De voordelen en uitdagingen van genderneutraal opvoeden

“Mensen denken dat we ons kind mishandelen, maar het enige wat we doen is onze dochter zelf laten kiezen of ze wil voetballen of dansen."

|
13 februari 2019, 12:49pm

Foto: Amelia

In april 2016 interviewde ik twee ouders die hun kinderen genderneutraal opvoeden. Ze vertelden dat het bevrijdend was om geen sociale verwachtingen te hebben van hun kinderen op basis van hun geslacht. Toch zagen veel mensen deze manier van opvoeden als een soort onnatuurlijke indoctrinatie, met als argument dat er nou eenmaal biologische verschillen zijn tussen mannen en vrouwen, en dat je kinderen niet voor de gek moet houden met het idee dat ze hierin een keuze hebben. De reacties op mijn artikel kun je je misschien wel voorstellen: “Dit is gewoon moderne kindermishandeling,” en “Weer een egoïstische moeder die haar identiteitsproblemen op haar kind projecteert.”

Maar in de afgelopen drie jaar is er veel veranderd. De maatschappij is zich bewuster van hoe genderstereotypen negatieve effecten kunnen hebben op kinderen. Genderneutrale voornaamwoorden en -toiletten zijn in opkomst, er zijn al twee genderneutrale scholen in Zweden en een toenemend aantal scholen in het Verenigd Koninkrijk heeft genderneutrale schooluniforms. Een onderzoek uit 2017 legt een verband tussen opgelegde genderstereotypen en fysieke en mentale gezondheidsrisico’s.

Daarom wilde ik nog eens praten met Dani – een van de twee ouders uit dat eerste artikel – om erachter te komen of mensen haar manier van opvoeden nu meer accepteren dan drie jaar geleden. “Mensen denken nog steeds dat we ons kind verwaarlozen of mishandelen,” zegt ze. “Maar het enige wat we doen is Mathilda, onze achtjarige dochter, zelf laten kiezen wat ze wil – of dat nou voetballen is of dansen. We zeggen niet: ‘Dit is voor jongens, dus jij mag dit niet.’ Je hebt daar verder geen kennis voor nodig, en ik ben van mening dat elke ouder het zo zou moeten doen.” Dani legt uit dat Mathilda niet in de war is over haar eigen genderidentiteit. “Ze is een meisje en dat zal ze je ook vertellen, maar ze houdt ook van dingen die volgens de maatschappij voor ‘jongens’ zijn. Zo simpel is het.”

Dat laatste is een belangrijk punt. Mathilda is, anders dan tegenstanders van genderneutraal opvoeden stellen, niet in de war. Vaak staan de ouders en hun keuze centraal in dit debat en blijft het perspectief van kinderen buiten beeld. Daarom zocht ik contact met Amelia (24) en haar moeder Evelijn (52), en met Cearrah (28) – een moeder die ik via een facebookgroep voor genderneutraal opvoeden vond. Ook sprak ik met Ben Kenward, hoogleraar Psychologie aan Oxford Brookes University, die betrokken was bij een onderzoek dat Zweedse kinderen op een genderneutrale crèche vergeleek met kinderen op een reguliere crèche.

1548866866076-evelijn-family
Evelijn met haar gezin. Foto: Evelijn

Cearrah en haar achtjarige zoon wonen in een kleine stad in de Amerikaanse staat New York. “Het is niet makkelijk om je kind hier op deze manier op te voeden,” vertelt ze me via e-mail. “Afgelopen jaar ging mijn zoon naar een andere school en dat was de eerste keer dat de leraren me niet probeerden te overtuigen dat jongens geen jurk mogen dragen op school. Sommige leraren wilden zelfs dat mijn zoon zich zou omkleden, omdat hij te meisjesachtig gekleed zou zijn, en er was een decaan die me adviseerde het pesten te negeren, omdat het hem tot een echte man zou maken.”

Er wordt gezegd dat ouders als Cearrah hun kinderen een bepaalde kant op duwen, maar zij beweert precies het tegenovergestelde te doen. “De meeste mensen begrijpen niet dat ik geen radicale activist ben die haar zoon dwingt om haar opvattingen over te nemen. Ik wil gewoon dat hij gelukkig is en lekker in z’n vel zit.”

