Music by VICE

Door concerten ging ik steeds minder houden van muziek

Ik kapte een jaar lang met luide muziek, geforceerde gezelligheid en naar shows gaan, en het maakte me een grotere muziekliefhebber.

door Chris Krovatin
21 februari 2018, 2:22pm

Begin vorig jaar besloot ik weer eens naar een concert te gaan van Khemmis, een van mijn favoriete doommetalbands. Ik had het ongelooflijk naar m’n zin, maar de moeite die ik moest stoppen in het bezoeken van deze show was overweldigend. Erheen reizen, de kou trotseren, de tijd die ik moest wachten tussen de sets door, de drankprijzen – het vermoeide me, maakte me chagrijnig en ik kon de meeste mensen om me heen daardoor niet uitstaan. Ik was blij toen ik eenmaal naar huis kon.

Na die nacht ben ik een half jaar niet naar optredens geweest, wat voor mij een nieuw persoonlijk record was. In de eerste maanden was ik gewoon lui, vooral omdat het winter was en je een jas aan moest trekken in dat verschrikkelijke weer buiten. Ik zag steeds meer concerten aan me voorbijgaan en dat was het moment dat ik besefte: ik hoef niet meer elke band te zien die in mijn stad speelt.

Dit voelde aan het begin wat onwennig – ik maakte me zorgen dat ik mezelf had opgegeven en te oud was geworden om de rauwe kracht van een concert aan te kunnen. Daarnaast had ik een groep vrienden die ik enkel en alleen zag tijdens shows, die ik bang was te verliezen als ik niet meer kwam opdagen bij optredens. Daarnaast had ik ook last van een portie FOMO, de angst dat ik een legendarische avond ging missen die ik nooit meer zou kunnen herbeleven.

Maar het skippen van shows beïnvloedde mijn leven vooral op een goede manier. Sterker nog: ik denk dat ik na een jaar grotendeels concertloos te leven een grotere muziekliefhebber dan ooit ben.

Waarom? Laat ik eerst eens korte metten maken met het fenomeen FOMO. Mooie momenten maak je niet, die gebeuren. Die momenten zijn mooi doordat ze zo willekeurig zijn. Tuurlijk, het is moeilijk om zo’n moment mee te maken als je niet altijd overal te vinden bent, maar als je hoofd er niet naar staat, gaat het sowieso niet gebeuren. Toen ik nog naar elk concert in mijn stad ging, zag ik bijna niet meer wat voor moois er zich om mij heen ontvouwde. Ik was compleet afgestompt.

Ik besefte ook wat voor een commerciële machine er eigenlijk aan livemuziek kleeft. Elk label en elke promoter probeert je te overtuigen dat dit optreden de beste show van je leven wordt. Bands worden gepromoot met alle hype die ze onlangs hebben vergaard zodat je – zelfs als je geen fan bent – toch het gevoel hebt dat erbij moet zijn. Je kunt de label- en promotiemensen het niet kwalijk nemen, het is tenslotte hun werk, maar je kan als muziekliefhebber stoppen met erin trappen. Je moet jezelf afvragen: gaat deze band waar ik enkel over gelezen heb en waar ik volgens iedereen heen moet gaan mij gegarandeerd omver blazen?

Toegegeven: het werd knap lastig om niet naar een concert te gaan als er een artiest langskwam waar ik helemaal gek op was. Maar weet je wat deze bands ook nog hebben naast shows? Juist! Albums. Wanneer ik niet naar een optreden kon, pakte ik gewoon een paar platen van die band en maakte ik op mijn eigen manier een connectie met de muziek die al jaren deel uitmaakt van mijn leven. Op die manier kreeg ik niet de extatische gevoelens die in een poppodium door mijn lijf hadden kunnen gieren, maar ik herinnerde me wel waarom ik die bands zo goed vond toen ik er ooit naar begon te luisteren.

Natuurlijk help je bands door naar hun concerten te gaan met het kopen van een ticket, maar er zijn manieren om daar omheen te werken. Koop een keer wat vinyl, een T-shirt of een sleutelhanger. Betaal eens te veel voor wat liedjes op Bandcamp. Er is meer dan één manier om je favoriete band te steunen, zonder dat je voeten pijn gaan doen van het staan.

