje bij de Amsterdamse amateurs van CTO’70. “25 goals in zeventien wedstrijden. Ik heb ze vorig jaar kampioen gemaakt.”

Nadat we even afwijken van het gespreksonderwerp paardrijden, hebben we het al snel weer over de edele dieren. Musampa vertelt dat hij Spanje compleet anoniem met een cowboyhoed op zijn hoofd door de prachtige landschappen kan rijden, maar dat dit in Nederland anders is. “Een tijd lang heb ik bij het boeken van lessen aan de telefoon gezegd dat ik Billy heet,” zegt hij lachend. “Dus eerst was ik Billy, tot er zo’n gozer kwam die me herkende: ‘Hey, jij bent toch die voetballer? Maar jij heet toch helemaal geen Billy?’”

Door zijn nieuwe verslaving is Musampa nu driftig op zoek naar een eigen paard. Daar neemt hij alle tijd voor. “Ik denk dat ik eerst even een paard ga leasen. Dat kan echt hoor, dat is geen grapje.” In het zonnetje in Noordwijkerhout vraag ik Musampa of hij de looks van een paard ook belangrijk vindt. Volgens Musampa is het, net als bij een auto, zeker belangrijk hoe het beest eruitziet. “Ik hou van een paard-paard. Snap je? Een beetje een politiepaard. Groot, stevig, zodat je echt hoog in het zadel zit. Dat vind ik nou echt mooi aan een paard.”

Aan het einde van de dag bedank ik Musampa voor de gezellige beleving bij de manege in Noordwijkerhout. Hij stapt weer in zijn Landrover, en rijdt terug naar zijn huis in Amsterdam. In de auto denk ik nog een keer aan het beeld van een genietende Kiki Musampa op een paard op het strand. Ik kan na deze dag maar een conclusie trekken: het geluk op dezer aard ligt inderdaad op de rug van het paard. Zeker voor Kiki Musampa.

1536229621233-Kiki_Musampa-12
Dit is een interview uit de serie Het Nieuwe Leven, waarin gestopte profvoetballers vertellen over hun nieuwe carrières. Zie hier alle verhalen uit deze serie.