Cearrah vertelt me dat haar zoon, net zoals Mathilda, nooit in de war is geraakt over zijn genderidentiteit. “Mijn zoon identificeert zich als man en heeft een voorkeur voor de voornaamwoorden hij/hem,” schrijft ze. “Hij voelt zich echter niet beledigd als onbekenden de voornaamwoorden zij/haar gebruiken. Soms laat hij het erbij, en soms corrigeert hij ze. We hebben het er goed over gehad en hij weet dat hij mag kiezen. Hij gebruikte een tijdje de genderneutrale voornaamwoorden hen/hun, maar hij zei: “Dit past niet bij mij.’”

1548867050062-son-of-cearrah
Cearrah's zoon. Foto: Cearrah

Evelijn is een Nederlandse dramatherapeut, gespecialiseerd in lhbt-kwesties, en moeder van een zoon die zich identificeert als non-binair en twee zonen die zich identificeren als man, evenals een dochter, Amelia. Ik ontmoette Evelijn en Amelia via Radiant Love, een Berlijnse nachtclub en collectief dat staat voor “inclusiviteit in elektronische muziek, kunst en performance.” Evelijn werkt aan de kassa in de nachtclub. “Ik ben altijd omringd geweest door queers,” zegt ze. “Ik ben opgegroeid in een progressieve familie. Mijn oma was feminist en daardoor voelde ik me altijd vrij over mijn seksualiteit en mijn genderexpressie. Ik vond het sociale construct gender altijd al weinig logisch en ik liet mijn kinderen vrij om zich te voelen wie ze daadwerkelijk zijn.”

In tegenstelling tot Evelijn, drukte Cearrah in het begin wel mannelijke genderstereotypen op haar zoon, maar uiteindelijk merkte ze dat haar manier van opvoeden niet bij hem werkte. “Ik bleef vasthouden aan jongenskleding en -speelgoed tot hij ongeveer 18 maanden oud was. Hij begon echter een voorkeur voor jurken en glitter te vertonen,” vertelde ze me.

“In het begin wist ik niets over non-conformerende kinderen en dacht ik dat er iets mis was met mijn zoon – ik dwong hem om vast te houden aan wat volgens de maatschappij geschikte kleding en speelgoed voor jongens was. Ik weet niet of je ooit een depressieve kleuter hebt gezien, maar het was hartverscheurend. Toen las ik de blog Raising My Rainbow , dat hielp me mijn kind beter te begrijpen en te stoppen mijn kind te beschadigen. Vanaf die dag heeft mijn zoon het voortouw genomen en is hij een van de gelukkigste kinderen die ik ken.”

Evelijn denkt dat mensen niet echt begrijpen wat een genderneutrale opvoeding inhoudt. “Ik heb het genderneutrale voornaamwoord ‘hen’ nooit gebruikt, noch het geslacht van een van mijn kinderen ontkend,” zegt ze. “De manier waarop ik tegen het patriarchaat vocht, was door mijn dochter nooit te vertellen een braaf meisje te zijn, en mijn zoons nooit te zeggen dat ze zich moeten vermannen. Ik stond al mijn kinderen het volledige spectrum van emotionele expressie toe en ze mochten spelen waarmee ze wilden. Blauw en roze waren voor ons gewoon kleuren, en niet genderspecifiek. Als ik het over de toekomst van mijn kinderen had, gebruikte ik het woord ‘partner’ om duidelijk te maken dat ik niet had ingevuld met wie ze zouden eindigen.”

Naarmate haar zoon ouder werd, ontdekte Cearrah dat hij beter in staat is om zijn gevoelens te verwoorden. “Hij werd beter in het bespreken van de verschillen met zijn leeftijdsgenoten en corrigeert anderen om hem heen op een inhoudelijke manier, zonder te veronderstellen dat iemand gemeen probeert te doen.”

Amelia is performancekunstenaar en woont in Berlijn. Ik vroeg haar hoe het was om genderneutraal opgevoed te worden. “Kinderen van mijn school zeiden elke dag dingen als: ‘Je mag dit niet doen omdat je een meisje bent,’ maar daar werd ik alleen maar rebels van.” Ik vroeg haar of ze ooit in de war raakte omdat de boodschap die ze van huis uit meekreeg verschilde met wat ze op school te horen kreeg. Ze vertelt dat ze inderdaad een botsing voelde tussen hoe ze opgevoed werd en wat de samenleving van haar verwachtte.

