mentale-gezondheid-lgbtq
Foto Susan: Louis Kerckhof 

Foto Mars: Jilke Tielemans

Identiteit

De medische wereld weet te weinig over de behoeften van trans personen

“Het is niet mijn taak om mijn psycholoog les te geven over gender en seksualiteit.” Lou, Mars en Susan, drie trans personen, vertellen hoe zij zich bewegen doorheen het kluwen van de mentale gezondheidszorg.
4.5.21

In 2020 scoorde trans personen in Europa een gemiddelde levenstevredenheid van 6,3. Een zwak cijfer, maar dat is niet alles: uit onderzoek blijkt dat 39% van de trans personen in België al een of meerdere suïcidepogingen heeft ondernomen, tegenover 4,3% bij de rest van de Belgische bevolking. 

De coronacrisis voert de druk op onze mentale gezondheid verder op. Wereldwijd werd er bij trans personen een flinke toename van depressiviteit en zelfmoordgedachten vastgesteld. Dat is vooral te wijten aan het gebrek aan psychologische begeleiding, en de beperkte toegang tot transgenderzorg tijdens de coronacrisis. 

Advertentie

Het debat rond geestelijke gezondheidszorg voor trans personen is gevoelig maar noodzakelijk, aangezien iedere overgang gewoonlijk gepaard gaat met psychologische ondersteuning. Maar die ondersteuning blijkt niet altijd even geschikt. Lou (32), Mars (24) en Susan (24) vertellen ons over hun eigen ervaringen, en het gebrek aan aandacht voor gender en diversiteit in het vakgebied van de psychologie.

Susan (24, die/hun)

Susan1.jpg

Foto Susan: Louis Kerckhof

“Ik werd vorig jaar opgenomen op de Psychiatrische Afdeling van een Algemeen Ziekenhuis (PAAZ) waar ik twee maanden verbleef. Mijn ervaring op die afdeling was niet zo positief. Vooral omdat er te weinig personeel was, maar ook omwille van de reacties over gender en seksualiteit. Ik voelde veel genderdysforie, omdat het personeel me voortdurend met verkeerde voornaamwoorden aansprak. Bovendien stond er bij elke maaltijd een plateau klaar met daarop in drukletters ‘mevrouw...’.

Op een dag vertelde ik een verpleger dat ik meewerkte aan de Queer Pride. Ze had nog nooit van LGBT gehoord en zei zelfs “ah, dat regenbooggedoe?”. Ik zat mentaal op een heel moeilijke plek, en kon het op dat moment niet opbrengen om mijn genderidentiteit uit te leggen. Ik zei dus niet dat ik non-binair was, omdat ik bang was dat ze mijn gender zouden problematiseren.

Er ging ook te veel aandacht naar de ‘coming-out'. “Was het moeilijk om als lesbische uit de kast te komen” is de eerste vraag die ik kreeg toegeworpen toen ik zei dat ik niet hetero ben. Ik ben niet lesbisch, maar daar gingen ze meteen vanuit. Bovendien veronderstellen ze dat ik een traumatische ‘coming-out’ heb gehad. De maatschappij ziet een ‘coming-out’ als een kantelmoment, maar da’s onzin. Hetero’s komen toch ook niet uit de kast? 

Advertentie

Bij het personeel zelf leek er wel een soort van besef te zijn. Een van de verplegers zei zelf dat het al 25 jaar geleden was dat ze gestudeerd had, en dat er toen geen aandacht was voor gender en seksualiteit. Ze zei dat ze dat zelf ook jammer vond en hoopte dat het nu anders is. 

“Ik heb zelf een document samengesteld met informatie van Transgenderzorg. Dat was mijn tactiek: als ik hen een volledig dossier bezorg, dan hoeven ze mij niet voortdurend lastig te vallen met vragen.”

