FYI.

This story is over 5 years old.

VICE Is 10

Tien memorabele werken van Jan Hoek

Met mijn moeder naar de sex cinema en chillen onder een brug met transgenders in Kaapstad: Jan Hoek vertelt over zijn meest gevaarlijke, mislukte en beschamende werken.
13.4.16

(Jan is de rechter, met die sombrero)

VICE Nederland bestaat tien jaar. In die tien jaar hebben we met een hele rits steengoede schrijvers, fotografen, illustrators, stylisten, modellen, eindredacteurs, hoofdredacteurs en wat al niet meer gewerkt om een eindeloze poel van artikelen en video's te maken. Om onze verjaardag te vieren vroegen we een paar van hen naar hun favoriete werk. Zoals kunstenaar/fotograaf Jan Hoek, die elke twee weken een kunstcolumn voor ons schrijft.

Jan voelde zich een beetje ongemakkelijk bij de vraag of hij zijn tien beste werken wilde aandragen, dus vroegen we hem in plaats daarvan naar zijn meest mislukte, gevaarlijke, beschamende, en andersoortig memorabele werken.

Mijn meest beschamende werk

Het werk was niet beschamend, maar het maken ervan wel. Het zit zo. Toen ik nog op de Rietveld zat had ik een bijbaantje in een sekswinkel. Boven die sekswinkel zat een sex cinema/cruising area, waar ik de kaartjes voor verkocht.

Nou ben ik altijd redelijk open naar mijn moeder over alles, maar ik vond het toch wel moeilijk om te vertellen dat ik voor die sex cinema werkte. Omdat het toch een onderdeel van mijn leven was, beslootik uiteindelijk om mijn moeder te fotograferen terwijl ik haar die ruimte liet zien. Maar de winkel waar ik werkte wilde dat niet hebben, dus toen zijn we naar een andere sex cinema gegaan. Om te zorgen dat er geen andere klanten waren, zijn we stipt om 9 uur 's ochtends naar binnen gegaan. De man die ons de kaartjes verkocht gaf ons een veelbetekenende knipoog terwijl hij "veel plezier" zei. Ik wilde roepen: 'DIT IS MIJN MOEDER HALLO!!!', maar ik besefte dat dat het nog raarder zou maken.

Het werk waar ik (tijdens het maken ervan) het onzekerst over was

Een tijdje geleden ging ik naar Pattaya in Thailand om nieuw werk te maken. Pattaya is de sekstoerisme-hoofdstad van de wereld en wordt ook wel 'Sodom and Gomorra on earth' genoemd, omdat het volgens velen de meest verschrikkelijke plek op aarde is.

In eerste instantie vond ik dat ook, maar ik begon de stad langzaamaan steeds meer te waarderen. Het was namelijk ook een plek waar iedereen zichzelf kon zijn. Waar niemand ervan opkijkt als meisjes in latexpakjes met blauwe pruiken nog even koriander op de markt gaan kopen, voordat ze naar de gogobar gaan. Waar westerse mannen van vijftig, die nauwelijks op hun streefgewicht zitten, zonder shirt kunnen dansen in de discotheek. Waar stoere Amerikaanse militairen de hele dag hand in hand lopen met een ladyboy.

Advertentie

Toch vond ik het er ook treurig: alles lijkt van glitterbordkarton, alles gaat om seks. Ik had geen idee met welke insteek ik werk moest maken, dus de eerste paar weken struinde ik verloren de straten af, terwijl ik vrienden probeerde te worden met sekswerkers en sekstoeristen. De onzekerheid ging maar niet weg, en omdat ik niet echt één goede invalshoek kon bedenken, heb ik uiteindelijk maar tien verschillende boekjes gemaakt, met tien verschillende invalshoeken: The Pattaya Sex Bubble 1 t/m 10. Twijfel en onzekerheid kunnen soms leiden tot iets wat je anders nooit had gemaakt.

Toch leidt onzekerheid lang niet altijd tot iets goeds. Toen ik nog studeerde aan de Rietveld was ik bijna de hele tijd onzeker over wat ik maakte. En vaak ook terecht – je moet eerst heel veel dingen maken die niet werken, voordat je erachter komt wat wel werkt. Zoals zoveel mensen op de kunstacademie had ook ik een fase waarin ik experimentele naaktportretten van mezelf in moeilijke poses maakte. Ik was daar toen best onzeker over en als ik nu naar die foto's kijk ben ik enorm blij dat die onzekerheid me ervoor heeft behoed om meer van dit soort pathetisch werk te maken.

