Food by VICE

Reuze oesters overspoelen dit Deense kustdorpje

Het plaatsje Ribe op het Deense Jutland wordt geteisterd door gigantische Japanse oesters die de kust overspoelen. Sommige zijn zelfs groter dan een mensenhand. De bewoners weten niet wat ze ermee aan moeten.

door Rachel Walker
30 november 2014, 5:32pm

Ribe is een klein dorp op het Deense schiereiland Jutland. Het dorp is de pittoreske verbeelding van typische filmdorpen die je kent uit Bruges, Chocolat en Hot Fuzz. Het enige dat cliché is aan het dorp zijn de geplaveide straatjes en chocoladedooshuizen, want Ribe is een dorp vol rariteiten.

Er is een hondenfokprogramma met als doel een bastaard te creëren zonder stamboom, de 'Dogma' of 'Ribehund', die wordt erkend door de Deense Kennel Club. Een van de voorkeurseigenschappen voor de Dogma is dat de hond moet passen in een fietsmand of rugzak. Elke zomer is er een soort modeshow in Riberhaus Castle Hill waar de nieuwste nestjes ruwharige pups op handzaam formaat worden geshowd en het succes van het dorps anti-eugenetica programma wordt gevierd.

ribetown

Ribe. Alle foto's zijn gemaakt door de auteur.
oysterwaders Met een stel lieslaarzen ben je stijlvol in Ribe.

En dan is er het fenomeen 'zwarte zon' dat klinkt als een van de Plagen van Egypte en ook een beetje zo voelt. Met zwarte zon vult de lucht zich met miljoenen spreeuwen tijdens schemer. Ribe ligt op de migratieroute Scandinavië – Zuid-Afrika en de wolken met vogels zijn een enorme natuurkracht – vraag maar aan een roofvogel die dom genoeg was om de zwerm aan te vallen. Alle spreeuwen omringen de aanvaller en poepen en spugen tegelijkertijd op hem totdat zijn vleugels volgeladen met uitwerpselen te zwaar zijn en de havik naar beneden stort.

De defensietechniek van de spreeuwen in de lucht, echoën door in de onaantastbaarheid van Ribe op de grond. Het dorp werd in de achtste eeuw gesticht en heeft momenteel nog maar tienduizend inwoners. Jutland was doelwit voor vijandige volken vanaf het moment dat het bestaat, van de Slavische Obodriten in de achtste eeuw tot de Duitse invasies in de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Niet gek dat het zo geïsoleerd voelt.

De meest recente aanval was echter geen menselijke. Oh nee. In de jaren zestig zijn oesters uit de Grote Oceaan, Japanse oesters, in de Waddenzee vrijgelaten om de lokale populatie op te krikken. De Wadden, die nu op de UNESCO erfgoedlijst staan – waren van oudsher de thuisbasis van mosselbanken en inheemse oesters. Een voedzame maaltijd voor de twaalf miljoen vogels tijdens hun migratie pit-stop.

Door een paar opeenvolgende warme zomers, zag de Japanse oesterpopulatie kans om te exploderen. Plotseling namen zij de hele kustlijn over. Aan het begin van de twintigste eeuw waren de mosselbedden bedekt onder een soort permanente oesternami. Er waren een stuk of 300 schoften per vierkante meter. Volgens schattingen broedt er nu zo'n 500.000 kilo Japanse oesters in het gebied, met de gemiddelde afmetingen van een mensenhand.

Een geschenk uit de hemel zou je zeggen, voor vogels en mensen. Maar zo simpel is het helaas niet. Japanse Oesters hebben zulke dikke schelpen dat geen enkele vogel ze kan openen. De mens is nog de enige vijand voor de oester en bezoekets van het gebied komen hun laarzen vullen en proberen zelfde de populatie onder controle te krijgen. Op een kraakheldere herfstdag ga ik met een paar geleende lieslaarzen van het Deense Waddenzeecentrum het wad op om een paar van die Japanse monsters te oogsten.

De vlakke weilanden worden door flinke dijken tegen de woeste getijden beschermd. De weidsheid van de Wadden strekken zich als een schilderij voor ons uit. ''Volg mij want ik weet precies waar je moet lopen om niet vast komen te zitten, '' zegt de gids terwijl we ons een weg proberen te banen door de plakkerige modder. Ik krijg nauwelijks beweging in mijn voeten. Ik zit vast. Het koude Noordzee water komt tot mijn oksels en drukt de lagen van mijn kleding strak tegen mijn lichaam. Ik heb het ijskoud.

We lopen stug door en als we ongeveer drie kilometer van de kustlijn zijn, verschijnen ineens de mosselbanken aan de oppervlakte en de gigantische oesters liggen opgestapeld als stenen.
giantoysters

Hansel and Gretel Wozers. Hans & Grietje.

Leunend op onze hielen zodat de scherpe oesterschelpen onze laarzen niet zouden doorboren, begonnen we met het enige oestermes dat we bij ons hadden een van de schelpen open te wrikken. Een glinsterende massa vlees straalde ons tegemoet, de grootte van een gebakken ei. Wie last zou hebben gehad van oesterfobie zou flauwgevallen zijn.
giantoystershucking

Potverdorie. Bedwelmd door het zoete vlees. Natuurlijk zou elke schelpdier fanaat zeggen dat er niets beters is dan een schelpdier direct uit zijn natuurlijke zilte habitat. We vullen onze tassen met zoveel mogelijk Godzilla achtige schepsels als we kunnen. Terug bij de kust worden we voorgesteld aan Hans en Grietje, Het Guinness Record winnende oester die in een bassin in het centrum leeft. De naam dankt het diertje aan het feit dat oesters hermafraudiet zijn: ze passen hun geslacht aan afhankelijk van de water temperatuur. Wat een leven.

Hans en Grietje heeft het formaat van een mensenvoet, zo'n 35 centimeter land en 10 centimeter breed en een gewicht van anderhalf kilo. We praten over het opeten van hem/haar, maar het idee aan de hoeveelheid oestervlees in onze slokdarm is zelfs de meest doorgewinterde eters teveel.

Tagged:
Munchies
Food
eten
Jutland
waddenzee
Ribe