Advertentie
Drugs

De twee gezichten van Steve-O

"Mensen denken vaak dat ik echt een lul ben. Misschien moet ik m'n best gaan doen om aardiger over te komen."

door Joe Bish
08 december 2016, 3:51pm

Alle foto's door Jake Lewis

Steve-O blaast schaamhaarrook in m'n gezicht. Hij heeft een vers geschoren pluk van zijn schaamhaar tussen z'n pink en ringvinger geklemd, en z'n vermoeide tourmanager zover gekregen om het aan te steken. Hij zuigt de rook gretig uit het gat van zijn vuist. Ik krijg spontaan hoofdpijn van de penetrante geur van verbrand haar.

Het is een trucje dat werd geopperd door een fan van Steve-O, maar in de fanversie is het wiet dat je uit het vuistje rookt. Steve-O drinkt niet en gebruikt geen drugs meer, dus moet-ie het doen met schaamhaar. Hij heeft mij z'n telefoon gegeven, en vraagt me om het te filmen voor Snapchat, om de fans te geven wat ze willen. Een paar uur later zal hij het podium beklimmen in Liverpool om de show op te voeren waarmee hij door Europa tourt.

De show is een mengelmoes van anekdotes, circusacts en entertainment. De verhalen van gebroken botten en arrestaties worden afgewisseld met balanceeracts, een beetje naakt, en een act waarin mensen uit het publiek fungeren als tafel. Het is een erg klassieke vorm van amusement – een variatie op vaudeville of cabaret – die in contrast staat met Steve's obsessie met sociale media.

"Ik denk veel na over [mijn sociale media] en hoe ik meer volgers kan krijgen," zegt hij. "Ik pieker daar veel meer over dan nodig is. Het voelt alsof je constant in beweging moet blijven, weet je? Om het allemaal bij te benen. Wat ga ik doen om m'n mezelf in de kijker te spelen en m'n imago hoog te houden?"

Het imago van Steve-O is redelijk simpel. Steve-O (echte naam Stephen Glover) hoort bij de top drie sterren van de stuntende megaliet Jackass, samen met aanvoerder Johnny Knoxville en pafferig probleemkind Bam Margera. Hij was altijd de extreemste – degene die het meest bereid was zichzelf in gevaar te brengen, zichzelf te vernederen, zich te laten onderpissen, onderschijten, en onderkotsen. Maar thuis is dit extreme personage een stuk minder aanwezig.

Na een lange en gevaarlijke driehoeksverhouding met drugs en drank – de onderwerpen van de grappigste en spannendste verhalen in zijn show – is Steve-O nu broodnuchter. En hij is bang dat de realiteit daarvan een teleurstelling zou zijn voor zijn fans.

"Hoe ik mijn dagen thuis doorbreng, zou een enorme teleurstelling zijn voor de mensen die me zien als die wilde maniak van Jackass," zegt hij. "Ze zouden zoiets hebben van: 'Wow, het is fucking saai!' [lacht]. En dat vind ik ook prima – ik leef een dubbelleven, zoveel is zeker. In mijn privéleven ben ik een stuk verantwoordelijker...Ik heb mensen weleens horen zeggen dat ik in het echt veel aardiger ben dan ze verwachtten. Daar word ik af en toe wel echt gek van. Mensen gaan ervan uit dat ik een eikel ben; mensen denken dat ik echt een lul ben, weet je? Daar word je ook nerveus van. Misschien moet ik m'n best gaan doen om aardiger over te komen."

Dit verbaast me, want ondanks al z'n capriolen voor de camera komt Steve-O nooit over als een slechte gast. Hij is altijd sympathiek, de archetypische stoner, altijd aan het lachen op zijn karakteristieke manier. Als hij lacht wordt z'n smalle gezicht verwrongen tot een combinatie van de theatermaskers van komedie en tragedie – verdrietige ogen en een brede grijns. Deze dualiteit lijkt de kern van zijn persoonlijkheid te zijn. Als hij niet aan het schaterlachen of zijn eigen schaamhaar aan het roken is, is hij bedachtzaam en kiest hij zijn woorden zorgvuldig. Maar dat is misschien ook niet zo gek voor een man van 42 die het allemaal weleens heeft meegemaakt. Toch is het makkelijk om te vergeten dat hij en de rest van de cast van Jackass geen jonge skaters meer zijn, omdat ze zich grotendeels nog wel zo gedragen. Sommigen van hen verlangen terug naar die hoogtijdagen, maar Steve-O is niet zo nostalgisch ingesteld.

