FYI.

This story is over 5 years old.

De wondere wereld van dierlijke genitaliën

Nederlands evolutionair bioloog Menno Schilthuizen duikt in de onderbroek van de natuur.
5.5.14

Copulerende eenden. Afbeelding: Shutterstock

De kans is heel groot dat je ondertussen wel gebotst bent op de verassend helse wereld van eendenseks. Zo niet, dan is hier het belangrijkste dat je moet weten: mannetjeseenden, die een knokige schroefdraadpenis hebben, zijn serieuze verkrachters. In de loop van de tijd hebben vrouwtjeseenden een rondwentelende vagina ontwikkeld die het moeilijk maakt voor mannetjes om ze volledig te kunnen penetreren. Dit is een lichtend voorbeeld van seksuele, elkaar bestrijdende, co-evoluties. Afhankelijk van je aanleg is dit aanstootgevend genoeg om meer te willen weten over de wondere wereld van dierlijke genitalieën, of juist weer afschrikwekkend genoeg om je er aan te ontrekken.

Val je in de eerste categorie, dan gaan we een fortuinlijke tijd tegemoet. In plaats van dat je je door een grote stapel van obscure wetenschapsbladen heen moet worstelen kunnen geïnteresseerden nu een makkelijk te behappen tekst tot zich nemen. De bijbel heet Nature’s Nether Regions en de god die dit wezen ter aarde heeft gebracht is de Nederlandse evolutionair bioloog Menno Schilthuizen.

Menno’s boek neemt een diepe duik in de wetenschap van genitaliën en in die duik zit ook nog eens een selectie van de meest verfijnde en meest wetenschappelijk accurate sexgrappen. Humor, vertelde hij me, is een geweldig middel “om mensen wat langer over een bepaald onderwerp te laten nadenken, op een iets andere manier,” maar dat betekent zeker niet dat Menno zijn onderzoeksonderwerp niet serieus neemt.

De ongekende diepte van beschrijving die hij biedt wanneer hij uitleg geeft over de tapevormige genitalia van de mannetjes-Aleochara tristis-kever of een selectie van vrouwtjesinsecten of de “langslakzwans” (zijn woorden, niet de mijne) is genoeg om te bewijzen dat zijn interesse het guitige overstijgt. Soms voelt het zelfs als een zondvloed van details - een beetje te veel, een beetje te verstikkend. Maar het dient allemaal een groter doel, zijn onderzoek draagt bij aan een beter begrip van de evolutie.

Twee weken geleden belde ik Menno om hem een aantal prangende vragen te stellen die ik had nadat ik zijn boek had gelezen. Ons gesprek is enigszins aangepast en gecondenseerd.

MOTHERBOARD: Wat zegt de ethiek rond het dwingen van dieren en insecten om met elkaar te paren voor wetenschap? Toen ik het boek las, was ik verbaasd door het type experimenten die wetenschappers moesten uitvoeren om dierlijke en insectengenitalieën te bestuderen.

Schilthuizen: Nou, ik werk zelf niet met dieren die onder enige regelgeving vallen. Voor mensen die werken met zoogdieren en vissen en reptielen is de ethiek die in dat soort experimenten gemoeid zijn, gevat in regels die je als onderzoeker moet opvolgen, waarvoor je weer een opleiding nodig hebt en papierwerk voor moet ondertekenen, etcetera. Dit geldt dus niet voor mensen zoals ik, die werken met insecten en slakken. Dit betekent echter niet dat er geen ethiek bij komt kijken. Zelfs als er geen officiële regels zijn, moet je alsnog nadenken over wat je met een dier doet om iets over ze uit te vinden wat de moeite waard is. Wanneer je bezig bent met hun seksualiteit is er een extra laag waar je over na moet denken. Het is altijd goed om te proberen jezelf in hun positie te plaatsen [lacht] en te zien wat ze zouden kunnen ervaren. Natuurlijk, het is heel moeilijk en, natuurlijk, is dat de reden waarom we deze regels hebben en we ze toepassen op gewervelde dieren.