De modellen met wie ik het best bevriend ben geraakt

Kim en Paul. Kim ontmoette ik toen ik had bedacht dat ik verslaafden in mijn eigen huis wilde fotograferen. Ik dacht: leuk, iedereen is bang voor hen, laat ik ze in mijn eigen privé-omgeving fotograferen. Uiteindelijk vond ik Kim voor de Albert Heijn en kreeg ik haar na lang aandringen zover. Eenmaal in mijn huis bleek het niet gewoon een verslaafde te zijn, maar een meisje met een eigen naam, persoonlijkheid en met allerlei dromen. Zo wilde ze altijd al fotomodel zijn, maar raakte ze al zo jong aan de drugs dat het er nooit van is gekomen. Dat maakte zo'n indruk dat ik na een jaar besloot om haar weer op te zoeken. Ze bleek afgekickt en we besloten haar droom in vervulling te laten gaan en een echte modeshoot te doen, met visagie, styling, licht en alles.

Inmiddels zie ik haar een aantal keer per jaar. Ik ben zelfs een keer met haar en haar vriend Paul op vakantie geweest naar een vijfsterrenhotel in Oostende. Dat kwam omdat Kim vertelde dat ze nog nooit op vakantie was geweest en ik net de Charlotte Kohler-prijs had gewonnen (en dus even veel geld had), en ik bovendien dacht dat haar droomvakantie voor mij wel eens een droomfotoreeks kon zijn.

Mijn grootste schuldgevoel dat ik heb overgehouden aan een werk

Toen ik net begon met fotograferen deed ik me nog wel eens anders voor om ergens binnen te komen. Uiteindelijk raakte ik dan helemaal verstrikt in het verhaal dat ik aan de mensen vertelde, wat botste met mijn eigenlijke doel: foto's maken van mensen. Ik kan er niet te veel over in detail treden omdat ik het idee heb dat als die mensen zich in het verhaal herkennen, ze zich verschrikkelijk gekwetst kunnen voelen. Die foto's heb ik ook nooit naar buiten gebracht. Je moet altijd duidelijk zijn over je rol als fotograaf/kunstenaar.

In iets mindere mate voelde ik me ook schuldig toen ik een tijdje in een geestelijk gehandicaptencentrum in Ghana woonde. Daar fotografeerde ik de kinderen met een soort aureool die ik zelf had gemaakt van bladeren. Op een gegeven was er een meisje dat nog nooit had gepraat en toen ze ging zitten leunde ze zo met haar rug tegen de muur, dat het rotsblok dat ik op een muurtje had gelegd om de krans op zijn plek te houden naar beneden viel. Op haar hoofd. Ze viel op de grond en begon te huilen; bloed stroomde uit haar hoofd. Uiteindelijk heeft ze er niet meer aan over gehouden dan een paar schrammen, maar ik heb daar wel een aantal nachten wakker van gelegen.

Het werk dat me het meeste kritiek heeft opgeleverd

Tot mijn verbazing was dat een reeks die ik over de Masai heb gemaakt. De Masai, een stam in Kenya en Tanzania, worden al sinds de uitvinding van de fotografie hetzelfde gefotografeerd: springend in rode doeken in de natuur. Altijd traditioneel. Ik heb zelf een tijdje in Dar-Es-Salaam gewoond en daar zag ik ook Masai, maar die zagen er nooit zo uit als op de foto's. Ik zag rapper-Masai en zakenman-Masai, Masai met rode doeken waaronder ze de nieuwste Nikes droegen en Masai die in hun uitgerekte oorgaten hun mobiele telefoon droegen. Maar in de beeldvorming rondom de Masai wordt alles wat modern is vakkundig weg gefilterd, terwijl ze zich steeds moderner gedragen.

Ik ben toen samen met zeven moderne stads-Masai gaan kijken hoe zij gefotografeerd wilden worden. Zo heb ik een boek gemaakt met nieuwe voorstellen om de nieuwe Masai te fotograferen.

Dat boek werd door de belangrijkste fotografiesite van de wereld, het New Yorkse Aperture.org, aangehaald als voorbeeld hoe westerse fotografen nog steeds een soort neokolonialisme in stand houden.

Advertentie

De schrijver betoogt dat door dit soort boeken het nog steeds de westerse blanken zijn die vanuit hun framewerk de zwarte Afrikanen kaderen en de beeldvorming van Afrika bepalen. Daar heeft hij natuurlijk een punt. Al vind ik niet de oplossing dat westerlingen geen werk meer mogen maken met en over mensen uit Afrikaanse landen. Ik denk dat iedereen werk over iedereen mag maken, maar dat het voor de balans wel heel goed zou zijn als ook veel meer Afrikaanse fotografen de kansen krijgen om werk te maken dat gezien wordt.

Een uitgebreid antwoord op die kritiek kan je trouwens lezen op de Londense fotografiesite American Suburb X.

Het werk waar ik het meest depressief van werd

Gek genoeg werd ik het meest depressief toen ik in het geestelijk gehandicaptencentrum in Ghana zat. In het begin was ik er zielsgelukkig en voelde ik me er zo verschrikkelijk thuis dat het bijna beangstigend werd. Ik had een fijne hut, stond op met het geluid van ezels en de hele dag was ik omringd door de meest lieve en grappige en ontroerende geestelijk gehandicapten, die onophoudelijk op mijn schoot wilden klimmen. Ik dacht: waarom gaat niet iedereen hier op vakantie? Want je kan er ook echt gewoon een hut huren als toerist.

