FYI.

This story is over 5 years old.

Vice Blog

MEDICIJNENZWENDEL IN CAÏRO

Een paar weken geleden waren mijn vriendin Simone en ik in een Egyptische postzegelwinkel waar het rook naar lijm en mottenballen. Die stond aan een doodlopende weg nabij Talaat Harb Street, een historische straat in Caïro. Om de één of andere reden manifesteert de ietwat vreemde bezigheid die zeldzame postzegels sparen is zich nooit in heel hygiënische en georganiseerde omgevingen. Je kunt je de bloedhete en stoffige berg ellende in het oeroude winkeltje dus vast wel inbeelden.

Advertentie

Het was hier dat we op een Liberisch paspoort stuitten terwijl we aan het snuffelen waren in een bak met verkleurde enveloppen. De verkoper, Omar, die nauwelijks plaats had voor een kassa, wist niet eens dat het in zijn winkel lag. "Heb je er nog meer?" vroegen we toen we het paspoort afrekenden. Hij zei dat dat heel goed mogelijk was en hing gelijk aan de telefoon om een paar langdradige Arabische belletjes te plegen. Een uur later hadden we nog twee andere paspoorten in handen: die van Ihab Ahmed uit Jordanië en Fatima Sheehad uit de voormalige Verenigde Arabische Republiek.

Door het gemak waarmee we deze paspoorten op de zwarte markt hadden verkregen, vroegen we ons af welke andere illegale spullen we nog konden regelen in het Egypte van na de revolutie. Daarom besloten we tot een farmaceutische excursie. We gaven onszelf één dag om zoveel mogelijk medicijnen te verzamelen, en ik moet ons nageven dat we er bijzonder goed in bleken te zijn. Aan het einde van de namiddag had ik de volgende zaken in mijn rugzak zitten:

Een doosje roze Motival-tabletjes van dertig milligram, waarvan de inhoud eruitziet alsof ze veel geld zou opleveren in een homobar. Drie strips Bromazepam van twee milligram, een doosje met kalmerende middelen onder de naam Hypnor, vijf strips Alprazolam, een doosje Restolam van 0.5 milligram en een doosje Restolam van één milligram, drie flesjes Valpam (dat als gevolg van het zwoele en vervuilde weer wel of niet meer injecteerbaar was), twee doosjes oplosbare Solpadeïne en één doos Solpadeïne gel, één strip Eurocox 200s en twintig pillen Tramadol. Om maar wat te noemen.

Advertentie

Gezien de meeste van deze geneesmiddelen de westerse wereld nooit zullen bereiken (wat deels komt door hun slechte kwaliteit en grote hoeveelheid bijwerkingen en deels door het farmaceutische monopolie in het westen) zit Egypte met een overschot aan dit spul.

Ik spendeerde ongeveer honderd Egyptische pond aan de overvloed aan medicijnen in mijn rugzak, wat gelijk staat aan ongeveer twaalf euro. In de Verenigde Staten zou dit alles mij misschien zevenhonderd euro hebben gekost, als het niet meer is.

Egypte zit in een unieke positie. Dertig procent van de economie werd ooit door het nu verdwenen toerisme gedragen, en de gemiddelde Egyptenaar lijdt daaronder –waarschijnlijk nog meer dan voor de afzetting van hun dictator. Piramide-souvenirs voor toeristen zijn nu vervangen door '25 januari'-bumperstickers die verkocht worden aan Egyptenaren. Er is de schijn van eenheid, maar er is uiteraard een paradigmawisseling geweest. Nu het land bestuurd wordt door een wantrouwend leger is valsheid en scepticisme uitgegroeid tot een manier van leven.

We werden zo vaak 'Amerikaanse spionnen' genoemd in de straten van Caïro, dat ik de tel ben kwijtgeraakt. We werden naar binnen gelokt bij hibiscus oliewinkels en papyrusdealers onder gekke voorwendselen van een complex systeem van koopmanschap. Toen we een keer de thee weigerden die een shopeigenaar ons aanbood, probeerde ons medelijden te krijgen door een foto van zijn zieke grootvader tevoorschijn te halen. "De vader van mijn vader zijn vader startte deze zaak helemaal in zijn eentje. Ik heb drie kinderen die ik moet onderhouden." Hij haalde ook een foto tevoorschijn van één of andere Arabische man met zijn arm om Mohammed Ali gedrapeerd. "Mijn vader met zijn favoriete Amerikaan," zei hij wat schuchter. We zagen dezelfde foto in heel de stad hangen. Hij zal een hoop kinderen hebben gehad.