"Hoe ik het zie, is dat zoiets nooit eerder is gebeurd, en ook nooit meer zal gebeuren. Ik denk dat het verkeerd zou zijn om daar niet beschermend over te zijn," zegt hij. "Maar tegelijkertijd is het feit ook dat we het lot enorm tartten. Ik kan het bijna niet aanzien als Knoxville voor een stier gaat staan. Je ziet het aan me in de films – ik vind het gewoon niet oké, man. Persoonlijk voel ik me niet echt verantwoordelijk voor alle dingen die ik doe met haaien, maar 't is allemaal één pot nat. We zijn allemaal ver genoeg gekomen – om Knoxville voor een stier te zien springen en in een rolstoel te eindigen...dat zou echt verschrikkelijk zijn. Maar een Jackass-film waarin hij niet voor een stier gaat staan, zou echt een anticlimax zijn!"

Behalve dat hij niet wil dat z'n vrienden gewond raken, wat misschien het soort gevoeligheid is dat met de jaren komt, heeft Steve-O het gevoel dat een grote reünie alle moeite die hij heeft gedaan om solo iets op te bouwen teniet zou doen. "Ik wil bijna niet dat er nog een Jackass-film komt omdat ik zo hard heb gewerkt om mijn eigen momentum te creëren, en om een achterban op te bouwen en een carrière te hebben buiten Jackass....Daar wil ik verder mee gaan," zegt hij. "Maar ik zou nooit iets Jackass gerelateerds afwijzen."

Voordat het interview begon, haalde Steve-O een verkreukelde waterfles met een bruingele vloeistof erin tevoorschijn. Het is, uiteraard, urine. Steve-O's urine. Zijn eigen urine, die hij kreeg van een dertienjarige fan bij zijn show in Londen. En wat doe je met urine die je krijgt van een dertienjarig jochie? Natuurlijk: testen op drugs.

Steve-O haalt vrolijk een drugstestkit tevoorschijn en giet de pis voorzichtig in een bekertje, terwijl een vriend van hem het hele gebeuren filmt. "Als dit echt mijn pis is, dan zitten er zeker drugssporen in," zegt hij. De resultaten zijn helaas negatief. Steve-O lijkt even teleurgesteld. Als rasentertainer heeft hij het gevoel dat hij op de een of andere manier z'n publiek teleur heeft gesteld doordat er geen sporen van coke en wiet in z'n jarenoude pis zaten.

"Ik ben altijd al een enorme aandachtshoer geweest, weet je?" zegt hij. "Van jongs af aan was het altijd al van: 'Kijk mij! Kijk mij!' Ik had vanaf het moment dat ik geboren werd al ongelofelijk veel behoefte aan aandacht, lijkt het wel. Het idee van beroemd zijn is gewoon zo aantrekkelijk en magisch voor me, want, wow, deze mensen krijgen alle aandacht die ik altijd al wilde! Dus ik denk dat de aantrekkingskracht van beroemdheid voor mij sterker is dan voor anderen, en ik er gevoeliger voor ben."

Zoals bij velen die smachten naar aandacht – en in zekere zin, naar liefde – wordt Steve-O geplaagd door onzekerheid over zijn succes, hoe hij verder kan komen, en of iemand nog wel zit te wachten op wat hij te bieden heeft. Hij zegt dat hij zich zorgen maakt over een film die hij wil maken, en of het iemand nog wel iets kan schelen.

"Misschien ben ik niet groot genoeg om een fucking grote film te hebben, en misschien heb ik mezelf wel gewoon in deze fucking film gestort en gaat er niets gebeuren, en word ik niet gelanceerd naar een of ander hoger niveau van succes," zegt hij. "Misschien is er geen hoger niveau van succes, misschien is dit het gewoon, en blijft het zo een beetje door kabbelen, en heb ik binnenkort niet meer de potentie die ik heel lang had. Ik fantaseer weleens over met pensioen gaan, maar ik weet dat ik zou doordraaien en depressief zou worden als ik dat echt deed. Ik wil geen einddoel bereiken. Ik wil actief blijven en altijd ergens naar blijven streven. Ik wil niet ergens arriveren."

Maar zelfs als hij geen groter mainstream succes behaalt, voelt het alsof de harde kern van Steve-O's fans er altijd zal zijn, omdat hij meer voor hen betekent dan zij voor hem. Hij is het sympathieke gezicht geworden van het angstige buitenbeetje dat koste wat kost wil pleasen, en die jongen is hij nog steeds. Het publiek bij zijn shows zit vol met volwassenen die verlangen naar de tijd dat ze dronken werden in het park na school en gedachteloos tegen bomen aanschopten of over slootjes probeerden te springen. Mensen die voor de camera hun scheten in de fik willen steken, maar het daarvoor te druk hebben met hun negen-tot-vijf-baan. Steve-O leidt dat leven nog steeds, rookt nog steeds schaamhaar, rommelt nog steeds met waterflesjes vol pis. Zijn constantheid heeft hem veranderd van gekke schoolvriend in een oude vertrouwde kameraad, en die zekerheid is geruststellend, zeker in roerige tijden als deze.