Levenslessen en ontroering op een veiling van robodinosaurussen

Levenslessen en ontroering op een veiling van robodinosaurussen

In Friesland was een bezichtiging van enorme bewegende nepdino's georganiseerd voor potentiële kopers. Ik ging erheen met de vraag: wie koopt zoiets?
17.5.17

Wie houdt er niet van dinosaurussen? Weinig mensen maar. Dus toen bekend werd dat deze week, in het Friese Surhuisterveen, zo'n vijftig realistische dinorobots uit China zouden worden tentoongesteld voor potentiële kopers, aarzelde ik geen moment. Ik ging. Het waren eenvoudige vragen waarmee ik vertrok: Wie wil er een robodino kopen, en waarom? Zou ik met die vragen iets wezenlijks kunnen leren, of beleven? Jazeker.

Surhuisterveen was verder weg dan ik dacht. Na 3,5 uur reizen stapte ik wat wankel uit de bus. Ik wandelde de 500 meter naar de aangegeven locatie. Bij de bloemist om de hoek hoorde ik een luid gegrom. Het zouden toch niet… dacht ik. Maar het zouden wel! Het was het vreselijke oergeluid van hartstikke grote dinorobots! Om over mijn verlegenheid heen te komen vroeg ik de vrouw in bovenstaande foto wat ze hier deed.

"Ik ben Riekje!" zei ze, "en ik kom naar de dino's kijken!" "Ja!" zei ik enthousiast. "Ja!" zei Riekje. Ik merkte dat ik niet echt een heel prangende vraag paraat had. "Heb je Jurassic Park gezien?" vroeg ik. Daar moest ze even over nadenken. Ze had er weleens van gehoord. "Wie zou nou zo'n dino willen hebben?" vroeg ik. "Winkeliers, denk ik. Het trekt toch mensen aan he," zei ze. "En kinderen," voegde ze eraan toe, misschien ingegeven door mijn aarzelende houding. Ik knikte.

Haar vriendin stond met haar handen op de heen en weer bewegende buik van een dino te rusten. "Het lijkt echt of-ie in- en uitademt", zei ze. "U lijkt op Alan Grant in Jurassic Park!" zei ik. "Die heb ik niet gezien," zei ze. "Hoe heet u?" vroeg ik. "Saakje Couperus," zei ze. "Familie van?" vroeg ik. "Ja!" zei ze. "Dat vind ik nou eens heel leuk om te horen mevrouw," zei ik, want ik vond dat heel leuk om te horen. "Ik heb laatst De stille kracht nog gelezen met mijn boekenclub," vertelde ik. "Ik heb een boek over de familie Couperus geschreven. Kom zo maar langs, dan laat ik het zien," zei ze. We wisselden informatie uit en namen afscheid als goede vrienden.

Een man van Hart van Nederland stond shots te draaien van de dino's. COLLEGAATJE, dacht ik, en ik vroeg hem wat hij hier deed, en of hij het hartstikke leuk vond. "Het is net als ieder ander item draaien," zei hij.

De Hart van Nederland-crew filmden de eigenaar van het bedrijf Hydraram, Peter Wassenaar. Ik keek en luisterde, en ze stelde adequate vragen. Hoe hij aan die dino's kwam, wat voor mensen er op de dag afkwamen, dat soort werk. "Vindt u het leuk om te doen vandaag?", vroeg ik aan de interviewer. "Ja, hartstikke leuk, haha", zei ze. "We draaien een prachtig visueel item."

"En heeft u iets nieuws geleerd?" vroeg ik toen. "Nee," zei ze. Het maakte me vastberaden zelf wél iets te leren.

Een meisje dat onder geen beding op de foto wilde (ik heb haar iPad maar gefotografeerd) zei dat ze voor het veilinghuis werkte. We konden het goed vinden. "Wie zijn nou de mogelijke kopers?" vroeg ik. "Nou, we hebben mensen langs gehad die voor pretparken werken, bioscopen, marketingbureaus, noem maar op." Eindelijk leerde ik iets. Maar dit verhaal had meer diepgang nodig.

Deze vrouw keurde de dino-robots alsof ze ging kopen. "We hebben een bedrijf hier in de buurt", zei ze. "Staalbouw. Daar kunnen ze misschien op het terrein staan."
"Wat heeft u met dino's?", vroeg ik.
"Mijn zoon was al door het dinosaurusvirus gegrepen vóór de Jurassic Park-films een hype werden", zei ze met vleugje hipstertrots.

