Woodstock. Billede af Derek Redmond

Hoe voedseltekorten op Woodstock ervoor zorgden dat hippies cruesli omarmden

Het festival was een combinatie van muziek, liefde, drugs – en kennelijk een enorm voedseltekort.

|
13 juni 2017, 11:02am

Woodstock. Billede af Derek Redmond

Dit artikel verscheen eerder op MUNCHIES Frankrijk.


Op een regenachtige ochtend op Woodstock in augustus 1969, zocht één enkele man het antwoord op een kolossaal probleem: hoe voed je honderdduizenden hongerige festivalgangers?

"Goedemorgen. Wat we in gedachten hadden is ontbijt op bed voor 400.000 mensen."

De persoon die dat in een microfoon schreeuwde was niet Joan Baez of Jimi Hendrix, maar Hugh Romney – beter bekend als 'Wavy Gravy'. Hij was de leider van Hog Farm, een hippie commune. Zijn stelling werd met luid applaus en gejoel ontvangen door de enorme massa festivalgangers die helemaal naar Bethel, New York, waren gekomen en onderhand flink trek begonnen te krijgen.

Stel je eens voor: je staat met bijna een half miljoen anderen op een festival. Je hebt de muziek nog bijna niet kunnen horen omdat je een halve kilometer van het podium verwijderd bent. Van een afstand zien de artiesten er allemaal uit als kleine, gekleurde mieren. Je hebt al een handjevol joints achter de kiezen en van de crackers die je mee had genomen zijn alleen nog wat kruimels over. Je was ervan overtuigd dat er wel genoeg eten ter plekke zijn, maar kreeg te horen dat de kraampjes leeg waren. Dit is hét recept voor een bad trip.

LEES MEER: In dit Amsterdamse restaurant kan je knetterstoned worden tijdens het eten

Nu kun je je dat helemaal niet meer voorstellen – Dour zonder quinoa-salade? Lowlands zonder experimentele zeewierburgers?

Screenshot van de film 'Woodstock' door Micheal Wadleigh. Beeld: Warner Bros.

Smithsonian Magazine was ook benieuwd naar wat de festivalgangers in 1969 aten en schreven er dit artikel over. Woodstock bleek niet "drie dagen van vrede en muziek" zoals het politieke manifest van de hippieweging je wil doen geloven.

Een belangrijk onderdeel van Woodstock was eten, en al ver voor aanvang van het festival besefte co-organisator Michael Lang wat voor monstertaak hij aan z'n broek had hangen. "Eerst dachten we dat het een fluitje van een cent zou zijn om daar een kraam neer te zetten, en dat we er flink aan zouden verdienen. Toen bleek dat geen enkel groot cateringbedrijven – zoals Restaurants Associates, die ook in arena's catert – een festival ter grootte van Woodstock op hun hals wilde halen. Niemand had ooit voor zoveel mensen maaltijden bereid. Ze hadden niet het geld rondslingeren dat nodig was om zo'n enorme hoeveelheid voedsel, mobiele keukens, personeel en transport te kunnen financieren," schrijft hij in zijn boek The Road to Woodstock.

Sfeerbeeld uit Wadleighs 'Woodstock.' Beeld: Warner Bros.

Hij verwachtte 150.000 bezoekers, maar uiteindelijk stonden er meer dan 500.000 trippende mensen te dansen in de modder. Ondertussen benaderden de festivalorganisatoren Food for Love, een organisatie gerund door drie jongens zonder enkele enige in de keuken. Geen wonder dat de kramen nog niet waren gevuld aan het begin van het festival, en dat de jongens compleet verdronken in deze kolossale onderneming.

