Muziek

De favoriete bar van Lemmy hield een met whisky-cola overgoten herdenking voor de overleden rocker

In de bar waar de zanger en bassist van Motörhead zijn vrije tijd doorbracht kwamen fans en muzikanten samen om verhalen over de rockster te delen.
12 januari 2016, 3:14pmUpdated on 14 januari 2016, 9:40am

De favoriete pokermachine van Lemmy in de Rainbow Room was voor de gelegenheid vervangen door een bloemenkrans. Alle foto's door de auteur

Afgelopen zaterdag zat ik rond twee uur 's middags al onder de whisky-colavlekken. Ik weet niet precies hoe dat kwam, maar ik vermoed dat Lemmy het zo zou hebben gewild. De zanger, bassist en het genie achter Motörhead, de beruchtste rockband uit de Verenigde Staten, hield van Jack Daniels, pep en zijn favoriete zuipplek: de Rainbow Bar & Grill aan de Sunset Strip in Hollywood. In een tijdsbestek van veertig jaar waarin er 22 Motörhead-albums verschenen, schreef Ian "Lemmy" Kilmister een paar handenvol donderende klassiekers die een brug sloegen tussen punk en metal – Killed By Death, Ace Of Spades, Overkill, enzovoorts – maar hij bleef het altijd rock-'n-roll noemen. Hij overleed op 28 december, en de zaterdag erna kwamen honderden fans in vol Motörhead-ornaat samen in de Rainbow om het glas te heffen op hun gevallen held. Ze stonden in een rij om boodschappen te schrijven op een levensgrote Lemmy poster die op de binnenplaats aan de muur hing. Ze dronken whisky-cola's. Een paar diehards leken hun neus gepoederd te hebben aan de buitenbar, waar Lemmy ooit los ging op zijn favoriete videopokermachine. Vlak voor zijn dood had de eigenaar van de Rainbow de beruchte machine naar het nabijgelegen appartement van Lemmy gebracht. Voor zijn herdenking was de pokermachine vervangen door bloemstukken en een bord met de tekst: "Lemmy: Born to Lose, Live to Win."

Na een uurtje indrinken werd de herdenkingsdienst die bij het Forest Lawn Cemetery werd gehouden, en die ook op YouTube live te volgen was, op de tv in de bar gestreamd. Rocklegendes als Slash, Dave Grohl, Rob Haltford en drummer van Motörhead Mikkey Dee deelden hun herinneringen aan Lemmy, die geboren werd op kerstavond in 1945 en na een jarenlange strijd tegen kanker op zeventigjarige leeftijd zijn middelvinger opstak naar het leven. Todd Singerman, de manager van Lemmy, was zo aardig om mij te woord te staan in deze periode van rouw. "Lemmy had eer en integriteit, dat zie je niet veel meer in deze wereld," zei hij. "Hij had zijn eigen regels. Hij was puur en niet kwaadaardig tegen mensen, iets wat zeldzaam is in deze wereld. Dat is niet mensen eigen. Iedereen heeft zijn eigen dubbele agenda en motieven. Lemmy had dat niet."

Singerman was korte tijd de manager van Marlon Brando, voordat de beroemde acteur overleed in 2004. Hij zag "enorme overeenkomsten" in de manier waarop Brando en Lemmy bewierookt en gerespecteerd werden door hun fans. "Bij de begrafenis van Brando vertelden Johnny Depp en John Travolta en al dat soort gasten over de invloed die Marlon op hen had gehad. Wat me echt verbaasde is dat Lemmy hetzelfde effect heeft gehad op andere rocksterren. Ze waren zenuwachtig als hij in de buurt was, en hadden veel ontzag voor hem. Dus als hij aardig deed tegen een gewone jongen, dan was die daar enorm van onder de indruk, omdat hij niet zomaar een rockster was. Dit was Lemmy. De rockster die hun andere favoriete rocksterren bewonderden."

De binnenplaats van de Rainbow Room, waar fans berichtjes schreven op een enorme Lemmy-poster

Lemmy was een man van het volk. Hij stond altijd klaar voor zijn fans die – geen foto of handtekening werd geweigerd, zolang je maar een beetje opschoot zodat hij snel weer terug kon naar zijn pokermachine, whisky-cola, vriendin, of wat dan ook. Als hij niet bezig was, bood hij je een drankje aan en praatte hij met je over muziek. Dat was misschien wel het tofste aan de herdenking bij de Rainbow: veel van de aanwezigen deelden verhalen over ontmoetingen met hem in deze bar.

"Fucking Lemmy, man – hij was een enorme inspiratie," zei Andy, een 28-jarige muzikant die hier kwam genieten van een whisky-cola om Lemmy te eren. "Ik hoorde Motörhead voor het eerst in een skatevideo toen ik achttien was. Sindsdien ben ik verslaafd aan de muziek. Ik ontmoette hem voor het eerst in de toiletten hier. We stonden naast elkaar te pissen en ik wist niet wat ik moest zeggen. Ik bedoel, wat zeg je tegen Lemmy? Ik keek zijn kant op en zei: 'Noem je dat een lul?' Hij keek me aan en begon te grinniken."