Het stoppen met naar shows gaan veranderde wel de dynamiek binnen mijn vriendengroep, maar niet op een slechte manier. Ik kwam erachter wie mijn échte maten waren – veel van mijn vrienden bleken vooral per toeval op mijn pad te zijn gekomen. Ook bevonden veel mensen zich in mijn kenniskring door politieke redenen: ‘vriendschappen’ werden gevormd om elkaar te helpen met binnenkomen bij shows. Wanneer mijn vrienden naar een concert gingen en ik vertelde dat ik niet met ze meeging, werd mijn vriendengroep in tweeën gesplitst: een clubje dat mij vertelde dat ze me binnenkort wel weer eens zien, en een groepje dat nieuwe plannen met mij maakte voor die avond. Die laatste groep is het belangrijkst naar mijn mening – hiermee had ik veel inhoudelijkere, nuchtere gesprekken tijdens etentjes, in plaats van wat dronken geschreeuw tijdens een show.

Maar oké, om eerlijk te zijn heb ik in 2017 enkele shows gezien: Khemmis in januari, Iron Maiden in juli en Gwar tijdens Halloween. Maar wat het verschil maakt, is dat ik me kan herinneren naar welke optredens ik ben geweest zonder door mijn ticketcollectie te bladeren. Ze waren stuk voor stuk memorabel. Er gebeurden specifieke dingen die voor altijd bij me zullen blijven, omdat het geen waas is van headbangende hoofden en drankmisbruik.

Want dat was ook een dingetje: het drinken. Ik dacht altijd dat ik een flinke zuiplap was, maar toen ik niet meer drie keer per week aan een bar hing tijdens een show, viel dat dus reuze mee. Tuurlijk, ik zat nog geregeld thuis whisky of halve liters weg te tikken, maar dat had veel minder invloed op mij dan al die nachtjes uit. Ik werd er zelfs een creatievere drinker door: ik begon extravagante cocktails te maken, waardoor je lekker dronken kon worden zonder het klopje dat bijvoorbeeld whisky je kan geven. Hierdoor stopte ik met me zorgen maken dat ik een ouwe lul was geworden, voor wie elk drankje delicaat moet zijn en die helemaal bij is met elke Netflix-serie.

Want dat was wat ik was geworden: een ouwe lul. Ik werd een nerd en keek onder anderen twee hele seizoen van Vikings. Maar ik ben er eerlijk over, terwijl andere leeftijdsgenoten er alleen maar over zeiken. Ik accepteer het.

Mijn muziekvrienden zeuren constant dat ze introvert zijn en posten vervolgens een selfie van zichzelf in bed met een pizza om te bewijzen dat ze echt niet extravert zijn. Ik heb me er zelf ook schuldig aan gemaakt, ik gedraag me al sinds m’n 22 e als een ouwe lul, neerkijkend op iedereen die jonger is dan ik, terwijl ik wel probeer mee te draaien met de jongere kids. Nu ik dertig ben, ben ik eindelijk klaar om te stoppen met de dingen die ik eigenlijk altijd al haatte, zoals jongens en meisjes met een grote bek aan de deur van een club, of kleine etterbakjes die hun drank over mij heen morsen terwijl ze stijf staan van de pillen.

Dat komt mede doordat mijn lichaam uit elkaar valt door ouderdom – alles doet pijn. Maar doordat concerten niet meer onderdeel zijn van mijn dagelijkse leven, luister ik eindelijk naar de signalen die mijn lijf uitzendt. Noem je vrienden gerust ‘ouwe’, maar ik leef die shit. Naar de sportschool gaan, een kippetje roosteren en gaan slapen om elf uur geeft zo veel meer voldoening dan naar elke shoegazeband gaan en mijzelf daar haten. Nu dat ik mezelf niet meer pijnig daarmee, kan ik lekker naar muziek luisteren in mijn comfortabele huisje, waar ik het naar m’n zin heb en de kunst kan ervaren hoe ik dat wil.

Toen ik nog meerdere malen per week naar concerten ging, begon ik muziek te associëren met katers of wakker worden in de nachttrein op het verkeerde station. Toen ik ermee kapte, zag ik muziek weer als wat het was toen ik er voor het eerst écht naar begon te luisteren. Het maakte me misschien een stuk minder cool, maar fuck it, moet je daar echt om geven? Is dat waarom je muziek leuk vindt? Dat mag, maar ik blijf lekker thuis om te luisteren naar liedjes die me meer laten voelen dan alleen dat.