Aan diggelen

FYI.

This story is over 5 years old.

Aan diggelen

Een fotoserie van Lindokuhle Sobekwa en Mikhael Subotzky.
20.7.15

Jerry bij een lokale taxistandplaats, Katlehong, 2014

Dit artikel verscheen eerder in het Photo Issue van ons magazine.

Toen Magnum-fotograaf Mikhael Subotzky in 2006 aan zijn jarenlange project begon waarbij hij het leven vastlegde in en om een gevangenis in het afgelegen Zuid-Afrikaanse dorp Beaufort West, had journalist Hazel Friedman net zijn misdaadroman Hijack! uitgebracht onder zijn pseudoniem Guy Brown. Het boek was een van de eerste publicaties waarin nyaope, een populaire straatdrug die bestaat uit een cocktail van heroïne, wiet en HIV-medicatie, werd genoemd.

Friedman stelde vast dat nyaope een gigantische rage was, en nog steeds is, onder jongeren in zwarte nederzettingen als Soweto, Mamelodi, Soshanguve en Atteridgeville. Nyaope is ook populair in Thokoza, een zwarte wijk in het zuidoosten van Johannesburg, waar fotograaf Lindokuhle Sobekwa woont. Sobekwa begon in 2013 de rituelen die geassocieerd worden met nyaope vast te leggen, nadat een van de plaatselijke hangjongeren hem had gevraagd of hij een foto wilde maken van hem en zijn crew. "Ik was behoorlijk nerveus, maar ik zei tegen mezelf dat als ze iets zouden doen, ik gewoon heel hard weg zou rennen met mijn camera."

Zijn ongerustheid was niet helemaal uit de lucht gegrepen, want door de enorme jeugdwerkloosheid is er veel criminaliteit in die wijken. Toch wilden deze jongens daadwerkelijk alleen op de foto. Die avond zat Sobekwa zijn foto's terug te kijken, en verbaasde hij zich opeens over hoeveel toegang hij had gekregen tot het hutje van een man die Mabhuti heette. Hij besloot vaker bij deze man langs te gaan. Foto's van drugsverslaving en foto's van armoede lijken vaak erg op elkaar: je ziet kale levens die worden weerspiegeld door kale omstandigheden. Hoewel zijn foto-essay een terugkerend thema heeft waarin leegheid, ruzie en overdosissen drugs de boventoon voeren, heeft hij de gebruikers ook gevolgd tot ver buiten hun leefomgeving, vaak als ze op zoek zijn naar metaal dat ze kunnen verkopen.

Op één van deze zoektochten ontmoette hij Jerry, een blanke drugsgebruiker die op straat leefde. Net als Larry Clarks beroemde foto's van Tulsa, focussen Sobekwa's foto's (de zwart-witfoto's in deze serie) zich op een onzekere familie – een familie die niet is ontstaan door gedeelde genen maar door omstandigheden. In tegenstelling tot Clark, van wie het soms lijkt alsof hij meedoet aan alle seks, drugs & rock 'n roll, presenteert Sobekwa zich als een neutrale observeerder, gedreven door het idee dat zijn foto's misschien een educatieve waarde hebben.

Subotzky, veertien jaar ouder dan Sobekwa, had toen hij begon met fotograferen een vergelijkbare insteek. Fotografie was ook voor hem een manier van leren en van communiceren. Net als bij Sobekwa schoot Subotzky het foto-essay waar hij mee doorbrak praktisch in zijn achtertuin. Hij groeide op vlakbij Pollsmoor, een zwaarbewaakte gevangenis even buiten Kaapstad. Subotzky – de kleinzoon van rijke immigranten uit Letland – spendeerde vrijwillig tijd met de gevangenen daar. "Ik probeerde aan zoveel mogelijk mensen uit te leggen waar ik mee bezig was voordat ik foto's ging maken. Sommige antropologen spreken altijd over hoe diep ze in een groep willen opgaan voordat ze gaan analyseren. Je zou kunnen zeggen dat ik dat toen ook aan het doen was."

Toen hij in Pollsmoor was, zag hij voor het eerst in zijn leven een lijk. Een brand in de gevangenis had geleid tot de voortijdige dood van Christopher Sibidla. Op verzoek van Sibidla's moeder fotografeerde Subotzky het lichaam en gaf de foto aan haar, nog voor de begrafenis. "Zelf kon ik nauwelijks naar de foto kijken, maar de moeder keek er één keer naar, kuste het, duwde het tegen haar hart en bedankte me dat ik deze foto gemaakt had." Het beeld van een overleden Sibidla bleef de fotograaf achtervolgen, en in 2012 sloeg hij de ingelijste foto kapot, samen met wat andere foto's, waarna hij ze tentoonstelde. Het was zijn manier om de traumatische ervaringen van het zien en fotograferen van iets gewelddadigs te verwerken, en het terug te brengen naar het fotografische object.

Subotzky is niet de enige fotograaf die met dit soort problematische gevoelens te maken heeft. Documentaire fotografie, een vak dat zich niet bepaald met zijn eigen zaken bemoeit, is gebonden aan de grenzen van de ethiek. Soms is het beter om een foto niet te maken, maar zoals blijkt uit de foto's van Thokoza kan het instinct om het toch te doen ongelofelijk sterk zijn. Het is voor een fotograaf elke keer weer een uitdaging om aan te voelen wanneer je wel een foto kunt maken, en wanneer je het beter niet kunt doen.

—SEAN O'TOOLE

Een kind in Toekomsrus, Beaufort West, 2007

In hogere sferen, Thokoza, 2013

Raphie en Jules, Port Alfred, 2007

Mabhuti in zijn huis, Thokoza, 2014

Slapen in een pijp, Thokoza, 2013

George, Pretoria, 2012

Zwemmen, Hout Bay, Kaapstad, 2007

Badderen in de ochtend, Katlehong, 2015

Op zoek naar materiaal om te recyclen, zodat er geld kan worden verdiend voor nyaope, Katlehong, 2015

Gestraft door de gemeenschap, Thooza, 2014

Een shot nyaope wordt voorbereid in de hut van Mabhuti, Thokoza, 2014.

Klaar voor een nieuwe dag, Thokoza, 2014

Een gewonde man, Plakkerskamp, Beaufort West, 2008

Het lichaam van Christopher Sibidla, Maitlandmoratorium, Kaapstad, 2004