"Wat is de droom?" vroeg ik. "De droom?" vroeg ze. "De droom in het leven," zei ik. "Samen oud worden met mijn man," zei ze. "Allemaal vrienden om ons heen gaan dood aan kanker. Het leven is kort hoor. Het is later dan je denkt. Mijn moeder is drie weken geleden overleden, nou dan besef je je dat allemaal." Ik knikte. "Mijn moeder overleed vlak voor háár pensioen," zei ik. "Ach, is 't waar?", zei de vrouw. "Het is waar", zei ik. Ik vroeg nog om een levensles, wat al met al een vraag van het kaliber 'vertel eens een mop' is, maar ze had toch gewoon een antwoord: "Respect hebben voor anderen. Dat is heel belangrijk."

Het werd tijd om zelf de initiator van deze dag te spreken, Peter Wassenaar. Hij vertelde dat hij de dino's uit China had geïmporteerd, na eerder enkele grote Transformers van hetzelfde bedrijf te hebben geshowcased. Hydraram, zijn bedrijf, levert onderdelen voor hydraulische sloopmachines, dus dit soort robots zijn voor hem vooral promotioneel interessant. Dino's vond hij prachtig door de "gruwelijkheid, de grootte en de oerheid van die beesten".

Het ging hem dan ook niet per se om winst maken. "Je neemt een risicootje als je zoveel van die dingen importeert, maar break even draaien was voor ons genoeg. Afgelopen zaterdag hadden we in het dorp enkele dino's in de hoofdstraat weggezet, het zag zwart van de mensen. Was fantastisch voor de kinderen." Ik knikte, ik mocht hem. "Soms is het gewoon fijn iets voor de mensen te doen. Iets voor de gemeenschap," zei Peter. "Kom op de foto", zei ik. "Zijn dat je vrouw en kinderen?" Hij knikte. "Kom, ik zet jullie allemaal op de foto." Ik wilde dat ze goed op de foto zouden staan. Dit was het beste wat ik kon doen. "Bedankt Peter," zei ik. Ik weet niet precies waarom ik zo emotioneel was.

Ik dacht: ik moet die dagjesmensen ook nog wat beter vastleggen. Wat brengt hen hier? Marcus was zo'n dagjesmens. Hij vertelde dat hij het evolutieverhaal best kon rijmen met het scheppingsverhaal. In de baptistenkerk waar hij heen ging had hij een keer gehoord dat bepaalde passages in de Bijbel zelfs naar dino's lijken te verwijzen. Ook Marcus vroeg ik om een levensles. Hij zei: "Als je ervoor open staat, kan je makkelijk met anderen in contact treden. Velen zijn er klaar voor. Mensen zitten soms zó vol met dingen."

Op een gegeven moment had ik het gezien. Kinderen waren heerlijk aan het spelen, een paar potentiële kopers wandelden nog rond, ik had zelf op een dino gezeten. Ik had geleerd wat voor mensen dino's wilden kopen en waarom. Ik was dus klaar. Maar niet helemaal: ik dacht aan mevrouw Couperus. Ik belde haar op, en ze kwam op de fiets naar me terug.

We hebben een stukje gewandeld en kwamen snel tot elkaar. "Dit is een prachtige hebe!", zei ze, over deze plant. "Wat is een hebe?" vroeg ik. "Een plant," zei ze. Ze vertelde dat ze veertig jaar voor haar psychotisch-depressieve man had moeten zorgen. "Heb je nooit aan scheiden gedacht?" vroeg ik. "Nee," zei ze, "want ik geloof ook niet dat hij mij had verlaten als het omgekeerd was. Maar makkelijk was het niet. Hij is drie jaar geleden overleden." Ze vond het jammer dat er nog zo'n taboe op geestelijke gezondheid rustte, vertelde ze ook nog toen we verder wandelden. Bij een boekhandel vroeg ik of het een goede boekhandel was. "Wat kan ik ervan zeggen?" vroeg ze. "De waarheid," zei ik. "Ik geloof niet dat die eigenaar zo van mij houdt," zei ze toen. "Wie kan er nou niet van jou houden?" vroeg ik.

Toen dronken we wat op het terras. Saakje Couperus vertelde over haar familie, dat ze het hele boek in twee jaar had geschreven, en dat ze in die tijd eigenlijk toch wel veel vrienden was verloren. "Waarom?" vroeg ik. "Omdat mensen verder gaan met leven," zei ze. "Je valt snel buiten sociale kringen hoor." Saakje vertelde verhalen over haar ouders, dat haar vader nog Provinciale Staten-lid was voor de partij van Boer Koekoek, dat ze Joodse onderduikers hadden in de oorlog, en dat niemand weet of zij het hebben overleefd. "Rudie en Jopie heetten ze, maar meer weet ik niet."

"Staan er dinosaurussen in het boek?", vroeg ik, want ik had iets nodig om dit verhaal naar de dino's te trekken. "Nee," zei ze. Dat was dan ook wel best. Ze gaf me een zoen en ik ging terug naar Amsterdam. Uiteindelijk snakken we allemaal naar echt contact. Als dat via nep-dinosaurussen moet dan zij het zo. Veel dingen zijn een excuus voor iets anders.