Advertentie
anticonceptie

Het kan aan je dna liggen hoe goed je anticonceptie werkt

Ken je die verhalen van vrouwen die zwanger worden terwijl ze anticonceptie gebruiken? Dat kan daadwerkelijk gebeuren, en niet per se door een foutje – maar door de genen van de persoon, zo blijkt uit recent onderzoek.

door Jessica Migala
29 maart 2019, 4:42pm

Vice Media

Een aantal weken geleden werd er een onderzoek gepubliceerd in het medische journaal Obstetrics & Gynaecology waaruit bleek dat zo’n 5 procent van alle vrouwen de genetische variant CYP3A7*1C dragen. Dat kan invloed hebben op de manier waarop het lichaam de hormonen die in anticonceptiemiddelen zitten metaboliseert. Als het gehalte van deze hormonen te laag is, wat er in theorie tot zou kunnen leiden dat er alsnog een eisprong plaatsvindt, dan zou dit potentieel alsnog tot een ongewilde zwangerschap kunnen leiden.

Voor het onderzoek werden 350 mensen met het anticonceptie-implantaat Implanon NXT (in de Verenigde bekend als Nexplanon) onderzocht. Dit implantaat wordt in de arm van de vrouw geplaatst en laat vervolgens het hormoon progestageen los, wat een eisprong voorkomt en daarmee vijf jaar tegen zwangerschap beschermt. Implanon NXT is meer dan 99 procent effectief. “We hebben juist onderzoek gedaan naar dit implantaat omdat het zo effectief is,” zegt Aaron Lazorwitz, auteur van het onderzoek en assistent-professor verloskunde en gynaecologie aan de Universiteit van Colorado.

Ook laat het implantaat iedere dag dezelfde hoeveelheid hormonen vrij in het lichaam, wat het makkelijk maakte om te meten voor het onderzoek. Daar komt bij dat etonogestrel – de specifieke soort progestageen – dat het implantaat afscheidt, niet door het lichaam zelf wordt aangemaakt. De onderzoekers keken naar 120 verschillende genetische varianten die volgens eerdere onderzoeken mogelijk de manier waarop deze hormonen worden afgebroken, beïnvloeden.

Zo kwamen ze erachter dat sommige dragers van de genetische variant CYP3A7*1C een lager hormoonspiegel dan gemiddeld hadden. Om specifiek te zijn: 5 procent van de onderzochte vrouwen waren dragers van het gen, en bij 27,8 procent van deze groep was het hormoonspiegel in zoverre laag dat het anticonceptie-implantaat niet kon werken. (Er is minimaal 90 picogram etonogestrel per milliliter nodig.)

Hoe kunnen je genen je anticonceptie beïnvloeden?

Lazorwitz denkt dat vrouwen met deze genetische variant een enzym aanmaken dat normaliter niet in volwassenen terug te vinden is (het is vaak enkel in foetussen te zien), wat steroïde hormonen sneller afbreekt dan gemiddeld. Als deze ‘anticonceptie’-hormonen te snel metaboliseren, dan is het mogelijk dat er een ovulatie plaatsvindt, terwijl dat eigenlijk onderdrukt had moeten worden. Maar Lazorwitz zegt dat, zelfs wanneer het hormoongehalte bij de vrouw onder de 90 pg/mL is, het implantaat “nog steeds lijkt te werken.”

Dit is het absolute minimale getal dat door de makers van het implantaat is vastgesteld waarbij ovulatie onderdrukt kan worden, zoals ook onderzocht is. Maar het daadwerkelijke getal is waarschijnlijk lager, zegt Lazorwitz. De precieze minimumwaarde weten we niet. “Het punt is dat er vrouwen zijn die, vanwege hun genetische afwijking, een zorgelijk laag hormoongehalte hebben, waarbij we niet zeker weten of anticonceptie wel effectief werkt,” zegt hij. Maar alsnog – en als er ook maar iets van dit artikel blijft hangen, laat het dan het volgende zijn – zelfs met deze genetische variant ben je waarschijnlijk gewoon goed beschermd tegen zwangerschap.