Ze hadden een systeem met chips opgezet om gedoe met geld te voorkomen, maar dit leidde regelrecht tot wanhoop onder de hippies die alleen contant geld mee hadden genomen. Ook waren de rijen veel te lang en terwijl langzamerhand het einde van de etensvoorraad in zicht was, schoten de prijzen omhoog. Lang herinnert zich dat de prijs van een hotdog van $0,25 naar een schandalige $1,00 sprong. De tweede nacht waren een aantal bezoekers al zo kwaad dat ze besloten twee etenskramen in de fik te steken.

Dat is het moment waar Romney besloot in te grijpen. De volgende dag sprong hij op het podium met een microfoon, en kondigde aan dat misschien geen biefstuk en gebakken eieren zouden worden "maar het wordt goed eten en jullie krijgen allemaal wat!" Ook had hij het kort over de hamburgerkraam die in vlammen opging en moedigde bezoekers "die nog steeds geloven dat kapitalisme niet zo gek is" aan om de laatste overgebleven hamburgers te kopen.

Festivalgangers bij kraampjes, screenshot van Wadleighs 'Woodstock.' Beeld: Warner Bros.

Romney en zijn commune Hog Farm, die eerder al waren gevraagd om een handje mee te helpen op het terrein, werkten samen met vrijwilligers en deelden zilvervliesrijst, groenten en cruesli uit. In de documentaire Behind the Music: Woodstock, noemt Romney het festival het epicentrum van de innige liefdesrelatie tussen hippies en cruesli. "Ze hadden nog nooit eerder cruesli gezien, en we brachten papieren bekers vol met het eten naar ze in hun slaapzakken."

Romney slaagde erin om duizenden bekers met cruesli naar de festivalgangers te brengen, en met name naar de bezoekers die al twee dagen lang niks hadden gegeten alleen maar om niet hun plekje vooraan het podium te verliezen. Maar dat was niet de enige reden dat mensen weinig aten. Ook zou niet iedereen blij zijn met het vegetarische en macrobiotische eten dat werd geserveerd op het festivalterrein, schrijft James E. Perone in Woodstock: An Encyclopedia of the Music and Art Fair.

"De organisatoren sloegen alarm, maar leden van Hog Farm hebben altijd volgehouden dat er eigenlijk helemaal geen voedseltekort was op Woodstock. De bezoekers weigerden gewoon van hun plaats af te gaan, om naar het gebied te gaan waar de Hog Farmers hun keuken hadden opgezet."

Immens zonde, want vlak na het festival werd cruesli getorpedeerd tot het ultieme eten voor hippies. En dat is geen verrassing, gezien het de status heeft van ecologische, non-industriele maaltijd. Bovendien maak je het binnen een handomdraai in je gemeenschappelijke keuken, terwijl je arm in arm danst met de andere commune-leden.

"Tegen 1970 was cruesli een enorme trend. Grote bedrijven zoals Kellogg's en General Mills besloten hiervan te profiteren en massa-produceerden hun eigen versie van de ontbijtgranen," legt Libby O'Connell uit in The American Plate: A Culinary History in 100 Bites.

Romney was niet de enige die actie ondernam toen verhalen de rondte deden over voedseltekorten. Dichtbij gelegen steden verzamelden broodjes, water en blikken eten. Smithsonian Magazine schrijft dat er zelfs legerhelicopters boven het festivalterrein cirkelden om eten met een parachute bij de mensen te krijgen. Alison Spiegel, journalist bij de Huffington Post en auteur van Peace, Love and Granola: The Untold Story of the Food Shortage at Woodstock, sprak met een aantal festivalbezoekers en kwam erachter dat ze allemaal verschillende ervaringen hadden met het eten op het festival. "De gemene deler is dat iedereen zich nog maar weinig over het eten kan herinneren, behalve twee dingen: het was snel op en iedereen deelde wat ze hadden."

Woodstock's filosofie van delen, gulheid, compassie en vertrouwen kwam dan ook een-op-een overeen met de levensstijl van de bezoekers. En net zoals de regen, de modder, de drugs, en de muziek, was het eten eigenlijk gewoon onderdeel van de ervaring.