Een meisje dat Christina heette was helemaal vanuit San Diego naar Los Angeles gereden om bij de herdenking in de Rainbow Room te zijn. "Ongeveer acht of negen jaar geleden had ik een date met een gast die een jas voor Lemmy aan het ontwerpen was," zei ze. "We gingen naar Lemmy's appartement, dat hier aan het einde van de straat ligt. Daar aangekomen hadden we het niet eens over het jasje. Lemmy liet ons allerlei spullen in zijn appartement zien. Hij was supervriendelijk en aardig. Hij nam me mee naar zijn slaapkamer en liet me zes vuilniszakken vol aanstekers zien die hij verzameld had tijdens tussenstops bij benzinestations op tour. Overal lagen krankzinnige nazi-dolken, maar hij was het meest enthousiast over zijn aanstekers. Hij deelde zijn drugs met me en zei: 'Ik poets mijn tanden met deze troep.' Toen we weggingen gaf hij ons allebei een t-shirt uit één van zijn wasmanden. Het stonk verschrikkelijk, maar ik wilde er toch in slapen, omdat het zo lekker stonk."

Close-up van fans die de poster van Lemmy signeren

Er waren veel metalmuzikanten bij de Rainbow, waaronder drummer van Saviours Scott Batiste. "Ik kan niet over hem praten alsof hij dood is," zei hij hoofdschuddend. "Het is moeilijk, Motörhead is mijn favoriete shit. Ik zag ze voor het eerst live in de Maritime Hall in San Francisco in 1999. Het was zo rauw – de kracht, de sfeer, de manier waarop hij speelde. Niemand doet het meer zo."

Tony Foresta en Ryan Waste van trashmetalband Municipal Waste kwamen ook langs. "Ik ontmoette Lemmy in Frankrijk in 2008 toen we samen op Hellfest speelden," zei Waste. "Ik was de hele dag aan het zuipen en chillen met een paar vuurspuwende meiden die zichzelf de Fuel Girls noemden. We strompelden terug naar onze kleedkamer, maar hadden niet door dat dit inmiddels de kleedkamer van Motörhead was. Lemmy keek me aan en bood me een Jack Daniels en cola aan en mompelde iets onverstaanbaars waaruit ik kon opmaken dat ik geaccepteerd was."

Scott Carlson, zanger en bassist van de legendarische extreme-metalband Repulsion – de band die zowel death metal als grindcore min of meer uitvond met hun eerste en enige album Horrified – rekende uit dat hij bij ongeveer 25 Motörhead-optredens is geweest sinds hij ze voor het eerst zag spelen in 1984. "Op muzikaal gebied was Motörhead de gamechanger voor mij," zei hij. "Ik ging er anders door naar punk kijken, en dat zorgde ervoor dat ik anders ging schrijven, spelen en dat mijn visie op muziek veranderde. Er is geen grotere invloed op mijn muziek te bedenken dan die van Lemmy. Ik draag zelfs elke dag een zwarte broek en laarzen, drink whisky en speel basgitaar met een stevige laag distortion eroverheen. Ik denk dat ik altijd al een beetje zoals Lemmy wilde zijn."

Rozen, Jack Daniels en kaarsen: een toepasselijk altaar voor Lemmy

Lemmy wist van geen ophouden. "Lemmy leefde elke dag als een rockster," zei Singerman. "Keith Richards staat erom bekend dat hij hard feest, maar Keith Richards doet dat niet elke dag. De meeste mensen kunnen dat niet, dan zouden ze gelijk dood neervallen. Lemmy hield het zeventig jaar lang vol. En dan heb ik het over vier flessen Jack per dag sinds de jaren zestig; twee tot drie pakjes sigaretten per dag, plus een dagelijks portie speed. Ik heb 25 jaar met hem gewerkt en ik heb hem echt nog nooit nuchter gezien. Toen ik met hem begon te werken, pakte hij daar bovenop nog twee of drie wijven per nacht. Hij had een levensstijl die niemand kon bijbenen. Maar hij verzaakte nooit – hij was er altijd, en was nooit te erg naar de tering om z'n werk te doen."

Het is veelzeggend dat speed de favoriete drug van Lemmy was. Speed vereist een toewijding die niet nodig is bij andere drugs. Een lijntje coke voel je misschien een kwartier of twintig minuten voordat je nog een beetje wil, maar een lijn goeie speed kan je een etmaal wakker houden. Lemmy was een en al toewijding – hij was toegewijd aan zijn fans, zijn levensstijl, aan rock-n-roll zelf.

Motörhead had net twee weken voor zijn dood een Europese tour afgerond. "Achteraf gezien was hij toen op sterven na dood," zei Singerman. "Dat wisten we alleen op dat moment niet. Maar hij maakte de fucking tour af. Kan je je voorstellen hoe moeilijk het voor hem moet zijn geweest om elke dag weer op te staan en het podium op te gaan? Het is echt een _Rocky_-verhaal. En hij deed het allemaal voor de fans. Hij wilde hen niet teleurstellen."

Singerman vertelde dat het recente overlijden van Motörhead-drummer Phil "Philthy Animal" Taylor, die op 61-jarige leeftijd aan leverfalen overleed op 11 november, een ernstig effect had op Lemmy. "Hij had het er erg moeilijk mee. Er veranderde iets in hem na de dood van Philthy. Hij zag er opeens uit alsof hij het had opgegeven. Ik had hem nog nooit zo gezien. Er stierf die nacht iets in hem van binnen. Philthy was zijn broeder."

Uiteindelijk stierf Lenny net niet in het harnas. "Hij wilde eigenlijk op het podium sterven," zei Singerman. "Hij heeft dat wel een miljoen keer tegen me gezegd. Maar ik ga niet tegen je liegen – gezien de manier waarop hij leefde, verbaast het me dat hij het nog zo lang heeft uitgehouden. Toen de dokter hem vertelde dat hij kanker had, had Lemmy een drankje in zijn hand. De dokter gaf hem nog twee tot zes maanden. Lemmy keek hem aan en zei: "Twee maanden, hè?" Daarna ging hij weer verder met zijn videospel. Dat was het enige wat hij zei. Twee dagen later was hij dood."

Advertentie