Maar hoe langer ik bleef (ik zat er bijna een maand), hoe meer ik merkte dat me niet lukte wat me bij de meeste andere modellen wel lukte: een echte verstandshouding creëren. Die mensen kwamen weliswaar heel vaak knuffelen, maar ze renden ook zo weer weg als ze daar zin in hadden. Het klinkt misschien een beetje triest, maar ik voelde me buitengesloten tussen de geestelijk gehandicapten. Het frustreerde me dat ik niet één van hen kon worden – zo erg dat ik er dus echt depressief van werd.

De modellen waartussen ik me het meeste thuis voelde

Samen met modeontwerper Duran Lantink deed ik het project Sistaaz of the Castle, rondom de transgender sekswerkers in Kaapstad en hun fabuleuze looks. Ze wonen bijna allemaal onder een brug in het centrum, vlakbij het kasteel. Daar maken ze het gezellig met zelfgemaakte mobiele tuintjes: planten die ze in voetballen of schoenen stoppen. Soms hingen we hele dagen met ze onder de brug en dat was zo gezellig dat ik het nu helemaal geen raar of vervelend idee zou vinden om ook als transgender sekswerker onder die brug te leven.

Mijn meest mislukte werk ooit

Veel werk uit het geestelijkgehandicaptencentrum in Ghana was op zichzelf niet heel goed. Met Afrikaanse kinderen wordt het toch heel snel een beetje Unicef, zo'n foto. Uiteindelijk werkten de foto's pas toen ik ze in mijn film Me & My Models mixte met al mijn andere series. Op zichzelf was het gewoon niet goed genoeg.

Ook een gemiste kans was toen ik op het strand aan Ghana aan de praat raakte met een prostituee die vertelde dat ze bang was voor slangen. Direct daarna kwam er een man aan die een slang bij zich had waarmee je op de foto kon. Ik kreeg haar uiteindelijk zover om met die slang op de foto te gaan. Ik had goud in handen, maar ik heb er zo'n saaie, slechte foto van gemaakt dat ik toch wel even heb nagedacht of ik niet beter dakdekker van beroep kon worden.

Het gevaarlijkste dat ik ooit heb meegemaakt, tijdens het maken van een werk

Op zich heb ik me nog nooit onveilig gevoeld met een van mijn modellen. Niet dat het allemaal lieverdjes zijn, maar juist omdat ik altijd de meest badass-mensen probeer te vinden. Als ik dan bevriend ben met hen voel ik me altijd extra veilig.

Wel ben ik een keer gedrogeerd en van mijn laptop beroofd in Tanzania. Veel mensen hadden me gezegd dat het als jongen niet echt een goed idee is om met andere jongens te daten in dat land, maar ik dacht: ach, ik ben er nog altijd zelf bij. Ik koos op de een of andere manier de meest onbetrouwbaar ogende jongen – eentje met een auto als profielfoto – en liet die naar mijn huis komen op de enige dag dat mijn beveiliger er niet was. Hij was trouwens verschrikkelijk knap. We dronken thee en vervolgens werd ik tien uur later wakker en was mijn laptop weg. Maar ik had wel mijn iPhone verstopt toen hij kwam, dus ik kon nog met hem whatsappen. Vervolgens raakte ik geobsedeerd door het idee of ik mijn laptop terug kon krijgen. Ik heb de Tanzaniaanse politie omgekocht en uiteindelijk wist ik alles over mijn laptopdief. Ik heb toen hele valstrikken opgezet, met valse facebookpagina's en zo, om hem er opnieuw in te luizen. Zonder resultaat overigens, want hij was al lang weer terug in Nairobi, in Kenia, terwijl ik in Tanzania zat.

Advertentie

Mijn vrienden vonden dat ik toen een beetje tegen de rand van het krankzinnige aanzat, wat ik ook wel begrijp. Maar binnenkort ga ik naar Nairobi en dan vind ik het toch moeilijk om niet even langs te gaan. Mijn assistent daar is namelijk de voormalig bodyguard van een drugsdealer, dus die zou me kunnen assisteren, maar ik heb m'n vrienden beloofd dat ik me zal inhouden.

Het werk dat ik het liefst aan de koning zou willen verkopen

Ik heb een reeks gemaakt van de 'Sweet Crazies' in Ethiopië. Een groep dakloze mannen met getroebleerde geesten die er allemaal zo koninklijk uitzagen. Met zelfgemaakte stokken en prachtige doeken die ze als mantels om zich heen droegen. Ik denk dat Willem-Alexander wel wat kan leren van hun skills om er met niks zo koninklijk uit te zien. Ik bedoel, Willem-Alexander heeft alle middelen om er als een superkoning uit te zien, maar hij doet er vrijwel niks mee.

Een overzichtstentoonstelling van het werk van Jan Hoek zal te zien zijn in Stedelijk Museum Schiedam vanaf 5 juni