FYI.

This story is over 5 years old.

Woorden van Meningsuiting

De dingen die zijn veranderd sinds ik een hoofddoek ben gaan dragen

Nadat ik een hoofddoek ging dragen kwamen vaste klanten met wie ik voorheen altijd een praatje maakte plotseling niet meer bij mij aan de kassa.
8.10.15
Afbeelding via Flickr-gebruiker FaceMePLS

Ik was negentien toen ik besloot dat ik een hoofddoek wilde dragen. Dat is inmiddels twee jaar geleden, en in die tijd was de term 'kopvoddentaks' nog een veelbesproken onderwerp in de politiek. Ik herinner me vooral dat ik zenuwachtig was om het aan mijn vader te vertellen. Bij mij thuis draagt niemand een hoofddoek, en ik ben niet echt strenggelovig opgevoed. Mijn vader is erg pro-studie en pro-carrière, en was bang dat ik na jarenlang zo hard gestudeerd te hebben op die manier mijn toekomst zou vergooien. Uiteindelijk was zijn reactie verrassend positief. Wat eerder een klap in het gezicht was, was dat andere mensen om me heen zich anders gingen gedragen tegenover mij.

Advertentie

Als ik geen hoofddoek draag, kan je nauwelijks zien dat ik niet van Nederlandse origine ben. Mijn moeder is een Nederlandse die zich bekeerd heeft tot de islam, en mijn vader is een moslim uit Marokko. Ik ben opgevoed met een islamitische grondslag, maar wel in een zeer Westerse omgeving. Zo heb ik altijd meegedaan aan de ramadan, maar vierde ik ook gewoon Sinterklaas bij mijn Nederlandse grootouders. Ik heb altijd in twee culturen geleefd.

Op een bepaald moment begon ik me vragen te stellen bij mijn identiteit. Waarom geloof ik wat ik geloof? Voel ik me beter in mijn culturele identiteit of in mijn religieuze? Ik ging me verdiepen in beide kanten en hoe meer ik las over de hoofddoek, hoe meer het me vanuit een vrouwvriendelijk opzicht een goed idee leek. Ik voelde in die tijd behoorlijk veel druk om te voldoen aan het ideaalbeeld van de maatschappij: slank zijn en er heel mooi uitzien. Daar voelde ik me niet lekker bij. Door een hoofddoek te dragen, zou ik me deels aan die verwachtingen kunnen onttrekken.

Ik zat al een half jaar op de universiteit toen ik voor het eerst aankwam met een hoofddoek op. Ik had het aan niemand verteld en vond het best eng. En eerlijk, als ik van tevoren had geweten dat mensen zo snel hun mening zouden klaar hebben, had ik het misschien nooit gedaan. Ik merkte dat ik in de ogen van mijn klasgenoten plotseling een ander mens was. Voordat ik een hoofddoek droeg werd ik als Nederlander behandeld, maar nu meer als een buitenlander. Ik bedoel daarmee niet dat ik negatief commentaar kreeg, zeker niet, maar het zit hem in de kleine dingen. Zo merkten mensen ineens op dat ik met een accent sprak. Dat gaven ze aan met goedbedoelde opmerkingen, zoals dat mijn "Nederlands echt heel goed is". Ik weet dat mijn Nederlands goed is. Ik ben niet tweetalig opgevoed; dit is mijn moedertaal.

Advertentie

Docenten gingen ook respectvol om met mijn beslissing, maar de sfeer in de klas veranderde wel. Als in de les een onderwerp wordt aangesneden dat te maken heeft met religie, racisme of oorlog, kijkt iedereen me met angstige, aftastende ogen of vol verwachting aan. Dat is heel gek. Hun perceptie van mij is veranderd, en op de een of andere manier ben ik tot woordvoerder voor 'mijn volk' gebombardeerd. Klasgenoten en leerkrachten kijken naar mij voor bevestiging of afkeuring, en zouden waarschijnlijk ophouden met praten over IS als ik bij ze aan tafel ging zitten. Ik heb altijd gevonden dat iedereen zijn eigen mening mag hebben, en dat weten ze. Eén klasgenoot nam me na de les een keer apart en zei dat nu ik bij hem in de klas zat, hij niet langer grapjes durfde te maken over andere culturen en dat best vervelend vond. Dat verbaasde me echt. Ik ben geen vertegenwoordiger van een hele gemeenschap of religie, ik ben een individu. Ik ben nog steeds mezelf, maar dan toevallig met een hoofddoek op. En ik kan echt wel tegen een grapje, zolang het niet beledigend is.