1548866994711-Amelia-now
Foto: Amelia

“Ik speelde met zowel jongens als meisjes en kan me herinneren dat een groep jongens me eens vertelde dat ik niet met ze mocht spelen omdat ze hun privacy wilden – ik snapte hier niks van,” zegt ze. “Ik begreep ook niet waarom mijn leraar tijdens gymlessen teams indeelde op basis van geslacht.” Volgens Amelia haalden zelfs volwassenen uit naar haar. “Ouders van klasgenoten zeiden tegen mijn moeder dat ik losbandig was, omdat ik met hun zoons wilde spelen,” vertelt ze. “De gymleraar vond dat ik mijn moeder moest vragen om een beha voor me te kopen, omdat ik er ongepast uitzag in een gemixte klas. Het voelde altijd alsof volwassenen een scheiding creëerden tussen jongens en meisjes, wat voor sommige kinderen als resultaat had dat ze niet durfden om te gaan met iemand van het tegenovergestelde geslacht.”

Ook Mathilda is zich bewust van het feit dat jongens en meisjes vaak van elkaar worden gescheiden. “Als ze opmerkt dat jongens- en meisjeskleren in kledingwinkels op aparte afdelingen hangen, vertelt ze haar klasgenoten dat alle kleuren voor iedereen zijn en dat jongens ook roze kunnen dragen,” licht Dani toe. “Het maakt haar boos dat ze van jongens niet mee mag voetballen – ze zei tegen haar klasgenoten dat feit dat ze een meisje is nog niet betekent dat ze bepaalde dingen niet kan doen.”

Hoewel Cearrah’s zoon zich bewuster is geworden van de gendergerelateerde keuzes die hij maakt, weet ze dat hij nog steeds wordt beïnvloed door zijn vrienden. “Hij speelt graag met poppen, maar als hij bij een vriendje is, zal hij toch voor het ‘jongensspeelgoed’ kiezen,” vertelt Cearrah. "Bij naaste familieleden denkt hij niet eens na voordat hij bijvoorbeeld naar jurken kijkt. Het viel me op dat hij rondom leeftijdsgenoten of verre familieleden eerder bang is om keuzes te maken die door anderen als ‘verkeerd’ worden gezien.”

Evelijns oudste zoon werd enorm gepest toen hij zes jaar oud was – iets wat niet alleen hem, maar ook zijn broers beïnvloedde. “Hij had alleen vriendinnen en werd als ‘metro’ uitgemaakt, zoals dat toen nog heette. Dat zorgde ervoor dat zijn broers wisten dat ze zich niet zoals hem moesten gedragen, aangezien ze de consequenties vreesden.

Hoewel Amelia gepest werd, zegt ze een leuke jeugd te hebben gehad. “Als ik kon kiezen tussen de realiteit [door de maatschappij opgelegde gendernormen] of mijn eigen opvoeding, zou ik voor dat laatste gaan,” vertelt ze. “Ik voel me bevoorrecht dat ik in dit gezin heb mogen opgroeien, want ik voel me bevrijd van gendernormen.”

Amelia’s ervaring met genderneutrale opvoeding wordt ook door onderzoek onderschreven. Volgens een studie uit 2017 scoorden kinderen op een Zweedse genderneutrale crèche lager op een maatstaf van genderstereotypen en waren ze eerder bereid om met kinderen met een ander geslacht te spelen.

Ben Kenward was een van de onderzoekers die betrokken was bij deze studie. De Britse psycholoog vertelt me dat hij niet verrast was door de resultaten. “De invloed van de samenleving is groot, maar opgroeien in een genderneutrale omgeving heeft absoluut voordelen,” vertelt hij. Toen ik hem vroeg of het verwarrend is om tussen twee verschillende realiteiten op te groeien, haalde hij zijn onderzoek aan waaruit bleek dat kinderen die in een genderneutrale omgeving opgroeien niet vaker in de war zijn over hun genderidentiteit dan kinderen op reguliere scholen. “Ze zijn niet minder geneigd om het gender van een ander persoon op te merken, ze scoren alleen lager op een maatstaf voor genderstereotypering," zegt hij.

Dat een genderneutrale opvoeding gevolgen kan hebben staat buiten kijf. Volgens Dani resulteert haar manier van opvoeden er echter niet in dat haar dochter iets tekort komt – integendeel. “Ze klimt of stept met meisjes en voetbalt of rent rond met jongens,” zegt Dani. “Mijn dochter geeft meer om waar een kind mee speelt, dan wie ermee speelt.”