Echter zou dit genetische verschil wel kunnen verklaren waarom er in uiterst zeldzame gevallen zwangerschap plaatsvindt, zelfs met uiterst effectieve anticonceptiemethoden als het implantaat. Een andere factor die moet worden meegerekend is het feit dat zelfs wanneer er een eisprong plaatsvindt, het hormoon dat het implantaat vrijlaat het slijm in de baarmoedershals vijandig maakt tegenover sperma, zegt Mary Jane Minkin, een professor Verloskunde, Gynaecologie en Reproductieve Wetenschappen aan de Yale School of Medicine. Het is een soort handige, extra ingebouwde beveiliging.

Er bestaat nog een ‘misschien’ die Lazorwitz zorgen baart, overigens. Er bestaat namelijk een kans dat deze genetische variaties des te meer de kans op zwangerschap vergroten bij het innemen van laag-gedoseerde anticonceptiemiddelen, zoals ‘minipillen’ die enkel een lage dosis progestageen bevatten. Dit vereist nog wel meer onderzoek, natuurlijk. Lazorwitz doet al langer onderzoek naar het effect van verschillende medicatie op anticonceptiemiddelen, maar is pas recent begonnen met het onderzoeken naar de genetische factoren, vertelde hij aan Wired. Wetenschappers wisten dankzij eerder onderzoek al dat de genetische variaties CYP3A de verwerking van medicatie in het lichaam kan beïnvloeden, en dit is het eerste onderzoek waarbij er specifiek gekeken werd naar het effect op anticonceptiemiddelen. Lozarwitz zegt dat hij voor toekomstig onderzoek grotere groepen vrouwen gaat analyseren op basis van ‘whole genome sequencing’ (WGS) – een techniek waarbij de complete DNA-volgorde van een organisme in kaart wordt gebracht – om te zien of er ook andere genetische variaties bestaan die invloed hebben op anticonceptiemiddelen.

Als je het implantaat hebt, en het je bevalt, houd het dan

Er is nog veel, veel meer onderzoek nodig om daadwerkelijk duidelijkheid te creëren over het effect van genetische variaties op anticonceptie. “Hoewel dit onderzoek suggereert dat we naar geïndividualiseerde farmacogenetica [de manier waarop genen invloed hebben op medicatie] toe gaan, is het nog lang niet klaar om klinisch toegepast te worden,” zegt Nancy Stanwood, afdelingshoofd gezinsplanning op Yale.

Sterker nog, vertelt Stanwood, de beschikbare data van de effectiviteit van het implantaat zou vrouwen juist gerust moeten stellen: slechts in 5 van 10.000 gevallen faalt het – dat is zelfs effectiever dan een spiraaltje. “Als je het implantaat hebt, dan kun je juichen. Er kwam niets uit de genetische onderzoeken dat het hormoongehalte zorgwekkend veranderde. Vrouwen moeten weten dat ze beschermd zijn,” zegt ze.

Het gebruik maken van de pil is een ander verhaal, omdat hierbij een risico bestaat dat je ‘m vergeet of je vergist in de dag. Je moet eraan denken het elke dag te slikken, en in het geval van de mini-pil, moet dat ook nog eens iedere dag op hetzelfde tijdstip.

Voordat clinici bekend waren met de manier waarop ons lichaam bepaalde medicatie afbreekt, ging men ervan uit dat een onbedoelde zwangerschap altijd de fout van de vrouw was. “We weten nu dat dit niet waar is, maar dat neemt niet weg dat de meeste vrouwen die zwanger worden niet consistent de pil hebben genomen,” zegt ze. Stanwood zegt dat er gemiddeld gezien zo’n vier pillen per pakje worden vergeten door vrouwen die pas begonnen zijn met de pil. Het vergeten van slechts één pil kan al leiden tot een eisprong en ongewilde zwangerschap.

Maar de vinger wijzen is totaal oneerlijk en niet netjes, zegt Stanwood. “Door een vrouw te vertellen dat ze zelf schuldig is omdat ze een pil vergat, legt alle druk op de schouders van de patiënt. Misschien paste het gewoon niet in haar levensritme en ligt het probleem juist bij de anticonceptiemethode.”

Praten met je dokter en een anticonceptiemiddel kiezen die goed bij je aansluit, is het belangrijkste stuk van de puzzel; of dat nu een implantaat, pil, spiraaltje, staaf, pleister of ring is. Je hebt geen controle over je genen, maar je kan in ieder geval wel zelf die keuze maken.