Mensen hebben veel vragen en daar heb ik geen problemen mee. Een open dialoog is belangrijk, en ik ben altijd bereid om vragen te beantwoorden over mijn geloof, maar dan moet het wel op een positieve manier gebeuren. Ik word er best moe van dat mensen mij aanspreken op de daden van IS of van een zestienjarige Marokkaan die ergens in een discotheek een mes getrokken heeft. Dat zijn niet mijn daden. Ik ga mezelf niet verdedigen, dat vind ik niet nodig.

Advertentie

Voordat ik een hoofddoek ging dragen, had ik al lange tijd een bijbaantje als kassamedewerker bij een supermarkt. Vaste klanten met wie ik voorheen altijd een praatje maakte kwamen plots nooit meer bij mij aan de kassa. Dat was heel confronterend, vooral als andere klanten me bemoedigende woorden toefluisterden, zoals: "Ík heb er géén problemen mee hoor, dat je nu een hoofddoek draagt." De ironie is dat de mensen die niet meer bij mij in de rij wilden staan, wel bij een collega afrekenen die ook moslim is, en haar geloof op exact dezelfde manier beoefent als ik – maar dan zonder hoofddoek. Daar lachen we onderling wel om.

Ook keken klanten veel vaker verbaasd op als ik hen vertelde dat ik een masteropleiding volg. Zoiets verwachten ze niet van iemand die eruitziet zoals ik. Het viel mijn collega's en ik trouwens ook op dat veel meisjes met een hoofddoek in supermarkten vooral achter de kassa blijven, en minder snel doorstromen naar een hogere functie.

Ik werk nu niet meer in een supermarkt. Ik heb in mijn keuzeruimte een verkorte lerarenopleiding gevolgd, en geef een paar uur per week Engelse les op een middelbare school. Om een baan als leerkracht te krijgen moest ik me opnieuw door heel wat hoofddoeknonsens heen worstelen. Ik had dat tot op zekere hoogte wel verwacht, maar ik had geen idee dat ik op zoveel plekken gereduceerd zou worden tot een stukje stof. Op een bepaalde school vond de directie me uitermate geschikt voor de baan, maar vroegen ze of ik mijn hoofddoek thuis kon laten, of op zijn minst mijn hals een beetje meer kon laten zien. Een aantal medewerkers zag me daar liever op de administratie dan voor een klas; een lagere functie ergens in een kamertje ver weg van de leerlingen. Ik vind het onzin dat iemand minder kans maakt op een baan omwille van een hoofddoek. Het feit dat ik er eentje draag doet niets af aan mijn capaciteiten. Ik ga mijn identiteit niet verloochenen om in iemands straatje te passen. Daar zou ik me niet fijn bij voelen en dat heb ik hen toen ook gezegd.

Ik heb uiteindelijk een baan als leerkracht gevonden. Er zijn dus wel degelijk openminded scholen die niet bang zijn voor diversiteit. Ik merk dat leerlingen heel goed reageren op een divers lerarenteam. Het helpt hen inzien dat onze maatschappij niet homogeen is. Het weerhoudt ze ervan om een onzichtbare muur op te trekken tussen 'binnenlanders' en 'buitenlanders'.

Ik kijk soms naar onze maatschappij en vraag me af: waar doen we in godsnaam zo moeilijk over? De omgeving waarin ik ben opgegroeid heeft me geleerd dat verschillende culturen en geloofsovertuigingen heel goed kunnen samengaan. Een hoofddoek is niet meer dan een externe bevestiging van een geloof. Ik ben dezelfde persoon, alleen meer zelfbewust en zelfverzekerder. Ik sta sterker in mijn schoenen en zit beter in mijn vel. Dat straal ik uit, en daardoor gebeuren er ontzettend veel goeie dingen in mijn leven. Meisjes die zich prettiger voelen zonder, moeten dat ook vooral doen. Dit is geen klaagzang over hoe vreselijk het is om een hoofddoek te dragen. Maar het wordt wel tijd dat we onze zwart-witbril afzetten: religie speelt een rol, maar is niet allesbepalend.

Omslagfoto via Flickr-gebruiker FaceMePLS