Na mijn opname in de PAAZ ging ik naar een psychotherapeutisch centrum. Daar had ik een veel betere ervaring. Mijn genderbeleving werd er nooit geproblematiseerd. Alleen als ik er zelf over begon, werd erover gepraat. De psychologen zagen dat niet als mijn kernprobleem. Ik heb zelf een document samengesteld met informatie van Transgenderzorg, over voornaamwoorden en bepaalde moeilijkheden bijvoorbeeld. Dat document heb ik aan het personeel bezorgd. Dat was mijn tactiek: als ik hen een volledig dossier met alle info bezorg, dan hoeven ze mij niet voortdurend lastig te vallen met vragen. Maar daar wringt het schoentje, het is geen structurele oplossing. Het zorgpersoneel moet een basisopleiding krijgen over gender en seksualiteit. Neem nu de genderkoek, het duurt een kwartiertje om dat te bekijken. 

Gelukkig zaten er in de groepstherapie nog andere queer personen. Dat maakte de omgeving voor mij veiliger, we hadden een soort van verbond. De persoon die na mij in de groep kwam is ook non-binair, en er zijn er nog. Hopelijk zorgt dat ervoor dat het personeel een wake-up call krijgt.”

Advertentie

Lou (32, hij/hem of die/hen)

Lou.jpg

“Ik ben agender (agender personen hebben geen beleving van gender of ervaren een afwezigheid van gender red.). Een paar maanden geleden onderging ik een borstverwijdering. Nu de operatie achter de rug is, voel ik mij beter dan ooit. Maar ik had niet verwacht dat de eerste weken mentaal zo zwaar zouden zijn. 

Ik had al een hekel aan mijn borsten sinds mijn veertiende. Toen ik erachter kwam dat je ze kon laten weghalen, was dat het enige waaraan ik nog kon denken. Maar de mentale impact van die operatie was groter dan verwacht. Omdat er mij een zwaar herstelproces te wachten stond, maar ook omdat de operatie niet de ontlading bracht waarop ik had gehoopt. Ik moest ermee leren omgaan dat sommigen mij nog altijd met ‘mevrouw’ zouden aanspreken. Voor de operatie was ik naïef, ik dacht echt dat dat zou veranderen. 

Nog een andere teleurstelling: na de operatie wilde ik testosteron slikken. Ik dacht dat ik niet geaccepteerd zou worden als ik niet voldeed aan het plaatje van ‘een man’, dat kwam zonder twijfel door transfobe reacties. De dokter vroeg me of ik de neveneffecten van testosteron kende. Ik had online wat onderzoek gedaan, maar durfde niet veel vragen te stellen omdat ik bang was dat ik afgewezen zou worden als ik niet zelfverzekerd genoeg overkwam. Na een paar injecties besloot ik met de behandeling te stoppen, omdat ik niet was voorbereid op de stemmingswisselingen die ermee gepaard gingen. Nu heb ik beseft dat ik mijn eigen gevoel moet volgen. 

 Het transfobe idee dat trans zijn een mentale aandoening is, bestaat nog altijd. Artsen moeten erkennen dat trans zijn een zijn is - helemaal geen mentale ziekte. Mensen die mentaal kwetsbaar zijn, zouden net zo goed recht moeten hebben op hormonen en operaties. Ikzelf ben daar het lichtend voorbeeld van. Ik kamp met een chronische depressie en PTSS (posttraumatische stressstoornis), maar sinds mijn coming-out en borstoperatie voel ik mij al veel gelukkiger. 

Advertentie

Het is zwaar om voortdurend misgenderd te worden. Ik moet constant ‘zij’, ‘haar’, ‘madam’ aanhoren. Soms ga ik in discussie, soms laat ik het zo. Meestal heb ik geen energie meer om mensen te verbeteren. Doe ik dat wel, voelen de meesten zich aangevallen. Ze leggen de mentale ballast dan terug bij mij met uitspraken als “je moet begrijpen dat het voor mij ook moeilijk is om jou te aanvaarden”. Soms voel ik mij bijna schuldig, alsof trans zijn een keuze is en je de gevolgen zonder zeuren moet dragen. 

“Eén psycholoog heeft mij zelfs rechtuit gezegd dat ze niet begreep waarom ik uit de kast was gekomen als trans man. “Je hebt zo mooie, vrouwelijke wenkbrauwen”, zei ze dan.”

Dat misgenderen gebeurde zelfs in het ziekenhuis waar ik mijn borstverwijdering liet uitvoeren. Toen ik op controle ging, zei mijn arts aan de telefoon tegen een collega: “er zit hier een trans persoon bij mij en ‘zij’ heeft net een mastectomie ondergaan.” Totaal absurd, dat vond ik zo ongevoelig. Van artsen verwacht ik beter. 