Advertentie

We hebben de hele dag in elke apotheek hetzelfde verhaal gebruikt. Simone deed alsof ze mank liep, terwijl ik haar hand vasthield. De brandplek op haar been die ze in werkelijkheid had opgelopen door een hete motoruitlaat, werd een litteken van een zware knieoperatie die een fikse pijnstiller vereiste, een soort opiaat. We gedroegen ons als twee arme buitenlanders die zonder doktersrecept in een vreemd land rondhingen.

De man van één van de laatste apotheken die we bezochten was een beetje achterdochtig, dus besloten we ons verhaal nog wat erger te maken. Toen hij ons een afkeurende blik gaf, overhandigden we hem een klein, gescheurd stukje papier met daarop in het Arabisch de naam van een nabijgelegen ziekenhuis. We spraken geen Arabisch, wat op de één of andere manier onze smeekbede bekrachtigde. We scoorden het bonnetje van een andere apotheker, nadat we hem overtuigd hadden van Simones ernstig verzwakte conditie. Als iemand leek te twijfelen of het wel zo verstandig was om ons te geven wat we wilden, was dit papiertje onze troef.

"We gingen naar dit ziekenhuis, maar ze hadden geen medicijnen meer! Alsjeblieft, kijk naar haar. Ze kan zelfs niet meer lopen!" riep ik, en een andere kerel achter de toonbank bracht haar een kruk waar ze extreem langzaam op neerzakte. "Laat me even kijken wat ik kan doen," zei de man terwijl hij in twee stoffige, scheefstaande kasten rommelde die eruit zagen alsof ze er al stonden sinds het Nasser-tijdperk en op elk moment konden omvallen. Hij schoof ons wat Celebrex toe, waar we al veel te veel van hadden. Ik vertelde hem dat ze die al had genomen en dat het niet sterk genoeg was. Hij dook opnieuw in zijn collectie en kwam voor de dag met twee strips Tramadol. Als we ieder zo'n strip van acht pillen zouden nemen, dan zouden we allebei de pijp uit zijn. Dat grapje had ons dan vijftien Egyptische pond gekost; minder dan twee euro.

Advertentie

Terug in Talaat Harb Street zaten de straatkatten hongerig te miauwen. Met vliegen afgeladen honden bewaakten hun territorium bij een aftands benzinestation, vuilnis lag hoog opgestapeld langs de kant van de weg en van de opgeblazen muur van een gebouw brokkelden stenen af. Het was geen gezellige ambiance, zeg maar. Een volledig in merkkleding gestoken jongen zat verboden speelgoedgeweren te verkopen. Iemand zei "Welkom in Egypte" doordrenkt met iets wat sarcasme zou kunnen zijn. We draaiden ons niet om, omdat we wisten dat hij ons zou volgen als we hem erkentelijk zouden zijn. Maar hij kwam toch achter ons aan en riep "Barbie!" naar Simone. Ongeveer vijftig mensen keken even naar ons om. Later was er ergens een kleine explosie (waarschijnlijk op een feestje) en hoorden we mensen klappen.

We besloten om nog één plundering te doen voor we naar huis zouden gaan. Er was nog één andere apotheek om de hoek. Eigenlijk is er op elke hoek een apotheek in Caïro. Deze keer besloot Simone subtiel te bibberen toen we naar binnen gingen. "Ik ben net geland uit Wenen en kan niet slapen. Kun je me helpen? Thuis hebben ze me Zopiclon voorgeschreven. Heb je dat? Ik kan mijn dokter bellen als je wilt. Ik heb last van slapeloosheid." Ze beefde een beetje, deed haar ogen dicht en maakte een kussentje met haar handen. We liepen naar buiten met een doosje gevuld met een merkloos slaapmiddel.

Het gevoel dat je krijgt als je door de smoezelige straten van een stad wandelt die in een overgangsperiode zit, is moeilijk te omschrijven. Met vervalsing en uitbuiting als norm, is medicijnenzwendel -hoe raar ook- onze manier geweest om ons aan de omgeving aan te passen. Ik weet dat dit een beetje gek klinkt, maar ik denk dat we de lokale bevolking beter hebben leren begrijpen. We werden deel van het complexe mechanisme dat Egypte op dit moment is en voorlopig nog zal zijn.

MITCH SWENSON