Maar niet op ongewervelden, wat erg kunstmatig is. Het is dwaas om te denken dat insecten of slakken geen pijn, plezier en ongemak ervaren. Ze overleven door te ontsnappen aan situaties waarin ze pijn ervaren, dus het is dom om te denken dat ze het niet voelen.

Dan is het een kwestie van balans of je besluit om op een parend paar slakken freezing spray te spuiten of niet. De waarde van het experiment, ondanks dat je je realiseert dat je ze pijn doet, weegt hierin ook mee. Hoe belangrijk is het en hoe waarschijnlijk is het dat we iets over ze te weten komen dat we belangrijk genoeg vinden om te weten?

Er is een flagellum in de penis van de mannetjes kortschildkever. Het rolt zich op en wikkelt zich af als een soort meetlint, volgens Menno.

In hoeverre hebben de discussies over gender en seksualiteit van de sociale wetenschappen een effect op wat je doet in je werk?

Dat is een moeilijke vraag. Er wordt vaak gedacht of aangenomen dat de beelden over gender en seksualiteit in de sociale wetenschappen gescheiden zijn van biologie. Seksueel gedrag in dieren en mensen is verre van onbeweegbaar. Als je een bioloog zou vragen wat een mannetje en wat een vrouwtje is zou je misschien verwachten dat hij/zij een heel technisch antwoord geeft. Maar de waarheid is dat er vrij weinig consensus bestaat over wat een mannetje of een vrouwtje maakt in de biologie. Het gaat er deels om of ze sperma of eieren produceren, maar dat zegt op zichzelf niet veel over hoe ze zich zullen gedragen.

Het voorbeeld van een insect waarbij de vrouw organen had die leken op een penis verscheen twee weken geleden. Het ging om een grotinsect waarbij de vrouwtjes een gynosoom hadden waarmee ze de man penetreerden en zijn spermapakketje binnenhaalden. Dus ondanks dat het mannetje nog steeds sperma produceert en het vrouwtje nog steeds eitjes maakt, zijn de seksrollen omgedraaid in de zin dat het mannetje de kostbare middelen heeft en de vrouwtjes met elkaar moeten strijden om toegang tot de mannetjes te kunnen krijgen.

Je realiseert je er door dat in de natuurlijke wereld, man- of vrouwzijn niet veel te maken heeft met het soort organen dat je hebt. Het heeft meer te maken hoeveel je investeert in je nageslacht. Er is daar over het algemeen een soort asymmetrie, de ene sekse inversteert minder dan de andere sekse. Maar bij deze grotinsecten is het andersom. Het is het mannetje dat het meest investeert omdat hij het spermapakketje produceert dat het vrouwtje nodig heeft.

Het maakt je er van bewust hoe plastisch en hoe dynamisch seksrollen zijn en ook hoe variabel ze kunnen zijn binnen een soort. Wanneer het evolueert, moet er variatie zijn.

Was je opgewonden om overal het nieuws te zien over de vrouwtjes grotinsect met een “penis?”

Ik zou niet zeggen dat ik opgewonden was. Toen ik het voor de eerste keer hoorde, wist ik dat het veel opgepikt zou worden. Maar, tegelijkertijd was ik een beetje beducht. De wetenschap eromheen is in een zeer anekdotische, fragmentarische manier gerapporteerd. Er lijkt geen grondig kader te zijn in de verslaglegging over sekse in dieren om het in een context te kunnen plaatsen. Bijna al de mediaverslagen die ik zag hadden dezelfde vorm, namelijk, ‘Hey, er is dit vreemde insect… kijk naar wat ze doen en laten we ons voorstellen hoe het zou zijn als we op die manier zouden moeten leven.’