Ook mijn psycholoog leek geen gevoeligheid te hebben voor mijn ervaringen. Het is moeilijk om therapeuten te vinden die niet transfoob zijn en genoeg kennis hebben over trans gerelateerde topics. Eén psycholoog heeft mij zelfs rechtuit gezegd dat ze niet begreep waarom ik op een bepaald moment uit de kast was gekomen als trans man. “Je hebt zo mooie, vrouwelijke wenkbrauwen”, zei ze dan. 

Advertentie

Er moet iets veranderen. Net zoals een zwart persoon niet de taak heeft om witte mensen te onderwijzen over racisme, wil ik mijn therapiesessie niet beginnen met een uitleg over gender en seksualiteit. Psychologen zouden zich daarover meer moeten inlezen zodat ze een basis hebben als er een trans patiënt komt aankloppen. Zo kunnen trans personen zich veiliger voelen.”

Mars (24, hij/hem of die/hen)

Mars.jpg

Foto Mars: Jilke Tielemans

“In 2017 werkte ik mijn studies toegepaste psychologie af. Er zat een groot gat in die opleiding, er was totaal geen aandacht voor gender en seksualiteit. Hopelijk is dat tekort intussen wat opgevuld. Daarom heb ik me nadien ingeschreven voor de masteropleiding Gender en Diversiteit. 

Na een lange zoektocht naar een queerfriendly psycholoog - als non-binaire patiënt - heb ik besloten om zelf een counselingpraktijk op te starten. Ik heb al op het punt gestaan om aan te kloppen bij het genderteam van het Universitair Ziekenhuis in Gent voor psychologische begeleiding, maar de wachtlijsten daar zijn afschrikwekkend lang. Uit noodzaak kwam ik terecht bij een psycholoog waarbij ik te veel energie moest stoppen in het verdedigen van mijn identiteit. Als non-binair persoon heb ik al het gevoel dat ik mij voortdurend moet uitleggen en verdedigen tegenover de maatschappij - dan wil ik dat bij mijn psycholoog niet nog eens doen. 

'“Als ik de term non-binair liet vallen, zag ik vaak ook een soort van fascinatie bij de hulpverleners. Mijn psycholoog zei bijvoorbeeld dat zij altijd ‘de speciallekes’ kreeg.”

Ik heb bijvoorbeeld een hele sessie uitleg gegeven over mijn voornaamwoorden en waarom die voor mij belangrijk zijn. Waarop de hulpverleners op het einde van dat gesprek opnieuw dezelfde fouten met voornaamwoorden maakten. Waarom doe ik dan zoveel moeite? Als ik de term non-binair liet vallen, zag ik vaak ook een soort van fascinatie bij de hulpverleners. Mijn psycholoog zei bijvoorbeeld dat zij altijd ‘de speciallekes’ kreeg. Ik wilde de focus niet leggen op non-binariteit, maar het gesprek keerde onmiddellijk en de psycholoog vroeg of ik moeite had met bepaalde lichaamsdelen. 

Ik zette de zoektocht naar een queerfriendly psycholoog voort. Tot een vriend mij de tip gaf om langs te gaan bij zijn queer psycholoog. Ik voelde mij er vanaf het begin al veel veiliger. Het is geen perfecte match, maar ik denk dat ik niemand beter ga vinden omdat het aanbod aan queer psychologen zo klein is. 

Buiten kennis over gender en seksualiteit, vind ik het een grote meerwaarde als een hulpverlener zelf queer is. Hulpverlening voelt veel echter aan als je weet dat de andere persoon hetzelfde doormaakt. Dat hoeft uiteraard niet per se exact dezelfde ervaring te zijn - dan staan psycholoog en patiënt te dicht bij elkaar en dat is tricky. Daarom ben ik dus zelf een praktijk gestart. 

Met mijn praktijk ‘Queer Space Counseling’ wil ik een verschil maken in de hulpverlening. Omdat ik zelf queer ben en me ook op die doelgroep wil focussen, kan ik meer veiligheid en comfort in de sector brengen.

Volg VICE België en VICE Nederland ook op Instagram.