Advertentie
De woningmarkt = ¯\_(ツ)_/¯

Onze minister van Wonen woont in een andere wereld dan wij

Minister van Veldhoven verwacht van huisjesmelkers dat ze “niet maximaal willen profiteren van de grote schaarste in steden met een gespannen woningmarkt.” Droom lekker verder.

door Nils de Lange
05 februari 2020, 10:49am

De minister van ¯\_(ツ)_/¯. Foto via Flickr-gebruiker Sebastiaan ter Burg. Bewerking door VICE

Stel je eens een wereld voor waarin de kamers, lofts en studio’s voor het oprapen liggen. Een wereld waarin je huisbaas daadwerkelijk actie onderneemt als je klaagt over de schimmel die zich langzaam een weg door je woonkamer vreet. Een wereld waarin je niet de helft van je salaris hoeft te besteden aan de huur van een appartement dat je deelt met een huisgenoot in wiens vocabulaire de woorden ‘afwas’ en ‘schoonmaak’ niet voorkomen. Het vergt misschien het uiterste van je fantasie, maar wees welkom in de heerlijke wereld waarin Stientje van Veldhoven (D66), onze minister van Wonen, haar dagen slijt.

Dat de minister een andere realiteit ziet dan de meeste huurders, blijkt uit de antwoorden die ze gaf op Kamervragen die deze week werden gesteld. SP-kamerlid Sandra Beckerman wilde van de minister weten wat zij ervan vond dat een huisjesmelker een prima eengezinswoning in Amsterdam Nieuw-West kocht, om die vervolgens te verbouwen tot een soort barak met tien slaapkamers van acht vierkante meter, en die kamers vervolgens te verhuren voor 700 euro per stuk. Zo vangt de verhuurder 7.000 euro huur per maand voor een woning van in totaal 122 vierkante meter.

Dit klinkt als een zeer typische uitwas van het tekort aan betaalbare (studenten)woningen in Amsterdam – en de rest van Nederland – en dat is het ook, en dit is precies het soort praktijken waarvan je kunt zeggen dat het de schone taak van de overheid is om er iets aan te doen. Maar niet volgens de minister van Wonen. In haar antwoord op de vragen van Beckerman zegt Stientje van Veldhoven namelijk niet alleen dat ze deze situatie prima vindt, maar gaat ze veel verder.

De vraag aan de minister is simpel:

“Vindt u 700 euro voor 8m2 een redelijke prijs?”

In haar antwoord verschuilt de minister zich eerst achter de puntentelling op basis waarvan de prijs van een huurwoning berekend kan worden, om vervolgens compleet uit de bocht te vliegen:

“Ik kan niet beoordelen of in deze specifieke situatie de huurprijs in verhouding staat tot de waardering op basis van het woningwaarderingsstelsel voor onzelfstandige woonruimte. Dat neemt niet weg dat ik erop reken dat verhuurders fatsoenlijk omgaan met hun huurders en een redelijke huurprijs vragen, waarbij zij rekening houden met de geboden kwaliteit van hun woning of kamer. Als op basis van het woningwaarderingsstelsel een huurprijs gevraagd mag worden, betekent dit niet dat de verhuurder deze maximale huurprijs hoeft te vragen. Daarbij verwacht ik van verhuurders dat ze niet maximaal willen profiteren van de grote schaarste in steden met een gespannen woningmarkt.”

De minister zegt hier een paar dingen die zo instrijken tegen elke realiteit dat het moeilijk is om te geloven dat ze dit écht zegt. Nogmaals: ze rekent er gewoon op dat verhuurders fatsoenlijk omgaan met hun huurders en een redelijke huurprijs vragen.

Kijk, ik ken Stientje van Veldhoven niet persoonlijk, maar als zij, de minister, de vrouw van wie we afhankelijk zijn als het gaat om het voeren van fatsoenlijk beleid dat ervoor moet zorgen dat mensen niet ziek genaaid worden door pandjesbazen in een wooncrisis die door onze eigen overheid is gecreëerd, uitgaat van het goede in verhuurders en ervan uitgaat dat verhuurders fatsoenlijk met hun huurders omgaan en een redelijke huurprijs vragen, is de hele zaak eigenlijk reddeloos verloren.

Dat je als minister zelf lekker in een koophuis woont, kan je zo iemand niet kwalijk nemen. Maar er staan elke week verhalen over misstanden in de huursector in kranten en op internet. Verhalen over woningcorporaties die weigeren om loden leidingen waar giftig drinkwater uitkomt te vervangen. Of verhalen van leraressen die hun baan moeten opzeggen omdat ze geen betaalbaar huurhuis in de buurt van school kunnen vinden. En de minister hoeft niet eens de krant open te slaan om het verhaal te horen van een huisjesmelker die een Amsterdamse woning zo verbouwde dat hij tien mensen in hokjes waar een plofkip claustrofobie van krijgt kan opsluiten, om voor zijn goede daad vervolgens beloond te worden met zevenduizend euro huur per maand. Dat voorbeeld wordt haar namelijk letterlijk aangereikt in de vraag waarop deze waanzin hierboven haar antwoord is.

“Daarbij verwacht ik van verhuurders dat ze niet maximaal willen profiteren van de grote schaarste in steden met een gespannen woningmarkt.” Ik heb zin om te gillen. Verwacht de minister dat huisbazen hun huizen voor lagere prijzen dan ze eigenlijk kunnen vangen verhuren omdat het anders zielig is voor huurders? Dat is niet hoe de wereld werkt. Huurders moeten niet afhankelijk zijn van de goede wil van verhuurders. Huurders moeten erop kunnen vertrouwen dat de overheid – de minister van Wonen bijvoorbeeld – ervoor zorgt dat er genoeg betaalbare woningen zijn. Je kunt het investeerders, want dat zijn de meeste verhuurders, niet eens echt kwalijk nemen dat ze maximaal rendement uit hun investering willen halen. Wat wel kwalijk is, is dat de minister die gaat over het probleem dat we hebben op onze woningmarkt, haar kop in het zand steekt als iemand haar vraagt naar misstanden op die woningmarkt, en doet alsof het normaal is dat tien mensen voor zevenhonderd euro per persoon per maand in een appartement wonen dat eigenlijk bedoeld is voor één gezin. Dat is namelijk niet normaal. Het is de taak van de minister om er niet alleen voor te zorgen dat dit soort toestanden niet voorkomen, maar vooral dat studenten en andere mensen die een woning zoeken niet gedwongen worden om zo’n dure kutkamer nog aan te nemen ook, omdat ze anders geen dak boven hun hoofd hebben. Doe daar iets aan, voordat je van huisjesmelkers verwacht dat zij vanuit de goedheid van hun hart hun huurders niet zullen uitknijpen. Dat doen ze namelijk toch wel.

Tagged:
wonen