Er is een paar keer per jaar een nieuwsverhaal over een ontdekking rond de seksorganen in dieren, denk ik. En ze nemen altijd deze anekdotische vorm aan. Dat is begrijpelijk, maar het laat ook zien dat, met het algemene publiek en zelfs met wetenschapsverslaggevers, er geen gepopulariseerd kader bestaat… zelfs ondanks dat er de afgelopen twintig jaar een denkraam is ontwikkeld door wetenschappers die op dit gebied werken. Als je het ziet als een investering, dan is het veel makkelijker om te begrijpen hoe deze dingen evolueren in plaats van dat je alleen de wilde factor gebruikt om deze ontdekking te promoten.

De vrouwtjes zebravink valt op de mannetjes zebravink omdat hij een mooie kroon op zijn hoofd heeft. Maar de kroon was er opgelijmd door de onderzoeker.

Je beargumenteert in de eerste sectie van je boek dat we allemaal een soort van gefascineerd zijn door genitaliën, maar het is nog steeds taboe om er over te praten op een bepaald niveau. Is er iets taboe in dit taboe-gebied?

Het gebied groeit. Meer en meer onderzoeksgroepen op verschillende universiteiten rond de wereld beginnen met projecten over het begrip van de evolutie van genitaliën. Maar tegelijkertijd, wanneer je kijkt naar het werk dat is gedaan bij primaten en mensen, zie je dat het meeste in de vorige eeuwen is gedaan.

Maar weinig mensen durven experimenten te doen met mensen en apen. Een deel van de reden zou natuurlijk kunnen zijn dat de ethische regels strenger zijn geworden als het gaat om het werken met dieren of zelfs mensen. Maar ik denk dat er wel een soort taboe heerst. Misschien zijn het de weerszijden van dezelfde munt.

Wat denk jij dat het meest onbegrepen ding is over genitaliën?

Dat ze functionele organen zijn, net zoals een lever of nier. Ik denk dat wanneer je mensen vraagt waar genitaliën voor bedoeld zijn, ze zullen zeggen, ‘nou, het is een orgaan dat sperma vervoert wanneer het een penis is en het is een orgaan om sperma te ontvangen wanneer het een vagina is,’ of wat voor definities je ook gebruikt voor het dier waar je naar kijkt. Het is waar, maar dat verklaart al de diversiteit niet. Wanneer je kijkt naar de nier van een aantal zoogdieren zien ze er allemaal bijna hetzelfde uit. En wanneer je kijkt naar de penissen en vagina’s van een aantal zoogdiersoorten, zien ze er allemaal heel verschillend uit. Dat vertelt je dus al dat het niet simpelweg alleen om de aardse functies gaat. Er is veel meer aan de hand. Ik denk dat mensen nog niet geleerd hebben om zo over genitale organen te denken en biologie begint de aandacht er nog maar net op te vestigen.

Doolhofachtig: waar een variateit van vrouwtjes insecten hun eieren verstoppen.

Prima. Wat denk je dat het meest onbegrepen facet is bij de mensen die genitaliën bestuderen?

Nou, ik zou zeggen dat de algemene reactie die je van het publiek krijgt, wanneer ze horen over je als een serieuze, publiek-gesubsidieerde wetenschapper die zoiets sulligs bestudeert als de genitaliën van kleine insecten, dat je wel een perverseling moet zijn om zoveel tijd te besteden aan iets van die aard. Ze zouden kunnen denken dat het een uiting is van een rare, verdrongen obsessie. Wat het niet is. Aan de ene kant, net als iedereen, zijn biologen gefascineerd door seks, maar daarbovenop denk ik dat vooral biologen zich realiseren dat reproductie en seks zo’n belangrijke rol spelen in de evolutie. Wanneer je echt de evolutie wilt vatten, als het ware, dan moet je kijken naar wat er gebeurt met die reproductieve organen. Dat is waar sexuele evolutie het meest krachtigst is. En ik denk dat dit de voornaamste reden is waarom we doen wat we doen.

Bedankt Menno.